Thema Economie

Amerikaanse energiebedrijven blijven kolencentrales sluiten

ANALYSE - Amerikaanse energiebedrijven willen dit jaar 15,4 GW aan kolencentrales sluiten, 11 GW aan centrales is dit jaar al gesloten. Daarmee lijkt 2018 een nieuw record aan sluitende kolencentrales te vestigen. Kolencentrales hebben in de VS last van de lage kosten van aardgas en van de dalende kosten van hernieuwbare energie en energieopslag.

Negatieve inkomstenbelasting is beter dan het onvoorwaardelijke basisinkomen (2)

OPINIE - In deel 1 van dit artikel schreef Hein Vrolijk dat de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen (OBI) tot grotere inkomensongelijkheid leidt. ‘Want iedereen krijgt een extra bedrag bovenop wat hij of zij al verdient, behalve – vreemd genoeg – diegenen voor wie dat basisinkomen eigenlijk is bedoeld: de mensen met een uitkering. (….). Op deze manier krijgen zij ‘evenveel wijn in nieuwe zakken’, terwijl de midden- en hogere inkomens van een extra fles wijn kunnen genieten.’

‘Via de progressieve inkomstenbelasting is dit wel weer recht te trekken’, zo luidt meestal de reactie van OBI-aanhangers. Ik vind het altijd weer verbluffend hoeveel mensen – meestal van linkse signatuur – menen dat je met een progressief marginaal belastingtarief de veelverdieners kunt afromen. Een vergelijkbaar naïef optimisme zien we als het gaat om de invloed van nieuwe wetgeving, zoals ik straks laat zien bij de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

Inkomensongelijkheid

Laat ik beginnen met de inkomensongelijkheid. Zelfs als het mogelijk is de grotere inkomensongelijkheid bij invoering van de OBI te ‘repareren’, scoort de OBI ook daarna een stuk slechter dan de negatieve inkomstenbelasting (NIB), door mij aangeduid als garantie-inkomen. Net als in deel 1 ga ik uit van Bea en Gea die beiden een uitkering van duizend euro per maand netto krijgen als zij hun studie hebben afgerond en nog geen werk kunnen vinden (periode 1). Na enige tijd hebben zij een baan gevonden met een bruto-inkomen van duizend euro per maand (periode 2). Beiden maken voortdurend promotie, zodat hun maandelijkse bruto-inkomen uiteindelijk stijgt naar 4000 euro (periode 5, de laatste jaren van hun werkzame leven). Voor beiden is het marginale belastingtarief 50 procent en netto verdienen ze evenveel, opklimmend van duizend naar 3000 euro per maand.

Uitgaande van de inkomstenbelasting (IB) die Bea en Gea moeten betalen (zie de tabel in deel 1), is het mogelijk voor beiden de belastingdruk uit te rekenen. Bij de eerste maatstaf wordt de IB uitgedrukt in een percentage van het bruto-inkomen, dus zonder het netto basis- of garantie-inkomen. Bea met haar Basisinkomen (BB) betaalt 50 procent in iedere periode, en gemiddeld over haar hele werkzame leven. Gea met haar Garantie-inkomen (GG) betaalt in totaal een stuk minder (15 procent) en in periode 5 een veel hoger percentage dan in de voorgaande perioden toen zij minder verdiende (zie de tabel hierna)

Negatieve inkomstenbelasting is beter dan het onvoorwaardelijke basisinkomen (1)

OPINIE - Een onvoorwaardelijk basisinkomen is geen goed idee volgens onze gastredacteur Hein Vrolijk. Hij heeft een beter alternatief en licht dat toe in twee delen. Vandaag deel 1.

