Thema Kennis

De wetenschap heeft behoefte aan twijfelaars

OPINIE - Wie het hardste schreeuwt, krijgt de meeste aandacht. Wie blijft twijfelen raakt ondergesneeuwd. Toch zouden wetenschappers meer moeten twijfelen, vindt sociaal wetenschapper Jaap Bos.

Wetenschappers moeten zich regelmatig weren tegen twijfels van buitenaf. Wordt klimaatverandering echt door de mens veroorzaakt? Is genetisch gemodificeerd voedsel echt veilig? Zijn alternatieve geneeswijzen echt niets meer dan een placebo-effect? Wetenschappers zouden maar wat graag absolute zekerheden, of zelfs ‘waarheden’ tegenover deze twijfels zetten. Maar absolute zekerheid is in de wetenschap geen haalbare kaart. Sociaal wetenschapper dr. Jaap Bos (UU) ziet het niet eens als wenselijk. Niet zekerheid, maar twijfel is een deugd.

Absolute zekerheid is in de wetenschap geen haalbare kaart

Het idee dat de wetenschap absolute zekerheden zou leveren werd al in de eerste helft van de twintigste eeuw ontmanteld door de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein. Voor Wittgenstein leiden “zekerheden” onvermijdelijk tot twijfels.

Rabbijn van de Kamp moet beter leren godwinnen

OPINIE - Er vallen ongetwijfeld goede argumenten te geven voor het behoud van het recht op rituele slacht.

Argumenten over een afweging van grondrechten en hoe wezenlijk religie is voor de identiteit van haar aanhangers; argumenten dat rituele slacht slechts een fractie vormt op de totale bio-industrie; technische uiteenzettingen over hoeveel lijden er nu werkelijk met rituele slacht gepaard gaat in verhouding tot slachtmethoden waarbij een dier vooraf verdoofd wordt met een stroomstoot of gedood met een pin door de schedel; dat zijn stuk voor stuk legitieme wegen om te betogen dat een verbod op halal of koosjer slachten wel een sympathiek idee lijkt, maar dat de voordelen niet opwegen tegen de nadelen.

Rabbijn Lody van de Kamp komt met een andere invalshoek, namelijk dat het voorstel om rituele slacht te verbieden functioneel antisemitisch is. Jammer genoeg vergaloppeert hij zich daarbij in reductiones ad hitlerum.

Hulspas weet het | Zinloze doden zijn een voetnoot

COLUMN - Het meest opmerkelijke aan de Spaanse Griep is dat deze dodelijke epidemie, die naar schatting vijftig miljoen slachtoffers maakte, zo volledig vergeten kon raken. Er is ongeveer een metertje serieuze literatuur over geschreven, maar dat haalt natuurlijk niet bij de kilometers die er geschreven zijn over de Eerste Wereldoorlog – vlak daarvoor, en maar zevenentwintig miljoen doden. Het een is een voetnoot geworden bij het ander – qua aantal slachtoffers zou het andersom moeten zijn. De Eerste Wereldoorlog als pijnlijke politieke vergissing in de jaren voordat de échte ramp zich voltrok.

Maar echt gek is deze vergeetachtigheid natuurlijk ook niet. Want de Spaanse Groep kende geen helden, gestorven voor het vaderland. Die vijftig miljoen stierven voor niks. Ze hadden geen idee waarom. En ook de wetenschap weet het eigenlijk niet.

Goede redenen om ernaast te zitten

Wie ongelijk heeft, wordt vaak vergeten. Wie kent Jan Swammerdam en zijn theorieën nog? In zijn tijd waren zijn ideeën echter helemaal niet zo gek, betoogt filosoof Han Thomas Adriaenssen.

Veel van de vroeger gangbare wetenschappelijke ideeën zijn inmiddels achterhaald en uit de lesboeken verdwenen. Voor filosoof dr. Han Thomas Adriaenssen (RUG) is dat geen reden om zulke vergeten theorieën niet meer te bestuderen. Hadden aanhangers destijds goede redenen voor zulke theorieën? En kunnen we daarmee nog iets van hen leren?

Een mooi voorbeeld van zo’n vergeten theorie komt uit de ontwikkelingsbiologie, het vakgebied dat zich bezighoudt met de vorming van organismen tijdens de embryonale ontwikkeling. In de 17e eeuw geloofden veel biologen dat organismen ontstonden uit miniatuur-versies van zichzelf. De ontwikkeling van een mens begint volgens deze ‘preformatietheorie’ met een minuscuul mensje waar alle structuren van een volwassen mens al in zitten. Tijdens de ontwikkeling groeit dit miniatuur-mensje uit tot een volwaardig organisme. In de meest extreme versie van de preformatietheorie werden alle miniatuur-organismen van alle generaties al bij de schepping gevormd. Het eerste vrouwelijke individu van elke soort bevatte al miniatuur-versies van alle volgende generaties.

Hulspas weet het | Hawking deed het voor ons allemaal

COLUMN - Het had allemaal iets aandoenlijks, het afscheid nemen van Stephen Hawking. Aandoenlijk, die intense behoefte aan heldenverering die ineens naar boven kwam. Een groot wetenschapper was heengegaan. We lazen hoe diepzinnig hij was, hoe zwaar hij het had gehad met zijn ziekte, zijn vrouwen, zijn gecomputeriseerde stem – hoe grappig hij wel niet was en vooral: hoe beroemd. Vooral dat laatste.

Gevraagd naar zijn inhoudelijke bijdrage aan de wetenschap, zal Hawking de geschiedenis ingaan als de man die ontdekte dat zwarte gaten straling uitzenden. Ten onrechte. De ontdekking van deze ‘Hawkingstraling’ valt eigenlijk toe aan de russen Zel’dovich en Starobinsky. En toen Hawking hierover publiceerde, stonden er boven het artikel nog drie coauteurs. Zijn bijdrage mag bescheiden heten. Maar de Britse media besloten al snel dat dit a British invention was. Hawking werd naar voren geschoven als de nieuwe Newton. Geniaal. Onbereikbaar. Bovenmenselijk. De man die God in een formule kon vangen. En hij vond het heerlijk. De daaropvolgende 45 jaar heeft hij vooral genoten van dat voetstuk, van de media-aandacht en alles wat daarbij kwam kijken. Hij werd de ster waar de wereld behoefte aan had.

Een taalkundige die de macht van het grote getal misbruikt

ACHTERGROND - In het nieuws dook hij de afgelopen weken weer op: een van wat mij betreft de meest bedenkelijke figuren in het toch al zo bedenkelijke politieke spel dat in Amerika wordt gespeeld is iemand die van huis uit taalwetenschapper is. Robert Mercer staat nu in het nieuws als de baas van Cambridge Analytica, het bedrijfje dat 50 miljoen Facebook-profielen opvroeg en analyseerde om zo samen met Steve Bannon de Amerikaanse presidentsverkiezingen te beïnvloeden.

In 2014 won Mercer de ‘lifetime achievement’-prijs van de Association for Computational Linguistics (ACL), de belangrijkste vakorganisatie op dit deelgebied van de taalwetenschap. Zoals het juryrapport toen vermeldde, was hij in de jaren zeventig en tachtig een van de pioniers van het ‘big data’-onderzoek naar computertaalkundige toepassingen: het verzamelen van enorme hoeveelheden taalgegevens en die statistisch analyseren zonder veel ingebouwde vooronderstellingen over hoe taal werkt. Het is de technologie die Google bijvoorbeeld uiteindelijk succesvol zou toepassen voor Google Translate, zoals Antal van den Bosch vorig jaar uitlegde in dit filmpje. Het is, als ik het goed zie, ook anderszins de meest succesvolle technologie waar het erom gaat computers met taal te laten omgaan.

Is het Nederlands de eigen taal van alle Nederlanders?

ACHTERGROND - “De eigen taal is bij uitstek het instrument voor het denken”. Wie zoiets schrijft in een pleidooi tegen het Engels in het hoger onderwijs – de classicus Anton van Hooff deed het deze week in Trouw – kan in bepaalde kringen kennelijk op bijval rekenen. Terwijl het een ui is van dubieuze aannamen.

De eerste rok: dat taal uberhaupt een ‘instrument’ is voor het denken. Het is een zeventiende eeuws idee: je leert een taal heel grondig, en dan kun je vervolgens heel scherp denken. Soms wordt dat ook gebruikt als argument voor de standaardtaal: iemand die zegt “ik ben groter als jij” is een slordige denker, want die ziet de verhoudingen niet scherp.

Ik heb nog nooit bewijs voor die stelling gezien. Er is natuurlijk een correlatie tussen het niveau van iemands opleiding en diens beheersing van de standaardtaal, en een correlatie tussen opleiding en het vermogen om analytisch na te denken, maar dat betekent nog niet dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen standaardtaal en denken, laat staan een causale relatie. Wel is er mogelijk een verband tussen het feit dat de mens taal heeft en dat de mens allerlei vrij ingewikkelde gedachten kan hebben die apen niet hebben – maar dat lijkt dan te gaan over taal in het algemeen, niet over specifieke standaardtalen. En vrijwel iedere mens heeft wel een taal.

Hulspas weet het | Uw levenseinde uitgerekend

COLUMN - Als er één medisch vakgebied is waar men de vergrijzing met grote zorg op zich af ziet komen, dan is het wel de oogheelkunde. Ouderdom komt met gebreken en vereist dus berusting, maar het achteruitgaan van de ogen is heel vervelend én gevaarlijk. Een beetje krom, een beetje traag, een beetje doof – je leert er mee leven, is de boodschap. Langzaam blind worden is een ander verhaal. Een schrikbeeld.

Maar ook dat doen bejaarden. En dan vooral doordat een groot deel van hen diabetes type 2 krijgt, wat gepaard gaat met degeneratie van het netvlies. Behandeling is in veel gevallen goed mogelijk, maar dan moet deze ‘diabetische retinopathie’ zo vroeg mogelijk gedetecteerd worden. Regelmatige controle zou ideaal zijn. Aan de patiëntengroep zal het niet liggen, die komt wel – het probleem is de medische capaciteit. Op dit moment besteden oogklinieken (en het enige nog zelfstandige oogziekenhuis in Nederland, in Rotterdam) een groot deel van hun tijd, mankracht en budget aan detectie en behandeling van deze kwaal. En dat is dus nog maar het begin.

Promotie tot probleem

COLUMN - Steeds meer mensen in Nederland schrijven een academisch proefschrift. Er worden in ons land circa 5.000 proefschriften per jaar verdedigd. Dat is ongeveer tweemaal zoveel als in het jaar 2000. Veel van deze promovendi kampen met zware problemen. Een inkijkje in hun situatie.

“Depressie en burn-out zijn schering en inslag.” Afgelopen maand haalden 80 Vlaamse onderzoekers in een open brief in tijdschrift Knack wetenschappelijk onderzoek aan, dat stelt dat 1 op 3 promovendi “mentale welzijnsproblemen riskeert.” Wie promoveert “heeft bijna 2,5 keer meer kans op mentale welzijnsproblemen dan hoogopgeleide mensen die een niet-academische functie uitoefenen.”

Dit strookt met eerdere bevindingen uit verscheidene landen. De geestelijke gezondheid van ongeveer een derde van degenen die werken aan een proefschrift is in gevaar, zo blijkt keer op keer. Dat gaat vaak mis. Vorige maand zei circa 5% van de promovendi aan de Universiteit van Amsterdam met depressie te kampen. Daarnaast had een flink aantal last van angstaanvallen of van een burn out.