Thoenes en Berkhout preken voor eigen parochie in Elsevier

ANALYSE - Vanaf nu zullen we af en toe de uitstekende stukken van het Klimaatveranderingsblog van Bart Verheggen, Jos Hagelaars, Hans Custers en Bob Brand overnemen alhier. Deze stukken verdienen meer aandacht. Met stevige wetenschappelijke onderbouwing scheiden ze zin en onzin in het klimaatdebat. De eerste bijdrage die we overnemen is van Hans Custers.

De Global Warming Index: verloop van de mondiale temperatuur (in zwart en rood) en van menselijke (geel) en natuurlijke (blauw) factoren die het klimaat beïnvloeden


Ooit, jaren geleden, las ik vrijwel elke dag wel een verhaal van iemand die de menselijke invloed op het klimaat, of de wetenschap daar achter, bestreed. Dat was best leerzaam. Niet omdat er zo veel bruikbare informatie in die verhalen stond, maar omdat ik allerlei beweringen uit dat stuk ging controleren op waarheidsgehalte, logica, consistentie en wetenschappelijke onderbouwing. Natuurlijk bleef er van al die beweringen dan maar bar weinig overeind. En al factcheckend kwam ik beetje bij beetje meer te weten over het klimaat en begon ik ook wat te begrijpen van de wetenschap op dit onderwerp.

Na een tijdje begon die leermethode steeds minder goed te werken. Er bleven steeds minder dingen over om te checken, omdat ik ze allemaal al een keertje had gezien. Wel begon ik nu te leren hoe de mensen die zichzelf “sceptisch” noemen zich gedragen in discussies over het klimaat. Ze blijven simpelweg steeds nagenoeg hetzelfde repertoire aan beweringen en claims herhalen, zonder ooit serieus in te gaan op tegenargumenten. Waar ze vaak zeggen dat ze discussie willen, zijn ze in de praktijk juist steeds weer bezig met het ontwijken daarvan. Wat lijkt op een discussie is in werkelijkheid niet meer dan een eindeloze herhaling van (min of meer) dezelfde claims en weerleggingen. Een schijndebat. Van echte scepsis – niet alles wat er wordt gezegd klakkeloos voor waar aannemen – is ook geen sprake. Dit is pseudoscepsis: alles wat in strijd is met de vooraf bepaalde mening wordt niet alleen afgewezen, men neemt zelfs niet de moeite om er serieus naar te kijken. En wat wel overeenkomt met de eigen mening wordt kritiekloos omarmd.

Hoewel ik in de loop der tijd wel wat geleerd heb over pseudoscepsis, echt begrijpen doe ik het niet. Het lukt me niet om me echt te verplaatsen in iemand die wel een discussie zegt te willen voeren, maar nooit de moeite neemt om argumenten van anderen echt te onderzoeken. Omdat het natuurlijk nooit lukt om die ander te overtuigen als je je niet in zijn argumenten verdiept. Maar ook omdat het onderzoeken van tegenargumenten zo’n goede manier is om de eigen mening aan te scherpen en zo nodig bij te stellen.

Mijn onbegrip van pseudoscepsis steeg naar nieuwe hoogten toen ik het – nota bene prominent op de voorpagina aangekondigde – opiniestuk van Guus Berkhout en Dick Thoenes in Elsevier Weekblad (betaalmuur) van 13 oktober las. Deze emeritus hoogleraren lijken zo’n beetje alle wetenschappelijke kennis over het klimaat, samen met de overwegingen van energiedeskundigen en –bedrijven en van economen en beleidsmakers die zich bezighouden met de energietransitie of het klimaat, op één grote hoop te gooien: die van het milieuactivisme. Wel zo makkelijk; dan hoeven ze zich er niet echt in te verdiepen om toch vast te kunnen houden aan de overtuiging dat ze het zelf allemaal veel beter weten. Het gevolg is dat ze nogal druk zijn met het weerleggen van beweringen die geen zinnig mens ooit zal doen.

