Ondemocratisch schimmenspel

Nog niet eens zo heel lang geleden heeft de Nederlandse regering, na veel druk vanuit de samenleving, besloten om van haatzaaien via internet geen apart strafbaar feit te maken. Inmiddels ligt er een voorstel van de Europese Commissie waarin dit toch weer aan de orde is. Dat hebben we ondermeer te danken aan een schimmige Europese inlichtingendienst, het EU Joint Situation Centre (SitCen). Aan wie deze inlichtingendienst verantwoording aflegt, hoe zij opereert en welke invloed zij heeft op de vorming van het Europese, en dus ons veiligheidsbeleid, is in nevelen gehuld.

De Nederlandse onderzoeker Jelle van Buuren (Buro Jansen & Janssen en Eurowatch) schreef vorig jaar een onthullend essay over het SitCen. Zo dadelijk een gesprek over de schimmige constructie van een deze inlichtingendienst en de risico’s die SitCen in zich draagt, maar eerst wat achtergrond (met onderaan nog een vraag aan de lezers).

In zijn essay beschrijft Van Buuren het ontstaan van het SitCen en de geleidelijke uitbreiding van zijn taken. Dat is een geen fraaie geschiedenis. SitCen werd in 1998 opgericht om uit open bronnen inlichtingen te vergaren over buiten-Europese dreigingen. Toen Javier Solana als Hoge Vertegenwoordiger het buitenlands beleid van de lidstaten ging coördineren, plaatste hij SitCen onder zijn gezag. Daar lag geen formeel besluit aan ten grondslag.

Ondertussen werd op Europees niveau gewerkt aan uitwisseling van binnenlandse inlichtingen van de lidstaten. Dat gebeurde sinds de jaren zeventig al in de zogenoemde ‘Club de Bern’, een informele praatgroep waar inlichtingendiensten buiten alle structuren om operaties konden afstemmen. Na 9/11 is binnen de Club de Bern de Counter Terrorism Group (CTG) opgericht, mede op Nederlands initiatief. Deze groep zich specifiek op de Jihad-dreiging.

CTG is het ‘kanaal’ waarlangs informatie riching SitCen gaat. Er zijn geen duidelijke institutionele structuren of afspraken, maar allerlei informele samenwerkingsverbanden die op verschillende wijzen en niveaus met elkaar opereren.

Naast inlichtingen over buiten-Europese gebieden, ging SitCen daarom ook inlichtingen van EU lidstaten verzamelen en niet alleen uit openbare bronnen. SitCen kan niet rechtstreeks in de databases van de lidstaten neuzen, heeft geen operationele bevoegdheid, geen spionnen in dienst, of tapkamers in gebruik. Maar SitCen heeft wel invloed, al weten we daar maar weinig van. Openbare stukken zijn er niet. Zelfs een zwaargewicht als Europarlementariër Sophie in ’t Veld heeft nauwelijks informatie over de Europese inlichtingendienst, terwijl het parlement sinds dit jaar wel controle kan uitoefenen.

Waarom die geheimzinnigheid?

Van Buuren: ,,Als het om inlichtingen gaat is er al snel sprake van ‘secrecy by default’. Het wordt helemaal lastig als 27 lidstaten moeten samenwerken. De angst bij lidstaten om controle te verliezen over hun gegevens is groot, dus houden ze het liefst alles geheim. Sinds kort is SitCen ondergebracht bij de diplomatieke dienst van de EU en dat helpt ook niet om het transparanter te maken. Diplomaten zijn vaak erg voorzichtig in welke informatie naar buiten komt. Tot slot, binnenlandse inlichtingendiensten willen wel eens iets op de agenda zetten wat gevoelig kan liggen bij het publiek of de politiek. Dan is zo’n Europese inlichtingendienst die alles op slot houdt wel handig. Daar kun je mooi die informatie naartoe sturen. Ze wissen hun sporen, want het is voor de buitenwacht niet te achterhalen waar een advies of informatie vandaan kwam.’’

Aan wie legt SitCen verantwoording af?

,,Goede vraag. Dat is niet helemaal duidelijk. Aan de Raad van Ministers en dus aan de nationale parlementen. In Nederland zijn er door het parlement echter nog nooit vragen over SitCen gesteld. De stukken van de Raad van Ministers zijn geheim. Zelfs verwijzingen naar eventuele stukken over SitCen zijn als Top Secret bestempeld. Het hangt deels onder de defensiepoot (de oude tweede pijler) en de interne veiligheidspoot (derde pijler). Maar SitCen moet sinds begin dit jaar ook aan het Europees Parlement verantwoording afleggen. Dat is in ieder geval formeel nog niet gebeurd.

