Quote van de Dag: Overheid inefficiënt

Elk overheidsingrijpen gaat onvermijdelijk gepaard met ontwrichting van de efficiënte werking van de markt. Iedere euro die de overheid herverdeelt, kost de samenleving vijftig eurocent. Het realiseren van sociaal-economische gelijkheid heeft daarom een hoge prijs.

Aldus Bas Jacobs, vanaf vandaag bijzonder hoogleraar openbare financiën en economisch beleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

  1. 1

    Het sociale belang van overheidsingrijpen weeg ik zwaarder dan een “efficiënte werking van de markt”. Die vorm van kapitalisme slachtoffert namelijk in de huidige situatie altijd de zwakkeren in de samenleving. Of interpreteer ik de woorden verkeert?

  2. 3

    @1 : Inefficiënt, kostbaar en onrechtvaardig overheidsingrijpen is goed voor de zwakkeren in de samenleving? Overheidsingrijpen zorgt er over het algemeen voor dat zowel de sterkeren als de zwakkeren zwakker worden.

  3. 5

    @3 : Dat is mij om het even. Zolang het inkomensverschil maar niet te groot zijn. Zonder overheidsinmenging worden het inkomensverschil te groot.

  4. 6

    @4 Vrije-marktsystemen zijn in principe efficiënter dan gereguleerde systemen, puur omdat vraag en aanbod van goederen te complex is om centraal gepland te reguleren. Planning als alternatief voor vrije marktwerking leidt dan ook bijna altijd tot een inefficiënte verdeling: overschotten danwel tekorten.

    Dat wil niet zeggen dat in alle gevallen vrije-marktwerking “beter” is. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat om een bepaald sociaal gewenst effect te bereiken, goederen of diensten die niet direct winstgevend zijn door de overheid gereguleerd worden (openbaar vervoer zou hier een voorbeeld van kunnen zijn). In zo’n geval is planning dus “beter” (in termen van sociaal effect) dan vrije marktwerking. Het is echter zeer de vraag in welke gevallen dit zo is, en of het positieve sociaal wenselijke effect niet grotendeels teniet gedaan wordt door de negatieve inefficiëntie die bijna onvermijdelijk hiermee gepaard gaat. Om bij het OV als voorbeeld te blijven: overheidsingrijpen leidt misschien wel tot een OV dat een goede dienstregeling en op tijd aankomen tot prioriteit verheft, maar de vraag is of de kosten hiervan (die de overheid uiteindelijk de burger oplegt via belasting) niet een groter negatief effect voor de samenleving zijn dan dat goede treinverbindingen een positief effect zijn, en of privaat OV, hoewel sociaal gezien minder optimaal, niet kosten-efficiënter (en dus op de lange termijn beter) is.

    Hiermee samen hangt natuurlijk een sociale/ethische kwestie: heeft een overheid het recht individuen (keuze)vrijheid te ontnemen, en zo ja, tot op welke hoogte? Belasting is een vorm van vrijheidsberoving. De vraag is tot op welke hoogte het gerechtvaardigd is om dit te doen uit naam van het “algemeen belang”: mag dit alleen voor diensten die de samenleving als geheel ten goede komen, of ook om primair een zwakke minderheid te bevoordelen? De laatste vind ik persoonlijk een stuk dubieuzer, zeker als het niet om eerste levensbehoeften gaat.

  5. 7

    @5 “geeft niks dat ik geen rooie cent heb, zolang die ander maar niet meer heeft dan ik”.

    Ik kan er met mijn pet niet bij dat mensen hun idee van “eerlijk” ophangen aan hoeveel iemand anders verdient.

  6. 8

    @6: zou het niet zo zijn dat er efficiente situaties zijn die niet zonder overheidsingrijpen bereikt kunnen worden? Dus goedkoop OV en dure auto’s veroorzaakt een nieuwe situatie (iedereen reist met OV wat in veel situaties efficienter kan zijn dan met z’n allen in de file).

    Die situatie wordt niet door de markt bereikt omdat mensen nou eenmaal graag autorijden, en omdat het niveau van OV eerst veel meer omhoog moet dan door korte termijn marktwerking (dwz korte termijn winsten) gerechtvaardigd kan worden.

  7. 9

    @8 Jawel, de vraag is alleen of dat beeld realistisch is. Het is net zo goed mogelijk (en IMHO waarschijnlijker; mahgoeh, da’s opinie) dat zelfs met overheids-gereguleerd OV het fileprobleem niet (volledig) opgelost wordt, en dat dus de investering niet efficiënt is (of in ieder geval minder efficiënt dan de situatie waarin vraag en aanbod de markt bepalen).

    Dat wil niet zeggen dat het niet toch een goed idee kan zijn (uit milieu oogpunt bijvoorbeeld). Efficiëntie is ook niet alles :) Maar je moet die zaken wel scheiden.

  8. 10

    @7 Ik geloof dat ik verkeerd geciteerd wordt. ‘Eerlijk’ is in mijn ogen dat iemand anders ook kan rondkomen van zijn geld. Als je daarvoor sociale zekerheid moet creëren van mijn geld, dan heb ik daar geen probleem mee.

  9. 11

    “Iedere euro die de overheid herverdeelt, kost de samenleving vijftig eurocent.”

    Jammer dat de telegraaf niet even de wiskundige onderbouwing van deze claim vermeld. Ik wil wel eens weten hoe je aan een dergelijke berekening komt behalve iets met een duim en er heel hard aan zuigen.

    En zo ja, is geld het allerbelangrijkst boven alles? Het is maar waar je als maatschappij je morele waarden en normen legt.

