Recensie Zomergasten 2018 met Eric Wiebes

RECENSIE - Fragmenten die je in Zomergasten ziet, kun je opdelen in twee categorieën: fragmenten die als kapstok dienen voor het verhaal dat de gast wil vertellen en fragmenten die laten zien waar de gast van houdt. De meeste fragmenten die Eric Wiebes liet zien, behoorden tot de eerste categorie. Slechts twee fragmenten vertelden iets over wat Wiebes leuk vindt: een fragment uit Creatief met Kurk en een uit Pippi Langkous. Het fragment uit Creatief met Kurk was uiterst grappig, maar waarom Wiebes het precies had gekozen bleef onduidelijk. Wat Pippi Langkous in deze avond te zoeken had, begreep ik wel. Zelf meende Wiebes dit te hebben gekozen omdat hij destijds verliefd was op Pippi Langkous. Maar waarom dan dit specifieke fragment? We zagen hoe een jongetje werd gepest. Het probleem werd geadresseerd door Tommy en Annika. Pippi erkende het probleem. Ze liep recht op het probleem af. Ze analyseerde het probleem. En ze loste het probleem op. Door de pestkop in de boom te gooien. Opgewekt en resoluut, vol vertrouwen in het eigen kunnen en in het eigen oordeel. Ik begreep toen: Pippi Langkous is Eric Wiebes. 

Want zoals Pippi Langkous de pestkoppen aanpakte, zo pakt Eric Wiebes (maatschappelijke) problemen aan. Met een rotsvast vertrouwen in zijn eigen analytische vermogen, in zijn liberale overtuigingen en in de vooruitgang. De vijfde aflevering van Zomergasten 2018 ging vooral over Wiebes kijk op de samenleving. En hoe hij problemen in die samenleving oplost. Een paar keer werd het persoonlijk. Op die momenten zette Wiebes zijn bril af en leken zijn ogen vochtig te worden. Tegen het einde van de avond, toen Janine Abbring hem vroeg waarom hij deed wat hij deed bijvoorbeeld. Had hij soms haast, vroeg Abbring. Waarmee ze een gevoelige snaar bleek te raken, want inderdaad: hij had haast. Zijn vader overleed toen Eric Wiebes negen was. Waardoor hij altijd heeft begrepen dat het leven kort is en je alles moet doen om alles eruit te halen. Met opgeheven hoofd alles aanpakken wat je de moeite van het aanpakken waard vindt.

De vrije markt, koelkasten en Groningen
Eric Wiebes is een dromer in het lichaam van een nutsdenker. Een praktische idealist. Hij ziet tegenslag als een noodzakelijk hobbeltje op de weg die vooruitgang heet. Doordat hij zo overtuigd is van zijn vermogen om oplossingen te bedenken voor elk probleem, heeft hij hier en daar een blinde vlek ontwikkeld. Presentatrice Janine Abbring deed dappere pogingen om Eric Wiebes met zijn blinde vlekken en inconsistenties te confronteren, maar meestal bleek Eric Wiebes niet in staat haar kritiek te begrijpen of wuifde hij het weg.

Janine Abbring had niet voor alle stokpaardjes van Eric Wiebes genoeg bagage om ze te lijf te kunnen gaan. Haar kennis van de vrijemarkt-ideologie was te klein om het Wiebes heel moeilijk te maken toen hij, na een fragment waarin Milton Friedman met behulp van een potlood de zegeningen van de globalisering bezong, ineens het huishouden als metafoor voor de samenleving uitkoos en een goed schoongemaakte koelkast als ons zorgsysteem.

Voor één dossier had Abbring overduidelijk wel genoeg bagage: Groningen. Janine Abbring komt uit Groningen en voelt zich erg betrokken bij het onderwerp: na een fragment van Gewest tot Gewest over de aardbevingen, gaf ze toe dat de Groninger in haar Wiebes van z’n stoel wilde gooien, maar dat de journalist in haar besefte dat dit zinloos was.

Gelukkig liet ze de boze Groninger niet helemaal los toen ze Wiebes in de minuten erna vroeg hoe het besluit om de gaskraan dicht te draaien tot stand was gekomen. Ze nam geen genoegen met de antwoorden van Wiebes. De minister van Economische Zaken en Klimaat deed toen eigenlijk precies wat hij verfoeide in Boris Johnson die in een fragment ervoor een ‘beeld’ creëerde om zijn opportunistische keuze voor de Brexit te verantwoorden. Het beeld dat Eric Wiebes creëerde om zijn eigen besluit uit te leggen, was dat van een Eric Wiebes die op een avond het volledige dossier in zijn woonkamer had uitgestald, zijn analytische wonderradartjes liet werken en vervolgens tot geen ander besluit kon komen dan de gaskraan dicht te draaien. Waarom dit het juiste besluit was, waarom dit besluit niet eerder was genomen en waarom de Groningers erop konden vertrouwen dat dit besluit ook daadwerkelijk zou worden uitgevoerd, daar kon Wiebes eigenlijk niet zoveel over zeggen.

Waarmee Wiebes zichzelf niet zozeer ontmaskerde, maar vooral liet zien dat je als politicus niet kunt ontkomen aan het creëren van beelden. En wat me ook duidelijk werd: je kan van jezelf denken ontzettend rationeel in elkaar te zitten en problemen heel nauwgezet te analyseren voordat je tot ‘problem solving’ overgaat, maar zo nu en dan blijk je toch de slaaf van je tijd te zijn wanneer je beslissingen neemt. Wiebes liet een fragment zien over de Beeldend Kunstenaars Regeling. In een geënsceneerde reportage zagen we een kunstenaar die geld kreeg van de gemeente waarna zijn kunstwerk in een depot eindigde, tussen 200 duizend andere kunstwerken. Wiebes vond het een belachelijk en discriminerend systeem. Waarom kreeg een kunstenaar wel subsidie en een loodgieter niet? Abbring vroeg of milieusubsidies niet hetzelfde waren. Maar Wiebes wierp tegen dat we van milieusubsidie allemaal beter werden, terwijl van die kunstsubsidie alleen die kunstenaar beter werd. Hier sprak de nutsdenker. Maar die kunstenaarssubsidie was destijds natuurlijk ook in het leven geroepen vanuit de overtuiging dat kunst te belangrijk is om aan de vrije markt over te laten. Zoals dat nu het geval is met elektrische auto’s, zonnepanelen en windmolentjes. Wiebes is iemand die zijn eigen denkfouten niet ziet omdat hij zichzelf zo slim vindt dat hij denkt niet in staat te zijn denkfouten te maken.

De vooruitgang
In de openingsscène van De Noorderlingen, Wiebes’ keuzefilm, zegt een fotograaf tegen een poserende familie dat ze  hoopvol moeten kijken. ‘Hoopvol naar wat?’, vraagt de man. ‘Naar de toekomst natuurlijk!’, zegt de fotograaf.

Toen Eric Wiebes de fragmenten voor deze avond samenstelde, had hij bedacht dat het hoofdthema ‘vooruitgang’ moest worden. Al in zijn jeugd kon Wiebes ontroerd raken door vooruitgang. En dan niet alleen technologische vooruitgang, maar ook maatschappelijke vooruitgang: homo-emancipatie, de burgerrechtenbeweging, het eerste deel van de tweede feministische golf (toen het om baas-in-eigen-buik ging, niet toen alle mannen als potentiële verkrachters werden gezien). En ook: de Bijlmer. We zagen een fragment over het begin van de Bijlmer, toen het nog niet was verpest door de realiteit. Om allerlei redenen werkte het niet zoals het was bedacht. Maar inmiddels ging het wel degelijk weer goed met de Bijlmer. Het was misschien niet zo mooi als toen de Bijlmer nog enkel een idee was, maar toch was het mooi. Er was vooruitgang geboekt.

De boodschap van Wiebes: het gaat om die ideeën. Als het mis gaat, betekent het niet per se dat het idee slecht was. Het betekent dat je het een en ander moet aanpassen. Je zit dan in de vechtfase. Een hobbeltje op de weg naar de vooruitgang. Juist dan is het zaak om door te gaan. ‘Moedig voorwaarts’, zei Janine Abbring toen, een favoriete uitspraak van Gerard Reve. Wiebes murmelde afkeurend. ‘Optimisme is een plicht’, zei hij. Waarna ik begreep dat Eric Wiebes de anti-Reve is.

Over Reve gesproken, die had ook zo z’n ideeën over vooruitgang. Ik heb het even opgezocht. In ‘Zelf schrijven’ lezen we: ‘Vooruitgang bestaat niet, en dat is maar goed ook, want zoals het is, is het al erg genoeg.’

Laat Pippi het maar niet horen.

  1. 2

    Rutte en Wiebes: de Positivo’s anno nu.

    Goed getrainde jongens, die alles van zich af laten glijden dat niet in hun verhaal past.
    Jammer dat Abbring niet genoeg door de luchtbelletjes prikte die Wiebes opboerde. De loodgieter kreeg geen susbisidie? Wel als hij/zij kunst had gemaakt.

    Trouwens, had zijn vak in het nauw gezeten door een of andere crisis dan had zijn werkgever ongetwijfeld iets van staatsteun gekregen. En een tekort aan technische vaklui, waaronder middelbaar en laaggeschoolde vaklieden? Kabinet trekt de knip.