Als ik een manier zou weten om tot een zinnig, constructief gesprek te komen met deze heren, dan zou ik het zeggen. Maar ik heb werkelijk geen idee hoe dat zou moeten. Er zit daarom weinig anders op dan nog maar weer eens ingaan op de inhoudelijke missers in het stuk van Berkhout en Thoenes (hierna: B&T). Misschien is dat ook wel preken voor eigen parochie. Maar dan nog lijkt het me zinvol om, met onderbouwing, aan te geven waar ze de plank misslaan. Met daarbij de kanttekening dat het onbegonnen werk is om op alle onjuistheden en drogredenen in te gaan. Ook met het beperkte aantal punten dat ik er uit pik zal dit stuk al wel weer veel langer worden dan eigenlijk mijn bedoeling was. Wie liever een wat kortere respons leest: de column hierover van Rosanne Hertzberger in het NRC van afgelopen zaterdag kan ik van harte aanbevelen.

Klimaatzones

B&T schrijven:

De wereld kent veel sterk verschillende klimaatregio’s. Die hebben allemaal een CO2- concentratie van ongeveer 0,04 procent, maar het klimaat aldaar toont grote onderlinge verschillen. Er moeten dus andere factoren in het spel zijn dan de hoeveelheid CO2 die ervoor zorgen dat die verschillen optreden. De geschiedenis van onze planeet bevestigt dat op vele manieren.

Het bestaan van verschillende klimaatzones (of klimaatregio’s zoals B&T schrijven) zou op één of andere manier bewijs zijn tegen het klimaateffect van CO2. Je reinste kolder, natuurlijk. Geen enkele klimaatwetenschapper heeft ooit beweerd dat CO2 ervoor zorgt dat er verschillende klimaten voorkomen op aarde. Dit is monocausaal drogredeneren in zijn meest extreme vorm: omdat andere factoren op één of andere manier meespelen in het klimaat, kan CO2 dus onmogelijk ook een relevante factor zijn. De realiteit: naast CO2 spelen ook allerlei andere factoren mee en daar wordt in alle klimaatonderzoeken (en zeker ook in de rapporten van het IPCC) rekening mee gehouden.

(Misschien een beetje flauw, maar ik kan het niet laten om het even te melden: de allesbepalende factor volgens B&T, de zon, is net zomin oorzaak van het bestaan van klimaatzones als het broeikaseffect. Want zoals overal ter wereld de broeikasgasconcentraties nagenoeg hetzelfde zijn, schijnt ook overal ter wereld dezelfde zon. Klimaatzones ontstaan eerst en vooral omdat de aarde rond is, waardoor de zon niet overal even hoog aan de hemel staat.)

Natuurlijke en menselijke invloed

B&T:

Er zijn steeds meer harde aanwijzingen dat niet de mens, maar de natuur het aardse klimaat regelt, al miljoenen jaren. Met de zon in de hoofdrol.

Nog zo’n monocausale drogreden: omdat er in het verleden natuurlijke klimaatveranderingen waren, kan de mens geen invloed hebben. Alsof een advocaat een moordverdachte probeert te verdedigen met de opmerking dat mensen al vele duizenden jaren een natuurlijke dood sterven en dat moord dus uitgesloten is. Met logica heeft het allemaal niks te maken. Met wetenschap nog minder.

Simpelweg suggereren dat iets natuurlijk is, is ook helemaal geen wetenschappelijke verklaring. Het klimaat wordt niet zomaar warmer: de enorme hoeveelheid energie die daarvoor nodig is moet ergens vandaan komen. Ook natuurlijke veranderingen hebben oorzaken en ook die worden door klimaatwetenschappers onderzocht. De wetenschap die in staat is om aanwijzingen voor klimaatveranderingen in het verleden te interpreteren en die veranderingen te verklaren is precies dezelfde wetenschap die op de huidige menselijke invloed wijst. Ofwel: de menselijke invloed volgt uit wetenschap die alle factoren die van invloed zijn op het klimaat op een consequente en consistente manier meeneemt en op die manier zowel de huidige opwarming als klimaatveranderingen uit het verleden kan verklaren.

