Slechte leraren? Ton Elias weet raad.

Ton Elias, kamerlid voor de VVD, heeft een missie: alle slechte leraren moeten verdwijnen. Hij wordt daarin gesteund door de schoolleiders. Op zich een nobele missie, maar zijn hele betoog ademt de sfeer van repressie. Wordt het onderwijs daar beter van? Het is allerminst zeker of indringende functioneringsgesprekken of prestatiebeloning helpen.

Het eerste probleem doet zich al voor bij het bepalen wat een goede en wat een slechte leraar is. Is dat te meten aan de hand van de gegeven cijfers? Een leraar die lage cijfers geeft, is verdacht. Hij/zij kan natuurlijk niet goed uitleggen, heeft geen orde of heeft andere problemen. Dat deze leraar misschien hoge eisen stelt aan de leerlingen is natuurlijk geen valide argument. Maar ook hoge cijfer zijn verdacht, want de leraar geeft makkelijke proefwerken, kijkt slecht na of laat bewust fouten zitten. Dat het een leraar is die het vak echt in de vingers heeft, kan natuurlijk niet waar zijn. En dan heb ik het nog niet eens gehad over ‘subtiele’ verzoeken van sommige schoolleiders om cijfers op te waarderen.

Het tweede probleem doet zich voor bij de oplossingen. Functioneringsgesprekken die aanvoelen als een dag des oordeels en bonussen voor diegenen die het beste de regeltjes naar hun hand weten te zetten. Verder dan symptoombestrijding komt Elias dus niet. Hij wil goed gedrag belonen en slecht gedrag bestraffen. Wat de echte oorzaken zijn bij het ontstaan van slechte leraren, daar durft hij zich niet aan te wagen.

Om daar inzicht in te krijgen, moet je terug naar de reden waarom leraren ooit zijn begonnen aan hun opleiding. Ooit begon iedere docent vol passie en idealisme aan zijn/haar opleiding. Bij een gedeelte van de leraren zijn passie en idealisme verdwenen. Murw gebeukt door het systeem en gedemotiveerd door een vijandige omgeving.

Voorkomen is beter dan genezen. De sleutel daarvoor ligt bij de intrinsieke motivatie van leraren. Om te voorkomen dat ze gedemotiveerd raken moet de leer- en werkomgeving aan bepaalde voorwaarden voldoen om de intrinsieke motivatie niet te verstoren. Drie aspecten zijn dan van belang: competentie, autonomie en sociale verbondenheid. Het gevoel van competentie heeft betrekking op het gevoel zinvol bezig te zijn en niet dat je iets aan het doen bent waar je slecht in bent. Dat gevoel wordt niet echt bevestigd. De leraar is de zondebok in het publieke debat: hij kent z’n vak niet, kan geen orde houden en heeft geen oog voor de problemen van leerlingen. Autonomie heeft betrekking op de mate waarin controle en sturing plaatsvindt. Continue controle en letter voor letter voorschrijven wat docenten moeten doen, is dan niet de meest logische stap. Sterker nog: bij complexe taken werkt controle averechts (zie hiervoor wederom de uitleg van RSA animate). Sociale verbondenheid gaat over vertrouwen in personen om je heen zoals collega’s, directie, ouders en leerlingen. Als je vertrouwen wordt geschaad, ben je een stuk minder snel geneigd iets terug te doen.

Klinkt dit allemaal een beetje soft? Bedenk dan even hoe je zelf het liefste je werk invult. Wil je graag dingen doen die je leuk/interessant/spannend vindt? Vind je het fijn dat anderen je vertrouwen en niet continue op je vingers zitten te kijken? Is het prettig dat er een leuke sfeer is op het werk en dat je goede relaties hebt met je klanten? Wil je ook zo’n baan? Mooi, een leraar wil dat ook.

Is extrinsieke motivatie dan helemaal uit den boze? Nee. Een functioneringsgesprek kan een prima middel zijn om een docent aan te zetten om zichzelf te ontwikkelen. Beginnen met de vraag “Hoe zou je je willen verbeteren?” is dan een stuk effectiever dan de vraag “Ben jij nog wel goed genoeg?”.

PS1: Op 1 punt heeft Ton Elias wel gelijk. Beter onderwijs bereik je niet persé door er meer geld in te stoppen. Kijk eerst eens waar winst te behalen valt zonder extra geld. Hierboven al een aantal aangrijpingspunten.

PS2: Ton, zorg er ook even voor dat je goed geïnformeerd bent. De PABO is niet dé opleiding tot leraar. Daar worden alleen de juffen en meesters van de basisschool opgeleid.

  1. 1

    Hypocrietie van bovenste plank.Wijzen naar anderen terwijl de VVd wordt geplaagd door onkunde en geleidt door onbenullen.OPstelten ,meer hoef ik niet te zeggen.Ik ben in zijn tijd als burgermeester deze blaaskaak regelmatig tegen het lijf gelopen en dat was geen pretje dat kan ik verzekeren.

  2. 2

    Elias profileert zich zoals Wilders doet.
    Hij wijst zondebokken aan voor falend beleid.
    Dat is het tegendeel van oplossingsgericht denken.
    En erger zijn oplossingen zullen slechts er voor zorgen dat hij nog meer gelijk krijgt.
    Wie wil er nog werken in een omgeving die door en door verziekt zal zijn van mensen die streven naar bonuswinst.
    En waar leidt/lijdt dat toe?
    Inderdaad naar een corrupt systeem, naar een kaartenhuis.
    Kortom: walgelijke, goedkope, onderbuikvoedende opvattingen worden door Elias geventileerd.

  3. 3

    Ooit was schaalvergroting een maatregel om het onderwijs efficienter te maken. Dat heeft er toe geleid dat er bestuursmolochen zijn ontstaan. Organen waar veel te veel geld in om gaat dat niet gestoken wordt in de werkvloer.
    Ruim die rotzooi op. Ga terug naar kleinschaligheid, naar 1 school met 1 hoofd met 1 adjunct, 1 administratieve kracht, 1 concierge, 1 bescheiden zorgteam, een enkele onderwijsspecialist (gym, muziek, beeldend vormen) en ik durf te wedden dat de prestaties om hoog schieten.
    Nu hnagt onderwijs aan elkaar van management en adviesorganen, weg er mee.

  4. 4

    Verder pleit ik er voor de diploma’s en de scholen die Elias heeft gekregen/gevolgd door de onderwijsinspectie eens onder de loep te laten nemen. De babbel zegeviert over de inhoud, dat is niet het doel van onderwijs.

  5. 5

    Het onderwijs heeft hetzelfde probleem als de gehele publieke sector. Persoonlijke verantwoordelijkheden (en bevoegdheden) van individuen zijn weggeorganiseerd naar coördinatoren, managers en ‘vakgroepen’.

    Schaalvergroting is niet per definitie een slecht ding. Echter de manier waarop het binnen de overheid wordt uitgevoerd werkt eigenlijk nooit. Het meest sneue is daarbij dan ook nog dat de verwachte kostenvoordelen meestal nogal tegenvallen, sterker nog dat onder de streep de kosten hoger zijn. Wel lager in het primaire proces van de organisatie, maar vele malen hoger binnen leiding en staf.

    Kleine scholen, kleine gemeenten, kleine politiekorpsen functioneren op bijna alle vlakken beter en goedkoper dan grote. Bij ziekenhuizen twijfel ik, daar zitten wel degelijk enkele schaalvoordelen in het efficiënter benutten van schaarse en kostbare apparatuur.

    Ik denk dat de oplossing vrij simpel is. In die organisaties waarbinnen de mens de belangrijkste productiefactor is en waarbij ondersteuning met middelen geen al te complexe en dure organisatie vergt is schaalverkleining het enige middel wat gaat werken. Schaalverkleining die gepaard gaat met teruggeven van verantwoordelijkheid en bevoegdheid aan het individu. En schaalverkleining die gepaard gaat met het rigoureus weg saneren van managementlagen en vage administratieve ondersteuning.

    Het goede nieuws daarbij is dat alle beoogde effecten van die oorspronkelijke schaalvergroting tegenwoordig prima te behalen zijn dankzij moderne (internet gebaseerde) middelen. Communiceren, samenwerken, middelen delen dat kan prima op afstand.

  6. 6

    “PS1: Op 1 punt heeft Ton Elias wel gelijk. Beter onderwijs bereik je niet persé door er meer geld in te stoppen.”

    Nederland is anders op een investeringsniveau aanbeland waarop dit wel degelijk waarheid is. Door de inmiddels twee decennia aan stagnatie van het budget voor onderwijs en de mede daardoor veroorzaakte enorme schaalvergroting in het onderwijs (mensen van boven de 30, probeer maar eens te achterhalen wat er met je middelbare school gebeurd is sinds je erop zat), is zoiets als “oog voor de problemen van leerlingen” een luxe die weinig docenten zich kunnen veroorloven en “orde houden” bijna de primaire taak in de klas, ten koste van het hoofddoel van de docent (kennis en vaardigheden overbrengen).

  7. 7

    Dhr. Elias kan het leuk brengen, maar is lid van een partij die zelfs niet de minimale eis aan leraren stelt: dat ze voldoende opleiding hebben gevolgd. Een op de drie a vier lessen in het voortgezet onderwijs wordt momenteel gegeven door iemand die niet de vereiste opleiding heeft gevolgd. Dat weet het kabinet (en dus ook de VVD), dat pakt het kabinet niet aan, en dat probeert het kabinet zelfs te verhullen (door studenten die net 1 dag op de lerarenopleiding zitten al niet meer mee te tellen als ‘onbevoegd’).

  8. 13

    Vreemd is dat geen enkele ervaring uit andere landen of wetenschappelijke expertise wordt gebruikt. Het is bijvoorbeeld bekend dat Finland zijn onderwijssysteem in redelijke korte tijd van middelmatige tot één van de beste ter wereld heeft weten te krijgen (en om de vaste kritiek te vermijden: dat geldt ook voor scholen in Helsinki, wat een typische grote stad met grotestedenproblemen is.) Laatst stond hier nog iets over Singapore, waar dat ook voor geldt.

    Nieuwe inzichten uit de pedagogische wetenschap zie ik ook bijna dagelijks voorbij komen. Wetenschappers die onderzoek doen naar stereotype threat hebben bv toegankelijke website gemaakt met info en praktische tips. Is het probleem van stereotype threat überhaupt wel eens in de Tweede Kamer ter sprake gekomen?

  9. 14

    Betaal beginnende docenten net als in het bedrijfsleven en er zal een grote groep competente docenten opstaan. Nu demotiveert de werkdruk en de slechte betaling in het onderwijs enorm, schreef een ex-docent die het lesgeven al binnen 2 jaar voor gezien hield (mèt onderwijsbevoegdheid, een zeldzaamheid op sommige middelbare scholen). Op veel scholen verruilt ieder schooljaar 20% van de docenten van werkgever. Slecht beleid = slechte docenten = slecht onderwijs.

  10. 15

    Docenten verdienen helemaal niet slecht. Voor iedere leraar die z’n vak serieus neemt is een salaris van 50.000 a 60.000 euro haalbaar. En dan hebben ze ook nog 12 weken vakantie en dat hebben ze niet in het bedrijfsleven.