Tony’s houdgreep

De zaterdagcolumn van Felix Rottenberg uit de papieren editie van het Parool verschijnt iedere zondag, maandag of dinsdag op Sargasso.

Gek genoeg bestaat er nog geen top tien van de beste progressieve regeringsleiders. Dat is echt aan de orde nu Tony Blair, de belangrijkste socialistische premier sinds de Tweede Wereldoorlog in Europa, zijn aftreden heeft aangekondigd.
Het zou toch aardig zijn als alle radicale, groene, libertaire, socialistische en sociaaldemocratische Europarlementariërs eenmaal per vijf jaar, op de dag voor de Europese Verkiezingen, zo’n top tien vaststellen.
Willem Drees zou in het voetspoor van de naoorlogse Labourpremier Clement Attlee – de man die in 1945 onverwacht Winston Churchill versloeg – nog redelijk ver komen. Drees dacht als een gematigde marxist en was een zeer kundige strateeg achter de invoering van het recht op bijstand, de invalideitswetgeving en de aow, die later als de kern van de verzorgingsstaat werden beschouwd. Zelf sprak Drees liever van waarborgstaat, en hij pleitte voor streng toezicht op gebruik van al die voorzieningen. Hij voorzag misbruik en vreesde bij slonzig regeringsoptreden een riskant stijging van overheidsuitgaven.
Willy Brandt is door zijn legendarische Kniefall von Warschau met stip de beste regeringsleider. Hij doorbrak de impasse met het Oostblok en legde zo de basis voor de ontspanning, de détente, negentien jaar voor de val van de Muur.
Toen zijn trouwste adviseur ontmaskerd werd als topspion van de Stasi, de Oost-Duitse inlichtingendienst, twijfelde Brandt geen seconde: hij trad meteen af. Maar ook zonder staatsfunctie bleef zijn morele invloed groot op het denken over milieu en ontwapening.
Mijn kandidaat voor de tweede plaats is Tony Blair. Als vertegenwoordiger van de generatie van de babyboomers heeft hij een meesterlijke prestatie geleverd, ook als zijn blunders inzake de oorlog in Irak worden meegewogen.
Sinds 1991 volg ik Blair op de voet. Met John Jansen van Galen zag ik hem debuteren tijdens een debat in de marge van een Labourcongres in hotel The Old Ship in Brighton. Na afloop sprintte hij naar zijn hotelkamer om een spijkerbroek aan te trekken en zijn haar te föhnen. Hij representeerde toen al een nieuwe generatie politici: mooie jongens, die de presentatie even belangrijk vinden als de inhoudelijke analyse.

Blair heeft een huzarenstukje geleverd. Hij prikte de belegen opvatting door dat je zonder bestuurlijke ervaring gedoemd bent te mislukken als staatsman. Toen hij in 1997 aantrad als premier, had hij nog nooit een ministerspost of staatssecretariaat vervuld. Dat bleek juist zijn kracht: hij is tot het einde toe een radicale bestuurder gebleven, die maling heeft aan de staatsbureaucraten.
Blair nam Labour in een permanente houdgreep, schakelde de partijbureaucraten uit en zette in zijn eerste regeringsperiode met grote vaart sociale hervormingen door die Engeland blijvend van karakter hebben veranderd. Wie dat ontkent, zoals Bart Tromp, wordt gehinderd door een selectief geheugen.
Dat Blair uiteindelijk de rekening zou moeten betalen voor zijn leninistische manier van regeren stond vast, daarover zijn Tromp en ik het eens. Wie de tegenspraak niet uitlokt, verdwaalt in de keuken van de macht. Dat gebeurde met Irak. Blairs enige tegenspreker was zijn vriend Bill Clinton, maar die snapte altijd al weinig van het Midden-Oosten en fluisterde hem in Bush beslist te steunen.
Maar hoevelen dachten er in 2003 niet precies zo over? Ik twijfelde ook. Maar Blair was geen afwachter, zoals Wim Kok, Gerhard Schröder en Jan Peter Balkenende: hij durfde tegen de stroom in te gaan.

  1. 1

    Met zijn column onderstreept Felix Rottenberg het belang van historisch besef. Blijkbaar houden mensen bij hun handelen en dat van anderen rekening met het beeld dat daar terugkijkend in de toekomst over zal bestaan – en in het huidige tijdsgewricht wordt dit uitgedrukt door de plaats die men op de verschillende ranglijsten inneemt.
    Drees was geen voorstander van het recht op bijstand zoals dat door de commissie Van Rhijn tijdens de oorlog was geformuleerd. Hij was evenmin de ontwerper van de WAO en ook niet van de AOW. Hij was pragmaticus en anti-communist en wantrouwde uitbreiding van de rol van de rijksoverheid ten koste van de positie van de vakbeweging en de gemeentelijke overheden.
    Drees verdient zijn hoge plaats op de ranglijst van belangrijke Nederlanders. Vader van de verzorgingsstaat was hij niet.

  2. 2

    Blijkbaar houden mensen bij hun handelen en dat van anderen rekening met het beeld dat daar terugkijkend in de toekomst over zal bestaan – en in het huidige tijdsgewricht wordt dit uitgedrukt door de plaats die men op de verschillende ranglijsten inneemt.

    Zie ook onder: Felix Rottenberg.

  3. 3

    Een top tien? Laat dat maar aan SBS over. Ieder heeft zijn kwaliteiten passend bij het tijdperk, dus dat is per definitie onvergelijkbaar. Historisch besef kan geen kwaad, maar op deze manier? Volgens Rottenberg kan een politicus pas iets voorstellen als hij iets nieuws of groots tot stand heeft gebracht. Die gedachte is wel de oorzaak van voortdurende stelselwijzigingen en fusies in het openbaar bestuur en de collectieve sector. Vaak nog voordat de ellende van de vorige wijziging fatsoenlijk is weggewerkt.

  4. 4

    En daarom lees ik straks liever een helder stukje in de Economist bijvoorbeeld over de echte sociale en economische wapenfeiten van Tony Blair. Veel pluimstrijk, weinig wol in dit stukje.

  5. 5

    @1: Niemand beweerde dat Drees aan de basis van de WAO stond. Selectief lezen is misschien nog slechter dan een matig historisch besef hebben.

  6. 10

    …en zette in zijn eerste regeringsperiode met grote vaart sociale hervormingen door die Engeland blijvend van karakter hebben veranderd. Wie dat ontkent, zoals Bart Tromp, wordt gehinderd door een selectief geheugen.

    Mmmmhhh. The Economist al gelezen Felix? Die zeggen precies het tegenovergestelde: Blair had een geweldig plan, maar hij heeft de boel niet écht kunnen hervormen.

    Blairs enige tegenspreker was zijn vriend Bill Clinton, maar die snapte altijd al weinig van het Midden-Oosten en fluisterde hem in Bush beslist te steunen.

    Ook hier zegt the Economist het tegenovergestelde, nl. dat Blair niet zo’n hoge pet van Clinton op had en met Bush wel makkelijk overweg kon omdat die lekker simpel was.

    Trouwens: hoezo weet Clinton weinig van het M.O.? Achteraf gezien was het bombarderen van Irak ipv een invasie het enige juiste. Bovendien heeft hij de partijen wel om de tafel gekregen.