Scholing lokale partijen noodzakelijk

Een ontluisterend onderzoekje van Binnenlands Bestuur: van de scholingsgelden die beschikbaar zijn voor raadsleden gaat het overgrote deel naar landelijke partijen. De lokale partijen, toch goed voor zo’n derde van het totale aantal raadszetels, slagen er nauwelijks in beroep te doen op de beschikbare gelden.

Dat is – zeker in een tijd waarin er voortdurend geklaagd wordt over de kwaliteit van de lokale democratie – onaanvaardbaar. Ook gezien het hoge verloop onder raadsleden. Want juist de grote gevestigde partijen kunnen relatief gemakkelijk terugvallen op hun eigen structuren en opgebouwde kennis. Lokale en nieuwe partijen hebben die mogelijkheden niet.

Een mogelijke oplossing zou zijn om op korte termijn een nationaal fonds in te stellen waaruit juist die partijen die nu buiten de boot vallen een beroep op kunnen doen om scholing uit te betalen. Als we daar nu snel mee zijn, kunnen we een hele zwik nieuwe raadsleden in maart snel aan de benodigde kennis helpen om hun werk goed te doen. Bovendien zal de gevestigde politiek toch niet de schijn willen laten ontstaan dat ze alleen zichzelf willen helpen?

  1. 1

    Misschien lees ik het niet goed, maar de verdeling gaat naar rato van zetels en niet naar aantal kandidaten op de verkiezingslijst?

    Ik bedoeld maar: je kan je 12 kandidaten op krusus willen sturen, maar komen ze ook allemaal in de raad?
    Een argument dat voor elke partij opgaat, natuurlijk.

    Het fenomeen ‘lokale partij’ mag wel meer steun krijgen. Hoewel de D66-fractie uit Bellingwedde waarschijnlijk een even lokale partij mag heten als die uit Zederik.
    Plaatselijke afdelingen van landelijke partijen willen wel eens andere ideeën er op na houden dan het landelijke kader.

    Maar goed, de lokalen zijn er, mogen er zijn, dus zeker niet worden achtergesteld qua steun.