1. 4

    Toch boeiend al dat godsgeleuter even daargelaten. Als de observaties juist zijn en we gaan er even van uit dat dit effect zo ongeveer sinds de massavisserij van na WOII aanwezig is, dan kunnen we concluderen dat evolutie bij grote druk binnen een generatie of 60 zichtbaar en meetbaar is. Zouden we daar bij mensen ook iets van kunnen zeggen als we kijken naar de druk die door machtsinstituten wordt uitgeoefend (kerk, staat oid.)?

  2. 5

    @4: Het godsgeleuter was natuurlijk een grapje.

    Maar wat betreft mensen, lijkt me duidelijk. Vanaf begin middeleeuwen zullen mensen dommer geworden zijn (slimme mensen werden monnik of ketter, die plantten zich niet voort). Daar zal een einde aan gekomen zijn met de renaissance en/of reformatie.

  3. 6

    @6: Da’s wat simpel gesteld. Slimme mensen waren ook toen sociaal mobieler – van keuterboer naar hereboer was bijvoorbeeld te doen . En als je dan toch een redelijk aantal dienstmeiden en landarbeidsters in dienst had…

  4. 7

    Snelle evolutie (revolutie) is al veel eerder waargenomen. Toen in Engeland de industriele revolutie in volle gang was kleurden veel berken zwart van het roet. Een mottensoort die vaak op deze berk zat was binnen no time aangepast aan deze nieuwe omgeving.

    klikkerdeklik

  5. 9

    60 generaties HansR? Je bedoelt w.s. significante(re) verschillen. Kijk b.v. eens naar 2 generaties mens. A.g.v. ander/ meer/ beter voedsel gevolgen voor lengte en botstructuur (zie de hoogte van de deurstijlen van een huis uit 1930), gevolgen van hygiëne op (verminderde) immuniteit, gevolgen haargroei a.g.v. scheren en gevolgen onvoldoende gebruik bepaalde spiergroepen. De gem. vrouw maar zeker progressief meer de gem. man lijkt zich te verwijven (lang, tenger, babyhuidje, weinig haar, piepstemmetje).

    60 – 80 jaar geleden ruw geschat: 1,63m, overal dik behaard, korte dikke botten, handen als kolenschoppen en een stem als een Domklok…bedoel…hoe snel kan het gaan. Tegelijkertijd: waar houdt het op?

    1 Groot Poppenhuis?

  6. 10

    @9 Wat jij beschrijft zijn allemaal fenotypes, gevolgen van een veranderende omgeving die ontstaan tijdens de groei van het organisme. m.a.w. door een andere omgeving komt uit de zelfde genetische informatie een ander organisme. De vissen veranderen vanwege evolutionaire druk door overbevissing, daar zijn inderdaad een x aantal generaties voor nodig.

  7. 11

    @7: Ja kwestie van evolutionaire druk he. Hadden we een paar maanden terug toch ook een topic over met die vlinder ergens in Polynesie? Al ging dat maar over 1 gen (beetje eenvoudiger dan dit verhaal).