De zon

schommelt wel een beetje (bijvoorbeeld gedurende de bekende cyclus van ongeveer 11 jaar) en daar houdt de klimaatwetenschap dan ook rekening mee, maar heel veel stelt dat niet voor. Sinds midden vorige eeuw is de activiteit van de zon afgenomen en we zitten bijna de hele 21e eeuw al in een behoorlijk zwakke zonnecyclus. De mondiale temperatuur trekt zich daar niet veel van aan: die is gewoon blijven stijgen. Zie bijvoorbeeld de afbeelding bovenaan dit stuk van de Global Warming Index en de grafiek hieronder. Voor een kort overzicht van het effect van de zon en andere factoren die van invloed zijn op het klimaat: zie mijn blogstuk van afgelopen zomer, gebaseerd op een serie tweets van Katherine Hayhoe.

Verloop van temperatuur, CO2-concentratie en zonne-activiteit. Bron: World Climate Widget (Bernd Herd / Stefan Rahmstorf)

Cycliciteit

B&T:

Nu zijn we beland in een extreem warme periode. Bijna al het ijs is gesmolten en de Noordzee is weer volgelopen. Maar dat is tijdelijk. Daarna komt de volgende ijstijd. Precies volgens het patroon van de grote cycli in het zonnestelsel.

Hier lijken B&T een automatisch ingebouwde cycliciteit in het klimaatsysteem aan te nemen. Het komen en gaan van ijstijden worden getriggerd door wijzigingen in de baan van de aarde om de zon en versterkt door de af- en toename van de concentratie van de broeikasgassen in de atmosfeer en de reflectiviteit van het oppervlak, met name door ijsbedekking. De laatste paar miljoen jaar volgde dat inderdaad een cyclisch patroon. Echter in de vele miljoenen jaren daarvoor niet zoals de paleoklimatologie ons laat zien. De oorzaak van dat cyclische patroon van de ijstijden is echter steeds een verandering in de energiebalans van de aarde. Dit keer verstoren wij mensen met onze broeikasgasemissies deze energiebalans met als gevolg de recente opwarming. Een lange trend van afkoeling, die wellicht uiteindelijk geresulteerd zou hebben in een nieuwe ijstijd, hebben wij daarmee doorbroken. Met een ”patroon van grote cycli in het zonnestelsel” heeft het allemaal niks te maken.

CO2 in atmosfeer en oceanen

In het verhaal dat B&T ophangen over het evenwicht van CO2 tussen atmosfeer en oceaan raken ze de draad nog verder kwijt. Ze beweren dat door het natuurkundige evenwicht tussen CO2 in oceanen en de atmosfeer 98% van alle CO2 op zou lossen in de oceanen. Vermoedelijk verwarren ze hier het evenwicht (dat wel degelijk bestaat) tussen in de oceanen opgelost en atmosferisch CO2, met de verhouding tussen de totale hoeveelheid koolstof in de oceanen en de atmosfeer. Want die laatste verhouding is wel ongeveer 98:2. En ergens speelt het evenwicht dat ze noemen wel weer mee in de verdeling van koolstof tussen oceaan en atmosfeer, maar het is maar een klein onderdeeltje van een complex aan fysische, chemische en biologische processen, die zich voor een belangrijk deel afspelen op tijdschalen van eeuwen tot millennia. De verhouding 98:2 heeft bar maar weinig relevantie voor het huidige klimaat of voor wat er in de komende eeuw zou kunnen gebeuren, maar B&T doen alsof alles hier om draait.

Hier volgt, in het kort, hoe het werkelijk zit. Menselijke activiteiten voegen extra CO2 toe aan de natuurlijke koolstofcyclus. Volgens wetenschappelijk onderzoek wordt ongeveer de helft van die extra CO2 opgenomen door de biosfeer op land en door de oceanen. De rest blijft langere tijd in de atmosfeer. Dat stemt in grote lijnen overeen met de kennis van de fysica en de biologie en met de cijfers die er zijn over menselijke CO2-emissies en waar dat CO2 gebleven is.

Als B&T gelijk zouden hebben en 98% van alle CO2-emissies zou door de oceaan worden opgenomen, dan vallen er ineens enorme gaten in de CO2-boekhouding. Hoe kan de atmosferische concentratie in de afgelopen anderhalve eeuw gestegen zijn van 270 naar 400 ppm als nog geen 2% van onze emissies in de atmosfeer is gebleven? Dat zou alleen kunnen als er, precies vanaf het moment dat de mens op grote schaal fossiele brandstoffen ging gebruiken, een onbekende, zo’n 25 keer grotere bron van CO2 actief was geworden. En bijna al die CO2 zou de oceaan in zijn gegaan, en daar naar totaal onvindbare plekken zijn verdwenen. En daar houdt het nog niet eens op. T&B schrijven namelijk dit:

Veronderstel dat het de mensheid zou lukken om het komende jaar wereldwijd 1 gigaton CO2 uit de atmosfeer te houden, dan zullen oceanen het natuurlijk evenwicht herstellen en 98 procent van die reductie weer in de atmosfeer brengen.

Het “natuurlijk evenwicht” gaat hier ineens – ik kan het in elk geval niet anders lezen – niet meer over concentraties of over de verhouding van hoeveelheden in atmosfeer en oceaan, maar over CO2-emissies! Een mysterieus mechanisme zou er voor zorgen dat de oceanen vanzelf CO2 gaan emitteren zodra wij onze emissies terugbrengen. Hoe ze hier op komen weet ik niet; misschien verwarren ze emissies met concentraties. Want als we niet alleen emissies terug zouden brengen, maar via geo-engineering ook actief de atmosferische concentratie naar beneden zouden brengen zou er inderdaad CO2 vrijkomen uit de oceanen en de biosfeer op land. Lang geen 98%, maar wel genoeg om rekening mee te houden. Dat is nou eenmaal het gevolg van het feit dat de natuur al anderhalve eeuw zo vriendelijk is geweest om ongeveer de helft van onze emissies op te nemen. Bijkomend voordeel zou zijn dat we hiermee de oceaanverzuring terug zouden draaien, wat gunstig uit zou kunnen pakken voor het zeeleven.

Waarnemingen versus modellen

Bij het Elsevier-stuk staat een grafiek waarin temperatuurmetingen van satellieten en weerballonen worden vergeleken met berekeningen van klimaatmodellen, met als bronvermelding John Christy. (Bij de grafiek in Elsevier staat een uitdrukkelijke vermelding van copyright en eerdere ervaringen leren dat Elsevier niet bepaald soepel is op dit punt. Daarom plaats ik hier geen kopie van die grafiek.) Christy en zijn collega van de Universiteit in Huntsville, Alabama, Roy Spencer hebben in de loop der jaren een aantal van dergelijke grafieken geproduceerd, waarbij ze steevast een flinke serie trucs gebruikten om verschillen enorm uit te vergroten. Deze grafiekengoochelarij is in 2014 al uitgebreid door Jos beschreven en in 2016 door Gavin Schmidt op RealClimate.

Ik ga hier niet op alle details in, maar beperk me tot enkele direct in het oog springende punten. Ten eerste: de recente, stuk voor stuk warme jaren vanaf 2015 zijn weggelaten uit de metingen in de Elsevier-grafiek. En van de temperatuurpieken van de El Nino’s van 1998 en 2010 is in het Elsevier-plaatje niets te zien. Het is allemaal nogal mistig en wat het extra mistig maakt is Christy en Spencer nooit een behoorlijke toelichting hebben gegeven op hun grafieken. Hoe ze er voor zorgen dat modelresultaten echt vergelijkbaar zijn met de bewerkte satelliet- en ballonmetingen leggen ze bijvoorbeeld nergens uit. Uiteindelijk weten we niet veel meer dan dat ze “iets met satellieten” en “iets met ballonnen” vergelijken met “iets met modellen”. Voor B&T is dat blijkbaar goed genoeg. Scepsis is in geen velden of wegen te bekennen als het plaatje het gewenste beeld oplevert.

