Telefoonterreur

In de trein op weg naar het inmiddels veelbesproken mediadebat, was al bij mijn binnenkomst een jonge, roodharige vrouw aan het bellen. Er was blijkbaar nogal wat te bespreken, want gedurende de tijd die ik nodig had om de drie gratis bladen te lezen, bleef het meisje, met haar rechterbeen opgetrokken en haar telefoon aan het linkeroor, praten.

Het was niet eens zozeer het feit dat we in een stiltecoupé zaten wat me deed fronsen, maar meer de inhoud van het gesprek, dat door het volume in de hele coupé te horen was:

De HIV-sneltest moet ik nog laten doen. […] Nee, de andere SOA’s zijn bij de huisarts al getest, maar daar weet ik de uitslag nog niet van.

Zonder enige gêne over haar niet te vermijden openheid, ratelde het meisje door. Slechts één keer onderbrak ze het gesprek kort, om nijdig naar een paar kinderen te kijken die een hevig gevecht waren begonnen om een zak chips.

Natuurlijk had het gansje niet moeten bellen in een stiltecoupé. Die coupés zijn uitgevonden om medepassagiers die niet de hele tijd willen worden lastiggevallen met telefoonterreur ook te kunnen vervoeren. Daar ging het me echter niet om. Het is tenslotte normaal dat mensen zich in hun gedragingen niets aantrekken van anderen. Andere mensen zijn slechts het decor van het dagelijks leven, tegen welke achtergrond de hoofdrol van het eigen personage zich afspeelt. Wat maakt het uit wat mensen van je gedrag vinden als ze je niet kennen en als zij zich ook houden aan hun rol als decor. Zwijgend, bij voorkeur.

Het ging me meer om de schaamteloosheid waarmee mensen kennelijk bereid zijn dingen te bespreken die zeer vervlochten zijn met de integriteit van het eigen zijn. Misschien heeft dat te maken met de verworvenheid dat zoveel mogelijk bespreekbaar moet zijn, maar dat wil dan toch nog niet zeggen dat zoveel mogelijk altijd en overal besproken moet worden.

In de tijd vóór de mobiele telefoon was een dergelijk gesprek misschien wel mogelijk geweest, maar dan in de instant-privacy die een telefooncel bood. De drie wandjes van een telefooncel hielden geluid van de wereld buiten en geluiden van het persoonlijke binnen. De mobiele telefoon heeft de hele wereld een grote telefooncel gemaakt, waar buitenstaanders verplicht moeten meeluisteren met gesprekken.

Vaak is dat niet heel erg, maar soms, wanneer een gevoel van plaatsvervangende schaamte me overvalt, hoop ik dat de beller op enig moment de betrekkelijkheid van zijn privacy inziet en begrijpt dat niet iedereen wil meegenieten van privébesognes.

Weekendvraag: wat is het meest opvallende (telefoon)gesprek dat u ooit hebt opgevangen?

  1. 1

    Een jongeman die na een langdurig ‘ja schatje, natuurlijk, ik ook van jou’ telefoongeschreeuw tegen zijn vriendin zei dat hij echt moest gaan hangen, want zijn beltegoed was bijna op.
    De hele coupé was opgelucht.
    Na een paar minuten wachten (of zij terugbelde?) pakte hij het ding weer en begon een langdurig tweede gesprek met een dame die nog niet in het ‘schatje’ stadium was, maar ook toegeschreeuwd moest worden.

  2. 2

    Een meisje dat haar schulden van ettelijke duizenden euro’s besprak.

    Ik moet eerlijk toegeven dat ik ook iets makkelijker ben geworden in het bespreken van prive zaken in de trein. Mijn eigen privacy gaat wel verloren maar dan toch aan mensen die ik nooit meer zal zien. Verder wordt ik vaak genoeg lastig gevallen door gesprekken tussen twee of meer mensen IN de trein; zo sus ik mijn geweten betreffende mijn eigen gebel. Maar stiller wordt het er natuurlijk niet op als er naast gesprekken tussen zich fysiek nader tot elkander existerende personen ook allerlei gekakel van fysiek asynchrone kippen plaatsvindt.

    Waarom hebben jullie haar niet verzocht de coupe te verlaten?

  3. 3

    @TT: ik heb het meisje er niet op aangesproken omdat het nu eenmaal makkelijker is om je bij overlast af te sluiten. Muziek aan en het is weg. Dat is ook maar weinig contructief natuurlijk…

  4. 4

    Ik ken het gevoel. Maar in dit geval (een “stiltecoupe”) had ik het wel gedurfd; net als roken in een niet-rook gedeelte van een trein (tegenwoordig de gehele trein ;-)

    Over dat laatste hoor ik overigens nooit iemand klagen en het gaat altijd goed.

  5. 6

    Ik stap altijd even naar het balkon als ik moet bellen in de trein, maar ik schijn een van de weinigen te zijn. Overigens was ik er laatst getuigen van dat inderdaad een hele coupe in opstand kwam tegen een paar luidruchtig bellende meisjes, die ook het hazepad kozen. Er is dus nog hoop voor de mensheid.

  6. 8

    “Kijk, ik wil wel heroïne van jullie blijven kopen, maar dan zullen jullie toch echt iets aan de kwaliteit moeten doen.”

    In de tram in Amsterdam. Het zoù een grap kunnen zijn, maar dan had de grappenmaker zijn uiterlijk wel heeel goed aangepast aan de grap.

  7. 9

    @6: als ik in de trein word opgebeld, hou ik het gesprek zo kort mogelijk. Als ik weet dat het niet een ultrakort gesprek wordt, ga ik ook even op het balkon staan.

    Ander gênant gedrag in de trein (Thalys naar Amsterdam in dit geval): een jonge vrouw (ca 20 jaar) die zich aan het bezatten was met gratis flesjes wijn (we zaten eerste klas), elke 10 minuten van haar plek opstond en door de coupé ging lopen. Gedurende de reis evalueerde ze drie keer de inhoud van haar portemonnee. Voor de ogen van haar medepassagiers telde de jongedame enkele tientallen briefjes van 100 euro uit, stopte ze weer nonchalant in haar tasje en stond weer op om door de coupé te lopen. Proza op zijn zuiverst.

  8. 10

    Niet telefoon-gerelateerd, maar een meisje dat ik al jaren niet had gezien kwam ik tegen in de trein.

    Ik vroeg hoe het ging: “Goed, net uit het ziekenhuis”.

    Bleek ze net “genezen” verklaard van haar bipolaire stoornis (Manisch-depressief).

    Ze zat duidelijk in een manische periode en kon het niets schelen dat ongeveer de hele coupé mee kon genieten van haar levensrelaas van de afgelopen paar jaar.

  9. 11

    Tijdens de formatie van het eerste kabinet Balkenende zat ik in een zes-persoons coupe met iemand die kennelijk betrokken was bij de LPF. Uitgebreid zat hij zijn kansen op een ministerspost of, in ieder geval, een staatssecretariaat te bespreken met een ander. Verder moest natuurlijk besproken worden met wie hij wel en niet in het kabinet zitting zou nemen. Bij de presentatie va het kabinet heb ik het staatsieportret met de koningin uitgebreid bekeken, maar mijn reisgenoot stond er niet op.