Sociale media censureren?

ONDERZOEK - Vrijheid van meningsuiting: veel Nederlanders hebben er moeite mee.

Het College voor de Rechten van de Mens heeft onderzocht wat Nederlanders vinden van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om in het openbaar te demonstreren. Over het algemeen vinden mensen wel dat iedereen vrij moet zijn om zijn of haar mening te kunnen uiten. Maar dat de steun voor deze vrijheidsrechten afhankelijk wordt gemaakt van de vorm en inhoud van de uiting duidt er op dat de betekenis van deze rechten nog steeds niet goed is doorgedrongen.

Een nadere beschouwing van de onderzoeksresultaten levert geen opwekkend beeld op. Een opvallend resultaat betreft het negatieve oordeel over de uitingsvrijheid op sociale media. Minder dan  een kwart van de respondenten vindt dat je op sociale media moet kunnen zeggen wat je wilt. De vraagstelling, geven de onderzoekers in een noot toe, is niet geheel duidelijk. De wet stelt immers grenzen aan uitingen. Dus de stelling ‘Iedereen moet vrij zijn om te zeggen wat hij wil’ moet op voorhand worden gerelativeerd. Het is onduidelijk of alle respondenten zich dit hebben gerealiseerd. Dat de context van de sociale media tot een meer uitgesproken oordeel over deze stelling leidt valt wel op. Het heeft vermoedelijk veel te maken met de vele voorbeelden van het overschrijden van fatsoensgrenzen, grof taalgebruik, vreemdelingenhaat en racisme die de laatste jaren breed zijn uitgemeten.

Wat is een belediging?

Wat verder opvalt is het makkelijke oordeel over beledigingen. Maar liefst 60% vindt dat op sociale media beledigingen zo snel mogelijk verwijderd moeten worden. Moet er dan niet eerst worden vastgesteld wanneer een uiting in strafrechtelijke zin beledigend is? Meer dan 60% meent ook dat mensen zich in Nederland te snel beledigd voelen. Ik zou wel eens willen weten of daartoe ook degenen behoren die menen dat alle beledigingen zo snel mogelijk van Twitter etc. moeten worden verwijderd. En nog meer tegenstrijdigheden: tweederde van de respondenten voelt zich zelf nooit gekwetst en 60% voelt zich ook niet geremd om een mening te uiten. Wat is hier nu het probleem? Ik zou zeggen: ondoordacht oordelen over het fenomeen beledigen. Rechters hebben het er al moeilijk genoeg mee, een makkelijk oordeel van respondenten in een opinieonderzoek brengt ons niet veel verder.

Casuïstiek demonstratievrijheid

Hoeveel waarde er aan de vrijheidsrechten wordt gegeven blijkt vaak pas in de praktijk. En als het om de vrijheid van meningsuiting en de demonstratievrijheid gaat zien we veel te vaak dat abstracte waarden heel gemakkelijk sneuvelen in de hitte van een concreet inhoudelijk conflict. Niet het vrijheidsrecht zelf, maar het politieke standpunt bepaalt in veel gevallen de tolerantie voor bepaalde uitingen. Dat blijkt het duidelijkst uit antwoorden op de vraag hoe acceptabel dan wel wenselijk bepaalde demonstraties zijn. Leraren die demonstreren voor meer loon en minder werkdruk kunnen op veel meer begrip rekenen dan demonstranten tegen politiegeweld, tegen moskeeën en islamitische scholen, of tegen Zwarte Piet. Het illegaal en eigenmachtig verhinderen van een demonstratie tegen Zwarte Piet wordt door bijna de helft van de respondenten gebillijkt, ook al heeft een grote meerderheid van de respondenten er in het algemeen, voordat ze met dit voorbeeld werden geconfronteerd, weinig begrip voor wanneer andere burgers proberen een demonstratie te verstoren.

Onderwijs

” Ondanks dat de meeste mensen onderstrepen dat iedereen vrij moet zijn om te zeggen wat men wil, kunnen inhoudelijke standpunten van invloed zijn hoe men tegen deze mensenrechten aankijkt. Er lijkt weinig ruimte te zijn voor impopulaire opvattingen en minderheidsstandpunten,” luidt een van de conclusies van het onderzoek. Er valt dus nog het een en ander uit te leggen. De onderzoekers bevelen aan “kinderen deze vrijheden en de grenzen daarvan [te] leren kennen. Het gaat niet alleen om de eigen vrijheid, maar ook om die van anderen. Daarover nadenken en ermee oefenen in de veilige omgeving van een school, vormt een belangrijke basis voor het later in de praktijk brengen van deze rechten.” Een investering in het onderwijs lijkt mij ook van het grootste belang. Die levert waarschijnlijk meer op dan een onderzoek naar gratuite en ondoordachte standpunten over een onderwerp dat in Nederland nog steeds veel te licht wordt opgevat.

[overgenomen van Free Flow of Information]

  1. 1

    Maar liefst 60% vindt dat op sociale media beledigingen zo snel mogelijk verwijderd moeten worden. Moet er dan niet eerst worden vastgesteld wanneer een uiting in strafrechtelijke zin beledigend is?

