Spreadspotten: het nieuwe vogelwichelen

De angst voor oplopende spreads op de Nederlandse staatsschuld is misschien begrijpelijk, maar niet reëel in het licht van de historisch lage rente op de Nederlandse staatsschuld. In plaats van ons te laten leiden door dagkoersen, die om veel redenen schommelen, zouden we ons zorgen moeten maken om meer fundamentele economische uitdagingen. De enorme schuld van Nederlandse huishoudens bijvoorbeeld. Een gastbijdrage van Timor el-Dardiry (Ensemble).

In het oude Rome had je professionele augures: vogelwichelaars. De taak van die augures moet je niet te licht opvatten. Aan de hand van de vlucht van vogels werden zij namelijk geacht om de wil van de goden te bepalen. De uitkomsten van hun gewichel hadden grote invloed op publiek beleid. Als de kraaien vanuit rechts kwamen vliegen, moest de geplande aanleg van dat nieuwe aquaduct toch maar eens worden heroverwogen. De augures waren dus topambtenaren en genoten veel gezag en respect. Romeinen die openlijk twijfelden aan hun uitspraken, konden streng gestraft worden.

Wie dacht dat de taken van de augures inmiddels zijn afgeserveerd als rustiek tijdverdrijf, komt op de eerste beursdag na het mislukken van de Catshuisonderhandelingen van een koude kermis thuis. De wichelarij voor de publieke zaak beleeft vandaag de dag een ongekende heropleving. De nieuwe augures kijken niet naar de lucht, maar naar schermen met koersinformatie. De kraai en de raaf zijn ingeruild voor het symbool NETHGER:IND, de spread (rente-opslag) die de Nederlandse staat betaalt bovenop de Duitse.

De voortekenen zijn dramatisch slecht, als we de dames en heren journalisten en financieel experts mogen geloven. Ai! Daar gaan we dan! De spread is opgelopen tot het hoogste punt in een jaar! Nederland wordt onveiliger voor beleggers (1:45)!

Aan dit soort spreadfetisjisme hebben we net zoveel als aan de klassieke vogelwichelarij: hoegenaamd niets. Laten we onszelf niet gekmaken door over elkaar heen te buitelen zodra de spread een beetje oploopt. Daar kunnen veel redenen voor zijn. Zo is de rente op de Nederlandse staatsschuld niet eens zozeer gestegen: de rente op de Duitse staatsschuld is gedaald. Dat kan te maken hebben met de onzekerheid in andere eurolanden zoals Frankrijk (presidentsverkiezingen). Of met iets heel anders.

Het is verleidelijk om ons beeld te laten bepalen door koersbewegingen op de korte termijn (want dat is nieuws!), maar kijk eens naar de afgelopen twaalf jaar. De rente op Nederlandse staatsobligaties is ontegenzeggelijk gedaald, van bijna zes procent naar nauwelijks twee procent. Hoe reëel is alle onrust dan?

Ik ben de eerste om te erkennen dat de Nederlandse staatsschuld te hoog is. Dat we die snel en behoorlijk moeten afbouwen om ons land toekomstbestendig te maken. En dat extra bezuinigingen onvermijdelijk zijn. Maar een te grote nadruk op dagkoersen (of het nu peilingen zijn of rentespreads) leidt af van waar de politieke discussies voorafgaand aan verkiezingen mijns inziens over moeten gaan: wat zijn de grote uitdagingen waar Nederland voor staat? Welke visies en welke oplossingen bieden partijen daarvoor op de lange termijn?

Laat ik een voorzet geven. Ik zou willen dat iedereen die zich nu zo opwindt over de spreads op ons staatsschuldpapier zich net zulke zorgen zou maken over de particuliere schuldenberg van Nederland. Die is namelijk de hoogste van de eurozone: 249% van ons BBP. Daar staan weliswaar ook bezittingen tegenover, maar die liggen enerzijds vast in pensioentegoeden en anderzijds in onroerend goed. Met een inzakkende huizenmarkt is dat een enorm probleem. Hoe zorgen we er voor dat Nederlandse huishoudens hun schulden afbouwen en meer gaan sparen? Misschien kunnen we spaargedrag bevorderen door in plaats van de huidige inkomstenbelasting te kiezen voor een consumptiebelasting. Dat zou nog eens een maatregel zijn die de Nederlandse economie gezonder kan maken. En daar is uiteindelijk ook de spread bij gebaat, waarde wichelaars.

  1. 2

    Nederland is zielig.
    Het netto vermogen 2010 bedroeg totaal 1.689,7 mld en bestond uit eigenwoning: 533,4 mld (32%), pensioen (netto na belastingclaim): 476,3 mld (28%) en overig vermogen toch nog: 680,0 mld (40%).
    Het probleem is vooral de 971 duizend woningbezitters tot 40 jaar die het meest kwetsbaar zijn voor een eventuele verdere waardedaling van de eigen woning. Het totale woningbezit voor deze groep is in 2011 220 miljard met een schuld van 217 miljard.
    Liquide middelen, obligaties en aandelen zijn ruim voor handen eind 2011: 412 miljard. Elk jaar komt er zo’n kleine 70 miljard aan pensioenreserves bij. Maar dat mogen we geen sparen noemen, hoewel we daar een dag in de week voor werken.
    En die staatsschuld van 407 miljard is voor aftrek belastingclaim op pensioenreserves tegen contant waarde toch 312 miljard, zodat de staatschuld netto 95 miljard is (15,2% bbp). Kom daar eens om in de EU.
    (http://tinyurl.com/c8yrjpu en http://tinyurl.com/d7xqqb7 met literatuurverwijzing).

  2. 3

    @2: nuttige relativering. Het is wel precies de groep van relatief jonge woningbezitters waar ik me zorgen om maak. Vorige week las ik dat inmiddels 500.000 huiseigenaren ‘onder water’ staan. Niet iets om vrolijk van te worden.

    Wat een schat aan informatie trouwens, uw blog. Staat gebookmarkt.