Studenten en keuzevrijheid

Als ik kijk naar mijn studententijd, dan besef ik me hoeveel keuzevrijheid ik had. Ik ben begonnen met studeren in 1999 en heb acht jaar over mijn studie gedaan. Dat was een keuze die ik kon maken.* Ik ben vroeg in mijn studie actief geworden bij verschillende studentenorganisaties, en merkte al snel dat ik daar minstens zo veel leerde als tijdens mijn studie. Ik koos daarom om een dozijn internationale studentenconferenties op mijn vakgebied te bezoeken en er een paar te organiseren, om actief te zijn in de studentenbeweging, om verschillende studentenorganisaties te besturen, om aan statuten te schrijven en om hoofdredacteur te zijn van een verenigingsblaadje.

Ook had ik veel keuze binnen mijn studie. Om, enkele verplichte werkgroepen uitgezonderd, wel of niet op college te verschijnen. Ik had de keuze om zelf mijn eigen scriptieonderwerp te kiezen, en dat helemaal vorm te geven naar mijn eigen wensen en interesses. Ik had bijna een volledig studiejaar aan vrijekeuzeruimte (39 van de 42 studiepunten die een jaar toen telde). Zolang ik beargumenteerde waarom een bepaald vak (van welke studie dan ook) voor mij nuttig en relevant was, kon ik volgen wat ik wilde.

Al deze keuzevrijheid is grotendeels verdwenen voor de meeste studenten van nu, tot mijn spijt. Veel opleidingen kennen een strenge aanwezigheidsplicht, en veel studies hebben een bindend studieadvies. Er is een harde knip tussen de bachelor en de master, dus een leuk mastervak ‘er bij’ volgen tijdens de bachelor is verboden. Studenten moeten vaak binnen een bepaalde tijd hun vakken halen anders vervallen de studiepunten, dus vakken erbij doen is sowieso iets dat wordt ontmoedigd. De vrije ruimte is daarnaast danig ingeperkt, vergeleken met toen ik studeerde. Wat er nog is, is vaak gegoten in een systeem van minors, waarbij studenten een hapklaar pakket van 30EC kunnen kiezen. Scriptieonderwerpen zijn bij veel studies niet meer vrij, maar dienen de onderzoekslijn van de opleiding te volgen of gekozen te worden van een lijst met onderwerpen.

Even daargelaten wat de ratio is achter al deze maatregelen, en of er ook dingen bij zitten die positief uitpakken: dit alles is ingevoerd zonder al te veel protest vanuit de grote studentenmassa’s. Ja, studentenvakbonden, studentenorganisaties en medezeggenschap hebben geprotesteerd. Er is gelobbyd, er zijn opiniestukken geschreven er is in honderd debatten uitgelegd waarom dit alles fnuikend is. Voor de ontwikkeling van studenten, voor hun academische vorming en voor hun vermogen om zelf keuzes te maken en daarbij op hun bek te gaan. Maar ook voor de arbeidsmarkt, die steeds minder gerijpte studenten krijgt, die zelf verantwoordelijkheid hebben genomen, en steeds meer lopendebandstudenten die in vier jaar door het programma gedraaid zijn waarbij enkel vakinhoudelijke vaardigheden zijn afgevinkt.

Maar dat protest heeft de ontwikkelingen hooguit vertraagd. De massa studenten heeft zich zelden om deze grote ver-van-het-bedshow bekommerd, en vond het wel best. Alleen toen er grote financiële belangen speelden, zoals bij de langstudeerboete, liet een groot deel van de studenten zich horen toen hun keuzevrijheid werd beknot.

Kortom: de student is geknecht, in een keurslijf geduwd, een dwangbuis omgedaan, en de massa studenten heeft dat allemaal rustig laten gebeuren. Zo lang het geen geld kostte was het de moeite van protest niet waard.

Maar nu, aan de Radboud Universiteit, is de grens bereikt. Er is ophef, en discussie, over de zoveelste inperking van de keuzevrijheid. Er is een Facebook-groep opgericht als protest, en op allerlei media zijn felle discussies losgebarsten, met een intensiteit die de rustige Nijmeegse, academische gemeenschap normaal vreemd is. Het is duidelijk: na alles wat de student al is afgenomen, zal het niet gebeuren dat studenten ook nog eens hun maandagse plakje vlees wordt afgepakt in de universiteitskantine!

Mocht u op dit punt “eh, huh?” denken: het Facilitair Bedrijf van de Radboud Universiteit heeft er voor gekozen om een aantal maandagen geen vlees te serveren, als idealistisch experiment en als bijdrage aan een duurzame aarde. Eén van de belangrijkste argumenten van de tegenstanders van de ‘vleesloze maandag’, naast klachten over ‘betutteling’, is de inperking van hun keuzevrijheid. Inhoudelijk laat ik deze discussie hier voor wat het is, daar is al genoeg over gezegd en geschreven. Misschien zelfs al te veel, aangezien de nazi’s, Stalin en Pol Pot nodig bleken om argumenten kracht bij te zetten.

Maar wat zou ik graag willen dat mensen wat beter nadachten over wat er nou echt belangrijk is.