  2. 3

    @2: hij noemde de kunstenaar ook constant een hobbyist “waarom krijgt de loodgieter geen subsidie voor zijn hobby”

    Trouwens eens met de recensie alsmede de reacties.

  3. 4

    Precies wat Molovich zegt. Wiebes kraakt het PR-fenomeen van ‘het beeld’ af en wil dat bestuurders besluiten nemen zuiver op grond van ratio en data, maar VVD’ers mogen dat van hem puur uit overtuiging doen. En wat ‘het beeld’ betreft: de pot verwijt de ketel.

  4. 5

    Mooi dat er in dat huis van Wiebes iemand de theedoek oppakt, iemand de ramen zeemt en stofzuigt en zelfs iemand die een poging doet de tuin voor onkruid te behoeden. Allemaal heel erg NUTTIG! Zelf hoop ik dan ook dat er iemand in dat huis opstaat en dat “economische” potlood ter hand neemt en daar iets mee maakt wat mensen diep kan raken en ontroeren. Iemand die met dat grijze potlood van Wiebes kleur aan het leven weet te geven. Ja als de afvoer kapot is kan hij altijd nog de loodgieter bellen. Misschien komt die dan wel op zijn crossmotor voorrijden. Maar laat hem dan eerst zijn ondoordachte vergelijking tussen kunstenaar en loodgieter door diezelfde afvoer wegspoelen.

  5. 6

    @5: Tja, dat krijg je in een huishouden met iemand die in de numerieke wiskunde is afgestudeerd én iemand die is gevormd bij McKinsey. Dat wordt zo efficiënt mogelijk gerund natuurlijk. Ik vermoed dat ze in huize Wiebes north stars hebben waar ze in korte sprints naartoe werken. Is er een impediment (kaas beschimmeld) dan slaat Eric aan het problem solven en binnen no time staat het jongste zoontje de koelkast te boenen.

  6. 7

    Dat je de extremen uit de BKR wilt halen, OK, maar uitgerekend het geweldige daarvan, nl het volk aan KUNST helpen, kun je simpelweg niet als negatief neerzetten, tenzij je zelf met ‘het Beeld’ bezig bent.

  7. 8

    Afgaande op deze recensie (en die van de Volkskrant):

    De boodschap van Wiebes: het gaat om die ideeën. Als het mis gaat, betekent het niet per se dat het idee slecht was. Het betekent dat je het een en ander moet aanpassen. Je zit dan in de vechtfase. Een hobbeltje op de weg naar de vooruitgang.

    Zouden deze woorden uitgesproken zijn door een politicus die maar iets links van het midden is, dan waren vergelijkingen met Stalin en de heilstaat-over-de-lijken-van-miljoenen niet van de lucht. Maar VVD’er Wiebes? Misschien heb ik nog niet goed gekeken, of moeten dat soort reacties nog komen, maar ik zie ze niet in #1-#7.

    In plaats daarvan krijgen we reacties als problem solver Wiebes (dixit Haro Kraak, Volkskrant) en ‘pragmatisch progressief liberaal’. #0 noemt hem ook een ‘praktische idealist’, maar hoe diep gaat dat idealisme? Uit beide recensies vrij diep, begrijp ik, als beschreven wordt hoe efficiënt Wiebes zijn eigen leven ingericht heeft. Maar hoe ver gaat dan ook het ‘pragmatisme’? Wat mag er geofferd worden op Wiebes altaar van de vooruitgang? Met het epitheton ‘pragmaticus’, ‘realist’, ‘rationeel’ kunnen VVD’ers zichzelf afschilderen als wars van ideologie. Onterecht, als je durft te kijken.

    Met de focus op Wiebes’ ‘pragmatisme’ en ideologie, is duidelijk een hoe-vraag beantwoord. Maar de waarom-vraag blijft mij als recensie-lezer onduidelijk, en ik krijg het idee dat de recensenten daar ook moeite mee hebben, en zelfs Abbring. Waarom doet Wiebes wat hij doet? Wat zijn zijn (emotionele) drijfveren? Pippi Langkous wordt genoemd, in een fragment over pesten -een zwaar onderwerp in zekere zin (zou Wiebes ooit gepest zijn omdat hij een vader ontbeerde?)- maar waarom hij dat fragment heeft gekozen, wordt niet duidelijk. Kraak blijft gissen, #0 houdt het op Pippi als probleemoplosser. Het (jonge) overlijden van zijn vader komt ook terug als verklaring voor de efficiëntie-drang: alles uit het leven halen. Maar #0 noemt daarbij: ‘alles aanpakken wat je de moeite van het aanpakken waard vindt.’ Maar hoe bepaalt Wiebes wat hij ‘het aanpakken waard vindt’, en wat niet? Nu, 46 jaar na de dood van zijn vader, heeft hij dat nog steeds geen gezond plekje kunnen vinden, dat hij nog steeds in angst leeft voor zijn eigen, onvermijdelijke, dood, dat hij er per se alles uit moet halen? Waarom leest hij Kafka, Tolstoj, welk nut heeft dat, als hij anderzijds kunstenaars als hobbyist neerzet. (En kunstenaars, mogen dat alleen mensen zijn die teren van een geërfd vermogen (Tolstoj), of die van ellende en tering maar dood moeten (Kafka)?)

    Kraak noemt ook de eigenschap die Wiebes het meest waardeert in mensen: zelfstandigheid. Die ziet hij in zijn vriendin, en de moeder van zijn kinderen. Hoe zou hij dan omgaan met mensen die om welke reden dan (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen zijn? Voor het antwoord op alle vorige vragen is het profiel van Parool van 4 jaar geleden wat nuttiger, waarbij opgemerkt dient te worden dat Eric Wiebes daar niet geraadpleegd wordt (of in ieder geval lijkt te worden).

    De recensies -en de man- zijn wel zodanig prikkelend dat ik met meer vragen achterblijf dan ik überhaupt had kunnen bedenken. Meer vragen… en enige beduchtzaamheid. Is dit een man die voor zijn ideologie over lijken zou gaan, waarbij de enige beperkingen voor hem nu zouden zijn dat hij 1) zich niet in een positie kan manoeuvreren waarin hij de macht heeft om te bewerkstelligen wat hij wil bewerkstelligen, en dat hij 2) niet de ambitieuze dromen heeft die om lijken vragen.

    Hoe dan ook, er mogen best vragen worden gesteld bij de diepere drijfveren van iemand die zo ideologisch gemotiveerd is en waarbij het pragmatisme zo ondergeschikt is aan die ideologie.

  8. 9

    @5

    Je kijkt naar een VVD politicus en bent dan verbaasd een homo economicus te zien? Ook een dikke min voor Abbring die niet zocht naar de mens Wiebes. Hilarisch is wel dat Wiebes zijn eigen leven zo economisch mogelijk wil benutten. Ik bespeur enige ideologische verdwazing!

    @7

    Ik kan me herinneren dat men zich af vroeg wat ze toch aan moesten met al die ‘kunstwerken’. Inmiddels wordt het volk al lang al van kunst voorzien. Vele hobbyisten produceren kunst en zijn blij met een koper die een symbolisch bedrag betaald.

  9. 11

    Nogal flauw om over een heel oud BKR systeem te beginnen. Hij kan als optimist zijnde namelijk mooi in z´n handjes wrijven en tevreden zijn met hoe het NU met de kunst en cultuur is gesteld.
    Zijn filmkeuze was trouwens ook mede tot stand gekomen met filmfondsen…

  10. 12

    Het zou mooi zijn als die hoofdstedelijke politici die er in eigen stad een puinhoop van hebben gemaakt (Asscher, Wiebes) voortaan niet in de landelijke politiek hun incompetentie herhalen.

  11. 13

    Wiebes is in mijn ogen ‘geschikt’ persoon voor overbetaalde kletskoekbaan om andere mensen aan te zetten tot het onderbetaald uitvoeren van het zware, vuile en vaak ook ondankbare werk.

  12. 14

    @13:
    Wat een gekunsteld mens, compleet phoney,
    Gewoon een technocraat, die feiten heilig verklaart en dat met een eigen vreemd filosofisch sausje overgiet als politieke windowdressing.

    Een politieke warhoofd op sociale spoedcursus (meneer heeft haast ivm korte levensverwachting. Over positieve energie gesproken…
    Zijn feiten-uitspraken spreekt hij bovendien verderop zelf tegen:”het leven is geen wiskunde..” ;beeldvorming is voor hem not done, terwijl ieder weet dat elke doelstelling, iedere stip aan de horizon, begint met een visie (beeldvorming). Vooruitgang is voor hem heilig, daar moet alles voor wijken: een open deur, want leven is verandering en evolutie en beïnvloedt met visie/doelstelling het positieve proces.

    Een rare man, een rasmanipulant, die verbaasd in het leven staat, maar helaas nu ad (gas)knoppen zit.
    Hij moet zich toch meer met zijn mechanisch gedachtengoed bezighouden, want besturen betekent verantwoord met mensen omgaan. Weg met dit dwarrelend blad met dit dunne laagje vernis.