Superkapitalisme vraagt om meer democratisering

GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag een bijdrage van Dick Pels die eerder in zijn geheel verscheen op slow management en in de Volkskrant. Dick is auteur van het boek ‘De economie van de eer‘ en schreef mee aan het Sociaal-Kapitalistisch Manifest.

New York Stock Exchange (Foto: Flickr/Bert van Dijk)Het is hypocriet om het bedrijfsleven de schuld te geven van de uitwassen van het kapitalisme, stelt de Amerikaanse oud-minister van Arbeid en hoogleraar Robert Reich in zijn nieuwe boek Superkapitalisme.

Karl Marx wist nog zeker dat het kapitalisme aan zijn inwendige tegenstellingen ten onder zou gaan. De voornaamste was die tussen kapitaal en arbeid, en de arbeidersklasse was geroepen om het kapitalisme af te schaffen en een nieuwe socialistische maatschappij te vestigen, waar de arbeid naar zijn werkelijke waarde zou worden beloond.

Het kapitalisme van nu
Maar gaandeweg werden twee dingen duidelijk. Ten eerste dat de sociaaleconomische tegenstelling tussen arbeid en kapitaal eigenlijk een andere vorm was van de morele tegenstelling tussen goed en kwaad. De ?uitwendige? klassenstrijd bleek ook een inwendige strijd te zijn tussen de arbeider en de kapitalist in onszelf.

Ten tweede bleek het kapitalisme helemaal niet aan zijn eigen contradicties te bezwijken. Integendeel: het kon daardoor steeds weer boven zichzelf uitstijgen en zichzelf opnieuw uitvinden. Als geen ander stelsel is het kapitalisme in staat gebleken om zijn eigen antibewegingen en tegenculturen te absorberen en te vercommercialiseren. De 19de-eeuwse bohème en de popcultuur van de jaren zestig zijn daar de belangrijkste voorbeelden van.

In plaats dat de revolutie een einde maakte aan het kapitalisme, blijkt het kapitalisme zelf de permanente revolutie te zijn. Maar die constatering is geen reden om deze dynamiek maar op zijn beloop te laten. Dat het kapitalisme telkens weer in staat is om zijn eigen tegenkrachten ?in te kopen? is juist de beste aansporing om de donkere kanten ervan (de scherpe materiële ongelijkheid, de consumptiegekte, de milieuvervuiling, de cultuur van egoïsme en cynisme) steeds opnieuw te bestrijden. Omdat het kapitalisme structureel geneigd is asociaal te zijn, moet het telkens opnieuw worden gesocialiseerd.

Derde Weg denken
Dat is overigens niet de conclusie die Robert Reich trekt in zijn nieuwe boek over het ?superkapitalisme?. Reich is tegenwoordig hoogleraar publiek beleid aan de universiteit van Berkeley, maar de meeste mensen kennen hem als minister van Arbeid in het eerste kabinet-Clinton (1993-1997) en als wekelijkse columnist op de publieke radiozender Marketplace (met gemiddeld zo?n vijf miljoen luisteraars). Een man om naar te luisteren dus. Zeker als je bedenkt dat hij een voorname architect was van de Clinton-versie van de ?Derde Weg?.

Het Derde-Wegdenken is een stuk toegeeflijker tegenover de ?wetten? van het kapitalisme dan de klassieke sociaaldemocratie. Reich noemt de regering-Clinton zelfs met enige trots één van de meest businessvriendelijke in de Amerikaanse geschiedenis. Clinton, Blair, Brown, Schröder en hier te lande Kok en Bos zijn inderdaad de politieke beheerders geworden van een nieuw superkapitalisme, en hebben weinig ondernomen om de asociale uitwassen ervan tegen te gaan.

