Sedlácek

Afgelopen vrijdag was ik bij “Arnon Grunberg meets…” in de Balie. Grunberg ging er in gesprek met de excentrieke, rossige econoom Tomáš Sedlácek. Hoewel, gesprek. Het was meer een twee uur durende brainwave van Sedlácek waarbij niets onbesproken bleef. Economie, religie, film, vriendschap, Sedlácek rijgt ze moeiteloos aan elkaar, en met humor. Het was eigenlijk Grunberg die er een beetje bij hing, net niet de juiste vragen stelde en, heel vreemd, echt belabberd Engels spreekt. Maar dat mocht de pret niet drukken. Sedláček heeft een plekje in mijn hart veroverd.

Het beste kijk je gewoon het gesprek terug op de site van de Balie, want een geschreven stukje doet geen recht aan de charme en dynamiek van Sedláček.  Maar toch even een paar woorden ten geleide. Sedláček (1977) maakte furore als piepjonge economisch adviseur van voormalig President Václav Havel. Maar hij brak pas echt door in 2011 met zijn boek Economics of Good and Evil, waar veel van de in de Balie besproken thema’s in zitten. Het boek is een bewerking van een thesis die werd geweigerd door de Praagse Karelsuniversiteit omdat het niet wetenschappelijk zou zijn. Economics of Good and Evil werd, juist ook daarom, een groot succes. Het breekt de economie open en maakt er een menselijke, brede, waardevolle bezigheid van. Het beschouwt economie en de wiskunde die daarbij komt kijken als een cultureel fenomeen, waarin met name de vraag van goed en kwaad aan ten grondslag ligt. Het boek oogstte ook de lof van Deirdre McCloskey – Sedláček zou volgens haar de ziel van de economie hebben geraakt. Wie McCloskey een beetje kent weet dat die  goedkeuring ook echt iets betekent.

Maar goed, kijk vooral het gesprek terug. Zeker als je wil weten waarom wiskunde vooral een verhaal is, waarom de creative class verantwoordelijk is voor de crisis, waarom we de Grieken moeten vergeven, waarom economische groei juist niet de taak is van economen, en wat de Bijbel te maken heeft met Keynesiaans beleid.

 

Foto: de Balie

 

 

  1. 3

    ” Het breekt de economie open en maakt er een menselijke, brede, waardevolle bezigheid van. Het beschouwt economie en de wiskunde die daarbij komt kijken als een cultureel fenomeen, waarin met name de vraag van goed en kwaad aan ten grondslag ligt. ”

    Er komt bij economie helemaal geen wiskunde kijken.
    Goed en kwaad heeft er ook al helemaal niets mee te maken.

    Economie is een filosofie over menselijk gedrag als gevolg van in beginsel onbeperkte behoeften, en beperkte middelen.

    Wie het wil begrijpen leze ‘An essay on the nature and significance of economic science, Robbins, uit 1935 ongeveer.
    Het boek is niet eenvoudig, de Groningse economische faculteit haalde het daarom rond 1963 van de lijst van verplichte literatuur.

    Tomáš Sedlácek las het kennnelijk ook niet, of het ging hem boven de pet.

  2. 4

    Ik zou zeggen, lees Sedlácek eerst en kom dan met een stuk op Sargasso, waar je je gelijk mee haalt

    Enne…de definitie van economie ligt niet in een epistel van wie dan ook beklonken…

  3. 6

    Mooi gesprek, dank voor de link. De stream van de Balie is inderdaad hopeloos, maar de stukken die ik heb kunnen beluisteren waren de moeite waard.
    Een van de uitspraken waar ik bleef hangen was: “We overfetishise economy, love and freedom.” Ik vond het opmerkelijk dat hij deze drie noemt, omdat het wel heel mooi parallel loopt met de drie geloften die kloosterlingen in de christelijke traditie afleggen: armoede, kuisheid en gehoorzaamheid, geloften die nu juist bedoeld zijn om het ‘overfetishise’ van deze drie op zich goede zaken tegen te gaan. Toeval?