Sargasso’s Geoplaat – Berkiens ode aan de aso’s

Hoewel de meeste liedjes gaan over de liefde, wordt ook vaak gezongen over dorpen, steden, landen, rivieren en bergen. Michiel Maas gaat op zoek naar de plaats achter deze muzikale beschrijvingen. Benieuwd naar de achtergronden van uw favoriete plaat? Stuur uw tips voor een geoplaat naar linktip@sargasso.nl

Als ik boven op de Dom sta
Kijk ik even naar benee
Dan zie ik het Oude Grachie
Het Vreeburg en Wijk C
Ja dan springt mn hartsjie open
Ik ben trots wat dach-ie wat
D’r is geen mooier plekkie
As Uterech me stad

Herman Berkien – Als ik boven op de Dom sta

hermanberkienWat doet u als u boven op de Dom staat? Naar beneden kijken natuurlijk, wat is er anders te doen? Maar Herman Berkien kwam kennelijk voor iets anders. Je ziet hem staan, hij bestudeert het prachtige metselwerk van de kantelen, en kijkt terloops ook even naar beneden. En daar ziet hij de Oude Gracht, het Vreeburg en Wijk C. Vanaf de Dom in één blik te vangen. Je hoeft maar een keer heel even naar beneden te kijken. Daar is geen weids uitzicht voor nodig. Zou de Utrechtse volkszanger een beetje benauwd zijn geweest voor de Dom?

Inderdaad. De in 2005 overleden Berkien had hoogtevrees. Maar gek genoeg schreef hij de tekst van dit lied, dat sinds de jaren zeventig onlosmakelijk met hem verbonden is, helemaal niet zelf.

Bovenstaande tekst werd geschreven door Berkiens stadsgenoot Rijk de Gooijer. Berkien zong het, maar gebruikte het meestal in combinatie met een andere kraker, Uterech me Stadsjie, in de Uterech-medly. Een vreemdere combinatie is eigenlijk niet mogelijk. Het lied van De Gooijer is feitelijk een VVV-goedgekeurde, dertien-in-een-dozijn, stadsode. Berkiens lied is een lofzang op de sociale onderlaag in de Domstad.

De plekken in de stad die de Gooijer benoemd zijn, ook bij niet-Utrechters, bekend: de Dom (uiteraard), Het Vredenburg, Wijk C en de Oude Gracht. Allemaal bekende plekjes in het stadscentrum. Maar nu vers twee van de medly:

Uterech me stadsjie daar gebeurt van allerhand
’t Bruis aan alle kant, in ’t hartsjie van ons land
De Sterrewijk, ’t Houtplein en ’t Lange Rozendaal
Uterech ’t mooist van allemaal

De naam “Houtplein” zult u op de moderne kaart van Utrecht niet tegenkomen. Het bestaat namelijk niet meer. Het Houtplein in de wijk Pijlsweerd was een zogenaamde “woonschool”, een speciaal woonwijkje waar voor de oorlog asociale gezinnen werden opgevangen. Het complex werd in de jaren zeventig gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw. In die woningen wonen overigens nog steeds veel kansarme gezinnen.

Ook Sterrenwijk is een beruchte, in zichzelf gekeerde volkswijk aan de zuid-oostkant van Utrecht. Hárstikke láche als FC Utrecht wint, maar zorg wel dat je het dialect een beetje spreekt, dakhoas.
De Lange Rozendaal is onderdeel van de zeven steegjes, een negentiende-eeuws volkswijkje in de oude binnenstad, speciaal gebouwd voor arme, katholieke gezinnen. Nog steeds is het een echte volksbuurt, met piepkleine huisjes waar het leven zich vooral in de straatjes afspeelt.

In de langere versie van het lied bezingt Berkien nog een ander, typisch Utrechts fenomeen:

Knap berug is ook het Zandpad bijgenaamd de gummiedreef
Daar ken je genieten van een broodsjie warm vlees
Als de gordijnen zijn gesloten nou dan hank de boot goed scheef
Het is daar dag en nach het rooie lampen fees

Berkien koos bewust niet voor de gangbare publiekstrekkers van Utrecht. Daar gebeurde ook niks. Utrecht was in de jaren zeventig eigenlijk nog een dodelijk saaie stad. Het studentenleven, heel wat beperkter dan nu, speelde zich vooral af op de soos, en cafébezoek was veel minder dan tegenwoordig. Nee, voor echte lol, mooie mokkels en een flipper aan de wand moest je tussen de asocialen in de volkswijken en in de natste hoerenbuurt van Nederland zijn. Daar bruiste het pas echt.

En de Dom? Ach… Leuk voor de toeristen.

  1. 6

    de plaat is nog verder gecanoniseerd. sedert de eerste helft van de jaren negentig doet de term ‘staatsjies’ opgeld als omschrijving van de traditionele utrechters – door niet-traditionele utrechters, dat spreekt. de klassieke utrecht-slogan ‘alles is niets’ (zie rob van scheers’ onmisbare ‘de kleine parade’) schemert ook door berkiens coupletten heen. ik heb er 18 jaar over gedaan, maar ik zou me bijna thuis gaan voelen hier.

  2. 8

    @2 Herman Pouderoyen volgde Berkien op als FC Utrecht clubdichter. Geen echte troubadour wellicht, maar het komt soms in de buurt.

    Heel fijn verhaal, overigens. Met allemaal dingen die ik nog niet wist.