Studentenhuisvesting kan leiden tot een explosieve groei van de totale uitgaven voor huurtoeslag

ANALYSE - Gisteren publiceerden we een gastbijdrage van S. de Beter over de gevolgen van de financiering van het hoger onderwijs voor de toch al nijpende schaarste op de woningmarkt. In een tweede gastbijdrage gaat hij in op enkele andere knelpunten die samenhangen met de problemen bij de huisvesting van studenten. En hij komt met mogelijke oplossingen.

‘Hoe meer, hoe beter’, dat is het verdienmodel van Nederlandse universiteiten en hogescholen. Dit hebben ze niet zelf gekozen maar was een keuze van de overheid, dus van een parlementaire meerderheid destijds. De Rijksoverheid beloont de onderwijsinstelling voor iedere student die zij naar de eindstreep brengt. Dat is een prikkel om te groeien want de marginale opbrengst is een stuk hoger dan de marginale kosten, dus de kosten die een extra student met zich meebrengt. In het hoger onderwijs zijn deze vrij laag als je eenmaal een onderwijscapaciteit beschikbaar hebt.

Vanuit dit groeimodel bezien is het logisch dat universiteiten en hogescholen zich in toenemende mate op buitenlandse studenten hebben gericht toen duidelijk werd dat de instroom van Nederlandse studenten eerder af dan toe zou nemen. En dat in de prognoses deze ontwikkeling wordt aangedikt, om te rechtvaardigen dat de werving van buitenlandse studenten nog meer prioriteit verdient. Zo lezen we in het recente jaarverslag van de Rijksuniversiteit Groningen dat internationale groei nodig is om de krimp van het aantal Nederlandse studenten op te kunnen vangen. Zij had in 2017 5692 internationale en 24010 Nederlandse ingeschreven studenten. De prognose in het jaarverslag is voor 2022 dat het aantal Nederlandse studenten zal dalen naar 22173 en dat het aantal internationale studenten zal stijgen naar 7525. Als u deze aantallen vergelijkt, zal duidelijk worden dat de geprognosticeerde groei van het aantal buitenlandse studenten exact gelijk is aan de te verwachten daling van het aantal Nederlandse studenten. “De wens is de vader van de gedachte” luidt het spreekwoord, wat blijkbaar ook voor veel prognoses geldt.

Een groei van het aantal buitenlandse studenten betekent automatisch dat de vraag naar studentenhuisvesting evenredig stijgt. Want zij hebben niet de keuze tussen thuis blijven wonen en ‘op kamers gaan’, zoals bij Nederlandse studenten het geval is. Zouden de onderwijsinstellingen verantwoordelijk zijn voor de huisvesting van hun studenten, het zou de groei van het aantal (buitenlandse) studenten behoorlijk temperen. Verstandige bestuurders zullen immers een simpel rekensommetje maken, door de extra opbrengst van (instellings)collegegeld en Rijksbijdrage te verminderen met extra huisvestingskosten. In Nederland hoeven ze deze afweging echter niet te maken, want zij laat de huisvesting over aan studentenhuisvesters, projectontwikkelaars, woningcorporaties en huisjesmelkers. Die maken op hun beurt met zelfstandige wooneenheden handig gebruik van de huurtoeslag, door een relatief hoge huur te vragen die netto nog heel goed betaalbaar is. Samengevat kunnen we dus stellen dat het verdienmodel van universiteiten en hogescholen indirect heeft geleid tot een overspannen woningmarkt en tot toenemend ‘misbruik’ van de huurtoeslag.

Hoewel het volkomen legaal is dat studenten huurtoeslag ontvangen – zoals belastingontwijking ook legaal is – spreek ik om twee redenen van misbruik. De verhuurder schroeft de huurprijs omhoog omdat de huurder de hogere huur kan ‘betalen’ in de vorm van huurtoeslag. En studenten profiteren van de huurtoeslag terwijl ze vrijwillig hebben besloten tijdelijk arm te zijn om (meestal) later behoorlijk te verdienen. Dit in tegenstelling tot de andere ontvangers van huurtoeslag – mensen met een minimale uitkering of een slecht betaalde baan, en zzp-ers/zelfstandigen met een laag inkomen – die in omstandigheden verkeren waar ze niet zelf voor gekozen hebben.

Deze categorie, waar de huurtoeslag oorspronkelijk voor bedoeld is, bevat de meeste slachtoffers van het toenemend ‘misbruik’ door studenten (en door projectontwikkelaars, studentenhuisvesters en huisjesmelkers). Vanwege de populariteit van zelfstandige wooneenheden onder studenten verwacht ik in de nabije toekomst een toenemend beroep op de huurtoeslag, dit in tegenstelling tot de CPB-prognose in het IBO-rapport (p. 11): een daling vanaf 2021, na een groei “tussen 2006-2015 met 3%, en tot 2021 nog met circa 0,9% per jaar.”.

Aangezien studenten veel minder in de sociale woningsector met gereguleerde prijzen terecht kunnen, verwacht ik tevens dat het gemiddelde bedrag aan huurtoeslag behoorlijk omhoog zal gaan. In combinatie met de stijgende aantallen zou dit weleens tot een explosieve groei van de totale uitgaven voor huurtoeslag kunnen leiden. Wat in Nederland vrijwel altijd resulteert in het hanteren van de kaasschaaf, dus minder toeslag voor mensen met – noodgedwongen – een veel te krappe portemonnee.

