Quote du Jour: ik wil goede hoogleraren

Ik wil goede hoogleraren. Punt. Of dat nou mannen of vrouwen zijn maakt mij niet uit.

Filosoof Sebastien Valkenberg vindt het plan van Minister Jet Bussemaker om verplicht 100 vrouwelijke hoogleraren aan te stellen op de Nederlandse universiteiten maar onzin.

  1. 1

    Hij heeft best wel gelijk. Overigens gaan die vrouwelijke hoogleraren er echt wel vanzelf komen in grotere aantallen. Er studeren al jaren meer vrouwen dan mannen af aan de universiteiten en er zijn weinig sectoren waar je ook in deeltijd zoveel carrière kan maken als in de wetenschap (er zijn bv. standaard al veel leerstoelen die niet voltijd zijn en deeltijd werk is er in het algemeen een stuk meer geaccepteerd dan bv. in het bedrijfsleven, zodat ook kinderen een stuk minder carrièrebelemmerend zijn).

  2. 2

    De reinste discriminatie, dat lijkt me evident. Daar hoef ik geen filosoof voor te zijn.

    Ik ben er zelf niet werkzaam, maar je zult als man zijnde maar een decennium hebben gewerkt als universitair docent om de baan aan je neus voorbij zien gaan omwille van je geslacht…

    Tenzij Bussemaker de portemonnee trekt om 100 bijzonder hoogleraren éxtra aan te stellen, dan is het natuurlijk een ander verhaal.

  3. 3

    “Kwaliteit” moet de enige maatstaf zijn!

    Het lijkt me trouwens best vervelend om als vrouwelijke hoogleraar de volgende vraag te krijgen:

    Hebt u die baan gekregen omdat u echt zo goed bent of omdat u een vrouw bent?

  4. 4

    Ik hoop dat dat geforceerde duwtje in de rug om de 50% vrouwelijke hoogleraren eerder dan in 2055 te bereiken (zie grafiek) niet averechts gaat werken, qua wetenschappelijke output en animo om de trend voort te zetten.

  5. 7

    Goed te zien dat hier iedereen tegen positieve discriminatie is (want positieve discriminatie van de een impliceert inderdaad onvermijdelijk negatieve discriminatie van de ander). Jullie laten daarmee zien dat jullie je verstand nog niet helemaal hebben verloren zodat jullie mijn favoriete linkse mensen zijn. :)

    Wel is het intrigerend dat nota bene op de plek waar politieke correctheid en positieve discriminatie het meest gemeengoed is, de universiteit, vrouwen daar toch nog relatief weinig van profiteren (terwijl in andere sectoren zoals bv. de rechtspraak de vrouwen inmiddels al erg zijn oververtegenwoordigd). Ik vraag me af of hier toch niet de biologie een blokkade is: wetenschap is nu eenmaal een erg ‘mannelijke’ onderneming, in wezen een sublimering van de mannelijke seksualiteit. Wetenschap is het willen be-grijpen van zaken, van veroveren, van op avontuur gaan en grenzen over gaan, van het ont-dekken en penetreren van zaken… Uiteindelijk is alle moderne wetenschap gebaseerd op ‘kennis is macht’ dus op machtswellust waar ook de technologie uit voortkomt (wat Machiavelli ‘virtus’ noemde: de mannelijke deugd om zijn omgeving te beheersen). Is wetenschap daarom niet te agressief, te veel een (competitief) speeltje van wilde, machtsgeile jongens om veel vrouwen te kunnen aanspreken?

    Tegenover de ‘mannelijke’ wetenschap staat overigens de meer vrouwelijke mystiek als in het roerloos luisteren naar het Zijn, dat als je geluk hebt zijn geheimen toefluistert naar de persoon die zich daar open voor stelt, in plaats van het ‘op de pijnbank leggen van de natuur om haar geheimen te ontfutselen’ (zoals Bacon zijn nieuwe wetenschappelijke methode beschreef). De vrouw lijkt zo meer bestemd voor een religieus-mystieke missie (een ‘softe’ epistemologie) in plaats van het zo gewelddadige, naar buiten gerichte, wetenschap die slechts ‘harde’ cijfers accepteert.

    PS. Natuurlijk vinden jullie bovenstaande onzin, maar besef wel dat bv. de feministe Van Saarloos in Zomergasten tot ‘niet begrijpen’ opriep, hetgeen me inderdaad een typisch vrouwelijk/feministisch (en antiwetenschappelijk) standpunt lijkt.