De ‘Week van het basisinkomen’ is al enige dagen voorbij. Vrijwel onopgemerkt, als je afgaat op de progressieve media. Zelfs de speciale website meldde nauwelijks activiteiten. Rechtse media daarentegen hadden meer aandacht voor het basisinkomen. Zoals Das Kapital, dat een experiment in Liverpool bij voorbaat de grond inboort. Of De Telegraaf, die schrijft over een initiatief van de Zwitserse filmmaker Rebecca Panian. Zij wil 880 inwoners van een klein Zwitsers dorp een jaar lang een basisinkomen van 2200 euro per maand geven. Dan komt de aap uit de mouw: ‘Zij wil de proef financieren met crowdfunding en gaat er een film over maken.’

Als de vlag er zo bij hangt, dan is het hoog tijd om heel kritisch naar het onvoorwaardelijk basisinkomen te kijken. Voor een alternatief kunnen we ons laten inspireren door een ‘links’ idee van een ‘rechtse’ econoom.

Zelfs  Rutger Bregman, in Nederland de meest bekende pleitbezorger, zette eind vorig jaar een andere koers in: ‘We schuiven het idee van een universeel basisinkomen op de lange baan.’

Bregman vindt dat basisinkomen nog steeds de beste optie, met als belangrijkste reden ‘dat er geen stigma meer zou zijn op het ontvangen van deze “uitkering” (iedereen krijgt haar immers).’ Is dit niet een raar argument: de wereld zit vol met stigma’s en het ontvangen van een basisinkomen lijkt mij daarvan het minst problematisch.

Om twee redenen pleit Bregman voorlopig voor een negatieve inkomstenbelasting, door hem aangeduid als basiszekerheid. Het scoort beter qua betaalbaarheid want je hebt dan geen rondpompmachine nodig, wat hij verder niet uitlegt – hij vindt het blijkbaar voldoende om te verwijzen naar een echte economieprofessor, Bas Jacobs.  Bovendien ondervangt dit alternatief een moreel probleem: ‘Waarom zouden de miljonairs uit de Quote 500 ook een basisinkomen moeten krijgen?’

Een echt deeleconomie

COLUMN - Vorig weekend gingen we op bezoek bij vrienden op een camping in Friesland. De gastheer en -vrouw reden met ons mee. Onderweg belde zij alvast met de receptie om te vragen hoe ze ons als gasten moest aanmelden. Ik begreep het daarop volgende gesprek niet helemaal. Blijkbaar hing dat aanmeldproces af van wie er op dat moment zat, de ene was heel streng en de ander heel makkelijk. Nou kon ik me nog voorstellen dat er heel wat personeelsverloop is op zo’n camping, maar niet dat zo’n proces telkens anders kon gaan.

Bij aankomst werd het duidelijk; het waren de camping-gangers zelf die de receptie bemanden. Om de beurt namen ze een week voor hun rekening. Ook de wc’s werden in roosterdiensten door de mensen zelf schoongemaakt. En brandschoon mag ik wel zeggen. De opgehangen lijsten waren netjes ingevuld met naam en tijdstip, heel professioneel. Even later zag ik een vrouw met een schepnetje het zwembad onder handen nemen. Het hele park zag er prachtig aangeharkt uit.

Rwanda, tweedehandskleding en de ‘donuteconomie’

ANALYSE - Vandaag is het Donut-D-Day. Geïnspireerd door de alternatieve economie van Kate Raworth gaan mensen uit de milieubeweging, de monetaire hervormers en de voorstanders van het basisinkomen de ‘donuteconomie’ handen en voeten geven. Gastschrijver S. de Beter ziet in de invoerrechten die Rwanda heft op tweedehandskleding een voorbeeld.

Kate Raworth pleit met haar economisch model voor het respecteren van sociale en planetaire grenzen (de binnen resp. buitenring van de donut) bij alle economische activiteiten. Vrijwel alle Nederlandse economen vinden het boek Doughnut Economics van Kate Raworth maar niks, zelfs als ze het nog niet hebben gelezen – zoals Bengeltje Bouman. Lees maar de column van Ewald Engelen n.a.v. haar eerste bezoek aan ons land. Of het artikel van Rob Hagendijk en Paul Kalma in De Groene Amsterdammer.

