Schoolverschillen

De Staat van het Onderwijs verscheen dit jaar voor de 200ste keer. Wie kan bogen op 200 jaar rapporten? Het gehele archief van alle edities is overigens online te bekijken, nog zo’n teken van beschaving.

Eerder heb ik al eens uitgezocht wanneer de Inspectie voor het eerst grafieken ging gebruiken: dat was in 1966 voor zover ik kon nagaan (zie hier). De laatste jaren zijn de infographics steeds mooier en functioneler geworden. En het leuke is dat men niet vast blijft zitten in één format – dus het blijft een verrassing. Deze keer is de kers op de taart een interactieve presentatie over schoolverschillen – een teken dat deze statische blog binnen afzienbare tijd ouderwets zal blijken.

De meest schrikbarende grafiek vond ik de grafiek met de TIMMS-trend voor rekenen, waaruit blijkt dat in alle vergelijkbare landen de scores stijgen, terwijl ze in Nederland blijven dalen (p.16). Maar de boodschap die echt overkwam, was de constatering dat in Nederland de verschillen tussen scholen erg groot zijn. Nu werd dat enkele jaren geleden nog als iets positiefs gezien. Hoge autonomie van de school en  een schooldirecteur die veel te zeggen heeft, werden gerelateerd aan hoge prestaties van ons stelsel, o.a. in publicaties van de OESO. In de biologie schijnt variatie de overlevingskansen op langere termijn te vergroten. Het is de vraag of scholen nog wel die hoge mate van autonomie hebben – ik vermoed dat de schaalvergroting ze juist minder zeggenschap heeft gegeven.

klik voor groter beeld
Bron: Inspectie v h Onderwijs (2017). De Staat van het Onderwijs 2015/2016.

Wat de presentatie in dit rapport zo krachtig maakt is dat men grote hoeveelheden data op een slimme manier heeft gecombineerd. Vervolgens staat onder de pagina een hele concrete uitwerking: dit betekent dat drie scholen in één straat zeer verschillend kunnen zijn. Daar voegt men nog een internationale vergelijking aan toe waarin Nederland bovenaan staat. Gecombineerd met korte teksten in de grafieken zelf zijn deze onderdelen van het rapport zelfstandig leesbaar. Ook als je de rest niet leest, komt de boodschap over.

De technische rapporten die er onder liggen, laten zien welke bewerkingen en koppelingen van bestanden nodig waren om dit mogelijk te maken. Petje af wederom.

Via Onderwijs in grafieken.

  1. 2

    Wat de presentatie in dit rapport zo krachtig maakt is dat men grote hoeveelheden data op een slimme manier heeft gecombineerd. Vervolgens staat onder de pagina een hele concrete uitwerking: dit betekent dat drie scholen in één straat zeer verschillend kunnen zijn.

    ha, een y-as die niet op nul begint…

  2. 3

    @2: ik kan niet zoveel met mensen die denken slim te zijn omdat ze blind regeltjes toepassen. Het is sowieso onzinnig om een grafiekje waarin absolute cito-scores worden geplot bij nul te laten beginnen, omdat de cito-score zelf al niet bij nul begint, maar van 500 tot 550 loopt. Daarnaast: hoeveel scholen met een slagingskans van 0% denk je dat er zijn?

    En natuurlijk kun je vertekenen door een y-as niet bij nul te laten beginnen, maar het hangt d’r maar net vanaf wat je doel is, als je een grafiekje maakt. Wil je een trend goed uit laten komen, of wil je vooral een idee geven van de absolute waarde, en mutaties daarop? Of, zoals in dit geval: wil je een goed beeld geven van de verdeling van schoolprestaties?

  3. 4

    @3: ik kan niet zoveel met reaguurders die zichzelf te serieus nemen. vooral degenen die op basis van een zinnetje meteen (denken te) weten hoe slim de ander zichzelf vindt. volgens mij slaat alles wat je zegt op jezelf, aangezien je twee hele alinea’s nodig hebt waar een (1) regel volstaat: een cito score heeft geen “natuurlijk nulpunt”.

  4. 5

    wat meer on-topic: een variatie in slagingskans tussen de 80 en 100 procent vind ik niet zo schokkend. heeft verder niks met een “trend” te maken (zit namelijk niet in de figuur @3)