Stijging WOZ-waarde

Er is bovendien nog een indirect effect. Door de recente stijgingen van de huizenprijzen – nogmaals: mede dankzij de huurtoeslag – is bij huurwoningen de WOZ-waarde fors hoger geworden (in Amsterdam zelfs 17% in 2018 vergeleken met 2017), aldus de Woonbond. Sinds 2015 speelt deze een grote rol in het bepalen van de maximale huurprijs van een sociale huurwoning via het woningwaarderingsstelsel (wws). Hoe hoger de WOZ-waarde, hoe hoger de maximale huurprijs.

Vanaf 1 januari 2019 ontstaat er nog een extra probleem voor ontvangers van huurtoeslag want dan wordt de KAN-bepaling geschrapt. Nu is het nog zo dat het bedrag dat zij zelf aan huur moeten betalen (‘eigen bijdrage’), stijgt met de ontwikkeling van het bijstandsinkomen of met de gemiddelde stijging van de huren. De overheid kiest bij de KAN-bepaling altijd de berekening die ervoor zorgt dat het bedrag zo min mogelijk stijgt. Vanaf volgend jaar wordt alleen naar de tweede indicator gekeken. Tel uit je verlies. Want bij een stijgende WOZ-waarde wordt niet alleen de huurprijs maar ook de ‘eigen bijdrage’ bij de huurtoeslag een stuk hoger.

Een oplossing: basisbeurs in plaats van huurtoeslag voor studenten

Zijn er oplossingen voor de problemen die ik in het voorgaande heb besproken? Onderzoekers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) komen in hun voorstudie met het voorstel om jongeren onder 25 jaar uit te sluiten van huurtoeslag. Hun argumentatie is als volgt. “Het bijzondere van deze groep is dat het voor een belangrijk deel gaat om mensen met goede inkomensperspectieven zoals studenten en scholieren. Ook zijn deze jongeren doorgaans flexibel in het zoeken naar alternatieve woonoplossingen, zoals het samen delen van woningen of het langer thuis wonen.” (p.49). De auteurs constateren terecht dat “vooral jongeren met lage inkomens hierdoor worden getroffen”. Maar de enige oplossing die ze dan kunnen verzinnen: “Het beperken van de maatregel tot nieuwe gevallen kan dit (negatieve inkomenseffecten bij deze jongeren, SdB) voorkomen en kan spoedig tot uitfasering van de oude gevallen leiden.” Alsof er daarna geen jongeren met lage inkomens meer bestaan!

Zoals eerder opgemerkt, er is een fundamenteel verschil tussen (jonge) mensen die huurtoeslag nodig hebben omdat ze noodgedwongen weinig verdienen, en studenten die vrijwillig en tijdelijk weinig inkomen hebben (in de vorm van studielening of ouderbijdrage) en daarna goede inkomensperspectieven hebben. De enige oplossing die recht doet aan dit verschil: alleen bij studenten het recht op huurtoeslag afschaffen, en dit compenseren door een (inkomensafhankelijke) basisbeurs. Dat is goedkoper omdat projectontwikkelaars en huisjesmelkers dan niet langer misbruik kunnen maken. En het is rechtvaardiger wanneer die basisbeurs afhankelijk wordt van het inkomen van de ouders, wat bij huurtoeslag niet het geval is.

Beurzen voor buitenlandse studenten

Mijn voorstel heeft als voordeel dat de besluitvorming over buitenlandse studenten veel principiëler wordt. Als zij evenmin recht hebben op huurtoeslag, is het aan de politiek om hen een andere vorm van financiële ondersteuning te geven. Bijvoorbeeld door veel meer beurzen ter beschikking te stellen aan buitenlandse studenten die geen rijke ouders of andere inkomensbronnen hebben. Of door beurzen alleen beschikbaar te stellen voor belangrijke studies die onvoldoende belangstelling genieten bij Nederlandse jongeren zodat er tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan. Een dergelijk beurzenbeleid lijkt mij beter dan de huidige situatie waarin buitenlandse (én Nederlandse) studenten volledig zelf mogen bepalen wat ze gaan studeren. Zit Nederland echt te wachten op nog meer jongens en meisjes die de kunstacademie volgen, of bedrijfskunde, internationale relaties of communicatiewetenschappen gaan studeren? Vooral als ze weten welke kosten daaraan verbonden zijn.

Daarop aansluitend heeft mijn voorstel tevens het voordeel dat veel transparanter wordt welke maatschappelijke kosten zijn gemoeid met de deelname aan het hoger onderwijs, en met de instroom van buitenlandse studenten. Deze omvatten niet alleen de Rijksbijdrage aan de kosten voor de benodigde onderwijscapaciteit, zoals de VSNU gemakshalve stelt. Ook de uitgaven voor huur- en zorgtoeslag waar studenten van profiteren, horen daarbij (en indirect de hogere huren, huizenprijzen en ‘eigen bijdrage’ bij huurtoeslag). Deze kosten komen niet voor rekening van het onderwijsbudget, maar van andere ministeries. In mijn voorstel komen de kosten terecht waar ze thuishoren, namelijk bij het onderwijsministerie. Dat bevordert de politieke besluitvorming over hoeveel geld we als samenleving willen spenderen aan de verschillende onderwijsniveaus, dus bijvoorbeeld het hoger onderwijs versus mbo of basisonderwijs, waar geen of veel minder gebruik wordt gemaakt van huurtoeslag en andere subsidies.

