Samenleving snakt naar correctie van hebzucht aan top

ANALYSE - Voor het eerst sinds begin 2008 worden Nederlanders meer in beslag genomen door economische problemen dan door de problemen van het samenleven ofwel de omgangsvormen. Hoe weten we dat en wat betekent het? Paul Dekker en Josje den Ridder van het Sociaal Cultureel Planbureau onderzochten het.

Begin 2008 startten we ons Continu Onderzoek burgerperspectieven. Sindsdien wordt elk kwartaal aan een representatieve steekproef van Nederlandstaligen gevraagd: ‘Wat vindt u op dit moment de grootste problemen in ons land? Waar bent u zeer negatief of boos over of waar schaamt u zich voor als het om de Nederlandse samenleving gaat? Wilt u met enkele trefwoorden de belangrijkste problemen aangeven?’ Door te verwijzen naar boosheid en schaamte vermijden we dat mensen de vraag als een kennisvraag gaan beantwoorden (‘wat was ook alweer het grootste probleem?’).

Negen op de tien ondervraagden kan minstens één onderwerp bedenken op de vraag naar wat goed gaat in het land. Dat lukt minder goed als de respondenten gevraagd wordt waar ze trots of blij over zijn; ongeveer twee derde geeft dan één of meer onderwerpen aan. De zorgen over omgangsvormen en samenleven groeperen we in één categorie, hetzelfde doen we met zorgen over economie en inkomen.

1 op de 5 Nederlanders ziet samenleven als groot probleem

Om elke respondent even zwaar te laten meetellen, verdelen we honderd punten per ondervraagde over het aantal problemen (maximaal vijf) dat hij of zij noemt. Het gemiddelde aantal punten voor een categorie geeft vervolgens het aandeel van de categorieën in het ‘nationaal probleembesef’ aan. De onderstaande figuur laat de ontwikkelingen zien voor samenleven en economie. Samenleven is over de hele periode, tot en met het derde kwartaal van 2013, met gemiddeld 20 procent de grootste categorie en economie staat met 15 procent de tweede plaats. Ze worden gevolgd door politiek en bestuur (12 procent), criminaliteit (10 procent, trend dalend), immigratie en integratie (9 procent ook dalend) en gezondheidszorg (8 procent, stijgend).

Samenleven en economie als grootste problemen in Nederland (% van het nationaal probleembesef):


In het begin van de financiële crisis, eind 2008, werden zorgen over de economie even zo vaak genoemd als zorgen over omgangsvormen. Hoewel de crisis na 2008 doorzette, noemen Nederlanders omgangsvormen daarna toch weer het belangrijkste maatschappelijke probleem. In de zomer van 2013 is de economie voor het eerst een grotere zorg dan het samenleven. De geuite zorgen over de economie hebben betrekking op de crisis, armoede, stijgende prijzen, bezuinigingen en bonussen. Zorgen over omgangsvormen gaan over asociaal gedrag, groeiende intolerantie en onverdraagzaamheid, de ik-cultuur en hufterigheid op straat. Werkloosheid en kwesties rond integratie of criminaliteit blijven hier buiten beschouwing. Die hebben eigen categorieën.

Moraal speelt grote rol bij probleembesef

Hoe moeten we het veroveren van de eerste plaats in het nationale probleembesef van economische zorgen op de zorgen over het samenleven waarderen? De verandering houdt natuurlijk verband met de hardnekkig slechte economische situatie. De gevolgen van de crisis worden door steeds meer mensen gevoeld op de arbeids- en woningmarkt, door bezuinigingen, of door onzekerheid over wat er kan gaan gebeuren. Toch zou het te simpel zijn om te zeggen dat de publieke opinie eindelijk de prioriteit heeft verlegd van luxeproblemen rond de omgangsvormen en van vage morele verontrusting naar de harde materiële werkelijkheid.