  10. 12

    Volgens mij wordt hier (in de reacties en wellicht ook door de Telegraaf) inefficient als (negatief) waardeoordeel gezien. Het gaat volgens mij om een puur economische definitie. In de politiek spelen ook andere (niet economische) overwegingen. Het is je goed bewust te zijn dat overheidsoplossingen vaak leiden tot economische inefficienties. Dit is echter geen reden om tegen alle overheidsingrepen te zijn. Hierbij moet je ook de niet economische effecten meewegen. De VVD doet het laatste vaak niet (genoeg), terwijl de SP de economische ineffcientie van overheidsingrijpen negeert.

  11. 13

    Uit de samenvatting van de oratie:

    De rede en het boek gaan over de maatschappelijke kosten-batenanalyse van gelijkheid. De overheid kan om uiteenlopende redenen de welvaartsverschillen verkleinen. De waardering van de baten van gelijkheid is ten diepste een politieke afweging. Linkse mensen zullen een hogere welvaart ontlenen aan een gelijkere samenleving dan rechtse mensen. Maar economen gaan daar niet over. In de rede staan de kosten van een gelijke verdeling centraal. Herverdeling van inkomen leidt onherroepelijk tot gedragsreacties omdat mensen minder werken, hun best doen, ondernemen, leren en sparen. Met behulp van de welvaartseconomie worden de maatschappelijke kosten van herverdeling in kaart gebracht.

    Bron (.pdf).

  12. 14

    @10 excuus, het was niet mijn bedoeling de indruk te wekken dat jij dat letterlijk gezegd had (maar ik zie nu dat dat wel zo opgevat kan worden).

    Waar ik op doelde is dat ik niet inzie waarom de staat controle moet uitoefenen op inkomensverschillen. Ik zie niet in welk “sociaal belang” er gediend wordt hiermee, anders dan het wegnemen van een misplaatst gevoel van achtergesteldheid bij mensen die minder verdienen.

    (Zo. Knuppel in hoenderhok ;))

  13. 15

    @14:
    Waar ik op doelde is dat ik niet inzie waarom de staat controle moet uitoefenen op inkomensverschillen.

    Wat mij betreft moet dit op zichzelf inderdaad geen doel zijn. Het is bijvoorbeeld wel voor de hele economie goed, om (toegang tot) het onderwijs te subsidieren. Hetzelfde geld in meer of mindere mate voor de gezondsheidszorg en een aantal uitkeringen en zelfs het progressieve belastingstelsel.

    Om een extreem voorbelld m.b.t. tot de WW uitkering te geven: Het is beter (voor de gehele economie) dat iemand een aantal maanden een WW uitkering krijgt en daarna weer werk heeft dan dat hij in de tussentijd zijn huis moet verkopnen, op straat terecht komt en zijn kans op werk tot nul reduceert.

    En dan hebben we het nog niet eens over de sociale factoren.

  14. 16

    @15 goede punten en ook zeker mee eens. Ik ben een groot voorstander van creëren van gelijke kansen en sociale vangnetten hoor. Maar je moet wel blijven waken, vind ik, voor doorslaan naar een maatschappij waarin een werkloosheidsuitkering als een soort ‘intrinsiek recht’ ervaren wordt, of waarin men alle sociaal-economische fricties poogt op te lossen door overheidsinmenging.

    Ik vatte Simon’s opmerking over inkomensverschillen op als een referentie aan het verhaal over topsalarissen, en de daarmee vaak gepaard gaande gedachte dat ‘het niet eerlijk is’ dat die mensen zoveel verdienen (vandaar ook mijn sneer in reactie #7). Maar wellicht deed ik Simon daarmee te kort.

  15. 17

    @6: Dat is in principe geen antwoord op mijn vraag. Mijn stelling is dat ook de vrije-markt inherent inefficient is.

    Neem nou bijvoorbeeld water. Wij krijgen dat op een zeer efficiente manier aangeboden via de kraan. Dat weerhoudt echter niet de markt om te komen met een gebotteld variant van dat water waar de inefficientie van afdruipt. Vulsystemen die het uit dezelfde kraan halen, verpakking, reclame deals met supermarktketens, noem maar op. Niks is de producent te dol om de inefficientie op de consument af te schuiven en er nota bene een flinke winstmarge bovenop te gooien ook.

    Of wat te denken van de trend om functionaliteit uit te schakelen in de budget versies van producten in plaats van functionaliteit weg te laten? Functionaliteit uitschakelen kost geld zou je zeggen en is alles behalve efficient. Maar lucratief is het wel voor de producent die aan de hogere marktsegment verdient.

    Hetzelfde geldt voor broodbakkers van lidl of de sweatshops in Azie. Daar wordt de inefficientie van de productiemethode gecompenseerd door slechte arbeidsomstandigheden voor de werknemers.

  16. 18

    @17:

    Natuurlijk werkt de markt niet perfect, en is er altijd regulering in enige vorm nodig. Maar jouw stelling dat de vrije-markt inherent inefficient is gaat wel weer erg ver.

    Kennelijk zijn er consumenten die bereid zijn te betalen voor duur water in flesjes.

    Als er in een markt voldoende concurrentie (mogelijk) is, zal de producent maar een kleine winst kunnen maken. Anders komt er een concurrent die een lagere prijs vraagt. Dat betekent dat de budget versie waarschijnlijk onder de kostprijs verkocht word. Om toch geen verlies te draaien, wordt de “luxe” versie voor een prijs (ver) boven de kostprijs verkocht. Dit is alleen handig voor de producent als het niet lukt om alle producten tegen de kostprijs plus een kleine winst te verkopen. Dit kan komen omdat er twee typen klanten zijn die een heel ander (max) bedrag voor het product overhebben. Dit model stelt de budget klant dus in staat een (uitgeklede versie van een) product te kopen dat hij normaal gesproken nooit kan/wil betalen. Redelijk efficient dus voor deze groep klanten.

    Arbeidsomstandigheden zijn wel een goed voorbeeld van iets wat gereguleerd moet worden.

