De zaak Vermaning

VERSLAG - U wilde al naar het Drents Museum om daar de beeldschone Iran-expositie te bezoeken en sinds zaterdag is er een tweede reden om naar Assen te gaan: de wat kleinere tentoonstelling “De zaak Vermaning”. Tjerk Vermaning (1929-1987) is misschien wel de beroemdste Nederlandse archeoloog van de twintigste eeuw en dat is niet zo best, want een deel van zijn vondsten was vervalst en hij heeft zijn bekendheid mede te danken aan een rechtszaak. Wie onechte oudheden verkoopt als echt, is immers een oplichter en daarvoor werd hij in 1977 veroordeeld. Een jaar later diende het hoger beroep: de rechter liet zich over de authenticiteit van de vervalsingen niet uit, maar redeneerde min of meer dat als de voorwerpen echt waren, Vermaning onschuldig was, en dat als ze vals waren, nog niet was bewezen dat de Drentse amateurarcheoloog ze zelf had vervaardigd.

Het was goed dat de rechter zich over de authenticiteit niet uitsprak, want daar gaat de rechter niet over. Een deel van de vondsten waarmee Vermaning “bewees” dat er tienduizenden jaren geleden Neanderthalers hadden geleefd in Drenthe, was echter wel degelijk vals. Of minimaal verkeerd geïnterpreteerd. De samenstellers van de tentoonstelling leggen op verschillende punten uit hoe archeologen dat kunnen weten. Zo bleek, toen een C14-monster werd genomen, het door Vermaning als Neanderthaler-schedeldak geïnterpreteerde voorwerp slechts een eeuw of drie oud. Op andere vondsten ontbrak de natuurlijke verwering van vondsten die eeuwenlang in de grond hebben gelegen.

Het is een leuke tentoonstelling die ik met plezier heb bekeken. Ik was zelf verbaasd hoe mooi ik enkele van die vuistbijlen vond. (Ik bedoel de echte.) De expositie was ook erg mooi ingericht, zoals eigenlijk altijd in het Drents Museum.

Uiteraard verliet ik het museum met meer vragen dan toen ik was binnengekomen. Wie zou de vervalsingen hebben vervaardigd? De door Wijnand van der Sanden en Anja Schuring samengestelde catalogus, De zaak Vermaning. Over een markant amateurarcheoloog in Drenthe, bevat een mooie terugblik, waarin de auteurs twee theorieën noemen, die allebei Vermaning niet zien als hoofddader. Van der Sanden en Schuring menen zelf dat Vermaning zich wel degelijk heeft schuldig gemaakt aan datafraude (en dus ook oplichting).

Tweede vraag: een rechtszaak, dat is geen gibelegijn. Hoe heeft het eigenlijk zo verkeerd kunnen gaan?

Van der Sanden en Schuring wijzen erop dat Vermaning de lieveling van de pers was. Hij wist de wetenschappelijke kritiek op zijn vondsten te presenteren als jalousie de métier en daarop koos de journalistiek de zijde van de underdog. Dat geldt ook voor drie boeken die over de affaire zijn verschenen. In het Dagblad van het Noorden heeft Job van Schaik afgelopen weekend een mooi stuk geschreven over de naïviteit van de pers.

Want naïef was ze. In geen enkele wetenschap klinkt het geloofwaardig als een amateur claimt dat hij in z’n eentje een ingedut vakgebied heeft opgeschud, maar als journalisten schrijven over oudheidkunde, geloven ze het ineens wel. Dat is des te opmerkelijk als je bedenkt dat de amateurs die ooit een bijdrage hebben geleverd – Schliemann is relevant omdat ook hij zich bezighield met de prehistorie – dat lang geleden deden, voordat de oudheidkunde geïnstitutionaliseerde kwaliteitscriteria ontwikkelde. Ze deden het bovendien door compromisloos te streven naar wetenschappelijkheid. De betrokken amateurs wisten dat als zij een theorie aanvaard wilden krijgen, de eisen driedubbel zo hoog waren als voor “erkende” wetenschappers. Dat is toch wat anders dan een Vermaning die weigerde vindplaatsen te melden en voorwerpen verkocht met onware beschrijvingen om zo de prijs op te drijven.

Helaas plaatst de journalistiek zich eigenlijk altijd aan de zijde van degenen die de gevestigde wetenschap bekritiseren, zelfs als de verslaggevers geen voorkeur hebben voor underdogs. Journalistiek werkt namelijk met hoor en wederhoor, en dat bemoeilijkt verslaggeving over de wetenschap. Om een voorbeeld te geven: een gesprek tussen een arts en een antivaxxer betekent dat er hoor en wederhoor is, maar geeft tegelijk die antivaxxer een platform. De kwaliteitsnorm van de journalistiek keert zich dus tegen de verspreiding van de wetenschap. Vermaning heeft van dit mechanisme, dat bekendstaat als false balance, optimaal geprofiteerd: hoewel er wetenschappelijke consensus is dat een deel van zijn vondsten vals was, gaven de media Vermaning steeds weer een stem.

Er was nog een factor die Vermaning de wind in de zeilen gaf: hij ontving mensen op zijn woonboot, gaf ze uitleg en maakte ze enthousiast. Hij begreep dat wetenschapscommunicatie niet een kwestie is van informatie uitzenden naar een passief publiek, maar dat er een dialoog dient te zijn. Wie mensen voor zijn zaak wil winnen, zal die tijdsinvestering moeten doen. De officiële wetenschap, gefocust op onderzoek, heeft die tijd niet of wil die tijd niet nemen. Dat is sinds de jaren zeventig alleen maar erger geworden. Dat maakt de zaak-Vermaning actueler dan ooit.

  1. 1

    Mooi artikel! Hoed u voor lievelingen van de pers, concludeer ik hieruit. Verder helemaal eens met je conclusie over de noodzaak van interactieve wetenschapscommunicatie.

  2. 2

    @0:
    [ Journalistiek werkt namelijk met hoor en wederhoor ]
    Nou, in ieder geval niet altijd tegelijk. Die antivaxxers bij LINDA krijgen een platvorm met “wederhoor” achteraf in de social media of in ingezonden brieven. Als er veel commotie is volgt een week later het verhaal van een slachtoffer dat de donker zijde van niet prikken mag belichten, maar dan is het kwaad al geschied, het zaadje is al geplant. Er is geen gelijktijdige “balance”, laat staan false balance.

    Daarnaast mag je journalisten of redacteuren er van verdenken zich te laten verleiden tot het plaatsen van artikelen of het interviewen van personen die geheid reuring veroorzaken, en reuring betekent gewoon geld.

    Zo bleef het lezers en kijkers trekken als je met Vermaning de “Pelleboer” van de archeologie kon opvoeren, wie zit dan nog te wachten op een droogstoppel die weerwoord levert?