Klimaatmodellen zijn niet volmaakt en geen enkele klimaatwetenschapper zal het tegendeel beweren. Veel klimaatonderzoek concentreert zich net op de verschillen tussen modellen en waarnemingen. Klimaatwetenschappers kennen de beperkingen en onzekerheden van modellen uitstekend en ze houden daar ook rekening mee. Modellen zijn wel degelijk nuttig en als ze met waarnemingen worden vergeleken doen ze het helemaal niet slecht. Modelberekeningen van James Hansen van 30 jaar geleden blijken bijvoorbeeld behoorlijk accuraat te zijn geweest. En ook recentere simulaties komen goed overeen met waarnemingen, zo blijkt uit updates die Gavin Schmidt met enige regelmaat op Twitter plaatst.

Vergelijking van modelprojecties van het CMIP3 project uit 2000 met waarnemingen. Bron: Gavin Schmidt op Twitter

Korte notitie voor de lezer

Ik ben nu op ongeveer een derde van het stuk van B&T. Omdat dit een blogstuk moet worden en geen boek en omdat het ook niet de bedoeling is hier een dagtaak voor lezers van te maken ga ik maar eens wat vaart maken. Dat komt ook wel goed uit, want het in resterende deel van het verhaal van B&T bevat wat minder onjuistheden en drogredenen over wetenschap. Waarmee ik overigens niet wil zeggen dat de kwaliteit van het geschrevene ook beter is.

Goed voor de plantjes

Een klassieker uit het pseudosceptische standaardrepertoire: CO2 is goed voor planten. Een waarheid als een koe, maar ook een forse versimpeling van hoe biologie in de echte wereld werkt. Een hogere CO2-concentratie kan zo hier en daar best positief uitpakken, maar een ijzeren wet is het niet. En er is al helemaal geen reden om aan te nemen dat eventuele gunstige effecten de nadelen van veranderingen van het klimaat zullen compenseren.

B&T beweren ook nog eens dat meer CO2 zorgt voor het behoud van een zuurstofrijke atmosfeer. De realiteit: het zuurstofgehalte in zowel de atmosfeer als de oceanen daalt. Niet dat we bang moeten zijn dat er binnenkort niet genoeg over is om te kunnen ademen, maar ook hier blijkt weer dat B&T maar wat roepen. Voor sommige delen van de oceaan zou dat dalende zuurstofgehalte op termijn wel problemen op kunnen leveren.

Wind en zon

Nog zo’n klassieker: wind- en zonne-energie zijn niet alleenzaligmakend en dus waardeloos (de Nirvana fallacy). B&T trappen ook nog eens een open deur in met de constatering dat windmolens niet altijd op volle capaciteit draaien. Alsof degenen die zich met de ontwikkeling van windenergie bezighouden dat nog niet zouden weten. De realiteit is dat op dit moment op heel veel plekken ter wereld in wind- en zonne-energie wordt geïnvesteerd omdat het een efficiënte manier is om in de bestaande energie-infrastructuur de CO2-emissies te reduceren. Wind en zon zijn daarmee deel van de oplossing, maar dat betekent nog lang niet dat ze de hele oplossing zijn.

B&T vallen er ook nog over dat de overheid kosten voor zijn rekening neemt voor infrastructuur die nodig is voor windparken op zee. Terwijl het heel normaal is dat de overheid investeert in allerlei soorten infrastructuur: wegen, havens, spoorwegen, leidingen, enzovoort.

Een Nederlandse aangelegenheid?

B&T suggereren meermaals dat de aandacht voor klimaatverandering, of voor het reduceren van CO2-emissies, een typisch Nederlandse kwestie zou zijn. Blijkbaar hebben ze het nieuws over het klimaatakkoord van Parijs van 2015 gemist.

Retoriek en verdachtmakingen

Er is wel iets dat B&T uitstekend beheersen: de ronkende retoriek die we ook kennen van veel pseudosceptische websites. Het gaat over “doemscenario’s”, CO2 als “heilige graal”, er is van alles “taboe” en natuurlijk ontbreken de verdachtmakingen ook niet: “misleiding”, “sjoemelknoppen” en er wordt informatie “onder de pet gehouden”. Merkwaardig is wel dat dat “onder de pet houden” zou blijken uit publicaties van overheidsdiensten als het CBS en de Rekenkamer. Alleen in een parallel universum waar logica er niet meer toe doet kan een overheid informatie tegelijkertijd publiceren en toch onder de pet houden. Ontwikkelingen in nucleaire technologie zouden taboe zijn in Nederland volgens B&T. Waarschijnlijk denken ze daar in Delft of in Petten anders over.

