Revivescentie

Op Sargasso is plaats voor gastbijdragen. Vandaag plaatsen wij een bijdrage van een veteraan in weblogland: Dreadloki, bekend van menig reaguurveld en zijn eigen dreadloki.com.

Zoals gebruikelijk parkeerde Vincent zijn fiets in het rek, voor zijn huis. Een huurhuis. Simpel van opzet, maar alles zat erin. Een plee, een koelkast en een bed. Oh ja, en een televisie.
Acht uur ‘s avonds. Slechts een doorsnee dag in een deprimerend leventje. Met een diepe zucht trok hij de voordeur achter zich dicht en liep meteen door naar zijn koelkast.
De wereld was een platgereden duif op het wegdek, en de vele passerende wielen smeerden de ingewanden alleen maar verder uit. Mooier werd het er niet op. Niemand die het netjes met een schep opveegde of iets dergelijks. Vincent koesterde geen illusies. Zijn vierenvijftigste verjaardag was onderweg. En veel beter zou het niet meer worden.

Amper twee weken geleden werd Vincent Bloothooft gepromoveerd tot afdelingshoofd op de fabriek. De vorige overleed en prompt kwam Vincent, al dertig jaar werknemer, als eerste in aanmerking voor de vacature. Voorheen stond hij aan de band, multomappen afscheuren. Nu, als nieuwbakken afdelingshoofd moest hij erop toezien dat anderen de mappen netjes afscheurden, daarna moest hij het restafval tellen en de kosten daarvan berekenen. Elk uurtje overwerk leverde hem vijf procent extra op. Niet dat de gage zo geweldig veel was, maar het was beter dan niets. Een vingerhoedje vol balsem voor de ziel, maar hij was weinig succesvol geweest met het vinden van een andere betrekking in die afgelopen jaren.
Niet dat hij intensief had gezocht.

Hij opende het vriesvak. Alleen maar flessen wodka, een stuk of vier. Geen vlees. Geen brood. Zeker geen ijsjes. Hij nam één fles eruit, schrapend, maar dat geluid hinderde hem allang niet meer. Nee, dat geluid niet. In tegenstelling tot-
‘Vincéééént!’
Zijn vrouw.
Vincent schroefde de dop eraf, pakte een glas uit de kast en schonk zichzelf in. Eva, zijn prachtige vrouw, althans, vroeger was ze prachtig.
Ergens onderweg, terwijl hij had zitten suffen, was ze van die prachtige vrouw met gladde benen, en dik, glanzend bruin haar en een perfect perzikhuidje in een sloof veranderd. Een uitgerangeerde dweil. Het haar was intussen dof geworden, alsof het overal en nergens wilde zijn, eigenlijk alles behalve bovenop haar hoofd. Haar benen schoor ze nauwelijks. Ze ging gaandeweg steeds meer op hem lijken en dat viel hem bitter tegen.

‘Vincent,’ siste ze, ‘Waarom ben je zo laat!?’
‘Schatje-’
‘Noem me geen schatje, hondsvot,’ onderbrak ze hem, blijkbaar nog kwader dan ze al was, ‘Het vreten is allang koud! Weet je wel hoe laat het is?’
‘Nou-’
‘ … te godvergeten laat voor warm eten, zó laat ben je!’
‘Maar ik moest toch overwerken schat,’ wierp hij zwakjes tegen.
‘Tuurlijk! Doe vooral alsof je verantwoordelijkheid weet te dragen, miezerig ventje!’
Hij draaide zich om, zag een bord eten op het aanrecht staan, sloeg zijn borrel achterover en schonk zichzelf nog eens in. Eva begon weer te tieren. Misschien moet ik haar er ook één aanbieden, dacht hij, wie weet wil ze dan wel lief tegen me doen. Het eten zag er onaangeroerd uit. Verre van appetijtelijk ook.
‘Tuurlijk, zuipen maar, lulhannes die je d’r bent! Altijd maar weer zuipen, zuipen en nog eens zuipen. Alsof de oplossing van elk existentieel vraagstuk op de bodem van die fles op je zit te wachten!’
Dat niet, dacht hij, maar het maakte het wachten wel een stuk aangenamer. Hij sloeg zijn beslaande glas wodka achterover. En schonk de volgende alvast in. De bodem was voorlopig nog niet in zicht.

Eva stond daar, met haar handen in haar zij. Een beetje wijdbeens. Vol ongeloof keek ze toe hoe hij zijn derde borrel inschonk, en dat binnen twee minuten tijd.
‘Waardeloos, ik had het kunnen weten. M’n moeder had me nog zó gewaarschuwd. Een echte vent moet ik hebben, geen zuiplap.’
‘Ja ja,’ zei Vincent lachend, terwijl hij met zijn duim de condens van zijn glas wreef, ‘Zoals Harold zeker?’
‘Harold is nog altijd meer mans dan jij, sneue eikel,’ smaalde ze, ‘Of zit het je gewoon dwars dat hij je elke dag vertelt wat je moet doen? Vast wel hè?’
Harold was zijn directe chef. En een oud-klasgenoot van Eva. Ze hadden destijds iets, totdat ze Vincent tegenkwam bij de bowlingbaan. Niet lang daarna trok ze bij hem in. Maar dat trouwen, dat was een vergissing geweest, realiseerde hij zich. Soms vat je de koe meteen bij de horens, terwijl je haar waarschijnlijk beter had kunnen melken om te controleren of het zuurgehalte op peil was. Om lekkere slagroom te maken zul je eerst lekkere melk moeten produceren.
Aangenaam verrast dat hij het gewicht van een volle borrel in zijn handen voelde, sloeg hij hem achterover. En schonk meteen de volgende in. Misschien moet ik haar toch iets aanbieden, dacht hij opnieuw.

‘Ik ga zo naar hem toe,’ zei ze, iets zachter.
‘Naar wie?’
‘Harold. Ik ga met hem uit eten.’
Toen iets harder: ‘En daarna zuig ik hem af, in de auto.’
Ik neem die borrel zelf wel, dacht hij, en liep ermee de woonkamer binnen. De fles nam hij ook mee.
‘Hoor je wat ik zeg, lamlul,’ gilde ze alweer, ‘Ik zuig hem af! In de auto! Tussen het hoofdgerecht en het dessert! Ik bewaar goddomme zijn kwakje in mijn wangzak, tot ik thuis ben en het in je smoelwerk spuug, klootzak!’
Vincent reageerde niet. Hij ging in zijn fauteuil zitten, zette de fles en het glas op het bijzettafeltje, bedacht zich, dronk de borrel half leeg, vulde hem weer bij en zette de televisie aan.
Twee figuren, overduidelijk verkleed als Ken en Barbie zaten achter een tafel de huiskamer in te wauwelen.
‘Sommige duiven zijn het opvegen niet waard,’ mompelde hij voor zich uit.
‘Wat zeg je? Hoorde je wel wat ik net zei, lamlul? Ik-neuk-je-baas.’
‘Al een paar jaar,’ voegde ze er aan toe, na een dramatische pauze.
Vincent gaf geen antwoord en vergewiste zich ervan dat de drank nog altijd op het bijzettafeltje stond. Dat deed het.
‘Ik ben weg, dit kan ik niet meer aan,’ zei Eva tegen niemand in het bijzonder, terwijl ze haar jas en tas pakte.
De televisie sprong op een ander kanaal, waar zojuist een kickbokswedstrijd was begonnen.

‘En ik wil godverdomme een scheiding,’ krijste Eva naar hem, terwijl ze in de deuropening stond. Toen ze merkte dat hij niet reageerde, rende ze de keuken weer in, pakte het bord eten van het aanrecht en gooide deze naar zijn hoofd. Ze miste, en raakte in plaats daarvan het bijzettafeltje. Het viel niet om. Gekookte aardappeltjes, bloemkool en karbonaadjes met jus stuiterden op de vloerbedekking.
Met een klap trok ze de deur achter zich dicht.

Vechtsport, dat is de ware krachtmeting, besefte hij. Het ultieme oergevoel. Puur en zonder bijbedoelingen, gewoon, zorgen dat je overleeft. Het liefst winnen, hoewel je vaak niks te wensen hebt in die branche. Kunnen opstaan de volgende dag, dat was al mooi genoeg, beeldde hij zich in. Op de rug van de kampioen, gespierd, geen greintje vet en dreigende lichaamstaal, had iemand met een viltstift een reclametekst geschreven. Iets met supplementen, de schittering van de lampen maakte de tekst onleesbaar.
‘Zonde, dat ook deze sport intussen vergeven is van de commercie. Wat verzinnen ze hierna? Vechters met een sandwichbord? Een vlaggenmast op hun rug gebonden? Eeuwig zonde, echt waar.’

Op de vloer lag een krant. De Barbie van zoëven, ditmaal in spijkerbroek en trui, lachte hem toe vanaf de opengevouwen pagina. De kop daarboven luidde: “Mijn man is alleen egoïstisch in bed!”
Hij pakte hem op, schudde wat jus en bloemkool er vanaf, bladerde, en stopte bij de contactadvertenties en de sekslijnen. Van het bijzettafeltje pakte hij de telefoon en draaide een nummer. Tijdens het overgaan nam hij nog eens een slok.
‘Hallo schatje, je spreekt met Samantha! Als je zin hebt om waanzinnig hard klaar te komen, heb je het juiste nummer gedraaid! Mag ik je naam, je creditkaartnummer en de datum wanneer deze verloopt? Een kwartiertje kost je-’
Vincent hing op. Hij bestudeerde de fles wodka. De bodem was nog niet in zicht, dus een oplossing ook niet. Of misschien was het wel verlossing. Op de televisie kwam de uitdager ook de arena binnen. Hij probeerde tussen de touwen van de ring te stappen. Het ging moeizaam. Vincent sloeg de rest van zijn drankje achterover, boerde en leunde achterover. Hij begon al aan de rust te wennen. De vechter had eindelijk het midden van de ring bereikt. Hij droeg een sandwichbord. Goed leesbaar. Soms deed de wereld er niet toe, en was iets simpels voldoende om de dag te laten stralen.
Hij schonk zichzelf nog eens in.

  1. 1

    Een waardige operascene, de stille tragiek en borrelende, bruisende verholen vol agressie van het huwelijkse leven genadeloos blootgelegd, de ongezouten treurnis van de polderburger die niet dagelijks ter tafel komt maar hier de weerzin trotseert en in het volle voetlicht van het tv schijnsel verschijnt het en klaarheid verschaft omtrent de gloeiend hete groeicurves van de alcoholconsumptie..het zou zo integraal door de baron op zijn http://www.bicat.net overgenomen kunnen worden. Chapeux, Dreadlokie..

  2. 4

    Uit de school van Giphart e.a. geklapt. Het vertelde ken ik al wel, de verteltechniek is wat mij betreft het interessantst, geen taboes, nergens, tekenend voor dit tijdsbeeld. Maar José en Oboema blijven toch de echte kampioenen.

  3. 11

    Lekker leesvoeder, zoveel is zeker. En herkenbaar ook, dat je van een dag multomappen scheuren thuiskomt en er nog maar vier flessen wodka in de koelkast liggen.