Minder druk op de woningmarkt

Wat betreft de woningmarkt heeft mijn voorstel als gunstig effect dat de druk op de ketel van de oververhitte woningmarkt een stuk minder wordt. Projectontwikkelaars en huisjesmelkers kunnen dan niet langer de huurtoeslag ‘inzetten’ om een hogere huur te vragen aan (buitenlandse) studenten, de sterkst groeiende categorie op de huurdersmarkt. Dit betekent niet dat de gekte op de stedelijke huizenmarkt helemaal verdwijnt – een huizenbubbel is immers een zichzelf versterkende spiraal – maar het kan wel het begin van een kentering zijn. Zoals ook een file kan verdwijnen – of worden voorkomen – als er een fractie minder verkeer op de weg komt.

Rol van de gemeente

Een geheel andere oplossing is dat niet de Rijksoverheid maar de gemeente de huurtoeslag betaalt. Zij geeft immers toestemming voor nieuw- en verbouw die tot meer zelfstandige wooneenheden leidt, en dus tot hogere uitgaven voor huurtoeslag. Dit voorstel past in het streven om taken en verantwoordelijkheden zoveel mogelijk over te hevelen naar het gemeentelijke niveau, zodat diverse overheidsregelingen beter op elkaar en op de plaatselijke omstandigheden kunnen worden afgestemd. Bovendien zorgt deze decentralisatie voor een financiële prikkel aan gemeenten om niet langer voorrang te geven aan de uitbreiding van het aantal zelfstandige wooneenheden, zoals in de gemeente Groningen het geval is. Om misverstanden te vermijden: de voorwaarden voor huurtoeslag blijven landelijk en de toekenning kan nog steeds centraal, bij de Belastingdienst, plaats vinden, de gemeente krijgt alleen de rekening gepresenteerd en kan op basis daarvan haar woonbeleid aanpassen, wat betreft vergunningen voor nieuw- en verbouw.

Harvard als lichtend voorbeeld?

We kunnen de oplossing ook zoeken bij de bron, dus bij de financiering van instellingen voor hoger onderwijs. In de eerste aflevering stelde ik voor om een degressief bekostigingssysteem in te voeren. Dat houdt in dat de Rijksbijdrage per student in het begin relatief hoog is en lager wordt naarmate het aantal studenten stijgt. Daarmee vervalt het financiële fundament onder het huidige groeimodel. Het wordt dan minder aantrekkelijk om de teruggang in het aantal Nederlandse studenten te compenseren met het werven van buitenlandse studenten, met alle nadelen van dien voor de woningmarkt.

Dit lijkt geen oplossing voor de instroom van studenten van buiten Europa, want bij deze groep gaat de financiering via het (hoge) instellingscollegegeld, en niet via de Rijksbijdrage (plus het ‘normale’ collegegeld). Deze groep is echter veel kleiner dan het aantal Europese studenten. Bovendien is de winst die de onderwijsinstellingen met deze groep boeken, grotendeels gebaseerd op het volume van de categorie Europese studenten. Stel dat universiteiten worden verplicht om opleidingen zowel in het Engels als in het Nederlands aan te bieden, dan zorgen de Europese studenten voor de kritische massa die nodig zijn om lage gemiddelde en marginale kosten te realiseren. Anders geformuleerd: als de Engelse opleidingen het alleen van niet-Europese studenten moeten hebben (omdat de extra Europese studenten financieel onaantrekkelijk zouden zijn vanwege de degressieve Rijksbijdrage) zullen ze op deze groep helemaal niet zo veel verdienen, zolang het volume laag blijft.

Een andere oplossing ligt eveneens bij de instellingen voor hoger onderwijs: verplicht hen om ook hun verantwoordelijkheid te nemen op het gebied van huisvesting en studiefinanciering. Mijn voorstel is allereerst een kwestie van moraliteit: wie de lusten wil genieten (in de vorm van geld voor onderwijs) moet tevens de lasten voor zijn rekening nemen (door gepaste huisvesting en studiefinanciering te regelen). Zij is tevens gebaseerd op goede voorbeelden, gezond verstand en economische principes. Het goede voorbeeld geeft o.a. Harvard University. Als je daar studeert, betaal je voor de studie maar ook voor de huisvesting en andere faciliteiten. En armlastige studenten komen in aanmerking voor een studiebeurs.

Het Harvard-model stoelt op enkele nuttige economische en bedrijfskundige principes. Eén daarvan heeft betrekking op complementariteit: afgezien van online-cursussen kun je alleen studeren als je ook huisvesting hebt, plus het geld om beide ‘producten’ en de kosten van levensonderhoud te kunnen betalen. Als student wil je liever een totaalpakket dan ‘boodschappen doen’ op drie verschillende ‘markten’. Zoals je ook een complete auto wilt, en niet alleen de motor zodat je de diverse carrosserie-onderdelen zelf moet kopen.

Een ander economisch principe ontleen ik aan wijlen Ronald Coase die in 1991 de Nobelprijs kreeg voor zijn ‘ontdekking’ van de economische transactiekosten. Toegepast op de situatie van buitenlandse studenten die hier komen studeren, zou hij als volgt redeneren. Bij het verkrijgen van de benodigde woonruimte worden zij geconfronteerd met allerlei transactiekosten, zoals zoekkosten, onderhandelingskosten en het afdwingen van afspraken met de verhuurder. Deze kosten zijn voor de onderwijsinstelling veel lager dan voor de buitenlandse studenten, die immers de plaatselijke huurmarkt niet kennen, niet zo lang kunnen wachten op een aantrekkelijk aanbod van woonruimte, en niet de wegen kennen om hun gelijk te halen als er problemen in de huisvesting ontstaan. Om die reden is het efficiënter dat niet de buitenlandse student maar de onderwijsinstelling verantwoordelijk is voor de huisvesting.