  17. 19

    Het moet niet zo zijn dat we aandeelhouder moeten worden om te klagen over de verzorging van onze (groot)ouders.

    Ik wil de overheid graag aansprakelijk kunnen houden voor:

    Gezondheidszorg
    Ouderenzorg
    Gas
    Water
    Licht
    Openbaar vervoer
    Wegen
    Sociale zaken (inclusief reintegratie)
    Onderwijs
    Volkshuisvesting
    Ontwikkelingshulp
    “Defensie”

    de rest vind ik al minder belangrijk en mogelijk ben ik zelfs wat belangrijks vergeten dus hang me daar niet aan op.

  18. 20

    voegt daaraantoe voedsel&voedselvijligheid (essentieel lijkt mij. is nu in handen van particulieren, maar de overheid moet ingrijpen als daarmee wordt gerotzooid om winsten te maken: bewust schaarste creëren, onzorgvuldig productie enz.)veiligheid&openbare orde, beheer van de natuur

  19. 21

    Efficientie efficientie. Het zal me aan mijn reet roesten. De machtige mens heeft nou eenmaal de neiging om alles inefficient aan te pakken als het die machtige mens maar zo min mogelijk moeite kost.

    Veel erger is dat vrijwel ieder overheidsingrijpen haar burgers in hun vrijheid beperkt. Al was het alleen al omdat ze dat overheidsingrijpen moeten financieren of ze nou willen of niet. Verder is het ook de overheid die mij voortdurend weer weet te verrassen met volstrekt onlogische importheffingen, verboden op dingen waar niemand last van heeft zoals wiet, aardappelschilmesjes, chocoladesigaretten, speelgoed-in-snoep en paddo’s, onzekerheid over hypotheekrenteaftrek en/of huursubsidie of allerlei andere kutbijdrages die ik eerst zelf heb mogen ophoesten. Een nieuwe (lees: zuinige, schone) auto kopen is er ook niet bij, je moet volstrekt van de pot gerukt zijn wil je BPM gaan betalen. Segway? Mag niet. Auto schilderen? Mag niet. Je hond pijpen? Mag niet. Zonnepanelen aanschaffen? Je denkt wel 100x na met die knipperlichtsubsidie. Windmolen plaatsen? Mag niet. Om schijtziek van te worden.

    En het toppunt: het merkenrecht dat merkhouders de mogelijkheid geeft om hun produkten in het andere landen voor 10% van de prijs die het hier kost aan te bieden maar commerciele import in ons land te verbieden teneinde de prijs kunstmatig hoog te houden. Ik haat ze.

    Verder wat KnapZak (#19) zegt. Maar dan liever exclusief ontwikkelingshulp, exclusief “defensie” en dan wou ik Defensie zonder aanhalingstekens graag aan het lijstje toevoegen.

  20. 23

    Mij maakt het niets uit, of ik nu beroofd wordt door de overheid via belastingen, of door de markt via veel te hoge winstmarges, waarvan de reclame betaald wordt, waarmee de winsten weer omhoog gestuwd worden, waarmee de reclame betaald wordt, waarmee de winsten, enz. De overheid is misschien wel wat inefficiënter, maar daar staat tegenover, dat we daar tenminste kunnen controleren, wat er met het geld gebeurt. Bij het bedrijfsleven kunnen we helemaal niet nagaan, wat er met ons geld gebeurd. Hier zit ´m imho de crux: als we ons geld aan het bedrijfsleven geven, is het geld niet meer van ons, maar als we ons geld aan de overheid geven, blijven we het wel als ´ons geld´ beschouwen. Dat is uitermate vreemd. Laten we dus de hele overheid maar privatiseren, dan hebben we tenminste niks meer te vertellen over ´ons geld´.

  21. 24

    @ Pedro(23):
    … door de markt via veel te hoge winstmarges, waarvan de reclame betaald wordt, waarmee de winsten weer omhoog gestuwd worden, waarmee de reclame betaald wordt, waarmee de winsten, enz.

    Ja, want consumenten zijn namelijk verplicht alles te kopen (tegen te hoge prijzen) waar reclame voor wordt gemaakt ;)

  22. 25

    @23 ach ja, de mythe van de reclame en marketing die Pedro zo graag van stal haalt…. :-)

    Volgens deze link werd er in 1996 8 miljard gulden uitgegeven aan reclame. Als dat met hetzelfde tempo (8% pj) gegroeid is, zou er nu zo’n 10 miljard euro pj uitgegeven worden. Lijkt een enorm bedrag, maar op een BNP van zo’n 500 miljard is dat 2,5 procent.

    Bovendien is er een essentieel verschil: niemand dwingt jou om een product te kopen waarvoor reclame gemaakt wordt. Belasting betalen is toch minder vrijblijvend.

  23. 26

    @25: Als ik alternatieven heb, waar ik niet te veel hoef te betalen en waarbij de verhouding tussen productie en verkoopprijs dus normale proporties heeft, ben ik dat met je eens. Maar helaas zijn er vele markten, waar geen vrije markt is en waar geen relatie te vinden is tussen productiekosten en verkoopprijs. Dat zijn allemaal aanbodsmarkten (mono en oligopolies en aanverwante marktvormen), waar de vraag alleen invloed heeft op de prijs voor zo ver iemand een product nog aan wil schaffen. Op een vrije markt, waar veel aanbieders en veel vragers zijn, zakt de prijs doordat een bedrijf, dat zijn prijzen te hoog maakt door de concurrentie wordt gedwongen de prijs naar beneden bij te stellen.

    Je mag mijn visie de mythe van reclame en marketing noemen. De privatisatie van algemeen nutsbedrijven is imho de mythe van de vrije markt. Op geen enkele van die gebieden zijn de prijzen gedaald na de privatisaties (telefonie, energie, post, spoorwegen, enz, enz).

