Staatsgreep in een narcostaat

Barbezoekers in Bissau (Foto: Flickr/kaysha)

Slechts weinigen zullen vermoeden dat ’s werelds ergste narcostaat niet in Latijns-Amerika ligt, maar in Afrika. Sterker nog, de meeste mensen zullen niet eens het bestaan van Guinee-Bissau vermoeden, een trieste voormalige Portugese kolonie die ergens onderaan de welvaartslijst van de Verenigde Naties bungelt.

Vorige week waren er verkiezingen, die afgelopen weekend gevolgd werden door een poging tot staatsgreep. De namen van de politici, partijen en generaals doen er eigenlijk niet toe. Sinds een kortstondige burgeroorlog tien jaar geleden is het een komen en gaan van staatsgrepen, mislukte verkiezingen en wat dies meer zij.

Het is de ideale biotoop voor drugsbendes, die van het vrijwel politieloze land een belangrijke doorvoerhaven voor drugs gemaakt hebben. De internationale gemeenschap krijgt dat langzaam door. In oktober sprak de Veiligheidsraad nog zijn zorgen uit over de toestand in het land (uitgebreide pdf).

De bevindingen van de Verenigde Naties suggereren dat in elk geval het leger actief meedoet aan de drugshandel. Het land is bezig van een simpele tussenstop een ware drugsmarktplaats te worden. De huidige president, die de coup van het weekend lijkt te hebben doorstaan, probeert er wat tegen te doen, onder andere door meer investeringen aan te trekken. Het gevolg is dat de bendes nu naar het zuiden trekken, naar Guinee, een ander straatarm en corrupt land. Daarvan zijn er aan de Afrikaanse kust nog meer dan genoeg.