Het is hoog tijd dat we eens in het buitenland gaan kijken hoe ze daar betaalbare huren en toegankelijk onderwijs realiseren. De tijd van zelfgenoegzaamheid dat we het in Nederland zo goed voor elkaar hebben, is nu echt voorbij.

[S. de Beter (pseudoniem) is econoom en schrijft op zijn blog Eco Simpel]

  1. 1

    De verhuurder schroeft de huurprijs omhoog omdat de huurder de hogere huur kan ‘betalen’ in de vorm van huurtoeslag.

    eens, maar dit is inherent aan iedere subsidie toch: het klassieke uitverdieneffect?

    De enige oplossing die recht doet aan dit verschil: alleen bij studenten het recht op huurtoeslag afschaffen, en dit compenseren door een (inkomensafhankelijke) basisbeurs. Dat is goedkoper omdat projectontwikkelaars en huisjesmelkers dan niet langer misbruik kunnen maken.

    klopt dat wel? huisjesmelkers oid weten toch ook dat het inkomen van de student niet omlaag gaat. wel is er een prijs-effect, maar gezien de grote vraag naar “in de stad wonen” kan ik mij voorstellen dat de student evengoed zijn basisbeurs opmaakt aan een (te) hoge huur.

    verder een goed verhaal.

  2. 2

    Studenten zijn “vrijwillig arm” en gaan later meer verdienen. En op basis daarvan vindt u het kennelijk geoorloofd om het vangnet onder hun voeten vandaan te trekken. Ze kiezen er immers zelf voor.
    Echter: zonder opleiding is het een stuk lastiger aan een baan te komen, ook nu. Bijstand? Krijg je als jongere niet zolang je nog aan een studie kunt beginnen! En zodra je die studie begint, kies je er dan zelf voor om arm te zijn. Lekkere keuze is dat.

    Als we mensen minder willen ondersteunen omdat ze “later toch veel gaan verdienen”, is het dan niet vele malen logischer om de belastingtarieven in de hogere schijven op te hogen? Dan laat je namelijk de mensen die daadwerkelijk veel verdienen meer bijdragen, in plaats van de mensen die dat hopelijk ooit gaan doen.

    Ik ben er ontzettend huiverig voor om “studenten” los te koppelen van “mensen” als het gaat om de zaken die wij in Nederland noodzakelijk achten voor een fatsoenlijk leven. Een eigen bijdrage aan een studie is er echt wel: zelfs toen de studiefinanciering nog bestond, kon je daar bij lange na niet van leven. Zonder werken, lenen en/of ouderlijke steun gaat het al lang niet meer. En laten we niet vergeten dat wij als maatschappij ook de vruchten plukken van een goed opgeleide bevolking.

    (Uw pleidooi om universiteiten meer verantwoordelijk te houden voor de gevolgen van hun studentenwerving, daar kan ik me dan weer wel in vinden.)

  3. 4

    @3: Ik betwijfel of studenten zo gemakkelijk de hoge huren betalen als ze geen huurtoeslag zouden krijgen.

    minder gemakkelijk, klopt. maar uiteindelijk is het niet meer dan vraag en aanbod he. ook in de V.S. zijn traditionele college towns – Cambridge MA, Madison Wisconsin, Berkeley California – zeer duur om te wonen. terwijl daar er geen sprake is van huurtoeslagen oid… het is wat de gek ervoor geeft maar de belastingbetaler hoeft dat niet te subsidieeren.

  4. 5

    @2: De belastingtarieven in de hogere schijven ophogen is een makkelijker gezegd dan gedaan. En makkelijker gedaan dan geeffectueerd. Want een hoger marginaal tarief lokt belastingontwijking uit, en rijke en goedopgeleide mensen zijn daarin slimmer dan de modale Nederlander, zeker bij de huidige vorm van globalisering.
    Waarom zouden we de opleiding van hogeropgeleiden wel grotendeels door de overheid (=belastingbetaler) laten betalen en die van de lageropgeleiden niet? Zie http://eco-simpel.nl/2017/02/16/ook-onderste-helft-nederland-recht-op-eigen-onderwijs/

  5. 8

    Het laatste klopt. Het eerste is ws nu nog wel het geval maar mijn punt is juist dat dit snel aan het veranderen is. In ieder geval in Groningen. Wilt u weten wat er in uw eigen wijk of gemeente plaatsvindt aan verbouw en nieuwbouw van zelfstandige wooneenheden (die recht geven op huurtoeslag), ga dan naar de volgende site https://zoek.overheid.nl/berichten_over_uw_buurt_uitgebreid_zoeken.

    Rechts bij ‘onderwerp’ klikt u op ‘Omgevingsvergunning’ want vreemd genoeg vallen (alle?) vergunningen voor bouw en verbouw in deze categorie . Bij de zoektermen tikt u ‘zelfstandig’ of ‘appartement’. U kunt zelf bepalen voor welke periode u een overzicht wilt, doch u krijgt alleen de gegevens over de laatste twee maanden.

  6. 10

    Als je voor zelfstandige woonruimte zoveel geld kan krijgen, dan maakt het de verhuurder/eigenaar toch niet uit of aan een student of aan een niet-student wordt verhuurd. Kortom, ik snap uw opmerking niet.

