Recensie | Ons Europa is niet dat van hen

RECENSIE - De Vlaamse journalist Daan Ballegeer probeert te achterhalen waar het mis ging met de Europese samenwerking. Een leerzame exercitie.

In deze weken vlak voor de Europese verkiezingen valt er veel te horen en te lezen over wat er allemaal mankeert aan de Europese Unie. Daan Ballegeer, voormalig economisch journalist van het Belgische dagblad De Tijd vertelt in zijn eerste boek Ons Europa is niet dat van hen hoe het allemaal zo gekomen is. Heel nuttig en leerzaam als je, zoals de ondertitel aangeeft, op zoek bent naar een toekomst voor Europa. De Europese samenwerking is een grillige geschiedenis van vallen en opstaan, een aaneenschakeling van min of meer toevallige onderhandelingsresultaten van pragmatische politici die hun uiterste best deden niet te falen. Want ze wilden zo graag met een mooi verhaal thuis komen. Zo langzamerhand wordt het duidelijk dat de toekomst niet gevonden kan worden in mooie verhalen.

Het mooie verhaal is misschien wel het grootste probleem achter de huidige scepsis bij de Europese burgers. Lang kwamen de Europese leiders er mee weg. Mensen als Monnet, Spaak, Spinelli, Schuman, Adenauer, De Gaulle en later Mitterand, Kohl en Delors genoten een enorm vertrouwen bij hun achterban. Zij konden als politieke elite zonder veel verzet de Europese samenwerking vanuit de top vorm geven. De grondgedachte, vrede in Europa door economische samenwerking, werd in de zes landen die in 1951 startten met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) breed gedeeld. En dat de Duits-Franse samenwerking de spil moest vormen van het nieuwe Europa was iedereen ook van begin af aan duidelijk. De herinnering aan de oorlog was in die dagen nog vers.

Het mooie verhaal werd in de loop van de jaren wel steeds ingewikkelder. De Britten, in de jaren zestig door De Gaulle nog buiten de deur gehouden, kwamen er in 1973 bij. Aarzelend aanvankelijk en later onder aanvoering van Thatcher veeleisend en lastig. Volgens Ballegeer zijn het altijd ‘koele minnaars’ gebleven. Maar daarin waren zij volgens hem niet uniek. Nederland en België noemt hij ‘meelopers met tegenzin’. De oude Drees kan de eerste Nederlandse euroscepticus genoemd worden. Hij vond het plan van Schuman voor de EGKS maar niks. Maar de afhankelijkheid van Duitsland resp. Frankrijk is voor de kleinere landen het motief om mee te blijven doen en zo veel mogelijk te voorkomen dat de Duitse en Franse belangen de boventoon gaan voeren. Het idealisme op het continent is ook relatief. “De koele economische berekening is minstens even belangrijk”, schrijft Ballegeer

De Nederlandse berekening is niet los te zien van de positie die ons land inneemt tussen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. De Nederlandse economie moet naar beide kanten open zijn om te blijven floreren. Duitsland kan niet gemist worden als handelspartner, maar het is ook riskant om de Londense beurs tegen je in het harnas te jagen. Dus wisselt de inzet van Nederland nogal eens. Van de sceptische Drees naar de volbloed Europees gezinde landbouwcommissaris Mansholt. En later van vergaande voorstellen voor de hervorming van de Europese samenwerking (die na afwijzing door de grote landen in 1992 resulteerden in het Verdrag van Maastricht) tot het enge nationalisme van Zalm en Rutte. ‘Wispelturige reisgezellen’ typeert Ballegeer de Nederlanders ook.

De meest recente geschiedenis van de EU, met de financiële crisis sinds 2008 als middelpunt, staat model voor wat het eigenlijk altijd al was, maar wat voorheen nooit als problematisch werd gezien: een parade van staten en hun regeringsleiders. Ballegeer’s verhaal cirkelt rond snel opeenvolgende topontmoetingen van de grote leiders: Angela Merkel, Nicolas Sarkozy met bijrollen voor David Cameron, Mario Monti, Jan-Kees de Jager, Jeroen Dijsselbloem en tragische figuren als George Papandreou. En het gaat altijd weer over staten: Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Italië, de “nieuwe lidstaten” en ga zo maar door. Bij het lezen van deze geschiedenis , vlot geschreven en raak getypeerd met prachtige citaten, komt het fundamentele tekort van de EU pijnlijk duidelijk aan het licht. Burgers spelen in dit verhaal geen rol. Even verschenen ze op het toneel, in 2005, bij de referenda over de grondwet. En toen lieten ze een duidelijk signaal horen. We zijn tegen. Het had alles met de tijdgeest te maken en met het feit dat de stem van de burger in het project van de politieke elite eigenlijk nooit was gevraagd. Als ik nu dan eindelijk eens een keer de gelegenheid krijg iets terug te zeggen, dan zeg ik: Nee. Oud-minister Ben Bot vertelde Ballegeer dat hij uit zijn vriendenkring reacties kreeg ik de trant van: “Eindelijk kan ik eens tegen de regering stemmen, dat schept voldoening.” Het is de tragiek van de EU dat dit signaal onvoldoende op waarde is geschat.

Een andere ‘stakeholder’ die onzichtbaar is in deze geschiedenis van de EU is helaas ook onzichtbaar in het boek van Ballegeer: het bedrijfsleven dat met de vrije markt tot  nu toe het grootste belang heeft bij deze Europese samenwerking. Hier openbaart zich ook de tekortkoming van de meeste journalisten die over Europa schrijven. Het gaat in het dagelijks nieuws vooral over landen, en dan vooral over de regeringsleiders en hun onderlinge verhoudingen, het gaat veel te weinig over economische machtsverhoudingen en de impact die de huidige constructie van de vrije markt zonder sociaal beleid, zonder energiebeleid en zonder zorg voor het milieu heeft op de burgers die zich inmiddels niet meer laten behandelen als louter toeschouwers. “Daan Ballegeer fileert Europa genadeloos”, schrijft de liberale voorman Verhofstadt in het voorwoord. Als je Europa gelijkstelt aan de Europese elite van regeringsleiders klopt dat wel, ja. Maar het is ook een  beperkte blik op Europa. De Europese samenwerking omvat meer dan topoverleg van regeringsleiders en de drijfveren van hun ego’s. Typerend is de geringe aandacht die Ballegeer besteedt aan de rol  van het Europees Parlement dat -met alle tekorten- tracht de Europese burgers een stem te geven. En er ook af en toe in slaagt een gezond tegenwicht te geven tegen de eenzijdige belangen die de regeringsleiders denken voorrang te moeten geven. Op zoek naar een toekomst voor Europa zou ik daar beginnen.

Daan Ballegeer, Ons Europa is niet dat van hen. Op zoek naar een toekomst voor ons continent / ISBN 978 90 8542 567 0 / paperback / € 19,90 / 288 pagina’s

  1. 1

    Het is de tragiek van de EU dat dit signaal onvoldoende op waarde is geschat.

    Zoals wel vaker met dit soort signalen (bijvoorbeeld het ‘minder minder’ signaal), is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Het signaal is van zichzelf al niet eenduidig (nee klinkt makkelijk, maar waartegen precies?), de interpretaties van dat signaal gaan alle kanten op (iedereen probeert het signaal voor zijn karretje te spannen), en de macht in Europa is zodanig diffuus dat implementatie van het signaal uitermate ingewikkeld zal zijn.

    Het is een fundamentele tegenstelling die niet op te lossen valt: de steeds globalere wereld en bijbehorende problemen vereisen samenwerking op globaal niveau en wel een beetje snel graag, maar daardoor komt de macht onvermijdelijk verder van de burger af te liggen. Zelfs al kan de Europese burger rechtstreeks ingrijpen in de besluitvorming, dan nog ben je er een van 800 miljoen (die je voor het grootste gedeelte niet verstaat en niet begrijpt), ipv 1 van 16 miljoen zoals in Nederland.

    En dit is ook het probleem wat ik met veel van dit soort analyses heb: vaak wordt uitstekend blootgelegd wat er allemaal niet goed is in de huidige situatie, en hoe dat zo gekomen is. Veel minder goed is het gedeelte hoe het dan wel moet, omdat geen rekenschap gegeven wordt van dit soort fundamentele spanningen (die er niet alleen op Europees niveau zijn overigens), en er gemakshalve van wordt uitgegaan dat het wel beter zal gaan als de eigen oplossingen worden doorgevoerd.

  2. 2

    @0: “Typerend is de geringe aandacht aan de rol van het Europees Parlement .. af en toe slaagt tegenwicht te geven tegen de eenzijdige belangen die de regeringsleiders voorrang geven.
    Op zoek naar een toekomst voor Europa zou ik daar beginnen”

    Waarom daar beginnen als het EP slechts een bijrol heeft, in de hoop dat de EP macht spoedig doorbreekt, zoals ons steeds wordt voorgespiegeld?