  6. 8

    @7 Ho, Ho. Niet zo snel. Ik ben wel gewoon voor positieve discriminatie. Je maakt promotie als je geschikt bent en er is plaats. Het is alleen helaas zo dat mannen vaak al veel eerder geschikt worden geacht dan vrouwen. Dat zit in onze cultuur en genen ingebakken. Door mee te laten wegen dat een geschikte kandidaat ook nog vrouw is, kan je de bias een beetje compenseren. En dat hoeft helemaal niet te betekenen dat je ongeschikte vrouwen in posities moet benoemen waar ze niet horen en ook niet dat duidelijk geschiktere mannen moeten worden overgeslagen. Geschiktheid is geen objectief en nauwkeurig te meten grootheid. Bij min of meer gelijke geschiktheid kan je best de voorrang geven aan iemand uit een ondervertegenwoordigde groep.

  7. 10

    @7

    Is wetenschap daarom niet te agressief, te veel een (competitief) speeltje van wilde, machtsgeile jongens om veel vrouwen te kunnen aanspreken?

    Daarvoor heb ik in mijn jonge Post-Doc-jaren o.a. een EMBO Long-Term Fellowship en een Veni-subsidie bij elkaar geharkt, met als maatschappelijke relevantie: “Voor de geile neukseks” (en, ironisch genoeg, aan het hoofd van de projecten steeds een vrouwelijke prof).

  8. 11

    @1: Je zit er faliekant naast op ongeveer alles wat je schrijft: in ONDERWIJS kun je vaak deeltijd veroorloven. In de wetenschap raak je bliksemsnel achter en trek je gewoon snel aan het kortste eind omdat je minder competitief bent bij de gemiddelde NWO aanvraag waarbij snel blijkt dat anderen veel sterker staan omdat ze meer tijd hebben gehad om te onderzoeken en erover te publiceren. Over kinderen hoeven we het al helemaal niet te hebben. Genoeg studies die aangeven dat het voor wetenschappers ongunstiger uitpakt dan voor andere beroepen.

  9. 12

    @11: ik denk dat het wel klopt wat je schrijft. Maar ik vraag me af of positieve discriminatie dan wel de oplossing is. Er wordt in de wetenschappelijke wereld al langer steen en been geklaagd over de werkdruk, de slechte betaling, en de publicatiedwang. Misschien tijd om dat eens aan te pakken? Maar ja, kost geld.

  10. 13

    @8: Eens. Het speelt natuurlijk ook dat mannen en vrouwen niet gelijkmatig over de vakgebieden verdeeld zitten. Het mijne bijvoorbeeld, de werktuigbouwkunde, wordt voornamelijk bevolkt door mannen. Er waren natuurlijk wel vrouwen en ik heb ook colleges gehad van vrouwelijke docenten, maar mijn vakgroep had er niet één. Dat maakt het vinden van een vrouwelijke kandidaat een stuk lastiger. Maar zelfs bij ons gloorde hoop: ten tijde van mijn afstuderen was een promovenda bijna klaar en een volgende net begonnen.

  11. 14

    @11 & @8: biologie als argument aandragen is een zwaktebod. Biologie maakt dingen over het algemeen mogelijk en cultuur beperkt mogelijkheden. De biologie van vrouwen beperkt op geen enkele wijze vrouwen om hoogleraar te worden. Biologie stelt ze in staat om hoogleraar te worden (hoogleraar zijn hangt niet af van het hebben van een vagina, eierstokken en baarmoeder of een penis en testikels, het hebben van hersenen wel en dat hebben zowel mannen als vrouwen). Cultuur bepaalt dat vrouwen minder op hoogleraar positie te vinden zijn (het feit dat vrouwen vaker parttime werken hoort daar ook bij). In dat geval is er imho niets mis mee om cultuur in te zetten om mannen en vrouwen gelijkwaardiger te behandelen. En dan kan je natuurlijk dat punt van @12 ook in de cultuurverandering meenemen. Let wel meenemen, want die maatregelen sluiten een quotum geenszins uit.

  12. 16

    @15: En uiteraard is jouw perceptie die van iedereen, jouw faculteit representatief van alle faculteiten, en jouw universiteit representatief voor alle universiteiten, en daarbij ook nog meenemende dat het om een Nederlandse universiteit gaat? Oftewel, met N=1 komen we geen steek verder. En heb je het dan over onderwijs of onderzoek. Dat eerste is heel wat anders dan dat laatste. Een loopbaan als onderzoeker is veel moeilijker dan die van een docent, omdat het (publicatie) track record belangrijker is. Dat is overigens wel langzaam aan het veranderen, omdat al vele jaren de luxe die babyboomers hadden om zonder gepromoveerd te hoeven te zijn aan universiteiten te kunnen lesgeven (althans in Nederland) er niet meer is en er nu ook steeds zwaardere eisen gesteld wordt aan nieuwe docenten waar steeds vaker ook de publicatielijst wordt meegeteld. Daarbij komt ook nog dat (inter)nationaal de concurrentie toeneemt met een groeiend stuwmeer aan dolende postdocs.

