Tijd voor grote schoonmaak in de wetenschap

Laten we de laatste affaire rondom wetenschapsfraude gebruiken voor een fundamentele discussie over kennisvergaring.

Diederik Stapel, Roos Vonk, Don Poldermans. In het buitenland Karl-Theodor zu Guttenberg, Philippe Gugler en Raphael en Norman Golb. De lijst opzichtig falende wetenschappers begint verontrustend lang te worden en het ergste aan de affaire rond de Rotterdamse hoogleraar Dirk Smeesters is haar godvergeten voorspelbaarheid.

Ik ben niet de enige die de indruk heeft dat er iets mis is met de wetenschap. Er zijn al onderzoekers die proberen deze indruk te onderbouwen met harde cijfers. Er wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar het onderzoek van Daniele Fanelli, die op tafel kreeg dat onderzoekers vaker rommelen met gegevens dan goed is. In Nederland constateerden Bakker en Wicherts dat psychologen moeite hadden met statistiek. Ik heb zelf een boek gepubliceerd over de problemen in de oudheidkundige disciplines. Het valt te verwachten dat er ook in de toekomst pijnlijke onthullingen zullen zijn.

Die voorspelbaarheid is al erg genoeg. Wat we nu vooral moeten vermijden, is dat het toch al slinkende vertrouwen nog verder vermindert doordat de bestuurders van de wetenschappelijke instellingen de problemen blijven bagatelliseren.

Dat doen ze immers al maanden. KNAW-president Robbert Dijkgraaf zei op 9 september dat de Stapel-affaire niet-representatief was. Hij legde uit hoe wetenschap behoorde te zijn en nam gemakshalve aan dat ze ook werkelijk zo is, hoewel dat nu juist ter discussie staat. De voorzitter van de VSNU, Sijbolt Noorda, verklaarde op 2 december dat het aanzien van de Nederlandse universiteiten niet was geschaad. Ook de directeur van NWO, Jos Engelen, meende dat het wel meeviel. Getuige de discussie die volgde in de wetenschapsbijlage van hetHandelsblad, laat niet iedereen zich nog door alle geruststellende woorden overtuigen.

Elmer Sterken, de rector magnificus van de Groningse universiteit, waar Stapel zijn fraudeurscarrière kon beginnen, ging op 5 november in De Volkskrant wél in op de cijfers van Fanelli. Hij zei dat ze overdreven moesten zijn en dat hij ze niet geloofde. Toen interviewer Johran Willegers hem vroeg dit toe te lichten, wijdde Sterken uit over de betrekkelijkheid van alle wetenschappelijke conclusies, zonder aan te geven waarom de cijfers van Fanelli betrekkelijker zouden zijn dan die van – ik noem eens wat – het onderzoek waarover de Groningse universiteit zulke optimistische persberichten de deur uit doet.

Niets beschadigt de wetenschap meer dan de ontkenning van haar problemen. Ik heb over Smeesters al enkele vergoelijkende opmerkingen gehoord. De nieuwe president van de KNAW, Hans Clevers, heeft deze week een prachtkans om zijn eerste echte optreden in de media te gebruiken voor een reactie die wél adequaat is. Hij zou bijvoorbeeld kunnen aankondigen dat de KNAW in samenwerking met alle betrokkenen het wetenschappelijk bestel gaat doorlichten.

Zo’n discussie zou kunnen gaan over zeven vragen:

  1. Welke informatie heeft de samenleving nodig?
  2. Hoe leveren we die informatie het beste aan?
  3. Hoe verwerven we die informatie het beste?
  4. Hoe leiden we toekomstige informeerders op?
  5. Welke instellingen zijn het beste voor informatieoverdracht, onderzoek en opleiding?
  6. Hoe bouwen we zulke instellingen?
  7. Hoe controleren we de instellingen en de informatie?

