Rocksterrengedrag in de wetenschap

ACHTERGROND - De taalkundige wereld op de sociale media waren de afgelopen dagen in rep en roer vanwege een schandaal. Een collega – FJ, een betrekkelijk jonge, net tot hoogleraar benoemde psycholinguïst aan de Universiteit van Rochester – zou seksuele intimiderend zijn opgetreden tegen een groot aantal vrouwelijke studenten, promovendi en postdocs: opmerkingen gemaakt over hun lichaam, met verschillende het bed gedeeld, feestjes gehouden met drugs en hete baden en de suggestie gewekt dat het goed was om daaraan mee te doen.

Het progressieve Amerikaanse blad Mother Jones besteedde er een artikel aan, dat zich echter slechts concentreerde op één betrokken jonge onderzoekster. Indrukwekkender nog is in mijn ogen de complete aanklacht die bij de universiteit is ingediend en die ook online staat. Een groot aantal vrouwen komt er aan het woord. Enkele prominente collega’s van FJ blijken bovendien ontslag te hebben genomen van de universiteit uit protest tegen het feit dat de universiteit op eerdere klachten nauwelijks heeft gereageerd (FJ’s promotie kwam zelfs vrijwel onmiddellijk na de klacht, als ik het goed begrijp). Enkele duizenden mensen hebben een petitie getekend die de universiteit oproept om FJ te ontslaan. Het Amerikaanse blog Language Log besteedde uitgebreid aandacht aan de kwestie, met nog veel meer links dan ik hier geef.

Goed op tv

Een belangrijke draad in de hele discussie vind ik die over macht. Je krijgt de indruk dat die FJ allerlei rare seksueel getinte spelletjes speelde en daarbij negeerde dat hij inmiddels door zijn positie macht had gekregen over andere mensen, al was het maar omdat jonge mensen dachten dat ze met hem moesten samenwerken als ze verder wilden komen – hij was immers zelf een succesvolle jonge onderzoeker, niemand kon ze de kneepjes van het vak zo goed bijbrengen als hij. Dat hij niet langer een promovendus was onder de promovendi maar dat zij inmiddels tegen hem opkeken en dat niet alleen omdat hij zo briljant was, maar omdat hij de sleutel had tot hun verdere loopbaan. Dat zij dus moesten doen wat hij ze vertelde, dat ze voelden dat ze van hem afhankelijk waren en alleen daarom meegingen in zijn spelletjes.

Ik ken FJ niet, maar uit het rapport komt hij naar voren als op zijn minst een onaangename persoon. Als hij mijn collega was, zou ik geloof ik ook alles op alles zetten om hem maar ergens anders briljant en flitsend te laten zijn, want de sfeer die hij creëerde lijkt me alles behalve aangenaam. (Dit alles uitgaande van de veronderstelling dat van wat in het rapport staat ook maar een fractie klopt – het socialemedia-aspect van deze zaak, met zijn allen na alleen een aanklacht zijn naam rondroepen, vind ik minder aangenaam. Wat nu als het allemaal tóch niet klopt?)

Trucje

In een commentaar op een blogpost op Norbert Hornstein’s ook overigens behartenswaardige blog Faculty of language wijst iemand erop dat de gebeurtenissen in Rochester veel te maken heeft met een rocksterrencultuur: een cultuur waar bepaalde mensen zijn die nu eenmaal alles kunnen maken omdat ze immers zo vreselijk slim zijn, en zo goed in zeer geavanceerde methoden en technieken, en zulke indrukwekkende lezingen geven en het bovendien ook nog vreselijk goed doen op de tv. Én zoveel onderzoeksgelden binnenslepen

Ja, daarbij gaan ze af en toe een beetje over de rand, maar dat hoort nu eenmaal bij de cultuur, hè?

Het is daarmee dus ook eigenlijk een heel ingewikkelde kluwen. Enerzijds hoort het er in de academische wereld niet toe te doen. Dat ik nu eenmaal heel veel weet over de toonloze e in Nederlandse dialecten, maakt nog niet dat ik me mag permitteren dat ik het werk van studenten presenteer als dat van mezelf, in opiniestukken ongeneerd mensen mag kwetsen, of me smerige praatjes verkoop aan een postdoc. Ik weet iets bijzonders, ik kan een bijzonder trucje, maar een goede academicus snapt tegelijk dat de mens die om dat bijzondere trucje heen gevouwen zit nu ook weer niet zó bijzonder is.

Briljante geleerden

Tegelijkertijd moet ik ook beseffen dat ik me tegenover promovendi weer niet moet gedragen als een absolute gelijke. Dat ze het met mij even gezellig gaan vinden als met elkaar, dat ik ze bij mij thuis uitnodig om samen dronken te worden. Ik heb alleen al macht over hen omdat ik iets heb dat zij graag willen hebben: kennis van de toonloze e in de Nederlandse dialecten.

Je moet er als academicus mee omgaan dat mensen je respecteren en macht toekennen om een heel klein deel van jezelf, en dat je die macht niet mag gebruiken maar ook niet kunt ontkennen. Dat er jonge mensen komen die je enorm bewonderen en in allerlei opzichten willen volgen, maar dat doen om de verkeerde redenen. Dat klinkt lastig en psychologisch zal het dat ook zijn, maar als je je er niet aan houdt, kan het ontaarden in wantoestanden als die aan de Universiteit van Rochester. Mensen die met die paradox niet kunnen omgaan, kunnen natuurlijk nog steeds briljante geleerden zijn, maar op een universiteit horen ze niet thuis.

[Oorspronkelijk verschenen op Neerlandistiek.nl]