Adaptatie

We moeten inspelen op veranderingen van het klimaat, menen B&T. Daar valt weinig tegenin te brengen, want we hebben de komende tijd nog zeker een halve tot een hele graad opwarming tegemoet. Ook als we er alles aan doen om de broeikasgasemissies wereldwijd in de komende decennia flink terug te brengen. Het lijkt me wel bijzonder verstandig om bij dat inspelen op klimaatveranderingen uit te gaan van de wetenschap en niet van de drogredenen en holle retoriek van lieden als B&T.

  1. 1

    Prima initiatief!

    On: Ik vraag me af of B&T via hun dolle ontkendiarree dat puntje over klimaatzones zelf hebben verzonnen. Dat is ook wat waard, want verder is het gewoon een lijst die we kennen uit de sprookjesbingo. Halve ster/5.

  2. 2

    Klimaatzones ontstaan eerst en vooral omdat de aarde rond is, waardoor de zon niet overal even hoog aan de hemel staat.

    Wil je mij dit uitleggen, Hans? Volgens mij ontstaan klimaatzones door de kanteling van de aarde, waardoor je naarmate je noordelijker of zuidelijker komt meer seizoenswerking hebt. De oceanen fungeren daarbij als stabilisator (golfstroom), waarbij opgemerkt moet worden dat we momenteel een ideale landmassa verdeling hebben. Pangea was minder ideaal.

  3. 3

    @2

    Een vierkante meter aardoppervlak in de tropen ontvangt meer zonlicht dan een vierkante meter aardoppervlak verder noord- en zuidwaarts. Daarom zijn de tropen warm en de polen koud. En dat is de belangrijkste oorzaak van het bestaan van klimaatzones.

    Andere zaken (bijvoorbeeld onderscheid land en oceaan en de kanteling van de aardas) hebben ook nog wel wat invloed, maar de ongelijke verdeling van zonlicht over het aardoppervlak is de belangrijkste factor.

  4. 4

    @2: “De oceanen fungeren daarbij als stabilisator (golfstroom), waarbij opgemerkt moet worden dat we momenteel een ideale landmassa verdeling hebben. Pangea was minder ideaal.”
    Ik ben benieuwd naar onderbouwende linkjes. Ik heb het idee dat het tegenovergestelde waar is.

  5. 5

    @4

    Misschien vreemd voor je, maar dat is wat ik zelf denk. Door de splitsing van de landmassa zijn de landmassa’s beter verdeeld over de aardbol. Daarmee zijn de oceanen ook gesplitst die voor de warmte afvoer naar de polen zorgen. Een groot landoppervlak houdt warmte juist vast. En dat klopt ook, Pangea had een enorme woestijn waar weinig te beleven viel.

  6. 6

    @5: Dat is niet vreemd voor me, dat was eigenlijk precies wat ik al dacht, daarom vroeg ik ook naar onderbouwing, want het is pure fantasie:

    “Scientists also found evidence of global cooling through the separation of Australia and Antarctica and the formation of the Antarctic Ocean. Ocean currents in the newly formed Antarctic or Southern Ocean created a circumpolar current.[33] The creation of the new ocean that caused a circumpolar current eventually led to atmospheric currents that rotated from west to east. Atmospheric and oceanic currents stopped the transfer of warm, tropical air and water to the higher latitudes. As a result of the warm air and currents moving northward, Antarctica cooled down so much that it became frigid.”

  7. 7

    @Lutine: met wat middelbare school-wiskunde kun je zelf uitrekenen op welke breedtegraad welk % zonlicht wordt ontvangen. Begin met de kracht van de zon: 342 W/m2. Schijnt de zon dus loodrecht op de evenaar dan ontvangt een vierkante meter tropen 342 watt. Maar op een stuk verder noordelijker is het vlak waarop de zon schijnt dan “schuin”, ofwel een groter oppervalk ontvangt diezelfde hoeveelheid. Reken je dat terug naar een maat per vierkante meter, dan is de ontvangen zonneschijn cos(breedtegraad)* 342 W/m2.