  7. 12

    @1: “klopt dat wel? huisjesmelkers oid weten toch ook dat het inkomen van de student niet omlaag gaat. wel is er een prijs-effect, maar gezien de grote vraag naar “in de stad wonen” kan ik mij voorstellen dat de student evengoed zijn basisbeurs opmaakt aan een (te) hoge huur.”
    Lijkt me toch vrij evident: Zelfstandige wooneenheden (waar je huursubsidie voor kan krijgen) zijn inherent groter dan onzelfstandige wooneenheden. Als het voor de financiering niet meer uitmaakt (door voor studenten huursubsidie af te schaffen en een basisbeurs te geven), ontstaat juist de incentive om grotere zelfstandige wooneenheden te splitsen in meerdere onzelfstandige wooneenheden en die aan studenten verhuren, dat levert per vierkante meter dan meer op. In Nederland heeft men echter juist de omgekeerde beweging gemaakt, met als gevolg dat je als student financieel gezien juist beter ruimer en duurder kunt gaan huren.

  8. 15

    We zijn als samenleving bezig om onze eigen toekomst om zeep te helpen met het vol laden van studenten met schuld.
    Twee voor de hand liggende gevolgen:
    1. het kopen van een huis wordt veel lastiger met een forse studieschuld.
    2. hoger opgeleiden zullen het krijgen van kinderen nog meer uitstellen of er zelfs helemaal van afzien als ze in te kleine huizen zitten met teveel schulden.

  9. 18

    Ja ik heb de blog gelezen. Ik vind veel stellingen niet kloppen. Bijvoorbeeld:
    “Toch is dit de praktijk geworden, vooral in studentensteden” Ik zie dat in de Randstad niet.
    “Dit leidt tot de situatie dat juist rijkeluiskinderen meer gaan profiteren” Waarop is deze conclusie gebaseerd?
    “Peperdure studentenkamers betalen met behulp van huurtoeslag” Hierboven toonde ik aan dat huurders van studentenkamers niet in aanmerking komen voor de toeslag.
    Waaruit blijkt dat kinderen van rijkere ouders zich met meer graagte in de schulden steken?
    Wat heeft de afkomst van de bouwvakkers met de probleemstelling te maken?
    Waarom is een verschil tussen een ouder met een studerend kind en een andere particuliere beleggende verhuurder van belang?
    Als het lage inkomen van studenten slechts tijdelijk zou zijn moet je dat latere inkomen dan meer belasten. Nu treft de ook de mbo’ers en bijvoorbeeld kunstacademiestudenten.
    Kortom: Ik vind het een prutsartikel

  10. 19

    @18: een korte reactie op uw commentaar, waarvoor dank
    “Toch is dit de praktijk geworden, vooral in studentensteden” Ik zie dat in de Randstad niet. GRAAG BEWIJSMATERIAAL S.V.P. ZIEN IS NIET VOLDOENDE
    “Dit leidt tot de situatie dat juist rijkeluiskinderen meer gaan profiteren” Waarop is deze conclusie gebaseerd? ALLEEN RIJKE OUDERS KUNNEN HUIZEN VOOR HUN KINDEREN KOPEN, EN OP DIE ,MANIER VAN HUURTOESLAG PROFITEREN
    “Peperdure studentenkamers betalen met behulp van huurtoeslag” Hierboven toonde ik aan dat huurders van studentenkamers niet in aanmerking komen voor de toeslag. IK HEB HET BEWIJSMATERIAAL NOG NIET GEZIEN
    Waaruit blijkt dat kinderen van rijkere ouders zich met meer graagte in de schulden steken? OMDAT DIE DE SCHULDEN MAKKELIJKER KUNNEN TERUGBETALEN, EN ONDERTUSSEN GELD KUNNEN VERDIENEN MET HUN SCHULDEN. LEES https://www.josvdlans.nl/publicaties/2017-12-HUURPEIL-Huizen-ouders-kinderen.pdf
    Wat heeft de afkomst van de bouwvakkers met de probleemstelling te maken?
    BUITENLANDSE BOUWVAKKERS WORDEN INGESCHAKELD DOOR RIJKE OUDERS OM DE OVERHEID HUURTOESLAG TE ONTFUTSELEN. VINDT U DIT EEN GOEDE ZAAK?
    Waarom is een verschil tussen een ouder met een studerend kind en een andere particuliere beleggende verhuurder van belang? DAT VERSCHIL IS NIET ZO BELANGRIJK IN ECONOMISCH OPZICHT, WEL IN MOREEL OPZICHT (OUDERS MOETEN NIET HET SLECHTE VOORBEELD GEVEN)

    Als het lage inkomen van studenten slechts tijdelijk zou zijn moet je dat latere inkomen dan meer belasten. Nu treft de ook de mbo’ers en bijvoorbeeld kunstacademiestudenten.
    HOGERE BELASTINGEN LOKKEN BELASTINGONTWIJKING UIT.

    Emile M, wilt u de volgende keer beter beslagen ten ijs komen,. U kunt trouwens ook op mijn eigen blog reageren http://eco-simpel.nl/

  11. 20

    @19 De meeste mensen studeren tussen hun 18e en 23e. De maximale toegestane hoogte van de huur tot 23 jaar is echter € 417,34.

    Voor een kamer in Amsterdam betaal je al gauw vijfhonderd euro per maand. En dan zou dat voor zelfstandige woonruimte ineens een stuk minder zijn? Hoe waarschijnlijk is dat?