    Niet iedere markt is hetzelfde en je kunt dus niet iedere markt op dezelfde manier benaderen. Dat is gewoon economisch populisme.

    Daarnaast zouden we natuurlijk ook op een oorzaak van de inefficiëntie van de rijksoverheid kunnen wijzen. Het private bedrijfsleven houdt er namelijk ook van om de overheid waar mogelijk een poot uit te draaien. Neem de bouwfraude: heel veel is er gepraat over de ambtenaren, die te weinig controle uitoefenden en die het aan visie en kennis ontbrak. Maar waar bleven de commentaren over het bedrijfsleven, dat de overheid gewoon op heeft gelicht? Als de bedrijven hun offertes op de kostprijs zouden baseren, zou er nooit een cent te veel betaald worden.

    Op een vrije markt wordt de prijs door vraag en aanbod bepaald. Op andere markten wordt de prijs bepaald door wat de gek er voor geeft en stemmen de bedrijven hun prijs daar op af. Precies zoals dat bij de bouwfraude gebeurde: de offertes daar werden uitgebracht op basis van wat de overheid te besteden had. Was er meer geld te besteden geweest bij de overheid, dan zouden de prijzen nog hoger hebben gelegen. In die affaires spreken we dan over fraude en oplichting, maar als ons dat privé gebeurt, noemen we dat tegenwoordig blijkbaar marktwerking.

    En dan betaal ik idd liever belasting voor bepaalde diensten, waarbij een heleboel inefficiëntie optreedt, dan dat ik meer moet gaan betalen voor dezelfde geprivatiseerde diensten. In het eene geval wordt ik opgelicht, maar heb ik nog wat te vertellen over hoe met dat geld om wordt gegaan. In het tweede geval wordt ik gewoon opgelicht en kan ik daar door gebrek aan concurrentie op de markt niets aan doen.

    Als er 100.000 bakkers zijn, zorgt de concurrentie er voor, dat de prijzen zo laag mogelijk blijven. Als er slechts 5 bakkers zijn, kijken die bakkers naar elkaar en naar onze portemonnees en zullen ze de prijs zo hoog mogelijk maken.

  24. 27

    PS: 8 miljard op een BNP van ruim 600 miljard lijkt niet veel, maar dat is appels met peren vergelijken (peren? het is meer één appel met een complete wijnoogst vergelijken). Een reclamebudget moet je vergelijken met de kostprijs of de omzet van een product en dan zie je aanmerkelijke verschillen tussen branches: er zijn branches, waar enkele procenten van de kostprijs aan marketing op gaat. Er zijn andere branches waar tientallen procenten van de omzet aan reclame wordt besteed.

  25. 28

    @Pedro:

    Reclame en marketing zijn over het algemeen bedoeld om de afzet te vergroten en niet de winst per product. Het is namelijk toch belangrijk aan (potentiele) klanten laten weten dat je (nog) bestaat en een bepaald product verkoopt.

    Ik ben het trouwens met je eens dat er regulering nodig is om te zorgen dat er geen monopolies/kartels onstaan.

  26. 29

    @26

    “Op geen enkele van die gebieden zijn de prijzen gedaald na de privatisaties (telefonie, energie, post, spoorwegen, enz, enz).”

    Da’s niet waar, maar die discussie heb ik onderhand ettelijke malen met je gevoerd. Op het moment dat er wel sprake is van gedaalde prijzen haal je technologische innovatie erbij om het te verklaren (dat wellicht nog een relatie bestaat tussen een competitieve omgeving en toepassing van nieuwe technieken is een mogelijkheid die ik jou helaas niet heb horen noemen :-) ). Ik ga in ieder geval niet weer dezelfde discussie met je voeren.

    Ik constateer wel dat jouw ongenoegen over marktwerking zich voornamelijk richt op slecht functionerende markten.

    @27

    klopt. Sterker, als het totale reclamebudget maar een paar procent is, zijn er dus sectoren waar het eigenlijk zo goed als non-existent is. Sommige zijn hoger idd, maar juist dat gebeurt eigenlijk alleen maar in sectoren met behoorlijk wat aanbieders.
    Dus, in sectoren met veel aanbieders is veel reclame en kan jij kiezen daar niet of zo weinig mogelijk voor te willen betalen door te kiezen voor het product dat je niet kent ;-).
    In sectoren met weinig keuze is vaak relatief weinig reclame, dus als je daar een product duur vind, ligt het niet aan de hoeveelheid reclame. Wellicht aan gebrek aan concurrentie? Laten we dat dan oplossen.
    Ik blijf dus je stelling dat op de markt de prijs wordt opgedreven door reclame en je je daar niet aan kan onttrekken nogal zwak vinden.

  27. 30

    @cancel: “Reclame en marketing zijn over het algemeen bedoeld om de afzet te vergroten en niet de winst per product”. Dat klopt en is in overeenstemming met mijn reactie. Misschien was ik niet duidelijk genoeg door het over te hoge winstmarges te hebben en daaruit betaalde reclame, die de winsten opstuwt. De winstmarge per product zal niet stijgen, maar de totale winst van de onderneming stijgt wel wanneer de omzet stijgt (c.p.). Als de winstmarges per product op dat moment niet zakken en de prijzen dus niet dalen, is dat een aanwijzing, dat er op dat gebied geen vrije markt is en dat regulering van die markt t.b.v. de consumenten dringend gewenst is.

    @Laurens: “Op het moment dat er wel sprake is van gedaalde prijzen haal je technologische innovatie erbij om het te verklaren”. Ja hehe. Technologische innovatie zorgt voor prijsdalingen. Als de prijzen dalen zonder grote technologische innovatie, werkt de vrije markt goed. En een relatie tussen competitieve omgeving en technologische innovatie bestaat nauwelijks. er bestaat imho een veel sterker verband tussen technologische innovatie en het kapitalistisch economisch systeem, waarbij grote hoeveelheden kapitaal op enkele plaatsen verzameld wordt en beschikbaar is om te investeren in technologische innovatie. Maar een kapitalistisch systeem is helemaal niet gebaseerd op een competitieve omgeving. Dat systeem functioneert juist optimaal bij monopolies. Daar kweek je het meeste geld mee.