Ook Reich ziet het kapitalisme als een wezenlijk dubbelhartig systeem. We hinken allemaal op twee gedachten. Enerzijds zijn we consumenten en beleggers die uit zijn op koopjes en koerswinst. Anderzijds zijn we democratische burgers die niet blij zijn met de onbedoelde gevolgen ervan: ?Als burgers zijn we oprecht bezorgd over het broeikaseffect; als consumenten en investeerders draaien we de verwarming nog wat hoger.? In ?het superkapitalisme? hebben de consument en de belegger het glansrijk van de burger gewonnen. We hebben de vijand eindelijk ontmoet: hij blijkt te schuilen in onszelf.

The American Dream in de Niet Zo Gouden Eeuw
Time Square (Foto: Flickr/mandy whale)De Amerikaanse droom is dat kapitalisme en democratie hand in hand gaan. Volgens Reich was dit daadwerkelijk tussen 1945 en 1970 het geval. Deze ?Niet Zo Gouden Eeuw? werd gedomineerd door een klein aantal oligopolistische bedrijven, die markten reguleerden in overleg met sterke overheden en vakbonden, zodat banen en lonen werden beschermd en de economische welvaart breed werd gespreid. De topmanagers, wier beloning relatief bescheiden bleef, werden geacht als ?industriële staatsmannen? een rechtvaardige balans te vinden tussen uiteenlopende belangengroepen zoals aandeelhouders, werknemers, klanten en het grote publiek.

Zo verdiende de gemiddelde topman in de ?Niet Zo Gouden Eeuw? 25 tot 30 keer meer dan de gemiddelde werknemer, in 2001 steeg dit verhoudingsgetal tot 350. De nieuwe manager is daarbij niet per se hebzuchtiger dan de oude. Maar hij is wel bereid om meedogenlozer op te treden tegen werknemers, vakbonden, leveranciers en andere stakeholders en, als puntje bij paaltje komt, uitsluitend te gaan voor de verhoging van de aandeelhouderswaarde.

Het probleem van Reichs benadering is dat hij dergelijk uitwassen zorgvuldig catalogiseert, maar nauwelijks enig perspectief biedt op verandering. Niemand heeft ?het? immers ?gedaan?. We zijn allemaal medeplichtig. Het is de markt die het doet, en de markt, dat zijn wij. Maar dat ?wij? van Reich negeert de enorme verschillen in koop- en kapitaal- kracht tussen groepen mensen en marktpartijen.

Het is in mijn ogen pervers om een grootwinkelbedrijf als Wal-Mart te beschrijven als een soort vakbond die de koopkracht van miljoenen consumenten bundelt, of de banken van Wall Street als niets anders dan de gebundelde marktkracht van miljoenen kleine investeerders. Volgens Reich kan ook Hollywood niet aansprakelijk worden gesteld voor de geiser van seks en geweld die dagelijks over ons wordt uitgespuwd. De vermaaksindustrie wordt immers gefinancierd door grote mediaconcerns die gewoon winst moeten maken, en wij consumenten willen nu eenmaal seks en vuiligheid.

Het is tekenend dat Reich het bij deze dubbelhartige constateringen laat en geen aanstalten maakt om het kapitalisme enigszins te beteugelen en te beschaven. Hij stelt vast dat de burger in ons het alleen kan winnen van de inwendige consument en belegger als we wetten en regels opstellen die onze marktkeuzes socialiseren. Maar dat is moeilijk geworden omdat het superkapitalisme ver is binnengedrongen in de politieke democratie, via het enorm gegroeide lobbycircuit, het grote donatiegeld en de ?corruptie van kennis? van professionals die hun integriteit schaamteloos verkopen aan grote concerns.

De schutting moet eerder worden afgebroken
Reich wil daarom vooral de schutting tussen kapitalisme en democratie herstellen en ophogen, zodat deze inbraak kan worden gestopt. Maar het effect van deze scheidingsstrategie is dat men het bedrijfsleven in moreel opzicht op zijn beloop laat. Het democratiseren van de onderneming zelf is volgens Reich immers een illusie. Dat ondernemingen ?menselijk? zouden kunnen zijn of oprecht geïnteresseerd in maatschappelijk verantwoord ondernemen, is niets anders dan pr en windowdressing. Wal-Marts groene verpakkingen zijn alleen maar groen omdat ze goedkoper zijn.

Ik bepleit daarom liever de omgekeerde strategie. We moeten die schutting juist afbreken om de democratie in staat te stellen een invasie te plegen in het kapitalisme. Niet om het af te schaffen, maar om de asociale gevolgen ervan te bestrijden. Om het te dwingen tot een werkelijk democratische en maatschappelijk verantwoorde vorm van ondernemen, inclusief de intoming van exorbitante inkomens voor de top.

Het is waar: de vijand schuilt ook in onszelf. Dat besef maakt ons terecht bescheiden. We kunnen de schuld niet te gauw buiten onszelf leggen of ons wentelen in slachtofferschap. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht om te moraliseren, systeemkritiek te leveren, schuldigen aan te wijzen en politiek te bedrijven, om tegenmachten te kunnen vormen tegen de macht van het nieuwe superkapitalisme, in naam van hogere waarden en een beter bestaan.

  1. 1

    Ik vind het een helder betoog van Pels die terecht aangeeft dat ‘de vijand in onszelf schuilt’. Nu voel ik niet (geheel) de schuld voor de uitwassen van het superkapitalisme en de problemen die dit heeft gecreëerd, maar dat neemt niet weg dat ik begrijp wat Pels ermee bedoelt.

    Zolang er een (kapitalistisch) systeem met ‘systeemfouten’ bestaat, zal daarvan geprofiteerd worden. Het is dan ook de taak om dit te onderkennen en op zoek te gaan naar mogelijkheden om dit te corrigeren. Democratisering van het economisch model zou hiervoor een goede mogelijkheid kunnen zijn. En/of wordt de 21e eeuw de eeuw van ‘de consumentenbeweging‘?

  2. 2

    Democratisering van het kapitalisme klinkt mij net zo ´pr en windowdressing´-achtig in de oren als de constatering van Reich, dat democratisering van de ondernemingen pr en wondowdressing is, kortom een illusie. En dat terwijl de oplossing al in jaren dertig van de vorige eeuw uit is gevonden, een deel van de analyse zelf is en tot de ´niet zo gouden eeuw tussen 1945 en 1970´ heeft geleid. We zijn nu alleen de lessen van het begin van de vorige eeuw vergeten en zijn dus gedoemd dezelfde fouten opnieuw te maken.

  3. 3

    @pedro: Op welke ‘oplossing’ doel jij dan?

    De beschreven ‘niet zo gouden eeuw’ lijkt de negatieve effecten van het Superkapitalisme grotendeels weg te nemen (voor zover dat te beoordelen valt uit bovenstaande tekst), maar dat neemt niet weg dat we niet meer in die tijd leven en er nu een ander economisch systeem is als toen. Als het nu mogelijk was om het systeem meteen en compleet aan te pakken was de oplossing al grotendeels daar, maar dat zal -helaas- niet zomaar lukken.

    Ik kan begrijpen dat jij het ziet als ‘pr en windowdressing’, maar imho zal het toch de overheid en/of de ‘consumentenbeweging’ zijn die de negatieve effecten van Superkapitalisme kán verminderen.

  4. 4

    @3: Keynes. En zo veel verschilt ons economisch systeem nu niet van toen. Het is wat globaler geworden ja, waardoor de grote bedrijven de klok terug hebben kunnen draaien. Hun macht ten opzichte van de nationale regeringen, die de sleutelrol spelen in Keynes´ theorieën, is toegenomen. Het wordt dus veel moeilijker om dat nu nog in de praktijk te brnegen, vooral omdat de regeringen al zo veel concessies aan dat grootkapitaal hebben gedaan. De privatiseringen zijn ons verkocht als oplossingen om de rekeningen voor de consumenten te drukken, maar dienen uiteindelijk alleen maar om de zakken te vullen van de mensen, wiens zakken toch al aardig gevuld zijn (ja, dat is heel erg gechargeerd, maar dat dient om het punt duidelijk te maken). Door die privatiseringen is de economische macht van onze democratie afgenomen (bedrijven zijn niet democratisch).