Het is denkbaar dat we, als we de kennisinfrastructuur herontwerpen, het huidige systeem niet opnieuw zullen uitvinden. Zouden we echt bedenken dat het goed is álle soorten wetenschappers op te leiden aan dezelfde soort instelling, de universiteit? Zouden we bedenken dat álle wetenschappen, complex of simpel, aangeleerd kunnen worden in precies vier jaar? Zouden we bedenken dat de samenleving informatie krijgt door die op betaalsites te verbergen? Zouden we bedenken dat de kwaliteit van de informatie het beste wordt gegarandeerd door het meten van de kwantiteit aan publicaties?

Het vertrouwen wordt niet hersteld met een ambtseedje hier, een registertje daar of wat er nog meer aan lapwerk is voorgesteld. De problemen zijn reëel en vergen een structurele aanpak. Laten we van de huidige affaire profiteren door de ernst dit keer wel onder ogen te zien.

Foto flickr cc Thijs Kuipers

  1. 1

    Zouden we bedenken dat álle wetenschappen, complex of simpel, aangeleerd kunnen worden in precies vier jaar?

    Veel technische studies omvatten vijf jaar.

    Zouden we bedenken dat de kwaliteit van de informatie het beste wordt gegarandeerd door het meten van de kwantiteit aan publicaties?

    Elke maat die je bedenkt voor de kwaliteit van onderzoek heeft zijn fundamentele zwakheden, en aangezien er uiteindelijk altijd maar een beperkte hoeveelheid geld beschikbaar is voor onderzoek zal je toch kwaliteit moeten meten om dat geld goed te kunnen verdelen. Dit probleem is dus onoplosbaar.

    Ik vind dan ook niet dat Roos Vonk “opzichtig gefaald” heeft, haar gedrag is gewoon symptomatisch voor een systeem waarin wetenschappers moeten concurreren voor onderzoeksgelden. Als je het beter weet, wees dan concreet en wees eerlijk over de negatieve consequenties van je voorstellen. Sociale wetenschappers meer tijd laten besteden aan het controleren van oude data betekent dat ze minder tijd hebben voor het vergaren van nieuwe data, dus minder publicaties per jaar, dus minder hoge plaats van Nederlandse instellingen op internationale ranglijsten, dus minder buitenlands talen dat voor Nederland kiest. Zo is het nou eenmaal.

  2. 2

    Ook al vind ik de oproep van Jona Lenderink sympathiek en zitten er terechte punten in zijn ideeën en is zijn kritiek op het bagatelliseren van de problemen zeer terecht: wetenschap is en blijft mensenwerk. Met alle mooie en alle kwalijke kanten van de mensen. Daar zal elk stelsel mee te maken krijgen.

  3. 3

    Welke informatie heeft de samenleving nodig?

    Da’s nou net het punt: Puur fundamenteel wetenschappelijk onderzoek heeft geen ‘praktisch nut’, alleen op een hele lange horizon. Fundamenteel onderzoek is primair gericht op een beter begrip van de werkelijkheid. Niet op toepassingen. Die kun je met wat mazzel later wel bedenken, maar dat moet niet het doel zijn.

  4. 4

    Ik ben blij dat er iemand is die wetenschap eens niet beperkt tot onderzoek en onderwijs, maar de informatieoverdracht even belangrijk vindt. Die hangt er meestal nogal bij.

  5. 5

    dus minder hoge plaats van Nederlandse instellingen op internationale ranglijsten

    Ergo: niet alleen een nederlands probleem, maar een wereldwijd probleem.

  6. 6

    Je moet onderzoek doen om te kunnen promoveren, je bedenkt daarvoor een onderzoeksvraag en probeert vervolgens informatie te verkrijgen om een vooraf geformuleerde stelling te kunnen onderbouwen. Deze vraagstelling is na rijp beraad goedgekeurd door een begeleider en een hele nieuwe richting inslaan is lastig. Bovendien tast dat het beeld van de eigen overtuiging aan, wat de drempel om de bakens te verzetten nog groter maakt.
    Helaas, de gewenste uitkomst is er niet. De oplossing is het herformuleren of oprekken van de onderzoeksvraag, zodat er toch een antwoord uitkomt dat bruikbaar is voor een stuk waarop men wel kan promoveren.
    De waarde van een deel van het wetenschappelijk onderzoek moet op basis van deze gangbare praktijk anders worden bezien en gewaardeerd dan gemiddeld wordt gedaan.

