Thema Kennis

Goed volk | Een christelijk Boeddhaverhaal

COLUMN - Prins Siddhartha Gautama, de historische figuur waar het boeddhisme op gebaseerd is, leefde een kleine vijfhonderd jaar vóór Jezus van Nazareth in het huidige Nepal. Na zijn dood werden al snel biografieën opgetekend die onderling de nodige verschillen vertoonden maar altijd drie elementen bevatten:

  1. een profetie van astrologen die voorspelden dat Siddhartha óf een groot koning óf een grote heilige zou worden (waarna zijn vader hem opsloot in het paleis),
  2. de tijdelijke ontsnapping uit het isolement op zijn negenentwintigste jaar, waarbij de prins tijdens een rijtoer een oude man, een zieke man en een dode man zag en zo werd geconfronteerd met het leed der aarde dat zijn vader al die tijd voor hem verborgen had gehouden,
  3. de poging van hofdames om hem te verleiden en hem zo van het spirituele pad af te houden.

De laatste vraag?

To arrive at the edge of the world’s knowledge, seek out the most complex and sophisticated minds, put them in a room together, and have them ask each other the questions they are asking themselves.

Deze uitspraak van kunstenaar James Lee Byars is het motto van The Edge, opgericht door uitgever en publicist John Brockman.

Twintig jaar lang formuleerde Brockman een vraag waar wetenschappers, schrijvers, kunstenaars en ondernemers op reageerden. In die twintig jaar leidden 21 vragen tot ruim 2950 essays. Van mensen als Hans Ulrich Obrist (curator Serpentine Gallery, London), Brian Eno (componist, musicus), Alan Alda (acteur, regisseur, schrijver), John Markoff (journalist, Pulitzer Prize-winnaar, The New York Times). Mike Godwin (advocaat, schrijver, jawel, van de Wet van Godwin) tot een groot aantal wetenchappers als Daniel C. Dennett (filosoof), Helen Fisher (biologisch antropoloog), Leonard Susskind (theoretisch natuurkundige), Richard Dawkins (evolutionair bioloog) en Jared Diamond (fysioloog en evolutionair bioloog).

Eén vraag per jaar. Brockman zegt nu door zijn vragen heen te zijn en stelt de laatste:

Ask ‘The Last Question,’ your last question, the question for which you will be remembered.

Brave carrièrewetenschappers: gevaar of onzin?

COLUMN - Wordt de wetenschap voortgedreven door briljante enkelingen met het juiste inzicht? Of juist door de tienduizenden brave wetenschappers die heel precies hun werk doen en daarover keurige artikelen schrijven in ‘top’ journals? Wat is de beste manier om nieuwe wetenschappelijke kennis op te doen?

Niemand weet het natuurlijk – per definitie: zodra je weet hoe nieuwe inzichten verworven moeten worden, verwerf je die inzichten natuurlijk meteen. De organisatie van de wetenschap is dan ook een beetje dubbelhartig: aan de ene kant zitten er natuurlijk overal brave onderzoekers met een vaste baan hun onderzoekjes te doen en wordt de zogenaamd democratisch samengestelde Nationale Wetenschapsagenda leidend. Aan de andere kant zijn er allerlei speciale beurzen, onderscheidingen en prijzen voor eenlingen aan wie we bijzondere kwaliteiten toekennen.

Hulspas weet het | Heerlijk wegdromen bij kleine scheetjes

COLUMN - Het was me het Marsweekje wel! U kunt het onmogelijk hebben gemist: er zijn organische moleculen op Mars! Dus wie weet is er wel leven op Mars! Iedereen was er vol van. In elk geval op de wetenschapsredacties her en der én bij NASA. De aanstichter van al deze heisa.

Wat is er dan ontdekt? Het goede nieuws draaide om een stukje steen dat uit de Marsgrond is gevist door de Marslander Curiosity. Die lander is eigenlijk een grote mislukking want Curiosity moest in de Marsgrond gaan boren. Als er leven is, zo luidt de heilige overtuiging, dan zit dat verborgen in de grond want de zonnestraling aan het Marsoppervlak is niet te harden. Bij gebrek aan atmosfeer. Goed, dus kreeg Curiosity (die al zes jaar op Mars staat) een boor mee. En die brak. Het mogelijke Marsleven was in een KRAK! onbereikbaar geworden. Gelukkig slaagden NASA-nerds erin om die tool toch nog, als een lam armpje, te gebruiken om nét ietsje onder het oppervlak te frotten. En zo kwamen ze aan die steen.

Hulspas weet het | Niks om ziek van te worden

COLUMN - Het gebeurt vaker, ook in ons eigen land, maar een van de grootste gevallen van massahysterie was toch wel op de Palestijnse Westoever in maart 1983. Het begon met een meisje op een school in Arrabah, dat op een gegeven moment opstond van haar stoel, naar het raam liep, en heftig zuchtend klaagde over misselijkheid en ademnood. De klas vroeg zich geschrokken af wat er aan de hand was. Had ze iets verkeerds gegeten? Was het iets in de lucht? Roken ze iets? Kortom, binnen een paar uur vertoonden tientallen meisjes dezelfde symptomen en verschenen er ambulances voor de school.

En dat was zeker niet het slot van het verhaal. In de dagen daarna kwamen de slachtoffers overal vandaan. De Palestijnse autoriteiten beschuldigden de Israëli’s van het gebruik van gevaarlijke strijdgassen. Maar ook Israëlische (vrouwelijke) soldaten klaagden over misselijkheid en ademnood. Uiteindelijk zouden er, in de loop van een aantal weken, bijna duizend mensen opgenomen worden in het ziekenhuis vanwege deze vage klachten. En de oorzaak? Niemand die het weet. Het Amerikaanse CDC deed uitgebreid onderzoek maar kon niks vinden. Slotconclusie: massahysterie. Onbewust kopieergedrag versterkt door de angstige, stressvolle omstandigheden op de West Bank.

Quote du Jour | Wiki-expertise


 

[Angela Nagle’s] expertise on internet culture is seen, from the book’s opening statement of purpose, to be frequently based on the first page of a given Wikipedia entry.

Angela Nagles Kill All Normies (Zero Books, 2017) is in de era-Trump het go-to boek waarmee mensen trachten te begrijpen hoe allerlei obscure subculturen op het internet in elkaar steken. Van Gamergate tot 4Chan, van Kekistan tot Pepe the Frog; en de opkomst van de AltRight – wat is er toch aan de hand?

Nagle werd daarmee een autoriteit om de huidige machistische en racistische tegencultuur op internet te begrijpen. Ze putte voor haar boek uitvoerig uit de research voor haar dissertatie in 2015 over antifeministische en misogyne uitlatingen in de zogeheten ‘manosphere’.

Maar naar nu blijkt knipte-en-plakte ze ook lustig van Wikipedia.

Waar is toch de Rijn?

RECENSIE - ‘Wie echt iets van de Rijn wil weten, móét dit boek lezen!’ Aldus Maarten van Rossum op de omslag van dit boek. Nu is het niet mijn gewoonte te reageren op commerciële blurpjes, en ik weet ook wel dat Van Rossum dagelijks vijf verzoekjes krijgt om ergens iets van te vinden. Maar in dit geval ben ik het met het Utrechtse orakel grondig oneens.

De Rijn. Biografie van een rivier van Martin Hendriksma gaat helemaal niet over de Rijn. Het gaat over van alles en nog wat op en om die rivier, maar die blijft in dit boek zélf de grote onbekende. Hendriksma verwijt de schilder Turner dat hij een reis langs de Rijn maakte maar dat de rivier op zijn schilderijen nauwelijks te vinden is. Dit boek gaat gebukt onder hetzelfde euvel. Hendriksma ziet zó veel leuke dingen dat hij geen oog heeft voor de stroom.

De bioloog die niet wil deugen

Ikzelf, met mijn humboldtiaanse globale ecologische visie en onconventionele werkwijze van blootvoets het nog totaal ongestoorde oerwoud in te trekken om met eigen ogen Moeder Natuur aan het evolutionaire werk te zien, haar op mijn huid te voelen, op te snuiven en te inhaleren, ben als wetenschapper eigenlijk nooit echt au sérieux genomen door het gros van de achter hun bureau gezeten Amerikaanse salonbiologen, eigenlijk al sinds ik in de jaren zeventig van de vorige eeuw mijn eerste veldwerk uitvoerde in het toen nog geheel maagdelijke Surinaamse oerwoud. Dat komt ervan als je je niet ‘bij je leest houdt…

RECENSIE – Marc van Roosmalen is een bijzonder type bioloog. Dat weet iedereen die een beetje bekend is met zijn leven en werk in het Amazonewoud. Een man die verzet oproept, die zijn licht niet onder de korenmaat stelt en zich vergelijkt met de reus Alexander von Humboldt, met heftige overtuigingen en een pesthekel aan biologen die het van achter hun bureau beter denken te weten. Sinds een paar jaar doet Van Roosmalen zijn best om zijn bevindingen in wetenschappelijke publicaties te gieten. Of in boeken, zoals Waarom de buren nooit deugen, waaruit bovenstaand citaat afkomstig is.

Hulspas weet het | U bent een samenraapsel

COLUMN - Op het schoolbord zag het er zo indrukwekkend uit. Die bevruchte eicel, die wist wat ze deed. Eerst verdubbelde ze haar DNA en dan veranderde ze langzaam van één, heel netjes, in twee bolletjes. En de kern deed ondertussen exact hetzelfde. Er verschenen lichaampjes, die maakten draden, en die trokken de kern hoepla uit elkaar. Effe verder knijpen en je had twee cellen. En daarna waren er vier. En daarna acht. Het was zo helder als wiskunde. En daarom, zo leerden we, hebben alle cellen in ons lichaam allemaal hetzelfde DNA.

Allemaal niet waar, weten we sinds kort. Want het is sinds kort mogelijk om een aantal lichaamscellen van een individu te nemen en daarvan ‘effe snel’ het genoom in kaart te brengen. En als je dat doet, blijkt iets heel anders. Dan blijkt dat we allemaal eigenlijk uit een bonte familie van cellen bestaan. Dat het DNA in het brein heel anders kan zijn dan in het hart, of het bloed. Toch van belang als we op zoek gaan naar genetische afwijkingen.

Een ramp die zwijgend voorbijging

RECENSIE - Wat een uitstekend boek! Alles wat u over het verloop van de Spaanse griep zou willen weten, staat erin. Helder en vlot geschreven. Historische overzichten afgewissseld met persoonlijke verhalen, anekdotes en actuele wetenschappelijke informatie. En met in de laatste hoofdstukken een wijze les.

Alleen is dat wat mij betreft niet de les die auteur Laura Spinney voor ogen had.