    Inderdaad, Jos. Wie gaat er bepalen wat beledigend of kwetsend is?
    Het Facebook-algolritme?
    De overheid (Erdogan bijv.)?
    Of een “onafhankelijke” rechter?
    Wordt de beledigende (of kwetsende) post alvast preventief gecensureerd in afwachting van wat de rechter gaat beslissen

  2. 5

    Zorgvuldigheid is belangrijk om hier een zinnige discussie over te voeren. Wat mij betreft begint die zorgvuldigheid bij het besef dat vrijheid van meningsuiting een kwestie is die gaat tussen overheden enerzijds en burgers anderzijds. En dat je de discussie over vrijheid van meningsuiting niet moet verwarren met een discussie over keuzes die redacties, of programmeurs of social media maken over wie ze wel of niet een podium bieden. Wie een podium heeft, heeft namelijk ook de vrijheid om te kiezen wie hij daar wel of niet op toelaat. Als je die vrijheid niet erkent, maak je jezelf ongeloofwaardig als pleitbezorger van de vrijheid van meningsuiting.

    De dominante positie van een klein aantal social-mediabedrijven is natuurlijk een behoorlijke complicatie. Voorlopig hebben die bedrijven zelf het recht om te beslissen wat ze wel of niet toelaten. Als je meent dat dat een bedreiging zou zijn voor de vrijheid van meningsuiting, zou je na moeten denken over regelgeving die die keuzevrijheid van die bedrijven beperkt. De ene vrijheid inruilen voor de andere, zoals dat zo vaak gaat.

  3. 6

    Ik zie het probleem niet zo. Sargasso is ook een van de sociale media. Echt strafbare beledigingen zie ik hier nooit staan. (Dwz dat ik denk dat ze niet strafbaar zijn, uiteindelijk bepaalt een rechter dat)

    In mijn optiek zie ik op Sargasso zelfs helemaal geen beledigingen. Mogelijk staan op andere sociale media wel beledigingen. Maar dan kom je daar toch gewoon niet meer?

    Beledigingen zijn sowieso in the eye of the beholder. Dus er wordt hier een non-probleem besproken. Of ik hoor bij die 60% die van mening is dat mensen zich te snel beledigd voelen, dat kan ook nog.

  4. 7

    @5: Het grondrecht zegt inderdaad dat de overheid zich moet onthouden van ingrepen in het vrije verkeer van communicatie, met uitzondering van wat wettelijk niet is toegestaan.
    Vrijheid van meningsuiting kan ook een horizontale werking krijgen, een recht dat burgers elkaar dienen te gunnen. Het grondrecht heeft wat mij betreft ook een grote morele waarde als bijdrage aan de democratie: elke stem telt, het past niet in een democratie dat burgers elkaar de mond snoeren.

    Dat democratische belang van de uitingsvrijheid is een publiek belang en staat haaks op de privatisering van sancties op overtredingen. Dat is wat er nu gebeurt als sociale media bedrijven de verantwoordelijkheid krijgen om uitingen zonder tussenkomst van een rechter te schrappen. Deze bedrijven presenteren zich overigens zelf meer en meer als publieke podia, openbare pleinen. Toch blijven particuliere belangen domineren (waarom zouden we anders geen inzage kunnen krijgen in de werking van het platform en in de wijze van censuur plegen?).

    Ik vind regelgeving daarom geen aantasting van de vrijheid van sociale media om als openbaar platform te functioneren. De openbare weg is onderhevig aan allerlei regelgeving, vinden we dat een aantasting van de vrijheid?

  5. 8

    @7

    Ik vind regelgeving daarom geen aantasting van de vrijheid van sociale media om als openbaar platform te functioneren.

    Heb je dan ook een idee hoe die regelgeving in elkaar zou moeten zitten? Want dat lijkt me een echt interessant onderwerp voor discussie.

    De openbare weg is onderhevig aan allerlei regelgeving, vinden we dat een aantasting van de vrijheid?

    Ik had het niet over aantasting van de vrijheid. Regelgeving draait vaak om de afweging van de ene vrijheid tegenover de andere. Dat is hier ook het geval. Je kunt de vrijheid om te beslissen over de inhoud van je eigen platform niet zomaar wegstrepen tegen de vrijheid van meningsuiting. Een afweging zal heel wat zorgvuldiger moeten, lijkt mij.

  6. 9

    @8: Een hele uitdaging. Ik zou zeggen het begint met de erkenning van het publieke belang van uitingsvrijheid én van de bescherming van personen en groepen, ook op sociale media. Sociale media zijn nu gesloten bastions in buitenlandse handen.

    Meer garanties voor een publieke functie geven oude media die -ook als ze in particuliere handen zijn- in zekere mate open zijn, werken met redactiestatuten, ombudslieden, een Raad voor de Journalistiek, etc.

    Maar de belangrijkste erkenning van de publieke functie is natuurlijk gelegen in publieke vervolging en berechting van overtreders. Het ‘uitbesteden’ van de rechtspraak aan een niet-transparante organisatie die zich niet hoeft te verantwoorden voor het publiek vind ik het grootste probleem. De vraag is wel hoe we in de huidige politieke cultuur privatisering kunnen terugdraaien of vervangen door publieke functies. Als je daar verandering in kan brengen zijn de concrete oplossingen ook een stuk dichterbij.

  7. 10

    @9:

    Sociale media zijn nu gesloten bastions in buitenlandse handen.

    Precies: de sociale media zijn private ondernemingen. YouTube en Twitter hebben hun eigen community guidelines en bepalen min of meer naar eigen inzicht wat ze nog wel toelaten en wat niet.
    Er komt geen overheid en geen rechter aan te pas.

    De sociale media hoeven niet eens rechtstreeks te censureren. Ze kunnen bepaalde accounts moeilijker vindbaar maken.
    De sociale media-bedrijven kunnen op die manier beïnvloeding van verkiezingen door anderen verhinderen… en daarmee zelf ook de verkiezingen beïnvloeden. Ze kunnen zich verschuilen achter algoritmes. Maar wat doen ze in de schaduw van dat algoritme.

  8. 11

    @9

    Sorry, maar op mij komt het allemaal nog niet zo goed doordacht over. Je stapt bijvoorbeeld nog steeds heel makkelijk over het recht van een eigenaar van een platform om zelf te beslissen over de inhoud heen. Erken je wel dat dat recht bestaat? Maar dan misschien met beperkingen. En voor wie zouden die beperkingen dan gelden? Voor alle online platforms of alleen voor de grote jongens?

    Verder lijkt het me wel van belang dat de vrijheid die social media nu hebben om zelf te beslissen over de inhoud die ze toelaten samengaat met verantwoordelijkheid. Hoe minder vrijheid ze hebben, om minder ze ook aan te spreken zijn op wat er verschijnt.

    Ik vraag me ook af wat je aan zou willen vangen met de constatering dat social media “gesloten bastions in buitenlandse handen”. Ik kan me niet voorstellen dat een pleitbezorger van de vrije meningsuiting dergelijke bedrijven de toegang tot het internet in Nederland zou willen ontzeggen. Maar wat dan wel?

  9. 12

    Wat ik voornamelijk bedreigend vind, is een hele klasse aan goed opgeleide, semi-interessant doende halfwits, die denken dat het best filosofisch overkomt als je de vrijheid van meningsuiting ter discussie stelt, ‘want je moet toch alles ter discussie kunnen stellen?’ Vaak gevolgd door: ‘En bovendien, TRUMP!’ ofzo.

    Ik denk dat we ons veel te weinig realiseren, dat wat we hier hebben, in de Westerse wereld, met onze democratie en onze vrijheid van meningsuiting, ongelooflijk uniek en waardevol is.

  10. 13

    @12

    Volgens mij hoef je geen intellectueel, of zelfs maar een semi-interessant doende halfwit te zijn om in te zien dat verschillende grondrechten wel eens met elkaar in conflict kunnen komen. En dat zelfs de meest basale rechten daarom ook hun grenzen hebben. Je moet het alleen maar willen begrijpen. Degenen die dat weigeren blijken nogal eens schreeuwers te zijn die vooral veel belang hechten aan hun eigen rechten en veel minder aan die van anderen. Dat kan ook best bedreigend zijn.

  11. 14

    @13: Hier is nog iemand die verstandige dingen zegt over dit onderwerp:

    https://www.socialeurope.eu/a-democratic-model-for-facebook

    Het gaat, zoals je in @11: schrijft om de [maatschappelijke] verantwoordelijkheid van grote internetbedrijven die in de praktijk een belangrijke publieke functie vervullen en grote invloed hebben op de democratische verhoudingen. Ik gun Zuckerberg om die reden niet de vrijheid die hij nu heeft enkel en alleen omdat hij de eigenaar van een bedrijf is.

  12. 16

    Slecht stuk. Als er grondrechten botsen en er een afweging moet worden gemaakt, dient dat in een rechtsstaat te gebeuren door de rechter en niet door de uitvoerende macht, niet door allerlei belangengroeperingen noch door bedrijven. Ook bedrijven dienen zich immers aan de wet te houden?

    Bedrijven hebben bij het bieden van platforms natuurlijk wel enige beleidsruimte, maar laten zich niet graag voor het karretje spannen van belangengroepen (die elkaar onderling ook vaak weer de tent uitvechten). Ze hebben daarbij een eigen agenda die gericht is op winstmaximalisatie en geen maatschappelijke of rechtsprekende bevoegdheden.

    Enfin: samengevat komt het bovenstaande artikel op me over
    als een sneu pleidooi om “minderheden” zo veel mogelijk te ontzien en andersdenkenden monddood te maken. Maar goed, daar heeft Sargasso zelf ook een handje van. Inmiddels is dit blog daardoor verworden tot een semi-intellectuele woestijn en ver afgezakt. my two cents