Zijn de economen misschien stikjaloers op Raworth? Omdat ze volle zalen trekt, terwijl in economenland alleen de eigen parochie luistert, meestal louter pro forma. Plus natuurlijk opportunistische politici in het geval zij hun cijfers, argumenten of visie goed kunnen gebruiken.

Op één punt hebben die kritische economen echter wél gelijk: Raworth is niet bepaald scheutig met de concretisering van haar Doughnut Economics. Dat is jammer omdat zij wel degelijk in de juiste richting wijst. Het menselijk ras – nog erger: planeet Aarde – stevent immers af op zijn eigen ondergang. Om de doodeenvoudige reden dat ons economische systeem onvoldoende rekening houdt met sociale behoeften en ecologische grenzen, dus met de binnenste en de buitenste ring van de doughnut. Iedereen die niet ziende blind is, weet dat deze randvoorwaarden voortdurend worden genegeerd, en zeker wat de ecologie betreft in een verontrustende tempo – denk alleen al aan de plastic soep die in de oceanen drijft. Het gilde van economen – overwegend van neoklassieke allure – is er nog steeds niet in geslaagd om daar verandering in te brengen, door mens en maatschappij – en politici in het bijzonder – te inspireren met vruchtbare ideeën voor economische alternatieven in gedrag en beleid. Raworth slaagt daar beter in, maar het enthousiasme dat zij losmaakt, zal in deze vluchtige samenleving snel verdampen, zeker als haar benadering zo weinig concreet blijft.

Studentenhuisvesting kan leiden tot een explosieve groei van de totale uitgaven voor huurtoeslag

ANALYSE - Gisteren publiceerden we een gastbijdrage van S. de Beter over de gevolgen van de financiering van het hoger onderwijs voor de toch al nijpende schaarste op de woningmarkt. In een tweede gastbijdrage gaat hij in op enkele andere knelpunten die samenhangen met de problemen bij de huisvesting van studenten. En hij komt met mogelijke oplossingen.

‘Hoe meer, hoe beter’, dat is het verdienmodel van Nederlandse universiteiten en hogescholen. Dit hebben ze niet zelf gekozen maar was een keuze van de overheid, dus van een parlementaire meerderheid destijds. De Rijksoverheid beloont de onderwijsinstelling voor iedere student die zij naar de eindstreep brengt. Dat is een prikkel om te groeien want de marginale opbrengst is een stuk hoger dan de marginale kosten, dus de kosten die een extra student met zich meebrengt. In het hoger onderwijs zijn deze vrij laag als je eenmaal een onderwijscapaciteit beschikbaar hebt.

Vanuit dit groeimodel bezien is het logisch dat universiteiten en hogescholen zich in toenemende mate op buitenlandse studenten hebben gericht toen duidelijk werd dat de instroom van Nederlandse studenten eerder af dan toe zou nemen. En dat in de prognoses deze ontwikkeling wordt aangedikt, om te rechtvaardigen dat de werving van buitenlandse studenten nog meer prioriteit verdient. Zo lezen we in het recente jaarverslag van de Rijksuniversiteit Groningen dat internationale groei nodig is om de krimp van het aantal Nederlandse studenten op te kunnen vangen. Zij had in 2017 5692 internationale en 24010 Nederlandse ingeschreven studenten. De prognose in het jaarverslag is voor 2022 dat het aantal Nederlandse studenten zal dalen naar 22173 en dat het aantal internationale studenten zal stijgen naar 7525. Als u deze aantallen vergelijkt, zal duidelijk worden dat de geprognosticeerde groei van het aantal buitenlandse studenten exact gelijk is aan de te verwachten daling van het aantal Nederlandse studenten. “De wens is de vader van de gedachte” luidt het spreekwoord, wat blijkbaar ook voor veel prognoses geldt.

Een groei van het aantal buitenlandse studenten betekent automatisch dat de vraag naar studentenhuisvesting evenredig stijgt. Want zij hebben niet de keuze tussen thuis blijven wonen en ‘op kamers gaan’, zoals bij Nederlandse studenten het geval is. Zouden de onderwijsinstellingen verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van hun studenten, het zou de groei van het aantal (buitenlandse) studenten behoorlijk temperen. Verstandige bestuurders zullen immers een simpel rekensommetje maken, door de extra opbrengst van (instellings)collegegeld en Rijksbijdrage te verminderen met extra huisvestingskosten. In Nederland hoeven ze deze afweging echter niet te maken, want zij laat de huisvesting over aan studentenhuisvesters, projectontwikkelaars, woningcorporaties en huisjesmelkers. Die maken op hun beurt met zelfstandige wooneenheden handig gebruik van de huurtoeslag, door een relatief hoge huur te vragen die netto nog heel goed betaalbaar is. Samengevat kunnen we dus stellen dat het verdienmodel van universiteiten en hogescholen indirect heeft geleid tot een overspannen woningmarkt en tot toenemend ‘misbruik’ van de huurtoeslag.

Hoe de financiering van het hoger onderwijs slachtoffers maakt op de woningmarkt

ANALYSE - Hoger Onderwijs instellingen willen zoveel mogelijk studenten binnenhalen. Dat leidt in universiteitssteden tot verstoring van de woningmarkt, meent S. de Beter in dit eerste deel van zijn gastbijdrage

Ieder jaar eind augustus is het weer raak in studentensteden: Nederlandse maar vooral buitenlandse studenten die naarstig – soms zelfs wanhopig – op zoek zijn naar woonruimte. Vaak doen ze de eerste weken noodgedwongen een beroep op campings en hostels.

In Groningen loopt het dit jaar helemaal de spuigaten uit. Medio juni is bekend dat het aantal aanmeldingen fors is gestegen. Bij Nederlandse studenten is de toename 11 procent, maar bij buitenlandse studenten is de toename veel groter: zo zijn er 50 procent meer aanmeldingen van studenten uit Europa, en nog eens 31 procent meer aanmeldingen van studenten buiten Europa. Wie denkt de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) voor die tweeduizend extra studenten voldoende huisvesting gaat regelen, vergist zich deerlijk. “Wij zijn een academische onderwijsinstelling, geen woningcorporatie”, moeten ze bij de RuG hautain hebben gedacht. Tegenover de bezorgde Universiteitsraad erkent universiteitsbestuurder Jan de Jeu dat het aantal aanmeldingen hoger ligt dan de RuG verwacht had. “Maar we weten nog niet zeker hoeveel van deze studenten ook daadwerkelijk naar Groningen komen.”, zegt hij sussend. Dat iedereen in september een kamer heeft gevonden, durft hij niet te garanderen. ‘Maar een slaapplek, dat verwacht ik wel.’

Tenten en slaapschepen

Eind augustus hebben ze in alle haast drie tenten neergezet, elk voor 30 studenten die alleen een bed en een kluisje krijgen. Voor het sanitair moeten ze terecht bij het naastgelegen Sportcentrum. En overdag zijn de tenten op slot. Voor deze superaanbieding geldt een prijs van 12,50 euro per nacht, dus ruim 350 euro per maand. De buitenlandse studenten kunnen ook terecht op slaapschepen: 42,50 euro per nacht en dan zijn de maaltijden wel inbegrepen. Maar je moet wel voor de hele maand boeken.

Op 30 augustus hebben RuG en Hanzehogeschool al bakzeil gehaald, na vele protesten. De tenten zijn gratis en toch overdag open, en een hele maand boeken voor een slaapschip hoeft ook niet meer. Ondertussen zijn zeven RuG-medewerkers bereid gevonden om een logeerkamer ter beschikking te stellen.

Ik ben benieuwd hoe dit huisvestingsprobleem zich de komende maanden gaat ontwikkelen, in Groningen en in andere studentensteden. Ongetwijfeld gaan Kamerleden zich ermee bemoeien, zoals vorig jaar in het zogeheten dertigledendebat over huisvesting voor buitenlandse studenten. De houding van het RuG-bestuur zal dan in ieder geval op sympathie kunnen rekenen van PVV-Kamerlid Kops, want hij toonde toen geen medelijden met buitenlandse studenten die geen huisvesting kunnen vinden. Hij spreekt van studenten die “op de bonnefooi, op goed geluk, naar Nederland komen” nadat zij zich hebben ingeschreven bij een universiteit of hogeschool. “Dat is natuurlijk niet heel handig. Zelfs de gemiddelde vakantieganger gaat vandaag de dag nog goed voorbereid op reis, inclusief geboekte accommodaties.” Heeft hij gelijk en is het eigen schuld dikke bult voor die buitenlandse studenten? Of is het toch niet zo raar dat zij verwachten dat hun huisvesting goed is geregeld door de onderwijsinstelling die hen zo hartelijk welkom heet (en goed aan hen verdient zoals hier en hier te lezen is)?

Achterstand vrouwen op arbeidsmarkt kost 100 miljard

‘Het is tijd voor een fundamentele verandering op de arbeidsmarkt waarin vrouwen en mannen daadwerkelijk gelijke kansen krijgen om te werken en te zorgen’, stelt FNV-vicevoorzitter Kitty Jong.

Zij zegt dit naar aanleiding van een onderzoek van McKinsey dat vandaag wordt aangeboden aan minister van Engelshoven van onderwijs en emancipatie.

Nederland laat volgens het rapport van McKinsey een enorme bron van welvaart en welzijn onbenut door de hardnekkige achterstelling van vrouwen op de arbeidsmarkt. Als Nederland op het vlak van gendergelijkheid net zo goed zou scoren als de best presterende landen om ons heen, zou de economie een extra impuls krijgen van €114 mrd, oftewel 17%. Bij volledige gelijkheid van mannen en vrouwen zouden alle Nederlanders samen €221 mrd rijker zijn, een plus van 32%.

McKinsey pleit er voor dat vrouwen vier uur meer gaan werken dan ze nu gemiddeld doen.

Kort | de hamer valt

OPINIE - Dus… je bent eindbaas van een bank en krijgt daar jaarlijks een enorme bak met geld voor. Niet voor niets natuurlijk, je bent immers bestuurlijk aansprakelijk. De eindverantwoordelijke voor alles wat er in je bank gebeurt.
Bij veel verantwoordelijkheid hoort een goede beloning, prima.
Maar, Uhm, die eindbaas heeft nu toch voor honderden miljoenen schade aan de bank toegebracht doordat hij dit “dossier” genegeerd heeft? Wat uiteindelijk ten koste gaat van de klanten en andere belanghebbenden van zijn bank.
Hij heeft ondanks alle signalen niet in de gaten gehad dat zijn bank stelselmatig de wet overtrad door fraudesignalen niet uit te zoeken.
En hij heeft zo ook willens en wetens meegeholpen bij de criminaliteit in Nederland en andere landen.
Om nog maar niet te spreken van de langjarige reputatieschade die zijn bank nu heeft opgelopen.

Dat alles is onder zijn verantwoordelijkheid gebeurd. Wat precies aan dat deel van zijn taakomschrijving met bijpassende beloning begrijpt hij niet? Welk stuk van de Nederlandse corporate governance code van 2008 was onduidelijk?
Hij moet niet opstappen vanwege de “maatschappelijke opinie” maar gewoon omdat hij een onverantwoordelijk bestuurder is.
Geachte heer Hamers, bij macht (en beloning) hoort verantwoordelijkheid, neem die dan ook en stap op.