    Mijn ongenoegen over marktwerking richt zich niet op slecht functionerende markten, want voor de aanbieders functioneren die markten helemaal niet slecht. Mijn kritiek richt zich ook niet op de vrije markt, waar de prijs door het spel tussen veel aanbieders en veel vragers wordt bepaald. Mijn kritiek richt zich uitsluitend op ´onvolkomen markt´ vormen als monopolies, monopolistische concurrentie en oligopolies. Dat zijn allemaal heel goed functionerende markten, maar het zijn geen vrije markten. Het nadeel van die onvolkomen markten is, dat zij heel goed werken voor de aanbieders, maar heel slecht zijn voor de vragers, omdat zij vrijwel geen enkele invloed meer hebben op het proces. Als een product op zo een markt hen niet bevalt, kunnen zij niet naar de concurrent, want die concurrent (als die al bestaat) verschilt nauwelijks van producent (neem de energiemarkt, waarop ik wel 3,50 euro per jaar kan ´besparen´, maar waar ik me voor die besparing met grote regelmaat moeten laten lastig vallen door weer zo´n telefonisch consulent). Je kunt alleen nog beslissen om de dienst niet te nemen. En bij mobiele telefonie kan dat nog, maar iemand aanraden om in onze huidige maatschappij zijn gas en licht af te zeggen, vind ik onverantwoord.

    Over reclamebudgetten meldt je “Sommige zijn hoger idd, maar juist dat gebeurt eigenlijk alleen maar in sectoren met behoorlijk wat aanbieders”. En dat is nu juist niet waar. Het meeste geld voor reclame wordt uitgegeven voor ringtones, games, telefonie, enz. Kijk maar naar een willekeurig reclameblok op tv. Dat zijn allemaal markten waar maar enkele aanbieders actief zijn en dat is ook logisch te beredeneren: op een markt, waar op prijzen geconcurreerd wordt (een vrije markt dus), worden de kosten van een product hoger door iedere cent reclame, die je er aan uit geeft. Een hoger prijs is minder verkoop bij gelijkwaardige producten, tenzij je mensen hebt weten te overtuigen, dat jouw product beter is (maar dat kost weer heel veel reclame en dus geld). Daarom zijn Philips tv´s in ons duurder dan Grundig, terwijl de tv´s uit dezelfde fabriek komen en de naamplaatjes onderling verwisselbaar zijn.

    Ik blijf het jammer vinden, dat je niet wil snappen, dat reclame geld kost en je producten dus duurder maakt. Een goed product verkoopt zichzelf door de niets kostende mond op mond reclame. Een product, dat alleen gaat verkopen, als er veel reclame voor gemaakt wordt, kan financieel aantrekkelijk zijn, maar vervult geen enkele behoefte (en daar is de theorie achter de vrije markt nu juist op gebaseerd en je kunt dus zelfs stellen, dat reclame de werking van de vrije markt frustreert).

  28. 31

    @pedro (30):
    De winstmarge per product zal niet stijgen, maar de totale winst van de onderneming stijgt wel wanneer de omzet stijgt (c.p.). Als de winstmarges per product op dat moment niet zakken en de prijzen dus niet dalen, is dat een aanwijzing, dat er op dat gebied geen vrije markt is en dat regulering van die markt t.b.v. de consumenten dringend gewenst is.

    Dit is wel erg kort door de bocht. Het is natuurlijk logisch dat de omzet omhoog gaat als je meer verkoopt. De winstmarge gaat alleen omhoog als de productiekosten ook dalen. Dit kan zo zijn doordat door bepaalde “economies of scales” het (iets) goedkoper is om hogere aantallen te produceren. Het bedrijf heeft iets slims gedaan en heeft hierdoor op korte termijn inderdaad een concurentievoordeel. Een concurentievoordeel op korte termijn is echter nog niet meteen een verstoorde markt. De concurenten hebben in principe allerlei mogelijkheden om te reageren en zo het evenwicht te herstellen: hun product tijdelijk in prijs verlagen om nieuwe klanten te trekken, zelf reclame maken, kwaliteit product t.o.v. concurentie verbeteren enz.

    Wat is jouw oplossing trouwens? Een verbod op reclame en marketing?

    Mijn kritiek richt zich uitsluitend op ´onvolkomen markt´ vormen als monopolies, monopolistische concurrentie en oligopolies.

    Daar heb je gelijk in, hiervoor is aboluut regulering nodig. Maar volgens mij vind jij een markt wel heel snel ‘onvolkomen’. Kun je eens wat concrete voorbeelden geven?

  29. 32

    @cancel: “De winstmarge gaat alleen omhoog als de productiekosten ook dalen”??? De winstmarge per product bepaal je zelf: als je meer verkoopt maak je meer winst bij gelijkblijvende marges. Je kunt dan je marges verkleinen, zodat je winst, die eerder al voldoende was om je bedrijf voort te zetten, gelijk te houden. De genoemde economy of scales wilde ik daar expliciet niet in betrekken (daarom haalde ik de ceteris paribus clausule aan). Die economy of scales hoeft trouwens niet te gelden: grotere productie kan de kosten ook opjagen (meer personeel, nieuwe fabriek waarvan de capaciteit nog niet goed wordt benut, enz). Daarom houdt ik het voor het gemak maar bij c.p.: de productiekosten per product blijven gelijk en we kijken alleen naar de invloed van de marketingkosten op de prijzen.