    Johan zal vast met andere komen, maar onderzoeken die erover uitweiden zijn er inderdaad te over:
    The Chronicle of Higher Education, 2016
    ScienceMag 2015
    The Guardian 2016 met genoeg verwijzingen naar onderzoek.
    Nature
    ScienceNordic, 2016
    ScienceDaily

    Gelukkig niets van dit alles op jouw faculteit. Prijs U gelukkig!

  13. 17

    Tja, zo lang uit blinde studies blijkt (of studies waar mannelijke en vrouwelijke namen worden verwisseld) blijkt dat vrouwen 15% zo veel output moeten hebben om in academia voor een zelfde positie een man te verslaan, gemiddeld, en zo lang alle mannen die ik ken in academia (en dat zijn er heel veel) zich zeggen zich niet te herkennen vind ik een actie als deze van Bussemaker niet een van “positieve discriminatie”.

    Overigens Bismarck, ik zie om me heen nog al eens echt hele goede vrouwelijke wetenschappers afhaken als ze na drie postdocs en een heleboel subsidies nog niet serieus genomen worden en ze wel eens toe zijn aan een gezin een geen mannetjesgezeik.

  14. 18

    Er zullen best 100 vrouwelijke hoogleraren te vinden zijn, maar daarmee verstomt het geroep natuurlijk niet, want de 50% grens is om de een of andere reden heilig. En wat mij stoort is dat er geen argumentatie voor is.

    In de Volkskrant mag een hoogleraar wiskunde beweren: ‘Om principiële redenen, omdat de wetenschap een afspiegeling van de maatschappij hoort te zijn. Maar ook omdat we uit onderzoek weten dat diverse gezelschappen beter werk en betere ideeën leveren dan eenzijdige groepen witte mannen.’

    Als de wetenschap een afspiegeling moet zijn, waar zijn dan die 50% hoogleraren met een IQ van onder de 100? Dus dat argument kunnen we al vergeten. Dat onderzoek waarover ze rept is waarschijnlijk net zo slecht als al het andere sociale onderzoek, dus absoluut niet relevant voor de discussie. En als er één vak is waarin elke gemarginaliseerde idioot op zijn merites beoordeeld wordt, dan is het wel wiskunde.

    De opening van het VK artikel stelt dat mannen “1000 jaar” (rekenen kunnen ze dus niet) voorrang hebben gehad. Is dat een argument voor het heden? En voorrang? Boven wie dan wel?

    Kortom, het is allemaal weer onvrede en afgunst die beargumenteerd wordt zoals de PVV haar islam-standpunten beargumenteert: one-liners en irrelevante cijfers.

  15. 19

    Ik denk niet dat zoiets de kwaliteit daadwerkelijk zou aantasten. En ik denk ook niet dat het zo’n ramp is als mannen af en toe achtergesteld zouden worden. Toch zou ik het niet doen. Het probleem is immers niet het absolute aantal; als het daarom ging dan zouden we ons wel druk maken om bouwvakkers en verpleegkundigen. Maar dat doen we niet; we maken ons alleen maar druk om hoog aangeschreven beroepen. Raar.

    Waar het daadwerkelijk om draait, is de natuurlijk eventueel onderliggende oorzaak. Die is waarschijnlijk grotendeels aangeboren, maar voor zover dat niet zo is, is de mogelijkheid niet uitgesloten dat vrouwen nu daadwerkelijk achtergesteld worden. En als dat zo is, heeft dat waarschijnlijk ook een onderliggende oorzaak. Die zou best wel eens de inprenting kunnen zijn dat vrouwen elders thuishoren. Die inprenting begint doorgaans op het kinderdagverblijf – waar mannen hoegenaamd niet te vinden zijn – en gaat op de basisschool – waar mannen ook in de minderheid zijn, behalve de directeur dan – stug door. Daarmee is de inprenting waarschijnlijk al wel afdoende voltooid. Maar we gaan stug door en doen dat met name met speciaal op vrouwen gerichte initiatieven. Meiden in de techniek, een bestuurdersquotum en nu dit weer. We blijven stug doorgaan met bevestigen van de mogelijk ingeprente gedachte dat vrouwen in de techniek of in het topmanagement raar zijn. En in dat rijtje kunnen we nu dit voorstel van Bussemaker toevoegen.

    Bussemaker gunt vrouwen gewoon geen eerlijke kans. Ze zou hiermee 100 vrouwen bevoordelen. Tegelijkertijd geeft ze de honderden vrouwelijke hoogleraren van nu en in de toekomst het stempel mee dat ze een speciaal gevalletje zijn. Bussemaker degradeert hun olympische spelen tot de paralympics. Gefeliciteerd!

  16. 21

    @16: “daarbij ook nog meenemende dat het om een Nederlandse universiteit gaat?”
    Het is grappig dat je dat vraagt, want geen van je linkjes (die overigens niet openen) gaat over Nederlandse universiteiten. En ja, ik werk aan een Nederlandse universiteit, waar overigens onderwijs en onderzoek moeilijk te scheiden zijn, in elke WP-aanstelling zit verplicht beide. Omdat een groot deel van het personeel aan onze faculteit bovendien ook nog een zorgaanstelling heeft in het Academisch Ziekenhuis, is het hier al zeldzaam als iemand voor meer dan 0.5fte voor onderzoek is aangesteld. In die omgeving zijn deeltijdaanstellingen niet noodzakelijk een belemmering voor de carrière.

  17. 22

    @8:

    Bij min of meer gelijke geschiktheid kan je best de voorrang geven aan iemand uit een ondervertegenwoordigde groep.

    Waarom wordt dit principe nog steeds zo heftig aangevallen?

    Er is sprake van een achterstand van vrouwen in leidinggevende functies die niet verklaard kan worden door een verschil in kwaliteit. @1 De stijging van het aantal vrouwelijke studenten die we al decennia zien is het beste bewijs: overal meer vrouwelijke docenten, maar nog steeds een ondervertegenwoordiging van vrouwen op de hoogste niveaus.

    Verder weten we dat leden van sollicitatiecommissies, bewust of niet, doorgaans een voorkeur hebben voor kandidaten die op henzelf lijken. En dat zijn meestal in meerderheid mannen. Dat leidt vanzelf tot een voortzetting van positieve discriminatie van mannen die alleen bestreden kan worden door positieve discriminatie van vrouwen in bovenstaande zin.

  18. 23

    Er is niet alleen een schrikbarend tekort aan vrouwelijke hoogleraren, maar ook aan vuilnisvrouwen, vrouwelijke rioolwerkers, vrouwelijke vrachtwagen chauffeurs etc etc..

    Vreemd genoeg hoor je Jet Bussemaker, of welke feminist dan ook, daar nooit over. Gelijkheid is prachtig, maar dan wel gelijkheid op posities die als aantrekkelijker worden gezien.

  19. 24

    @23: Klopt. Ik heb daarom wel eens gezegd: feministen vinden het kapitalisme goed genoeg voor mannen (‘uitbuiting’ d.m.v. vernederende, gevaarlijke of saaie baantjes die de man moet accepteren omdat hij kostwinner is) maar voor de vrouwen eisen ze het communistisch paradijs waarin elke deeltijd(!)baan synoniem is met zelfontplooiing en succes. Feministes zijn gewoon verwende nestjes met geen idee van de echte wereld.

  20. 26

    @23: ….of mannelijke bejaardenverzorgenden.

    Daar gaat het hier natuurlijk niet over. Het gaat om leidinggevende functies, het glazen plafond waar vrouwen nog steeds moeilijk doorheen komen.

  21. 27

    @24
    Precies, het aloude “we zijn allemaal gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen” cliché karakteriseert ook het hedendaagse feminisme. Deze kritiek komt niet enkel van rechts, ook linksere feministen hekelen dit zogenaamde “bourgeois” feminisme.

    @26
    Dan blijft de vraag, waarom moet dat glazen plafond enkel doorbroken worden in dik betaalde leidinggevende functies?

  22. 28

    @27 Omdat dat een plafond is dat je WIL doorbreken. Maar het lukt niet vanwege ingebakken gedrag (van mannen zowel als vrouwen) dat het voor mannen gewoon veel makkelijker maakt.

    Mannen die bejaardenverzorger of basisschoolleraar willen worden, worden met open armen ontvangen. En ze krijgen vaak nog meer betaald en maken makkelijker promotie. En vrouwen die graag vuilnis willen ophalen of in een vrachtwagen willen rijden, worden ook gewoon aangenomen.

    Het doel is niet gelijkheid, maar gelijke kansen.

  23. 29

    Dan blijft de vraag, waarom moet dat glazen plafond enkel doorbroken worden in dik betaalde leidinggevende functies?

    De meest prestigieuze functies zijn ook de functies waar het meeste competitie over is, en die het meeste commitment, opoffering en bereidheid een ander in de wielen te rijden vergen.

    En laat dat nu juist mannelijke eigenschappen zijn.

    De meeste vrouwen hebben helemaal geen trek om zestig uur per week te werken en zich jarenlang in een competitie te storten; die willen naast een deeltijdbaan tijd om voor de kinderen te zorgen. En dat is dan ook precies het gedrag dat je ziet in ontwikkelde maatschappijen.

    Elma Drayer schreef daar een aantal jaar geleden al een boekje over. Volgens haar heeft 70 procent van de werkende vrouwen een deeltijdbaan, en is nog niet de helft van alle vrouwen economisch zelfstandig.

    ’Ma-di-do-vrouwen’ noemt journalist Elma Drayer ze in haar zojuist verschenen boek Verwende prinsesjes – portret van de Nederlandse vrouw. Vrouwen die een kleine deeltijdbaan verkiezen boven een glansrijke carrière, die nauwelijks hechten aan hun financiële onafhankelijkheid, die ‘een rustig bestaan willen, zonder al te zware verantwoordelijkheden, ver weg van die enge grotemensenwereld’. (Volkskrant, 2010)

    Cognitief psycholoog Steven Pinker merkt hetzelfde op over prestigeklasjes van leerlingen die excelleren in bètavakken. Als je de jongens vraagt wat ze uit het leven willen halen, noemen ze geld, status, het uitvinden van nieuwe dingen en een voltijdbaan op; meisjes vinden vooral vrienden en familie, zingeving en een deeltijdbaan belangrijk.

    Tja, dan moet je niet gek opkijken dat in een hoog competitief veld de mannen naar de top drijven. Dat is kennelijk gewoon de aard van het beestje.

  24. 30

    @28
    Geslachtsongelijkheid in lager betaalde banen is een gevolg van vrije keuze of doet er niet toe omdat dit niet de banen zijn waar Jet Bussemaker en het soort vrouwen waar zij aan denkt op azen, glazen plafonds moeten doorbroken worden, maar enkel op plekken waar dit dik betaalde banen oplevert. Quota voor vrouwelijke vrachtwagenchauffeurs zijn dus niet nodig, feminisme voor de elite, het patriarchaat voor de arbeiders!

    Los van het feit dat dit soort gewauwel over glazen plafonds een ordinair excuus is voor een voorkeursbehandeling voor vrouwen als Jet Bussemaker, die als het op ongelijkheid in Nederland aankomt echt niet aan het kortste eind trekken, rammelt de premisse van het argument, namelijk dat een gebrek aan vrouwen in bepaalde functies het gevolg is een van patriarchale discriminatie.

    In landen als Pakistan, waar de geslachtsongelijkheid veel groter is dan Nederland, kiezen meer vrouwen voor technische studies dan in Nederland, iets wat in Nederland wordt toegeschreven aan discriminatie. Dit is een paradox volgens de feministische verklaring. Wat blijkt is dat vrouwen juist kiezen voor meer typische vrouwelijke studies en beroepen, als zij meer bestaanszekerheid hebben, het gebrek aan vrouwelijke hoogleraren is daarom ook geen gevolg van discriminatie, maar van bestaanszekerheid.

    Ik raad je de Noorse documentaire Hjernevask aan.

    https://en.wikipedia.org/wiki/Hjernevask

  25. 32

    @29: Maar wat verstaan we onder de top? Het razendsnel verarmen van het gepeupel? Zijn vrienden en familie, zingeving en een deeltijdbaan dan niet veel belangrijker?

    “Tja, dan moet je niet gek opkijken dat in een hoog competitief veld de mannen naar de top drijven. Dat is kennelijk gewoon de aard van het beestje.”

  26. 33

    @29: De bereidheid om anderen in de wielen te rijden, zou juist een argument moeten zijn om minder mannen in dienst te nemen.

    Bereidheid tot lange werkweken/beschikbaarheid op ongunstige tijden is natuurlijk wel een geldig selectiecriterium (tenminste, voor een top-baan).

  27. 34

    @30: Volgens mij ben je hier bezig om een stroman op te zetten. Wie beweert er eigenlijk dat discriminatie de studiekeuze van vrouwen zou bepalen ? Dat ben ik eigenlijk nog nergens tegengekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren