Sociale experimenten nodig om te ontschotten

COLUMN - door Marcel Canoy.

In de vijftiger jaren was ons land netjes verdeeld in zuilen. Katholieken trouwden met katholieken, stemden op de KVP, zaten bij elkaar op de RK school, op sportclubs en in vakbonden. Met socialisten of protestanten hetzelfde liedje.

Het voordeel van de verzuiling? De identiteit was geborgd en de cohesie geïnstitutionaliseerd. Het nadeel openbaarde zich toen er meer interacties kwamen tussen leden van verschillende zuilen. De geborgenheid dreigde te veranderen in wantrouwen en gebrek aan begrip voor leden van de andere zuil.

Zuilen afgebroken

Door de toegenomen interacties zijn de zuilen grotendeels afgebroken en dat is maar goed ook. Zo werkt deze agnostische katholiek regelmatig samen met zeer gelovige gereformeerden. No fuzz. Het curieuze is dat we de zuilen hebben ingeruild voor een andere soort verzuiling: die binnen de welvaartstaat.

Net als bij de andere verzuiling dachten we een overzichtelijke wereld geschapen te hebben. Werkzoekenden, ouderen, zieken of arbeidsgehandicapten: ze hebben allemaal hun eigen veilige welvaartszuil waar voor hen gezorgd wordt.

Hokjesgeest

Ook deze hokjesgeest moet nu uit de fles en wel om dezelfde reden. Of het nu gaat om jongeren met een zorgvraag, mensen met een migratieachtergrond die willen integreren, verwarde mannen, mensen in schulden of ouderen: er is toegenomen interactie tussen de welvaartszuilen, waardoor de schotten in al hun voegen kraken.

Neem iemand die met een serieus schuldenprobleem zit. Het is niet uitzonderlijk dat die persoon met zeven verschillende instanties te maken krijgt die allemaal een stukje van de schuldenpuzzel in handen hebben. De gevolgen laten zich raden: kast en muur spelen een spelletje lummelen, organisaties komen met strijdige belangen en eisen, er is duplicatie van kosten en het ‘slachtoffer’ weet het ook allemaal niet meer. Uiteindelijk rest een dure, weinig humane en ineffectieve manier om een probleem aan te pakken.

Dementie

Hetzelfde geldt voor mensen die de diagnose dementie krijgen. Uit een recent boek van hoogleraar langdurige zorg en dementie Anne-Mei The blijkt dat mensen zelf maar moeten uitzoeken hoe ze in het woud van regels moeten overleven. Terwijl ze dat helemaal niet kunnen. Voor de medische wereld is er geen eer meer te behalen en voor het verpleeghuis is het te vroeg. Een zwart gat is het gevolg. Ook hier ziet men hetzelfde kastje-muur-riedeltje met dure uitkomsten waar vooral de mensen zelf en hun omgeving veel last van hebben.

Er zijn voorbeelden te over. Uit de Monitor Transitie Jeugd bleek dat kwetsbare jongeren vaak heen er weer geslingerd worden tussen instanties. Ook een experiment van een Utrechtse GGZ instelling strandde in goede bedoelingen en hardnekkige schotten. Of het nu gaat om armoedebeleid of integratie, de problemen zijn steeds hetzelfde. Er is geen probleemeigenaar waardoor iedereen iedereen aankijkt en er niets nuttigs gebeurt.

Sociale experimenten

Wat nodig is zijn sociale experimenten op allerlei domeinen. Zoals die van Anne-Mei The. Maar dan beginnen er helaas andere problemen. De schotten blijken onverwacht van schokbeton. Zelfs als partijen overtuigd zijn van de noodzaak tot loslaten of samenwerken, blijken de achterliggende managers of organisaties vaak maar moeilijk hun autonomie op te willen geven. En niet zelden vallen die verschillende organisaties onder verschillende wetten en ministeries.

In het geval van dementie is het trieste dat de oplossing inhoudelijk niet eens bijzonder ingewikkeld of duur is: ondersteunen van mantelzorgers, de wijkverpleegkundige regisseur maken en het medische model inruilen voor het sociale model. Het levert ongetwijfeld bakken met geld op en de vroegdemente ouderen worden ermee geholpen. Maar de gevestigde belangen zien geldkranen dichtgedraaid worden en krijgen een financiële prikkel om het experiment te frustreren.

Barrières

Uit het eerdergenoemde experiment in Utrecht bleek zelfs dat vooruitgang pas mogelijk was als alle partijen besloten om regels te overtreden, een vrij schokkende – haast cynische – conclusie.

Alsof er nog geen barrières genoeg zijn, zien we ook nog wetenschappelijk obstakels. Hoe meet je dat een experiment geslaagd is? Een double blind trial met mensen is doorgaans lastig. Zo zijn er nu gemeenten aan het ‘experimenteren’ met vormen van een basisinkomen, maar is het op voorhand onduidelijk wat we met de resultaten precies kunnen.