    Maar de aarde is gekanteld, dus de zon staat soms loodrecht boven een andere breedtegraad. Als P die breedtegraad is, dan wordt het dus de cos(breddtegraad +- P).

    Dat is voor de zon in het zenith, maar we willen de gemiddelde energie voor de hele dag weten – dat is een integraal over een ellips, en vervolgens moeten we nog het jaargemiddelde uitrekenen- ook dat is een integraal.

    Het is even werk, maar dan heb je ook wat.

  8. 8

    @7

    Ik heb mijn dwaling reeds ingezien. Hoe de aarde om de zon draait dat moet ik mij verbeelden. Dan is het logisch dat rond de evenaar meer watt/m2 wordt ontvangen. De zon schijnt er inderdaad rechter op. De kanteling draagt er maar in geringe mate aan bij.

    Maar omdat mijn schooltijd al heel lang terug is en ik weet dat de seizoenen veroorzaakt worden door de kanteling maakte ik een denkfout.

    Overigens heb ik het artikel van Thoenes en Berkhout inmiddels gelezen en de heren zetten de lezer ook op soortgelijke wijze op het verkeerde been. En dat is door zaken voor te schotelen welke op het eerste gezicht logisch lijken.

  9. 9

    @7:

    Maar op een stuk verder noordelijker is het vlak waarop de zon schijnt dan “schuin”, ofwel een groter oppervalk ontvangt diezelfde hoeveelheid.

    Dat klopt een andere belangrijke reden voor de afname van het aantal W/m2 is dat zonne-energie een veel grotere afstand door de atmosfeer moet afleggen en er daardoor meer zonne-energie door de atmosfeer geabsorbeerd wordt.

  10. 11

    @10: Nee ik bedoel dat er minder energie die bodem bereikt anders zouden bijvoorbeeld zonnepanelen in de winter als de zon schijnt net zo veel energie moeten opleveren als in de zomer als je de hoek van de panelen aan past.

  11. 12

    @11: Eh, dat is feitelijk ook het geval. Er zijn alleen twee problemen: De hellingshoek van de meeste zonnepanelen op daken worden niet per seizoen aangepast en in de winter schijnt de zon gewoon veel minder (in Maastricht bv. is de verhouding zonuren juli:december ongeveer 4,5:1 en zoals je hier kunt zien is de opbrengstverhouding voor die twee maanden ongeveer 4:1). Verder gaat het hier niet over zonnepanelen maar het bodemoppervlak. En dat bodemoppervlak waarover de zonnestralen zich moeten verdelen is wel degelijk de belangrijkste factor in de temperatuurverschillen tussen breedtegraden. De hoeveelheid atmosfeer waar de zon doorheen moet is een secundaire factor (maar bijvoorbeeld wel van belang voor het aantal zonuren en dus de zonnecelopbrengst, want meer atmosfeer betekent ook een grotere kans op een wolk, berg, flat of ander object te botsen, voor het paneel bereikt wordt).

  12. 14

    @Hans Cuysters: waarom staat in de tweede grafiek het aantal zonnevlekken ingetekend met een gele lijn?
    Het voegt niets toe en er is geen derde Y-as waarop het aantal zonnevlekken is uitgezet.

  13. 15

    @14

    Link naar de maker van die grafiek staat erbij. Ik zou zeggen: vraag het hem. Of zie de toelichting hier.

    Het klopt inderdaad dat de afname van de zonne-activiteit sinds midden vorige eeuw niet zo goed te zien is. Omdat die zonne-activiteit proportioneel (als je kijkt naar het aantal Watt per vierkante meter aardoppervlak) met de toegenomen CO2-concentratie is weergegeven. Ofwel: het te verwachten afkoelende effect als gevolg van de afgenomen zonne-activiteit is gering t.o.v. het opwarmende effect van het versterkte broeikaseffect.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren