Samenwerking in Kamer: coalitie versus oppositie

ANALYSE - Of een partij tot coalitie of oppositie behoort, lijkt belangrijker dan politiek-inhoudelijke verschillen, blijkt uit analyse van Tom Louwerse.

In april zette ik het stemgedrag in de Tweede Kamer op een rijtje. Daaruit bleek dat coalitiepartijen VVD en PvdA vaak hetzelfde stemmen. Dat is niet heel verwonderlijk gezien het feit dat de twee partijen samen de regering vormen. Ze moeten een redelijke mate van overeenkomst in het stemgedrag hebben om het kabinet niet in de problemen te brengen.

Dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat ze niet op andere manieren hun eigen profiel kunnen versterken. Eén van de manieren waarop dat kan is door moties in te dienen samen met oppositiepartijen. Op die manier kan de PvdA bijvoorbeeld laten zien dat ze nog steeds een centrum-linkse partij is. Maar gebeurt dat ook? Wie werkt met wie samen als het gaat om het indienen van moties en amendementen?

Gezamenlijk ingediende voorstellen

In bovenstaande figuur staat de mate van samenwerking tussen de partijen. Van de voorstellen die  50PLUS heeft medeondertekend is bijvoorbeeld 39% ook medeondertekend door D66. Een hoog percentage, onder andere een gevolg van het feit dat 50PLUS als kleine partij niet heel veel voorstellen heeft ingediend (102). Van de door D66 ondertekende voorstellen (412 in totaal) was bijvoorbeeld maar 10% ook door 50PLUS ondertekend.

Verschil tussen coalitie en oppositie

Net als bij het stemgedrag zien we in de patronen van mede-indiening een duidelijk verschil tussen de coalitie- en oppositiepartijen. Onder 46% van de voorstellen die de PvdA steunt, staat ook een handtekening van de VVD (omgekeerd zelfs 63%). De overeenkomst tussen PvdA en D66 is een stuk lager (28%), om maar te zwijgen van SP (15%) en GroenLinks (11%). De VVD op zijn beurt werkt niet veel samen met andere partijen ter rechterzijde als CDA (23%) en D66 (23%). De coalitiepartijen houden elkaar dus ook vast als het gaat om het indienen van moties en amendementen. Er lijkt geen sprake van een sterke profileringsdrang.

Bij de oppositiepartijen zien we een redelijk sterke samenwerking tussen SP, GroenLinks, D66, ChristenUnie en (zelfs) CDA. De SP dient veel voorstellen in waardoor het samenwerkingspercentage met andere afzonderlijke partijen wat lager ligt. De partij werkt relatief vaak samen met GroenLinks (26%), ChristenUnie (23%) en D66 (23%). Opvallend is dat de PvdD iets minder sterk in dit blok is geïntegreerd: ze werkt wel vaak samen met de SP en GroenLinks, maar minder met ChristenUnie en D66.

Buitenstaander

De grote buitenstaander qua samenwerking is de PVV. De partij diende ongeveer net zoveel voorstellen in als de ChristenUnie, maar werkte daarbij veel minder samen. Met de SP is de samenwerking nog het sterkste (14%), maar met andere partijen diende de partij maar weinig voorstellen in. Dit komt overeen met het beeld uit eerdere analyses van Simon Otjes en mijzelf, waarbij we vonden dat de PVV niet zo vaak samen voorstellen indiende in de periode voor 2012  – als PVV-Kamerleden dit al doen, dan vaak met een andere PVV’er. Aan de samenwerking met VVD’ers en CDA’ers is na het uiteenvallen van de gedoogconstructie ook een einde gekomen.

We kunnen de samenwerking van de verschillende Kamerfracties ook ruimtelijk weergeven met behulp van multidimensional scaling. Partijen die in onderstaande figuur dicht bij elkaar staan, dienen vaker samen voorstellen in, dan partijen die ver weg van elkaar staan. De grootte van de bolletjes correspondeert met het aantal voorstellen dat een partij indiende. Zoals we al constateerden zien we in het horizontale vlak een tegenstelling tussen coalitie en oppositie. In het verticale vlak is echter nog een andere tegenstelling te zien, die een combinatie lijkt van religieuze en protestfactoren. Aan de onderkant vinden we de drie confessionele partijen, terwijl aan de bovenkant partijen die zich verzetten tegen de gevestigde politiek, zoals PVV en PvdD. De SP staat redelijk in het midden, omdat zij zowel met de gevestigde oppositiepartijen als met de ‘protestpartijen’ samenwerkt.

Natuurlijk geven deze cijfers slechts een ruwe schets van de manier waarop Kamerfracties samenwerken. Toch geeft dit, net als het stemgedrag, een indicatie van het feit dat in het Kamerwerk de scheidslijn tussen oppositie en coalitie belangrijker lijkt dan de politiek-inhoudelijke verschillen. De laatste doen er toe, maar blijken bij het indienen van voorstellen toch secundair.

Cosponsor_2D

Ruimtelijke weergave van de mate waarin partijen samen voorstellen indienen, 2012-2013

Technische toelichting

Bovenstaande analyse van de indiening van moties en amendementen is gebaseerd op de periode vanaf de installatie van de Tweede Kamer tot en met 25 april januari 2013 (de laatste dag waarvoor de Handelingen op Officiële Bekendmakingen te vinden waren).

Het gaat hier om voorstellen die uiteindelijk in stemming zijn gebracht; dit is ontleend aan de Handelingen, zoals gepubliceerd op Officiële Bekendmakingen. Uit de Kamerstukken op Officiële Bekendmakingen is vervolgens met behulp van een computerprogramma informatie over de indieners van de partij gehaald. Omdat deze omzetting automatisch is, kunnen er kleine foutjes optreden, die het algemene beeld overigens nauwelijks zullen verstoren. Er is gekeken naar de mate van medeondertekening van moties en amendementen. Daarbij is geen weging toegepast voor de vraag of een partij eerste, tweede of derde indiener was.

De multidimensional scaling oplossing heeft een Stress van 9.8. De oplossing is gevonden met behulp van de functie isoMDS in het package MASS voor R.

  1. 3

    Van de voorstellen die 50+ ondertekende, is 39% ook door D66 ondertekend.

    Maar van de voorstellend die D66 ondertekende, is maar 10% ook door 50+ ondertekend.

    Blijkbaar diende D66 3,9 keer zo vaak een voorstel in als 50+.

  2. 4

    Duidelijke weergave van een grafiek blijkt moeilijk.
    Uit de tekst begrijp ik dat vertikaal de indiener staat, horizontaal de medeondertekenaar. De periode mag je in de tekst opsporen.