Te veel aardige Marokkanen?

Al die aardige, lieve en slimme Marokkanen: slijmjurken zijn het. Ik noem een Ali B., de nationale knuffelmarokaan, lacht om ieder grapje even hard. ‘Oh is dat zo Matthijs, o gut o gut, wat een malligheid.’ Zit hij weer te kirren bij DWDD. Onlangs was het weer raak. Een islamitische B-acteur met een onuitsprekelijke naam wint een Gouden Kalf. En maar blij doen. ‘Oh bedankt mamma en pappa, oh bedankt alle politici, ik ben zo blij met mijn fokking gouden kalf.’ Aansteller. Nog erger is het bij mij in de buurt. Als ik de buurtsuper binnenwandel, is er alleen ‘s ochtends nog een Nederlandse kassajuffrouw te bekennen. Doodchagrijnig, hondsmoe en ze kijkt altijd dwars door je heen. Gewoon, normaal. Nee, dan die jonge Berbermeisjes die er ’s avonds staan. Altijd vrolijk, altijd vriendelijk en vaak nog knap ook. Alsof ik daar intrap.

Mijn garagehouder uit het Atlasgebergte, ook zo’n glijert. ‘Nee, hoor meneer Bouman, uw auto kwam weer gladjes door de APK dit jaar. U hoeft dit jaar weer niets bij te betalen. Dat heb je met die Japanners, hè!’ Daarna lacht hij er onschuldig bij. Of wat te denken van Fatima van de kinderopvang? Ze spreekt accentloos Nederlands, is poeslief voor de kinderen en alles is altijd even pedagogisch verantwoord. Toe maar. Al die vriendelijke en aardige Marokkanen zorgen ervoor dat ik mezelf soms betrap op enge gedachten. Gewoon, vooroordelen. Dan zie ik een groepje van die bontkragen mijn kant opkomen en dan denk ik: ‘Die zijn vast op weg naar hun oude moedertje. Gaan haar verrassen met een vers bosje bloemen.’ Onzin natuurlijk, want ik kén ze geeneens! Ze lopen gewoon toevallig langs een bloemenzaak. Gek, hè?

Over petjes en bontkraagjes gesproken, dat zijn sowieso de ergste van allemaal. In mijn wijk in Utrecht stikt het er van. Staan ze op straat te smiespelen in een donker hoekje. Te wachten tot er een oud vrouwtje hun kant opsjokt. En dan? U raadt het al natuurlijk: ruziën wie haar mag helpen oversteken. Te zielig voor woorden. Nou ja, ook mijn oude Marokkaanse kapper is erg. Als ik even niet uitkijk, dan biedt hij mij weer een zelf gebrouwen drankje aan. ‘Kopje thee, meneer?’ Ik trap er niet in: ik wil helemaal niet geknipt worden. ‘Nee Mo bedankt, ik heb weer haast. Druk, druk, druk.’ Ja, je moet toch wat? Marokkanen zijn echt niet allemaal slim, lief en leuk.

Geloof mij maar, er zijn ook slechte Marokkanen!

  1. 3

    Dude. Waarom laten jullie niet een echte PVV’er aan het woord. Dit “we doen alsof we achterlijk zijn” begint vervelend te worden is totaal onorigineel en niet interessant.

  2. 4

    Leuk artikeltje. Mooi beschreven hoe we met de meeste Marokkanen in contact komen. De PVV-aanhang zint een dag later nog op een antwoord. Dan moeten ze wel eerst de ironie van de laatste alinea doorgronden.