    Dus hoe voor de hand ligt het dat de doelgroep (18 tot 23 jarigen) überhaupt in aanmerking komen voor huurtoeslag?

    GRAAG BEWIJSMATERIAAL S.V.P. ZIEN IS NIET VOLDOENDE

    Bewijsmateriaal is nu juist wat in bovenstaand blog geheel ontbreekt. Het betoog stoelt op een hele hoop aannames.

    Cijfers over het aantal studenten dat huurtoeslag ontvangt, ontbreekt. Cijfers over het aantal studenten dat in zelfstandige woonruimtes wordt gestoken trouwens eveneens.

    Wie uw beweringen wil nagaan, mag het allemaal zelf nazoeken. En dan wel op hoge toon eisen dat andere reaguurders bewijzen leveren? Ik dacht het even niet.

    O, en laat die hoofdletters achterwege aub. Dat komt nogal schreeuwerig over.

  12. 21

    De meeste mensen studeren tussen hun 18e en 23e. De maximale toegestane hoogte van de huur tot 23 jaar is echter € 417,34.

    Voor een kamer in Amsterdam betaal je al gauw vijfhonderd euro per maand. En dan zou dat voor zelfstandige woonruimte ineens een stuk minder zijn? Hoe waarschijnlijk is dat?

    via de constructie broekzak-vestzak die de auteur in zijn vorig artikel uitlegt:

    Win-win, maar niet voor iedereen

    Lekker gemaakt door al die optimistische voorspellingen en de groeiambities van onderwijsinstellingen geven gemeenten graag toestemming voor de bouwplannen van studentenhuisvesters en projectontwikkelaars. Die bouwen het liefst zelfstandige wooneenheden, want dan kunnen de huurders huurtoeslag aanvragen, zodat ze zonder problemen een hoge huur kunnen betalen: een aantrekkelijke win-win situatie.

    dit klinkt aannemelijk. harde cijfers zijn er volgens mij niet, maar in mijn omgeving ken ik al drie gevallen van vermogende ouders die (studenten)huizen kopen voor hun studerend kind, waarbij de vriendjes van dat kind huur betalen.

  13. 22

    jammer trouwens dat er zo uit de heup wordt geschoten op dit artikel (“geen cijfers”,”allemaal aannames”) terwijl het een stukje inhoudelijker is dan een Klokwerk, die HBO docent of Jos die over economie schrijft.

  14. 23

    ALLEEN RIJKE OUDERS KUNNEN HUIZEN VOOR HUN KINDEREN KOPEN, EN OP DIE ,MANIER VAN HUURTOESLAG PROFITEREN

    @19 Dan loont het vermoedelijk meer om meerdere studenten in een duurdere woning te stoppen en daar kamerhuur van te vragen dan een appartementje voor je eigen kind kopen en de huursubsidie op te strijken.

    Kun je zo €350,- tot €400,- per student vragen. Als je een eensgezinswoning koopt en daar drie studenten en je eigen kind in mikt, zit je al op minimaal €1050,- p/m, plus het geld dat je uitspaart aan maandelijke ouderlijke ondersteuning (die nu immers in natura plaatsvindt).

    Die studenten hebben dan weliswaar geen recht op huurtoeslag, aangezien ze op kamers wonen, maar dat is niet jouw probleem.

    En alweer: uiteraard kom je niet met cijfers waaruit blijkt hoeveel ouders indirect van huurtoeslag profiteren, want alleen jouw critici hoeven met bewijzen op de proppen te komen.

  15. 24

    in mijn omgeving ken ik al drie gevallen van vermogende ouders die (studenten)huizen kopen voor hun studerend kind, waarbij de vriendjes van dat kind huur betalen.

    Zie wat ik daarover schrijf bij #23. Daar komt geen huurtoeslag bij te pas.

    jammer trouwens dat er zo uit de heup wordt geschoten op dit artikel (“geen cijfers”,”allemaal aannames”)

    De auteur eist hier in de reaguurpanelen op hoge toon onderbouwing van zijn critici, maar levert zelf niks dan zijn eigen aannames.

    Dat ik daar de vinger bij leg is niet ‘uit de heup schieten’, maar wijzen op een dubbele standaard.

  16. 25

    @20

    O, en laat die hoofdletters achterwege aub. Dat komt nogal schreeuwerig over.

    Terechte opmerking, maar laat iemand dan ook zien hoe die het wel kan (en hoort) te doen. De hoofdletters moeten waarschijnlijk het onderscheid maken tussen geciteerde tekst van een reaguurder, en zijn eigen commentaar. Wat ik nu dus ook bij jou doe. Alleen gebruiken wij daarvoor block quotes. Vermoedelijk weet #heinvrolijk niet hoe hij dat in de commentpanelen doet.

    [.q]Door aan beide kanten de puntjes weg te laten[./q]
    Zo dus:

    Door aan beide kanten de puntjes weg te laten

  17. 27

    Ikzelf heb ook wel een probleem met #0. Het is deels verwoord door #Prediker, die eigenlijk stelt dat de omvang van het probleem niet bekend is en vermoedt dat het probleem opgeblazen is. De schrijver doet wel pogingen om de omvang te schatten, maar de cijfers hangen daarbij vooral af van extrapolaties en aannames. #0 extrapoleert als hij de cijfers voor het verbouwen van studentenkamers tot zelfstandige woningen in de maand juli in Groningen extrapoleert naar jaarlijkse cijfers (gelukkig nog niet voor heel Nederland). (Zijn cijfers voor juli überhaupt representatief? Ik zou zeggen dat verbouwingen juist plaats vinden bij droog weer, als er zo min mogelijk overlast is, omdat de bewoners weg zijn; juli is daarvoor een goede kandidaat. December een stuk minder.) Ook is er de aanname dat buitenlandse studenten hun weg nooit vinden naar studentenkamers in de jaren dat ze in Nederland zijn.