János Betkó denkt dat die gast die ooit riep dat het volk prima tevreden is zolang je maar voorziet in brood en spelen best een punt had.

*Al kostte die keuze toen ook al veel geld, gezien de hoogte van het collegegeld en het feit dat de studiefinanciering na vier jaar stopte. Om lezers voor te zijn die een opmerking willen maken ‘over wat dat de maatschappij allemaal gekost heeft’: uit recent onderzoek van het ministerie van onderwijs blijkt dat langer studeren geld oplevert voor de onderwijsinstelling, het extra collegegeld is meer dan genoeg om eventuele extra onderwijsinspanningen te bekostigen.

  1. 3

    “Al deze keuzevrijheid is grotendeels verdwenen voor de meeste studenten van nu, tot mijn spijt.”
    Leuk is dat, ik zie precies de omgekeerde beweging op mijn faculteit/universiteit. Ik had (20 jaar geleden) welgeteld 12 ouderwetse studiepunten/weken aan vrij in te vullen vakken (je mocht meer extra doen, maar dan moest dat tegelijk met verplichte vakken, met meer dan 20 contacturen per week, waarvan meer dan driekwart met aanwezigheidsplicht), die je vanwege de periode waar ze in vielen onmogelijk in het buitenland kon doen. Verder zaten er 18 studiepunten aan een “keuzetraject” waarbij je uit twee richtingen kon kiezen. Nu mogen de studenten een half jaar gaan doen wat ze willen (ja ze kunnen kiezen voor een hapklaar minorpakket, maar die zijn er best weinig en met beperkte plaatsen, dus het is makkelijker zelf vakken bijeen doen), op een moment dat álle universiteiten dat tegelijk doen (zodat je ook eens ergens anders heen kan) en voor hun thesis mogen ze nog eens 18 ects gaan doen wat ze willen (de eisen aan de bachelorthesis zijn aanmerkelijk lager dan die aan de oude doctoraalscriptie, waardoor daar heel wat meer vrijheid in zit). Daarnaast kun je nog een heel jaar (plus twee blokken) een richting kiezen uit 3 stromen. En vraag je een vrije bachelor aan (doet niemand, want studenten willen eigenlijk helemaal niet zoveel kiezen), dan heb je dus letterlijk je hele studie minus de eerste vijf blokken en een paar verplichte studieonderdelen (filosofie, statistiek) te kiezen. Het aantal contacturen is ook fors verlaagd (nog maar 12, waarvan circa de helft met aanwezigheidsplicht), zodat het volgen van twee opleidingen tegelijk zelfs een reële mogelijkheid is (er lopen er op onze faculteit in ieder geval een paar handvol rond).

    Financieel is het verhaal wat moeilijker (vroeger kreeg je ruimer stufi, absoluut), maar daar staat tegenover dat naast je studie werken zowel juridisch als roostermatig (veel minder verplichte onderwijsuren en bovendien worden roosters, inclusief wijzigingen, die trouwens veel minder optreden, nu veel eerder bekend gemaakt) beter mogelijk is.

    “Er is een Facebook-groep opgericht als protest”
    Daar zal het CvB slapeloze nachten van hebben! Wel frappant dat in Nijmegen de catering nog niet aan de markt uitbesteed is. Een commerciële cateraar zou nooit met rare fratsen als vleesloze dagen aankomen.

  2. 8

    1) @3 en @7 ; er zijn zeker verschillen per universiteit en hogeschool, en ook per opleiding binnen dezelfde instelling. In die zin is het niet gek dat er verschillende ervaringen zijn. Dit stuk is echter niet (alleen) op basis van mijn persoonlijke studie-ervaring: ik heb vijf jaar opleidingen gecontroleerd in het hoger onderwijs, daarvoor was ik jarenlang actief bij verschillende studentenorganisaties, waaronder twee jaar als bestuurder bij de Landelijke Studentenvakbond (LSVb). Ik durf op basis van die ervaringen wel te stellen dat over de volle breedte de keuze echt stukken minder is geworden, niet alleen financieel, maar bij veruit de meeste opleidingen ook inhoudelijk. Al zullen er best uitzonderingen zijn (zie 3).

    2) de taalpuristen hebben gelijk (al moet ik zeggen dat de eindredactie op vrij-zinnig, waar dit stuk eerder verscheen, de contaminatie wel gezien had, maar bewust had laten staan in het kader van ‘ingeburgerd, daar valt niemand over’. Maar eindredacteur noch ikzelf kende bovenstaand filmpje, anders hadden we deze taalzonde vast niet begaan!)

    3) @5 gelukkig deed ik mijn studie graag, en is het nog steeds een hobby (ik lees nog steeds graag een goed geschiedenisboek). Ik vermoed dat niet alle psychiaters hetzelfde vinden van iemand die acht jaar over een vierjarige studie doet, maar ik hoop dat de meeste mensen, inclusief psychiaters, denken: “Wat jammer dat dat nu niet meer kan!” Want ik ben er van overtuigd dat het echt meerwaarde heeft om je naast je studie te ontwikkelen, ook als dat (forse) vertraging tot gevolg heeft.