    “Een concurentievoordeel op korte termijn is echter nog niet meteen een verstoorde markt”. Precies. Maar dan moet er wel concurrentie zijn op zo´n markt en uit de acties en reacties van de concurrenten en de invloed op de producent kun je afleiden of er een goed functionerende gezonde vrije markt is. Daarom schreef ik, dat hogere verkoop en hogere winsten, die niet tot een prijsdaling leiden, een aanwijzing is, dat dit mogelijk geen vrije markt is.

    Helaas heb ik geen oplossing voor het probleem, behalve een oproep aan ons gezond verstand om ons niet door reclame te laten beïnvloeden (en helaas is dat een utopie, omdat veel te veel mensen veel te gemakkelijk te beïnvloeden zijn en lukraak alles accepteren wat de eerst de beste clown, die gemakkelijke oplossingen voor moeilijke problemen presenteert, roept), of, om iets verder te gaan, om producten waarvoor grote reclamecampagnes gemaakt worden, links te laten liggen. Misschien dat dan de reclamebudgetten wel naar onderzoek en betere kwaliteit van producten wordt geschoven.

    Koop bijvoorbeeld geen ipod, maar een even goede creative mp3 speler voor de helft van de prijs. Dat verschil zit hem voor een deel in het enorme verschil in marketingkosten tussen die apparaten, en voor klein deel in een verschil in productiekosten (allebei in fabrieken in China). Nu zijn er ruwweg 2 mogelijkheden om het prijsverschil te verklaren: een verschil in productiekosten of een verschil in winstmarges. Verschillen in productiekosten zitten vooral in de beloning van de directies en de marketingafdeling. Als het slechts om de beloning van personen gaat en die afdelingen qua bezetting vergelijkbaar zijn (een veel grotere marketingafdeling bij apple bewijst mijn stelling alleen maar), dan gaat de economy of scales nu juist wel op, want op een totaal van miljoenen verkochte apparaten zal dat verschil in beloning dan per product slechts een zeer klein bedrag zijn. het verschil wordt dan dus gemaakt doordat de een een veel groter marketingbudget hanteert (= bewijs dat de marketingkosten de prijs opjagen), of doordat apple veel grotere winstmarges hanteert, wat op een onvolkomen markt wijst, waar -je de mensen wijs hebt kunnen maken, dat er – geen goede alternatieven voor jouw product zijn.

    Alle al door mij genoemde markten zijn onvolkomen markten. Op al die markten hadden we vroeger geen keuze. We zaten vast aan het staatsmonopolie. Nu hebben we de keuze uit 500 verschillende abonnementen of producten, wordt er van ons verwacht, dat we die allemaal bestuderen en er een goede keus uit maken, maar uiteindelijk betalen we meer (ook relatief gezien), dan we onder het staatsmonopolie betaalden. Met regulering kunnen de prijzen op vrijwel al die markten een heel stuk dalen (hoewel natuurlijk wel al die extra directies, stafafdelingen en marketingkosten betaald zullen moeten en in de prijs verrekend worden, wat ook meteen de reden is, dat een -staats- monopolie uiteindelijk gunstiger uitpakt dan de nu ontstane oligopolies: een monopolie heeft minder kosten dan alle kosten van de oligopolisten bij elkaar opgeteld). het voorbeeld hiervan zijn de roaming tarieven voor mobiele telefonie, die na ingrijpen van de EU gehalveerd zijn, zonder dat we daar op een ander vlak voor moesten gaan betalen. Blijkbaar waren de winstmarges per belminuut ruim voldoende. Als er werkelijk sprake zou zijn geweest van concurrentie op de markt van de mobiele telefonie, zouden er aanbieders zijn geweest, die die prijsdaling eigenhandig in gang hadden gezet om een groter deel van de markt in te pikken. Dat dat niet is gebeurd en alle concurrentie op die markt via aanbiedingen van ´gratis´ telefoons en andere marketingcampagnes is verlopen, zijn aanwijzingen voor een onvolkomen markt.

  30. 33

    Met betrekking tot je voorbeeld over de mp3 spelers. Wat is precies het probleem?
    Beide bedrijven kiezen vrijwillig voor een andere strategie. Allebei weten ze kennelijk genoeg klanten te vinden om te blijven bestaan (winst te maken). Consumenten hebben keuze tussen verschillende MP3 spelers. Een gedeelte van de consumenten is het kennelijk met jou eens en vind de creative mp3 speler een prima speler. Andere hebben een voorkeur voor de Ipod. Misschien is dit alleen maar gebaseerd op imago, misschien ook niet. Maar wat dan nog? Consumenten tevreden, mensen met een marketing baan bij Apple tevreden enz. En verder kun je marketing wat dat betreft ook zien als een soort van productiemiddel (er zijn ook kosten aan verbonden). Het zou pas een probleem worden als Creative en de meeste andere concurenten allemaal falliet gaan, en Apple een monnopoly krijgt en (nog) hogere prijzen kan gaan vragen.

  31. 34

    Ik heb niet de exacte cijfers, maar ik kan bijna niet geloven dat de telefoonkosten (per minuut) omhoog zijn gegaan sinds de libelarisering. Volgens mij is dit juist een van de succesverhalen. Natuurlijk is het nooit helemaal perfect. Het roaming verhaal is hier een goed voorbeeld van, maar duidelijk te verklaren uit het feit dat bellen met het buitenland voor de meeste mensen niet echt het belangrijkste criteria voor hun keuze.

    Bij de energiemarkt en zorgmarkt kun je inderdaad vraagtekens zetten bij het functioneren van de markt.

  32. 35

    Als er echte concurrentie op de markt van mp3 spelers bestond, zouden die prijzen nooit zo hoog kunnen zijn. Je mag natuurlijk best tevreden zijn met het feit, dat je 500 euro betaalt voor een apparaat, dat voor 50 euro in de winkel zou kunnen liggen. Tevredenheid is maar een relatief begrip. Maar de voorkeur, die een aantal mensen hebben voor de ipod, kan alleen maar uit de enorme hoeveelheid reclame, die voor dat ding gemaakt is, verklaard worden. Het prijsverschil wordt niet verklaard door een kwaliteitsverschil. Als je graag opgelicht wil worden of niet wil weten, dat je opgelicht wordt, en daar tevreden mee bent, koop dan rustig een ipod.

    Als ik een schilderij van iemand koop voor 10.000 euro (dream on) en ik laat dat schilderij daarna taxeren en het schilderij blijkt 1.000 euro waard te zijn, voel ik me ook opgelicht. En hetzelfde gevoel heb ik, wanneer ik weet dat de productiekosten van een apparaat op hooguit enkele tientallen euro´s liggen en ik zou er 500 voor betaald hebben. en dat gevoel heb ik vooral gekregen, toen ik in Oost Europa rond liep en zag, dat de officiële cd´s, die we hier voor 25-40 euro konden kopen, daar in de winkel lagen voor 5-10 euro. Dan weet je dat je opgelicht wordt, omdat die cd producenten hun producten ook gemakkelijk voor 5-10 euro bij ons in de winkel zouden kunnen leggen. Bij 5-10 euro verdienden ze er immers nog steeds aan (die prijzen in Oost Europa kwamen echt niet op basis van liefdadigheid van de bedrijven tot stand). Op een vrije markt zouden de prijzen van cd´s ook nu nog niet veel hoger dan 10 euro zijn.

    Oplossingen zijn er niet, of kunnen alleen van regeringswege komen (als vertegenwoordiger van de consument, die niet tegen de -marketing- kracht van de bedrijven op kan), maar dat hoeft me er niet van te weerhouden te constateren, dat op onvolkomen markten de prijzen van producten niets met de productiekosten meer te maken hebben.

    Als Apple een monopolie zou krijgen, zouden de prijzen van ipods zeker niet hoger worden. Daarvoor moet je de theorie over monopolies en oligopolies nog maar eens doornemen. Een monopolie streeft gewoon alleen naar winstmaximalisatie en verkoopt haar producten voor de prijs, die uiteindelijk het meeste winst genereert (een lagere prijs kan tot hogere verkopen en dus meer winst leiden). in een oligopolie streven de paar aanbieders ook naar winstmaximalisatie, maar hebben ze toch rekening met elkaar te houden. Ze zouden met elkaar op prijzen kunnen gaan concurreren, maar hebben daar geen van allen baat bij, omdat dat hun winsten drukt: ze moeten beneden de prijs voor winstmaximalisatie gaan zitten om de concurrenten nog klanten af te snoepen. Als gevolg daarvan zullen de producenten in oligopolies zelden op prijzen gaan concurreren, maar door middel van reclame en marketing. Dat maakt de totale kostprijs (marketingkosten zijn geen productiekosten, want ze zijn niet nodig om het product te produceren: dit noemen we verkoopkosten) van het product hoger. Daarmee verandert het plaatje van winstmaximalisatie, maar buiten dat zullen de oligopolisten hun prijzen ook zonder enige schroom boven de prijs van winstmaximalisatie leggen. Eronder maak je sowieso minder winst en er boven heb je grotere winstmarges. Grotere marges helpen bij het aantrekken van nieuw kapitaal, omdat je een grotere roi kunt voorspiegelen (investeren in een monopolist is vrijwel risicoloos, omdat de producten toch wel verkocht worden, maar als er 2 producenten zijn en je wilt in een sector investeren, kijk je naar de roi, de marges en meer van dat soort zaken). In een oligopolie heb je bovendien slechts een deel van de markt in handen. Je verkoopt minder producten en de kans, dat je productiekosten per product (economy of scales) dus hoger zijn dan wanneer je een monopolie hebt, is levensgroot aanwezig. Dit zijn allemaal redenen voor oligopolisten om de prijs te verhogen (in elk geval een stuk boven het punt van winstmaximalisatie bij een monopolist) en alleen in de gaten te houden, dat de concurrent min of meer hetzelfde doet. Die concurrent heeft hetzelfde belang en zal dus ook niet echt willen gaan concurreren.

  33. 36

    @35

    Prachtig theoretisch verhaal. Dan de praktijk.

    “Als gevolg daarvan zullen de producenten in oligopolies zelden op prijzen gaan concurreren, maar door middel van reclame en marketing. Dat maakt de totale kostprijs (marketingkosten zijn geen productiekosten, want ze zijn niet nodig om het product te produceren: dit noemen we verkoopkosten) van het product hoger”

    In welke sector is het grootste deel van de kostprijs toe te schrijven aan reclame en marketing: Fast Moving Consumer Goods, zeg maar de spullen die in je supermarkt liggen, kleren en electronica.

    Dat heeft niet iets met oligopolies te maken, maar met het feit dat je als consument vrij eenvoudig zaken kan vergelijken en een ruime keus hebt. M.a.w er is een permanente strijd gaande om jouw aandacht en dat verklaart de hoeveelheid geld die aan reclame wordt uitgegeven. Het aardige is dat je het in die sector door reclame verhoogde kostprijzen net weer heel makkelijk kunt ontlopen, omdat je een ruime keus hebt; zie je eigen voorbeeld van de creative mp3 speler. Of kies in de supermarkt voor het huismerk.

    Wellicht doel je met je oligopolies op de energiemarkt. Daar is je verhaal ook nauwelijks relevant. Om dat te begrijpen moet je kijken naar de kostenstructuur van een energiemaatschappij. Het grootste deel van de kosten is rechtstreeks afhankelijk van de opwekkingskosten, en dus sterk afhankelijk van de wereldmarktprijzen van kolen, olie, gas etc. Een andere grote schep zijn allerlei vaste kosten: infrastructuur etc. Ook nauwelijks zelf te beinvloeden.
    Het aandeel min of meer variabele kosten, eigenlijk de kosten voor het runnen van het bedrijf, facturen uitsturen, mensen aansluiten, servicedesk etc in jouw uiteindelijke energierekening is hartstikke klein. Als het 10% is is het veel. De door jouw verfoeide reclame is daar maar weer een klein onderdeel van, en heeft dus nauwelijks invloed op de prijs. Een van de redenen waarom men relatief weinig adverteert, is ook dat energie een weinig onderscheidend product is. Met je mp3 speler wil je wellicht nog iets hebben met een zeker imago, electriciteit moet het gewoon doen. Als mensen dus naar iets kijken bij hun beslissing is het de prijs en die wordt inderdaad hoger bij meer reclames.
    De prijsstelling in de energiemarkt wordt door dit soort overwegingen bepaald en niet door theoretische praatjes over oligopolies.

    Overigens, sinds de liberalisering van de energiemarkt hebben energiebedrijven forse kostenbesparingen weten te realiseren in het beperkte deel dat ze wel konden beinvloeden. Die besparingen zijn fors hoger dan dat het nu door reclame extra kost. Een gedeelte is in een prijsverlaging gaan zitten (uiteraard teniet gedaan door ontwikkeling van wereldmarktprijzen en bijvoorbeeld ecotaksen) en een deel in een hogere winst voor de aandeelhouders. De aandeelhouders zijn echter publieke organen (gemeenten, provincies), dus feitelijk komt dat geld terecht bij ons allemaal.

  34. 37

    @Pedro, als ik zo je lappen tekst lees begrijp ik dat je gebrek aan concurrentie wil bestrijden door meer overheidsingrijpen, wil dat bedrijven een soort filantropische instellingen worden die hun produkten tegen een door de overheid bepaalde – verplicht zo goedkoop mogelijke prijs – dienen te verkopen, er eigenlijk nog maar 1 soort mp3 speler te koop hoort te zijn … Het failliet van dit denken is al bekend sinds de jaren ’20 van vorige eeuw.

    In mijn werk heb ik zowel te maken met de prive sector als met (semi-)overheid en andere gesubsidieerde instellingen. ’t Is ongelofelijk (voor ons ook wel weer winstgevend) hoe er bij de overheid met ons belastinggeld wordt omgesprongen … waanzin. Je wordt soms ongeveer belaagd door gesubsidieerde instellingen die hun budget wensen op te maken, het liefst nog met een paar procenten overschrijden …

  35. 38

    En hetzelfde gevoel heb ik, wanneer ik weet dat de productiekosten van een apparaat op hooguit enkele tientallen euro´s liggen en ik zou er 500 voor betaald hebben.

    Ja, en daarom heb jij ook de Creative speler gekocht. Andere mensen willen een Ipod omdat ze denken dat die beter/gebruikesrvriendelijker/stoerder of om wat voor stomme (in jouw ogen irrelevante) reden dan ook. Zolang die keuze door de markt wordt aangeboden zie ik geen probleem.

    en dat gevoel heb ik vooral gekregen, toen ik in Oost Europa rond liep en zag, dat de officiële cd´s, die we hier voor 25-40 euro konden kopen, daar in de winkel lagen voor 5-10 euro.

    Ik weet niet of het zo is en ik voel me absoluut niet geroepen om de platenindustrie te verdedigen, maar… Het zou (in theorie) mogelijk kunnen zijn dat dit de enige manier is voor een platenmaatschappij hun kosten terug te verdienen. Het probleem is natuurlijk dat het maken van een CD een grote investering vereist (huur studio met dure apparatuur etc.). Het maken van een extra kopie kost natuurlijk haast niets. Als ze in Oost Europa 25-40 euro (meestal zijn ze hier trouwens toch rond de 15-20 euro?) zouden moeten betalen zouden ze waarschijnlijk amper verkopen (vanwege de lagere inkomens). Dus x keer 10 euro is daar beter dan niks. Maar als ze overal 10 euro vragen maken ze verlies.

    De andere optie is inderdaad dat ze prijs afspraken maken en dan is regulering wat mij betreft noodzakelijk.

    Dit zijn allemaal redenen voor oligopolisten om de prijs te verhogen (in elk geval een stuk boven het punt van winstmaximalisatie bij een monopolist) en alleen in de gaten te houden, dat de concurrent min of meer hetzelfde doet. Die concurrent heeft hetzelfde belang en zal dus ook niet echt willen gaan concurreren.

    Jij vergeet dat er ook nieuwe producenten bij kunnen komen. Voor hun is het om een marktaandeel te krijgen handig om een lagere prijs te vragen. Het is dus belangrijk dat een markt toegankelijk is voor nieuwe bedrijven. Bij de MP3 spelers lijkt me dit inderdaad het geval. Ook voor platenmaatschappijen is dit denk ik relatief makkelijk, zodat mijn eerste optie hierboven misschien toch klopt.

  36. 39

    Dat (38) was dus een reactie opPedro(35).
    …en om nog wat toe te voegen:

    Als Apple een monopolie zou krijgen, zouden de prijzen van ipods zeker niet hoger worden. … Een monopolie streeft gewoon alleen naar winstmaximalisatie en verkoopt haar producten voor de prijs, die uiteindelijk het meeste winst genereert (een lagere prijs kan tot hogere verkopen en dus meer winst leiden).

    Het is trouwens wel aannemelijk dat de prijs in een monopolie hoger ligt. De prijsgevoeligheid van de consument zal namelijk afnemen als er geen goedkopere alternatieven zijn (zoals Creative). Door naar concurrenten en hun prijzen te kijken kun je in ieder geval tot op zekere hoogte een idee krijgen wat een redelijke prijs is. Als er maar een aanbieder is, dan heb je geen keuze als je het product toch wilt hebben en geen idee wat een redelijke prijs zou zijn.