Tien stellingen over het ontstaan van de islam

Weg met het cliché van de geniale godsdienststichter. Het traditionele westerse beeld dat de islam ontstaan zou zijn nadat een karavaandrijver genaamd Mohammed openbaringen begon te ontvangen, is naïef.

Mohammed berijdt Buraq, India, 18e eeuw

Mohammed berijdt Buraq – India, 18e eeuw

Grote godsdiensten ontstaan niet louter en alleen dankzij de prediking door een enkeling. Ze zijn het resultaat van een samenspel van maatschappelijke en religieuze krachten. Mohammed was simpelweg onderdeel van een brede ontwikkeling – maar ook de juiste man op de juiste plaats.

Weg met het cliché van de simpele, woeste Arabier. Mohammed was geen ‘simpele’ karavaandrijver met een geniaal idee. Hij en zijn medestanders waren uitstekend op de hoogte van de politieke en religieuze tegenstellingen in hun tijd, binnen én buiten de Arabische wereld. Daar zouden ze uiteindelijk dankbaar gebruik van maken. Het traditionele beeld dat de opmars van de islam te danken is woeste horden onwetende, barbaarse Arabieren, opgestookt door hun profeet, is niet alleen foutief, het is ook racistisch.

Er was behoefte aan een nieuwe profeet. Dankzij eeuwenlange contacten met Joden en christenen kenden de Arabieren de Bijbelse traditie dat zijn zouden afstammen van de aartsvader Abraham. Zij beschouwden zichzelf daarom als verwant aan de Joden en de christenen. Het probleem met die traditie was echter dat God hun voorouders (de kinderen van Hagar) zou hebben vervloekt en dat zij daarom in de woestijn moesten leven. Dat was in hun ogen waarschijnlijk ook de reden waarom de Arabieren, in tegenstelling tot de Joden en Christenen, nooit een eigen profeet hadden ontvangen die hen kon uitleggen wat de ware religie (de oorspronkelijke religie van Abraham) was. Maar de Joden en christenen waren die religie ook kwijtgeraakt. De voortdurende bittere strijd tussen beide religies gaf aan dat geen van beide de ware religie bezat. Het wachten was dus op een nieuwe profeet die dat zou onthullen. En wellicht zou deze profeet aan de Arabieren worden gezonden.

Arabieren zochten naar een eigen religie. In de zesde eeuw ontstond binnen de Arabische wereld een ‘strijd’ om de juiste Arabische monotheïstische religie, tussen de noordelijke stammencoalitie der Ghassaniden en de Mekkanen. De Ghassaniden verleenden daartoe steun aan de (ketterse) monofysitische stroming in Syrië; dat zou in hun ogen het Arabische monotheïsme zijn. De Mekkanen daarentegen beweerden dat hun heiligdom de Kaäba ooit opgericht was door Abraham, en dat de eredienst die zij daar uitvoerden het dichtst bij de originele religie van deze stamvader lag.

Mohammed werd voorafgegaan door andere vernieuwers. Die religie van de Mekkanen werd in de jaren 550-600 ‘gezuiverd’ door een lokale beweging, de Hums. Deze bracht het aantal goden dat de Mekkanen (en pelgrims die Mekka bezochten) naast God mochten vereren, terug tot drie vrouwelijke ‘dochters’. Deze ingreep was al een grote stap richting monotheïsme – maar zij ging velen niet ver genoeg. Mohammed verzette zich tegen dit restant van (ofwel, deze buiging voor) het traditionele Arabische polytheïsme.

Mohammeds boodschap dat er maar één God bestond, was voor de Arabieren zeker geen nieuws. Men kende uiteraard de grote Joodse en christelijke tradities. Zijn oproep lag ook in het verlengde van de zuivering door de Hums-beweging. Het bijzondere was dat hij daarbij openbaringen ontving, en dat er zo een Heilige Schrift groeide, uitsluitend bestemd voor de Arabieren. Dát was nieuw.

Mohammed wilde geen nieuwe religie stichten. Hij was ervan overtuigd dat het Einde nabij was, en dat hij dus de laatste van Gods profeten zou zijn. Dat betekende dat hij er niet alleen van overtuigd was dat hij gezonden was om de Arabieren te waarschuwen, maar dat hij álle nazaten van Abraham een laatste kans bood om kennis te nemen van de ware religie. Joden en christenen zouden dat moeten (h)erkennen. Zijn boodschap was vergelijkbaar met die van Mani, vier eeuwen eerder, de schepper van het ‘overkoepelende’ manicheïsme. In de praktijk liep alles heel anders. Met name de afwijzing van zijn boodschap door de Joden leidde tot felle anti-Joodse openbaringen.

Mohammed was niet feilloos, en niet consequent. Zijn prediking maakte een opmerkelijke ontwikkeling door. Aanvankelijk, in zijn Mekkaanse tijd, waarschuwde hij slechts de Mekkanen voor het naderende Einde. God zou hen zeker verdelgen als zij de drie dochters bleven vereren. (De Joden en christenen zouden zijn boodschap daarbij bevestigen.) Later, nadat hij uit Mekka verdreven was, ontwikkelde hij een andere theologie waar hij en zijn medestanders veranderden in Gods ‘wapen’ om de stad te straffen – als de Mekkanen niet tot inkeer wilden komen.

Mohammeds uiteindelijke succes was niet alleen te danken aan zijn openbaringen, maar zeker ook zijn opmerkelijke doorzettingsvermogen en zijn grote kwaliteiten als leider van een groeiende gelegenheidscoalitie van stammen en clans, die hij tegen Mekka wist in te zetten.

Mohammed was ook naïef. Hij was ervan overtuigd dat alle Arabieren na de zuivering van Mekka zich vrijwillig zouden onderwerpen aan de Mekkanen (vanaf dat moment immers de hoeders van het oudste heiligdom en van het ware geloof van Abraham), en dat zij daarmee gered zouden zijn voor het Naderende Laatste Oordeel. Hij heeft dat niet mogen meemaken; bij zijn dood was zijn ‘koninkrijk’ weinig meer dan een wankele, van vele kanten bedreigde coalitie.

De islam was het werk van zijn opvolgers. Zijn opvolgers wisten de eerste gevaren te trotseren, en sloegen de weg naar het noorden in. De ideologie achter de latere veroveringen kwam voort uit die andere Arabische traditie, die daarna meer op de voorgrond trad. De Arabieren hadden dankzij Mohammed een eigen openbaring ontvangen. De Bijbelse vervloeking was daarmee opgeheven. De Arabieren waren niet langer ‘verdoemd’ om in de woestijn te wonen maar konden nu hun deel van de vruchtbare gebieden in het noorden opeisen. Daar, te midden van ongelovigen, ontstond die eigenstandige religie genaamd islam.

Mohammeds leven kleurt de islam. Mohammed heeft keihard moeten vechten om zijn doel, de zuivering vande Kaäba, te bereiken. Strijd, geweld en onderwerping spelen dan ook een voorname rol in de openbaringen. Het is de uitdaging aan de islam om te voorkomen dat deze gewelddadige wortels van het geloof steeds opnieuw inspireren tot misdaden die haaks staan op die andere (Joods-christelijke) traditie waar Mohammeds openbaringen net zo goed melding van maken: die van de vrede die het geloof in God zou brengen.

Marcel Hulspas is de auteur van het recent verschenen ‘Mohammed en het ontstaan van de islam‘ (uitgeverij Athenaeum). Zie ook www.marcelhulspas.nl

  1. 1

    Mohammed was misschien wel niet meer dan een mythe. Tenslotte zijn de verhalen over hem pas een eeuw na dato begonnen, en opgetekend door oorspronkelijk maar één man. Een nogal smalle basis.

  2. 3

    De Islam was beter af geweest zonder kindervriend Mohammed. Deze ziekelijke machtswellusteling met zijn duivelse daden. Oké was het alsnog een woestijnreligie met achterlijke gebruiken geweest, maar misschien minder misdadig.

  3. 5

    @3: je doet net alsof de man daadwerkelijk bestaan heeft. De historische bronnen die dat standpunt ondersteunen zijn op z’n zachtst gezegd behoorlijk discutabel.

  4. 7

    @6: Hulspas’ premisse is dat Mohammed echt heeft bestaan en dat de veel later ontstane biografieën een accurate beschrijving van diens leven bieden. De ondraaglijke bewijslast daarvoor ligt bij hem.

  5. 8

    @5: Tja hoe weten we eigenlijk zeker dat iemand bestaan heeft. Heeft Mozes ooit bestaan? Deze Mohammed lijkt me eerder een historisch figuur dan Jezus. Maar bewijzen dat iemand ooit bestaan heeft…. of hij nu wel of niet heeft bestaan, in ieder geval bestaat deze misdadiger in de hoofden van miljoenen. Die hem vereren terwijl het een stuk drek was, verzonnen of niet. Steeds meer Mohammeds komen deze kant op. Op de vlucht voor andere Mohammeds. Nou ja op de vlucht, men komt aan op Kos gevlucht vanuit Turkije en vlucht dan door naar het rijke noorden met gratis geld en een huis. Hoe je het ook ziet de Islam heeft haar doel. Bereikt.