Rampenoefening met de NS

COLUMN - Afgelopen donderdag deden de Nederlandse Spoorwegen een rampenoefening om te onderzoeken hoe de reizigers reageren als er later dit jaar te weinig treinstellen zullen zijn. Er is dan nog minder plaats dan momenteel en het wordt één grote Blokker Kortingweek. De door de NS geopperde oplossing (dat de middelbare scholen, net als de universiteiten bij eerdere problemen, hun onderwijstijden aanpassen) is immers door de onderwijsorganisaties afgewezen. De NS zoeken nu naar buitenlands materieel, maar dat is er nog niet en omdat het probleem er vooralsnog nog ligt, wilden onderzoekers weten hoe grote groepen mensen zouden reageren. Daarom reed de trein die normaliter om 16:48 uit Deventer vertrekt, gisteren in een aangepaste samenstelling: met een treinstel minder.

Ik behoorde tot degenen die instapten in Apeldoorn, waar de trein, zoals voor het onderzoek noodzakelijk, vertraagd aankwam. Omdat de trein half zo lang was als gebruikelijk en noodzakelijk, wachtten veel passagiers op het verkeerde deel van het perron, zodat er extra vertraging werd opgebouwd om iedereen naar het juiste deel van het perron te laten lopen en te doen instappen.

Als proefpersoon ben je gespitst op dat soort dingen en je maakt een mentale aantekening dat er niets werd gedaan om die extra vertraging te beperken. De stationsomroeper zweeg althans in alle talen.

De NS-onderzoekers hadden werkelijk niets aan het toeval overgelaten. Eenmaal in de trein namen tegenover mij twee acteurs plaats die op luide toon een gesprek voerden over de werkzaamheden op kantoor. Misschien had hun script een iets te hoog Debiteuren, Crediteuren-gehalte – ik hoorde althans de opmerking langskomen dat een van de collega’s een “grote dossierkennis” bezat – maar de ergernis voor de andere proefpersonen in het onderzoek werd goed opgevoerd. Niettemin: in het echt is de conversatie van je medepassagiers nooit zó dom.

De actrice die de rol van conducteur speelde, deed het beter. Ik heb er al vaker, en zonder ironie, op gewezen dat ik enorme bewondering heb voor het personeel dat dag in, dag uit werkt voor een steeds verder het moeras in lopende organisatie. Als het fout gaat, stijgen zulke mensen – nogmaals: dit schrijf ik zonder ironie – boven zichzelf uit. Ze blijven vriendelijk, proberen de reizigers op hun gemak te stellen, leggen uit wat er aan de hand is, delen de weinige informatie die ze krijgen. De actrice speelde deze rol perfect, al moet gezegd dat ik denk dat ik er niet helemaal zeker van ben dat straks, als er echt te weinig treinstellen zijn, op elke trein zo’n goede conductrice is.

In Amersfoort werd het echt druk. De mensen moesten in het gangpad staan. Misschien was het voor mijn hartslag- en bloeddruk zuiverder geweest als ik geen zitplaats had gehad, maar de twee wat oudere Westfriezinnen die tegenover me plaatsnamen, wisten evengoed mijn frustratie-drempel te overschrijden met hun volstrekt stompzinnige conversatie. De NS hadden echt kosten noch moeite gespaard om de later dit jaar te verwachten misère zo realistisch mogelijk na te bootsen, want ook in het echt is niets zo verschrikkelijk als het gezelschap van twee oude jeugdvriendinnen die samen een gezellig dagje uitgaan en niet in de gaten hebben dat ze met hun geklets hun medereizigers van hun werk afhouden.

Zoals ik al zei lieten de Nederlandse Spoorwegen bij hun onderzoek niets aan het toeval over. Het vond bijvoorbeeld plaats op een regenachtige dag, zodat de natte jassen goed stonken en de vensters besloegen doordat de kachels (die niet konden worden uitgezet) eveneens op volle sterkte brandden.

Op het derde deel van het traject – Hilversum-Amsterdam – kregen de kakelende Westfriezinnen (“morgenavond kook ik maar iets eenvoudigs”) en ik nog het gezelschap van iemand die een koptelefoon ophad die voldoende hard was om te kunnen mee luisteren (Bowie, uiteraard). De stikhete, luidruchtige, overbevolkte, stinkende trein bereikte Amsterdam met nog wat extra vertraging.

Ik kan het experiment alleen typeren als een enorm succes. De frustratiedrempel werd royaal overschreden – al was het slechts voor ongeveer een uur – en ik denk dat de woede van de reizigers de komende zomer, als de frustratiedrempel niet slechts één keer wordt overschreden, maar elke dag in zowel de ochtend- als de avondspits, zeker onbeheersbaar zal zijn.

Hoewel ik graag van tevoren zou hebben vernomen dat ik in een proefdieropstelling zat, kan de NS-directie gerust zijn. Het wordt een hete zomer en de woede van het over de frustratiedrempel geduwde publiek zal, zoals beoogd, zeker exploderen.

  1. 1

    Ik heb geleerd om mij niet te ergeren aan dingen waar ik geen invloed op heb. Ik heb geen invloed op ongelukken op het spoor en ook niet op de manier waarop de NS dit probeert op te lossen.

    Ik heb wel invloed op de plaats waar ik woon. Ik heb ervoor gekozen om mijn leven zo in te richten, dat ik niet meer afhankelijk ben van vervoermiddelen of de NS. Daardoor ben ik bijna altijd in een goed humeur en schrijf ik leuke stukjes over prachtige dingen.

  2. 5

    @4: Ik hoop nu niet al te wijsneuzerig over te komen, maar heb je meer gelezen (dan alleen de quote)?
    Zijn indeling in morele en niet morele kwesties is een interessante voor inderdaad alledaags gebruik. Qua praktische haalbaarheid te moeilijk voor mij, maar dat is zijn de leren van Jezus Christus tot Michael Bakoenin ook.

  3. 9

    @7: In mijn ervaring zijn de luidste medereizigers in de 1e klas vaak de NS medewerkers zelf. Dat zijn ook de enige die enthousiast gebruik maken van de 4-zitters, terwijl de rest aan het werk is in de 2-zitters (wel met handig tafeltje).

  4. 10

    @5: ik vind het ook moeilijk om dingen los te laten en op zijn beloop te laten. Ouder worden maakt het makkelijker.
    (je hebt alles al een keertje meegemaakt en je weet dat het geen zin heeft om je te verzetten)

  5. 11

    Jona,

    heeft de NS wel evaluatie-formulieren uitgedeeld?
    Of krijgt u automatisch een e-mail met het verzoek op de web-site uw bevindingen mee te delen?

    Zo’n goede georganiseerde test moet natuurlijk niet genegeerd worden!

  6. 13

    @11:

    Of krijgt u automatisch een e-mail met het verzoek op de web-site uw bevindingen mee te delen?

    Gelet op de bewaarzucht bij de reisgegevens moeten ze dit toch ook willen weten. Toch vraag ik me af waarom het Jona Lendering niet mogelijk was om in elk geval bij de ‘Blokker’-reis uit Leeuwarden in een stiltecoupé te gaan zitten.
    Vooralsnog mag ik me gelukkig prijzen dat ik mijn leven bijzonder goed zonder de spoorwegen af kan. Als ik één keer per jaar tot de trein veroordeeld ben, is het veel en dat is te weinig om te pogen een cell phone jammer te bemachtigen.

  7. 14

    @13:

    Toch vraag ik me af waarom het Jona Lendering niet mogelijk was om in elk geval bij de ‘Blokker’-reis uit Leeuwarden in een stiltecoupé te gaan zitten.

    Als het druk is in de trein dan zit de stiltecoupé als eerste vol. En stil is het er dan ook niet meer.