Er is een groot verschil in hoe nationale inlichtingendiensten zich moeten verantwoorden en hoe SitCen dat doet. De AIVD bijvoorbeeld treedt met rapporten en sommige adviezen zelf naar buiten. Er is een Inspectie die de dienst geregeld doorlicht. De minister moet zich verantwoorden voor een Kamercommissie, de zogenoemde Commissie Stiekem. Daarnaast kunnen maatschappelijke organisaties en journalisten natuurlijk gaan graven en een beroep doen op bijvoorbeeld de Wet openbaarheid van bestuur. Bij SitCen is dit allemaal niet mogelijk.’’

SitCen heeft geen operationele taken, dus waarom zouden we ons druk maken over die verantwoording?

,,SitCen heeft inderdaad zelf geen spionnen. Maar SitCen doet wel beleidsaanbevelingen aan de Raad van Ministers op basis van informatie die hij verzamelt en oefent zo wel invloed uit op de veiligheidsagenda van de Europese Unie. Ik heb na lang zoeken en veel sprokkelwerk gevonden dat SitCen 150 rapporten heeft geschreven. Ook zijn er 75 beleidsaanbevelingen overgenomen door de Terrorism Working Group, die aan de Raad rapporteert.

En de EU bepaalt steeds meer veiligheidsbeleid van de lidstaten. We kunnen nu de herkomst van informatie die in beleidsvoorstellen terechtkomen niet achterhalen. Dat is zorgelijk. Inlichtingendiensten kunnen heel erg gelijk hebben, maar er ook heel erg naast zitten, met grote consequenties. Dat hebben we met de aanloop naar de Irak-oorlog wel gezien.’’

Van Buuren heeft een beroep gedaan op de Europese Wet openbaarheid van bestuur om de aanbevelingen over interne veiligheidszaken boven tafel te krijgen. Het verzoek werd afgewezen. ‘The disclosure of this information could have a negative effect on the on-going discussions on this politically sensitive matters’, schreef het Secretariaat-Generaal van de Raad van Ministers in zijn afwijzingsbesluit.

,,Ik heb uiteindelijk wel een aantal beleidsvoorstellen gevonden waarin informatie van SitCen is gebruikt. Een voorstel ging over het strafbaar stellen van hate speech, dat nu in Nederland erg actueel is. Het ging om het strafbaar stellen van aanzetten van haat, in het bijzonder in de context van internet. In Nederland hebben we gezegd, ‘dat willen we niet’. Maar nu is het toch in een Commissievoorstel terechtgekomen en komt het via Brussel misschien alsnog in onze wetgeving terecht. Maar waar baseert SitCen zijn advies op? Welke informatie leidt tot die aanbeveling? We kunnen het niet controleren.

Nogmaals, op nationaal niveau is dat veel beter geregeld. Daar is ook een sterke civil society die dit soort voorstellen scherper volgt. Onderzoekers krijgen inzage in adviezen. Journalisten brengen informatie boven tafel. Hier kunnen we rumoer creëren. Als het zo geheimzinnig gaat, zoals op Europees niveau en er nauwelijks een civil society is, krijg je een rare beleidsvorming.

Plus je krijgt het gevaar van zogenoemde policy laundering. Wat overheden nationaal niet voor elkaar krijgen, kunnen ze via de ontransparante Brusselse beleidsmachine wel bewerkstelligen.’’

En de toekomst?

,,Ik zie voorlopig nog geen volwaardige Europese inlichtingendienst ontstaan. Maar je weet het nooit in Brussel. Vaak worden er kleine stapjes genomen, dan ligt het een tijd stil en dan volgt ineens een reuzenstap. Als nationale inlichtingendiensten vertrouwen krijgen in SitCen kan het ineens snel gaan.’’

Aan dit stuk werkten mee: Dave Krooshof en Steeph. Met dank aan Sophie in ’t Veld en Sophie Bots.

Vraag aan de lezers: We werken aan een themapagina over Europa. Die willen we opstarten met een mooie serie over het Europese veiligheidsbeleid. Dat veld is erg in beweging en behoorlijk schimmig. Het belooft een onthullend project te worden. Het is een groepsproject en we zoeken nog mensen, die zorgvuldigheid en feitelijkheid belangrijk vinden, die willen meehelpen met het zoeken naar informatie en/of in een later stadium aan de themapagina willen bijdragen. Als u geinteresseerd bent, stuur dan een mail naar europa at sargasso punt nl.

  1. 2

    veiligheid voor wie?
    tegen welk gevaar?
    wat is veiligheid?

    van dale:
    #veilig = vrij van gevaar, beschermd tegen gevaar
    #gevaar = kans op iets ergs

    Laat ik er even heel duidelijk over zijn: wapens zijn uitgevonden om iets ergs te kunnen laten gebeuren. Veiligheids”diensten” met wapens is een contradictio in terminis. Veiligheidsdiensten zijn de terroristen. Het bereiken van doelen voor “hun meesters” met behulp van geweld. De vraag is wie “hun meesters” zijn. Wie dat precies zijn kan ik je niet zeggen, maar ik kan wel concluderen dat als hun acties en doelen voor mij geheim gehouden worden dat het zeer waarschijnlijk niet positief voor mij is.