    De artikelen staan nu een tijdje online. Maar hoe meer ik erover nadenk, hoe wankeler ik het betoog (tot de voorgestelde oplossing) vind, hoe meer ik een ‘ethisch zwarte gat’ ik zie, en hoe meer haken en ogen. Ook zie ik de voorgestelde oplossing als een deconstructionistische, suboptimaliserende oplossing voor een nauwelijks bestaand probleem (of eigenlijk een bestaand probleem, wat veel oorzaken heeft, maar waarvan de aangedragen oorzaak slechts een kleine van vele is).

    Een belangrijk kernissue is ‘wat het betekent om te studeren’. Dat houdt in: waarom studeren studenten, wat ‘hoort’ er bij een studentenleven, en wat is eerlijk naar studenten toe, en naar de maatschappij. #0 gaat er vanuit dat je studeert om later een hoger inkomen te krijgen. De impliciete aanname is dat studenten ‘op kamers’ (lees: onzelfstandige woonruimte) moeten, omdat dat hoort. Het moet studenten in ieder geval niet makkelijk gemaakt worden om in zelfstandige woonruimtes te wonen. Een discutabele kernachtige bewering is dan ook dat het oneerlijk is dat studenten huurtoeslag krijgen, ze zijn immers vrijwillig arm, opdat ze later meer verdienen.

    Laat die laatste uitspraak bezinken, niet alleen zit hier een enorm ethisch zwart gat (we gaan kennelijk aan Life Cycle Analysis en Life Cycle Costing doen. Wat doen we met kinderen die ‘voor galg en rad’ opgroeien? Gattaca, Brave New World en Minority Report-beelden doemen op). Daarnaast zijn er ook behoorlijk wat aannames en slippery slopes. Meer verdienen? #0 noemt zelf al arbeidsmarktkansarme studies (kunstacademie, bedrijfskunde, internationale relaties, communicatiewetenschappen) waarbij dat niet het geval is, utilistische overwegingen als winstmaximalisatie zijn kennelijk niet de enige overwegingen die studenten maken. (Toegegeven, de kunstacademiestudenten kunnen denken dat ze wèl een goede kans hebben op de arbeidsmarkt en zodoende jarenlang misleid worden, ook al zijn ze aan de andere kant intelligent genoeg om een universitaire studie te doen.) De bewering dat studenten ‘vrijwillig’ arm zijn is ronduit explosief. #2 slaat misschien wat wild om zich heen om dat aan de kaak te stellen, maar #5 noemt in de bespreking ervan niet de belangrijkste argumenten uit #2, maar houdt het bij een zwak jantje-van-leiden om de voorgestelde oplossing uit #2 niet serieus te nemen. #2 noemt namelijk wel degelijk goede argumenten: als je werkloos en jong bent, word je door de instanties in een studie of opleiding geduwd. Niet alleen is daarmee nu een gat geblazen in het argument dat studeren altijd vrijwillig arm zijn. Zelfs de notie van het argument zelf, dat je ‘vrijwillig arm’ bent, is een giftige. De katholieke kerk heeft eeuwenlang ‘vrijwillige armoede’ gepredikt om de bevolking uit te persen. Conservatieven hebben internationaal ook decennialang gepredikt dat alle armoede vrijwillig is (en daarmee het probleem van armoede verergeren, terwijl ze daarmee tevens de navrante effecten van een scheve welvaartsverdeling niet hoeven te bespreken).

    Hoewel de voornoemde uitspraak wel uitlegt volgens welk moreel stelsel het oneerlijk is dat studenten huurtoeslag krijgen, is het wel een vrij willekeurig stelsel. We doen niet aan life cycle costing, en het zagen aan het recht op huurtoeslag voor studenten is niet alleen daarom een slecht idee, het zaagt (via LCC) ook aan de poten onder de verzorgingsstaat: je bent nu arm, dus daarom heb je [/i]nu[/i] recht op toeslagen, de reden maakt niet uit, omdat we allemaal ooit in armoede kunnen verkeren. Het is daarom dat ik de oplossing ook suboptimaliserend vind: het is de schrijver volgens hem (en ik geloof hem) te doen om misstanden aan te kaarten, vooral het misbruik door kapitaalkrachtigen om subsidies en toeslagen op oneerlijke wijze in hun portemonnee te krijgen, waarmee zij eveneens aan de poten zagen van de solidariteit van de verzorgingsstaat, maar zijn oplossing doet hetzelfde. Een andere tegenstrijdigheid is dat de schrijver tegen belastingontwijking is (zie #0, #5, #19), maar dat juist één van de ‘enablers’ van belastingontwijking het bestaan is van uitzonderingen op regels (en uitzonderingen op uitzonderingen). Het ontzeggen van huurtoeslag aan studenten is zo’n uitzondering. Het wachten is op misbruik van #0’s voorstel.

    Voor zover de grootste manco’s in de idee achter #0’s voorstel. Maar er mankeert meer aan. Er zijn ook problemen met de uitvoerbaarheid. Ten eerste is er de huidige staat van de Belastingdienst. Het is nu haast een jenga-toren, waarbij elk weggenomen of toegevoegd steentje té veel is. De Belastingdienst heeft letterlijk gevraagd om niet met nieuwe belastingplannen te komen: ze kunnen simpelweg nu niet uitgevoerd worden. Een andere is de rechtsstatelijke onderbouwing: er wordt een probleem geconstateerd, maar bij de wettelijke oplossing van het probleem (#0’s voorstel), worden de veroorzakers van het probleem ontzien (huisjesmelkers, maar ook nalatigheid van universiteiten om studenten te huisvesten), maar worden juist de voornaamste slachtoffers ((buitenlandse) studenten) nogmaals geslachtofferd (in hun totaal, ook al gaat het meeste van hun geld niet naar huisjesmelkers) om het voor secundaire en verdere slachtoffers (starters, belastingbetalers) minder erg te maken. Dat lijkt mij vooral niet eerlijk! Ook de bespreking van de buitenlandse achtergrond van studenten en verbouwers is van minder belang. Er is niet aangetoond dat buitenlandse studenten (ook later in hun studie) onevenredig wonen in zelfstandige woningen en daarmee onevenredig gebruik maken van huurtoeslag. De omvang van het direct voor-de-hand-liggende probleem is ook niet duidelijk – zoals in het begin, en door #Prediker – al benoemd. Dat directe probleem is de hoogte van de totale huurtoeslag die aan studenten wordt uitgekeerd omdat ze (volgens de aanname) steeds meer in zelfstandige woonruimtes wonen. Het is ook verkeerd becijferd; #Prediker noemt al de maximale huur waar een gemiddelde student huurtoeslag voor aan mag vragen. Het grotere probleem is de overwaardering van huizen in studentensteden door het uitverdieneffect (#1) en onbetaalbaarheid voor starters. (En hoezo: als studenten in zelfstandige woonruimtes kunnen wonen, waarom zouden starters dan niet ‘op kamers’ kunnen beginnen? Ooit was dat de norm: thuis blijven wonen totdat je ging trouwen. Moeten studenten nu leven zoals de 19e eeuwse student uit Misdaad en Straf ook leefde?) Het grotere probleem daarachter is weer de stijging van woonkosten voor iedereen. Maar daarvan zegt ook #0 dat zijn voorstel daar weinig effect op heeft.

    Daarnaast zie ik ook de weerzin tegen andere, simpelere oplossingen die aangedragen worden: belastingverhoging voor hogere inkomens. In plaats van LCC, kijken we meteen naar de groep die -kennelijk- het meest te winnen heeft van studeren: de veelverdiener (in spe). #heinvrolijk zegt daarop simpel: “Nope, want belastingontwijking” en doet zich zo met een jantje-van-leiden af. #0 neemt wel de moeite om de strijd aan te gaan met de belastingdienst en overheden door een micromanagement van de huurtoeslag voor een bepaalde subgroep. Maar zodra het aankomt op veelverdieners, huisjesmelkers en andere uitbuiters van regels: “Do NOT rock the boat”, zelfs een verdere uitleg, verdere cijfermatige onderbouwing is daarvoor overbodig.

    Nu gaat deze bespreking eigenlijk over slecht een paar aspecten van het onderwerp dat #0 in deze (en de eerdere post) aansnijdt. Bespreking van wat eigenlijk de achterliggende problematiek is: “gaat Nederland wel goed om met de huisvesting van (buitenlandse) studenten”, blijft achterwege. Deels omdat ik de onvrede daarover wèl deel, maar ik de voorgestelde oplossing lafhartig, niet passend en slecht vind.

    N.B.
    Ook wil ik benoemd hebben dat #0 toch ook een stukje ‘zeuren op studenten’ is. Studenten moeten zo snel mogelijk hun studie doen. We willen ze niet zien in het OV (NS: veel drukte in de spits door scholieren en studenten, kunnen universiteiten hun roosters niet aanpassen), ‘werkend’ Nederland zeurt daar maar over. Maar goed, willen we ze niet in het OV hebben, dan moeten ze dichter bij hun studie wonen. Dat is duurder gemaakt, en dan nog willen we ze niet horen, willen we er (#0) niet aan meebetalen, en zetten we ze lekker weg als ‘ze kiezen om arm te zijn, opdat ze later meer verdienen’. Kiezen ze ook voor een enorme aanslag op hun lichamelijke (o.a. schurft) en geestelijke gezondheid (50% heeft last van depressie, angststoornissen, 20% denkt aan suïcide)? #0 mag eens goed gaan nadenken, niet alleen over hoe we over de huisvesting van studenten omgaan, maar hoe we überhaupt met studenten omgaan. Zoals het nu is, is de maatschappelijke visie dat ze eigenlijk 4 à 5 jaar lang in een gangkast opgesloten moeten zitten, waarna ze meteen de arbeidsmarkt op moeten.

  18. 28

    Ik vind het artikel ook wat te veel gelardeerd met buitenlanderaversie. Er wordt geschopt tegen buitenlandse studenten en gemopperd op Oost-Europese bouwvakkers terwijl dat de kern van het probleem niet raakt.
    Wat rijke ouders betreft die een huis kopen om het woonprobleem van hun kind op te lossen staat er tegenover de toeslag van het kind – niet van de ouder – box3heffing en als het goed is ziet de Belastingdienst verhuur beneden de marktwaarde als een belaste schenking.