Egalitair

En als het dan toch lukt, is er altijd nog wel in de landelijke politiek iemand bereid zijn of haar vinger op te steken met: ‘Hé dat ze het in Groningen leuk voor elkaar hebben is natuurlijk wel heel oneerlijk voor Maastricht!’ Aanvankelijk bestond staatsecretaris Klijnsma het om te dreigen de gemeentelijke initiatieven met het basisinkomen te blokkeren omdat ze vond dat de gemeenten allemaal hetzelfde moesten doen. Nee, het moet juist anders, want we experimenteren juist omdat we niet weten hoe het moet. Egalitair denken is dodelijk voor sociale innovaties.

Wopke

Sociale experimenten kunnen alleen slagen als een bewindpersoon er vierkant achter gaat staan, want er moet iemand boven de schotten uit kunnen kijken. Ook is fijn als de wetenschap aan boord is (Wat is de goede uitkomstmaat? Is er een goed design?) en er een stevige stuurvrouw aan het roer staat. Maar aan het eind van de tunnel wacht dan een licht dat schijnt op cliënten of patiënten.

En die minister? Misschien moet dat wel Wopke Hoekstra van Financiën worden, want als er één ding duidelijk is, dan is het dat de welvaartsverzuiling tot een gigantische verspilling van gemeenschapsgeld leidt. Een mazzeltje is dat Hoekstra van McKinsey komt. Daar zijn ze dol op het veranderen van organisaties. Dit is een hele grote organisatie en de noodzaak te veranderen is manifest. Beste minister, een schone taak wacht u.

Marcel Canoy is distinguished lecturer Erasmus School of Accounting and Assurance, en columnist voor www.socialevraagstukken.nl.

  1. 2

    @0: stuk met weinig nieuwe inzichten.

    Het integraal aanpakken van problemen gebeurt al jaren, op allerlei niveaus. Dat is vaak vooral lastig bij botsende regelgeving van de verschillende domeinen. Dat los je niet op met een organisatieadviesje, maar is oneindig veel complexer.

    Je zou hier eigenlijk (geclusterd) een wet of een aantal wetten moeten ontwerpen zoals ze bijvoorbeeld ook de crisis en herstelwet hebben ontworpen. https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Crisis-_en_herstelwet

  2. 5

    @2: Die crisis & herstelwet is erdoor gejast om voor de uit zijn klauwen gegroeide bouwsector werk c.q. omzet te garanderen. Die Seilschaften lobbyen veel succesvoller dan dat legioen ‘anderen’, als die überhaupt al (en dan ook nog anno nu) op dat politieke niveau gehoord worden.
    Waarmee ik maar wil zeggen: Waar een wil is, is een weg, maar de wil is weg.

  3. 6

    @5: het doel van de crisis en herstelwet was meerledig. Dat neemt niet weg dat er met dergelijke regelgeving veel mogelijk is. En dat er geen draagvlak is bestrijd ik. Het hele maatschappelijke middenveld (althans bij o.a. de overheid en in de zorg) zucht onder de schotten tussen regelgeving die het integraal aanpakken van problemen belemmeren. Dergelijke wetgeving leidt bovendien tot forse kostenbesparingen en afname van regeldruk en dat spreekt de boekhouders in den haag toch wel aan vermoed ik

  4. 7

    @4 Ik begrijp niet wat je bedoelt. Hoeveel verder moet zo’n experiment gaan voordat je het een basisinkomen mag noemen? Of is je opmerking een soort van klacht tegen dit soort experimenten an sich, dat het zo wel al ver genoeg gaat?

  5. 10

    @8 Ik geloof niet zo in een harde definitie van “het basisinkomen”, zie het meer als een containerbegrip omdat er zo veel verschillende invullingen van zijn (wel of niet universeel, negatieve inkomstenbelasting, heel spartaanse versie die net genoeg is om in leven te blijven vs een heel ruimhartige versie, etc. etc.).

    Maar als ik kijk naar de experimenten met de bijstand, dan mag geëxperimenteerd worden met drie zaken:
    – een meer intensieve begeleiding (lijkt me sowieso niet van toepassing op het basisinkomen)
    – meer mogen houden van werk naast de uitkering. Dit is echter vrij beperkt (reguliere regels: maximum van 200 euro per maand, je mag 25% houden van de inkomsten, 6 maanden lang. Experimentele regels: maximum van 200 euro / maand, je mag max 50% houden van de inkomsten, max 24 maanden lang).
    – ontheffing de arbeidsplicht. Dit komt enigszins in de buurt van het ‘onvoorwaardelijke’ dat veel varianten van het basisinkomen kenmerkt, maar hier zijn wel de nodige uitzonderingen op. Alle andere verplichtingen die iemand heeft (die niet direct van toepassing zijn op het zoeken naar werk) blijven namelijk wel van kracht.

    Mijn mening: als je dit experiment classificeert als basisinkomen, dan is een gewone bijstandsuitkering ook al een vorm van basisinkomen. En daarmee rek je het begrip m.i. wel heel erg op.

  6. 11

    @10: als D66 hun zin krijgen komt er een basisinkomen met inlevering van alle privacyrechten. Het lukt ze nu alleen niet om dat goed te formuleren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren