Tien kenmerken van een schandaal waar we geen klap verder mee komen

Ik lees weer eens wat over (politieke) schandalen. Het moet er toch eens van komen – het begin van een onderzoek. En al direct in die eerste, verkennende fase, stuit ik op analyses waar ik weinig mee kan. Fijn natuurlijk – dan is er ruimte om nog eens wat toe te voegen. Balen ook, omdat het fundament er nog niet ligt. Dat hoopte ik onder andere te vinden in Media Scandals (James Lull en Stephen Hinderman (red.)). Zij geven tien criteria om een schandaal van een verhaal te onderscheiden. Tien noodzakelijke voorwaarden, voegen Lull en Hinerman daaraan toe. Maar ze zijn niet allemaal even helder of bruikbaar.

1) Social norm reflecting the dominant morality be transgressed: onduidelijk criterium, want wat is dan die sociale norm, welke dominante moraliteit wordt dan met voeten getreden en wie bepaalt dat? Om welke overtreding gaat het dan en, belangrijker nog voor mijn onderzoek, hoe kunnen we dat weten (hoe komen we daar achter)? “This criterion”, voegen Lull & Hinerman daaraan toe, “is fundamental. Without it, no story can be regarded as a scandal.” Essentieel dus, schrijven de onderzoekers. We mogen ze alleen zelf uitwerken.

The transgressions must be performed by 2) specific persons who carry out 3) actions that reflect an exercice of their desires or interests: Het tweede criterium lijkt meetbaar. We kunnen in elke ‘schandaal’ hoofdpersonen aanwijzen die bepaalde acties uitvoeren. Maar: verraden die acties hun verlangens of belangen? Welke verlangens of belangen hadden de vijf inbrekers in het complex Watergate, in de nacht van 17 juni 1972? Nixons schandaal zit niet in de inbraak zelf, maar in de cover up die volgde. En in die cover up is wel sprake van

Individual persons must be 4) identified as perpetrators of the act(s). They must be shown to have acted 5) intentionally or recklessly and must be 6) held responsible for their actions. The actions and events must have 7) differential consequences for those involved. Logisch – zonder personen die de daden begaan geen actie en zonder actie geen schandaal. Maar daarin zijn deze criteria nog niet onderscheidend van al die andere verhalen waarin actoren een rol spelen. En ook de eis van de consequentie (verantwoording afleggen, consequenties van hun handelen) is niet voorbehouden aan een schandaal alleen. Mijn gezond verstand zegt trouwens dat een schandaal soms verder gaat dan alleen de verantwoordelijken en soms ook eerder stopt. Vaak is onduidelijk welke consequenties een schandaal precies hebben omdat het einde van een schandaal niet vaststaat. De toedeling van verantwoordelijkheid is daardoor bijzonder complex. Een streep is niet zomaar getrokken.

The revelations must be 8) widely circulated via communications media where they are 9) effectively narrativized into a story which 10) inspires widespread interest and discussion. Het achtste criterium lijkt mij een truism – zonder media-aandacht geen schandaal. De categorie media schandaal is mijns inziens dubbelop op. Een schandaal is altijd een media-schandaal. De verhalende kwaliteiten van een schandaal lijkt mij weer buitengewoon lastig aan te tonen. Want wat is dan precies die kwaliteit? En hoe kunnen wij die kennen? Het laatste en tiende criterium is dan weer eenvoudig te scoren.

Lull & Hinderman hebben vooral aandacht voor het publiek (het is hun norm die wordt overtreden), de sociologie van de direct betrokkenen bij een schandaal en de kwaliteiten van het ‘verhaal’. In de analyse missen journalistieke factoren: werkwijze, ideologie, cultuur, praktijk. Zitten die factoren echt alleen maar in de verhaalkwaliteiten van het schandaal zelf? Ik denk dat er ook journalistieke afwegingen worden gemaakt die bepalen wanneer een verhaal een verhaal blijft – en wanneer een schandaal. En als we dan toch al aan het voorsorteren zijn – welke rol spelen politieke factoren (cultuur, psychologie, polarisatie, communicatie) een rol bij politieke schandalen?

Publieke opinie, politieke communicatie en journalistieke cultuur zijn volgens mij de minimale bouwstenen voor de analyse van een politiek schandaal. In welke verhouding precies, is weet ik nog niet. Je zou een schandaal kunnen samenvatten als politieke communicatie horribly gone wrong, als een natie op heterdaad betrapt of als de waakhond van de democratie die doorbijt, tot op het bot. Alle drie de omschrijvingen leveren in ieder geval een completer startpunt op dan een norm die publiekelijk wordt gecommuniceerd en een bepaalde verhaalkwaliteit heeft. Dat klinkt mij vooralsnog te vaag.

Foto: still uit All the president’s men

Reacties zijn uitgeschakeld