  7. 7

    In een monetair systeem kan wetenschap nooit objectief, belangeloos of waardevrij zijn. Arbeid wordt verricht als dienst aan menselijke noden. Wetenschap daarentegen is het spel van de geest en dat valt onder vrijetijdsbesteding. De 7 vragen zijn op zichzelf zinvol maar in de huidige context volstrekt zinloos.
    Als we eens wisten welke geweldige ontdekkingen er al gedaan zijn maar door de gezaghebbende instituten weggestopt en in vergetelheid geraakt. Af en toe komt er iets bovendrijven en noemen we het ‘conspiratie’. Dan heeft slechts amusementswaarde want ‘zoiets kan toch niet waar zijn’. Tenhemelschreiend en eindeloos intriest ….

  8. 8

    Helemaal mee eens. Wie het vertrouwen in de wetenschap wil bewaren, moet problemen serieuzer nemen dan momenteel gebeurd. Als het onderzoek zo geweldig is als ze beweren, is er niets te vrezen.

  9. 9

    Bij de eerste van de vragen gaat het direct mis. Vroeg Newton of Darwin zich af wat de maatschappij aan hun onderzoek had. En verder is de lijst niet zo lang als je het vergelijkt met het aantal wetenschappers. Dit lijkt mij een sterk staaltje paniekdenken.

  10. 10

    (en ook @009): begrijpelijk om “welke informatie heeft de samenleving nodig?” gelijk te lezen in de huidige politieke interpretatie van onderzoek -> bedrijfsleven -> PROFIT!!1! maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Je kunt prima stellen dat een samenleving het nodig heeft om het universum om hen heen te begrijpen. Of de connecties van de eigen taal met die van anderen. Of zo.

  11. 11

    Als oude man maakte ik het begin van de achteruitgang van het onderwijs, zowel middelbaar als academisch, nog mee.
    Dat begon rond 1960.
    Om de professoren meer studenten te laten slagen stuurde Den Haag bijzitters voor de mondelinge tentamens.

    Op de middelbare school hoefde je geen eindexamen meer te doen in drie vreemde talen, nog maar in één.
    Ook het toelatingsexamen verdween.

    Het niet meer beheersen van frans en duits maakte de literatuurkeuze heel beperkt.

    Dat leidde tot, zoals de inmiddels overleden prof Jan Pen indertijd op college verklaarde, ‘snapt er niet veel van, maar z’n best gedaan, zes min en weg wezen’.
    Dat proces heeft zich voortgezet.

    Je kunt het b.v. zien aan de huidige minister van buitenlandse zaken, voor zover ik weet een professor bedrijfskunde, een niet bestaand vak.
    Bedrijfskunde is de Nederlandse equivalent van business administration, een HBO opleiding, Goldman Sucks maakt er handig gebruik van, vrees ik.

    De man is een oliebol, z’n instituut waardig, waar ooit een proefschrift verscheen over het gebruik van streepjescodes bij kassa’s.
    Het knappe van dat proefschrift was, ik moest het helaas lezen, dat er een 400 pagina’s werden besteed aan iets wat in drie zinnen uitgelegd kan worden.
    Eigenlijk in één zin, de streepjescodes maken het mogelijk een voorraadadministratie per artikelsoort te voeren.

    En zo vraag ik me ook af of de VS hypotheekzwendel, de derivaten luchtkastelen, de invoering van de euro, en de daaruit voortvloeiende ellende, toch wel voorspeld (waarschijnlijk door economen die nog net redelijk waren opgeleid), het gevolg is van zeer onvoldoende onderwijs.

    Neerstortende balkons zijn een ander verschijnsel.

    Verder is wetenschap natuurlijk waardevrij.
    Wetenschap is datgene waarover verstandige mensen het eens kunnen worden juist omdat er geen (morele) voorkeuren aan te pas komen.
    Als iemand iets anders beweert toont dat weer aan hoe slecht het onderwijs is.
    Alles waaraan waardes, morele waardes dus, te pas komen is geen wetenschap.

    Wat verder het onderwijs slecht maakt is enerzijds de prestatiedrang, er moet gepubliceerd worden, en anderzijds betaling per student.
    Wetenschap is geen fabriek.

  12. 12

    Dat vroegen Newton en Darwin zich zeker niet af. Maar ik heb dan ook geen idee hoe het met de financiering van hun onderzoek zat. Jij wel?

    Ik vind het tamelijk logisch dat een samenleving die voor keuzes staat, zich afvraagt wat de bijdrage van het door die samenleving betaalde onderzoek is en daar een gesprek over aangaat met de wetenschap.

    Dat gesprek leidt niet meteen tot praktische uitvindingen die morgen bij de Xenos liggen; dat lijkt me duidelijk. Maar wie stevig betaald wordt voor fundamenteel eerste geldstroomonderzoek, moet zelf (of via een teamlid) af en toe de tijd nemen om uit te leggen waar hijzij mee bezig is, waarom, wat het doel is en wat mogelijke vervolgstappen zouden kunnen zijn. of zo.

    Ik snap nooit zo dat fundamenteel onderzoek, omdat het niet meteen praktisch of toepasbaar nut heeft, ontslagen lijkt te zijn van de verplichting af en toe maatschappelijke verantwoordelijkheid af te leggen over het geleverde werk.

  13. 15

    waarom?

    Goede vraag. Ik denk omdat er een aantal mensen zijn die anderen de opdracht geven om vanalles te documenteren, maar daar wordt vervolgens vrij weinig mee gedaan. Althans, dat is hoe ik er tegenaan kijk. Ik ben het dus niet helemaal eens met jouw stelling dat onderzoekers ontslagen worden van verantwoordelijkheid afleggen.

    en wie is niemand?

    niemand was bedoeld als understatement, rapporten worden door weinigen gelezen.. of slecht gelezen.. of niet begrepen.

    aan wie ligt dat dan?
    Dat komt omdat rapporten over fundamenteel onderzoek maar door enkelen begrepen wordt, dus er zijn ook maar enkelen die weten waar het over gaat. Het gevolg is dat dergelijke rapporten maar veralgemeniseerd worden of vereenvoudigd worden, wat op zichzelf ook weer tijd kost.

  14. 17

    Zoveel verdien je nu ook weer niet als modale wetenschapper….
    Genoeg om prettig te leven, niet genoeg om geld een perverse prikkel voor het doen van onderzoek te laten zijn.

  15. 19

    Het wordt me nog niet helemaal duidelijk wat nu “het probleem” is dat in deze column besproken wordt. Het lijkt er op dat het probleem is dat er nu frauderende wetenschappers door de mand vallen. Maar is dat niet juist het begin van de oplossing? Vaak fraudeerden deze mensen al jaren of decennia, maar nu komt het snel achter elkaar aan het licht. Blijkbaar zit er tegenwoordig iets in ‘het systeem’ dat de fraudeurs er uit pikt, da’s toch hartstikke prima?

  16. 20

    @Mb Dat gebeurt dus al voor het geld vrij komt. Voor je het geld krijgt moet je al aangeven wat je gaat onderzoeken, wat je denkt te gaan publiceren en zelfs in welk blad(wat ik zelf al ver vind gaan). Een soort van top to bottom in een rapport gaan zetten welke kennis er nodig is is heel wat anders en lijdt tot weinig innovatie en bekrompenheid. Er wordt nu een trend gezet al alsof wetenschap een soort dure hobbie is en wetenschappers bij de gratie van het volk geld krijgen. Volgens mij hebben we onze huidige levensstijl volledig aan de wetenschap te danken.

  17. 21

    Het systeem selecteert nu vooral wetenschappers die goed zijn in het verkopen van hun onderzoek. Dit speelt inmiddels zo’n grote rol dat het werken vanuit wetenschappelijke interesses en integriteit bedreigt.

  18. 22

    CERN met het Higgs deeltje toont aan de fraude in de echte wetenschap lastig is.
    De oplossing is dus de universiteiten te ontdoen van alle semi wetenschap.
    Bespaart meteen veel geld, zowel aan kosten van de universiteiten als aan studiekosten van studenten.