Dringt eindelijk de cynische waarheid van Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral door? Dat zou een te simpele diagnose zijn. In de omschrijvingen van de economische problemen komt namelijk ook morele verontwaardiging voor; hogeropgeleiden hebben het veelvuldig over ‘graaicultuur’ en ‘zelfverrijking’ en lageropgeleiden over ‘bonussen’ en ‘zakkenvullers. Als we in focusgroepen doorpraten over de grootste problemen van het land speelt de moraal altijd een grote rol, zowel bij zorgen over omgangsvormen als bij zorgen over de economie. Bij beide onderwerpen gaat het over een verharding van de manier waarop mensen en bedrijven met elkaar omgaan, over een ik-cultuur waarbij het eigen belang zwaarder weegt dan het collectieve. Zo gezien hebben bonussen in de economie en de asociale omgangsvormen op straat meer met elkaar te maken dan op het eerste gezicht lijkt.

Bonussen en graaiers roepen verontwaardiging en fatalisme op

Er heeft zich wel een verandering voorgedaan. In het begin van de crisis werd nog wel de hoop geuit dat een lager welstandsniveau de omgangsvormen zou kunnen verbeteren. Er werd gehoopt op een vermindering van het streven naar steeds meer materiële welvaart: het was hoog tijd voor minder tweede auto’s en derde vakanties en meer gezelligheid en gemeenschapszin. Die hoop lijkt inmiddels vervlogen.

De angst bij velen is dat verslechtering van de economische situatie de hebzucht en het redden van de eigen huid zullen versterken. Een factor daarbij is dat mensen het gedrag aan de top niet zien verbeteren. In de berichten over herstel van oude gewoonten bij de banken en extreme vergoedingen voor (vaak ook nog falende) leiders en adviseurs zien velen een bewijs dat we geen verbetering kunnen verwachten. ‘Bonussen’, ‘graaiers’ en ‘zakkenvullers’: het zijn al tijden de ‘rode lappen’ in onze focusgroepdiscussies. Ze roepen zowel verontwaardiging als fatalisme op. Een overtuigende correctie van de hebzucht aan de top kan dat fatalisme helpen bestrijden. En dat op zijn beurt kan een belangrijke bijdrage zijn aan herstel van echt vertrouwen: in de economie, in elkaar en in de toekomst.

Paul Dekker & Josje den Ridder zijn als onderzoeker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het rapport van hun onderzoek, ‘Burgerperspectieven 2013|3’ is op 1 oktober verschenen en is te downloaden van de site van het SCP.

Dit artikel verscheen eerder op Sociale Vraagstukken.

  1. 1

    Het grootste gebrek in Nederland en de oorzaak van de kapotte maatschappij is het gebrek aan opvoeding, voeding krijgen ze wel maar opvoeding ( de basis voor opleiding ) hmm nee.
    Daarvoor heb je geen sociale focusgroep voor nodig om dat te kunnen vaststellen.
    Geleuter over bonussen van 10 miljoen hier en daar terwijl onze jaaromzet + 450 miljard is lost niets op.
    Het ware probleem is dat arm en arm straks elkaar naar het leven staan.

  2. 2

    @1 Het grootste probleem in Nederland is dat er niet 1 probleem is maar door vele jaren van wanbeleid en vergaande incompetentie is er een hele stapel problemen. We moeten ons daar stap voor stap uit werken. Dit vereist niet-lineair denken, visie, het realiseren van fundamentele veranderingen en het doorhakken van knopen. De politici en partijen van dit moment zijn daartoe helaas niet in staat. Zodra de weeffouten uit het systeem verwijderd zijn zal het weer bergopwaarts gaan.

  3. 4

    Er zijn hoopvolle ontwikkelingen.
    Bij de cantonale verkiezingen in Brignolles Frankrijk gister kreeg het Front National ruim 40 % van de stemmen, UMP 20, en PS 14.
    Het Front National wil van euro en EU af, UMP is een soort combinatie van CDA en VVD, PS zijn de socialisten van Hollande.
    De paniek bij de Franse EUrofielen is nu zo groot dat de PS oproept bij de tweede ronde op hun tegenstanders UMP te stemmen, er moet een ‘barrage’ worden opgeworpen, een dam.