Quote du Jour | Geen regels en geen geld

Het tragische aan bewindslieden op het ministerie van onderwijs is dat ze volstrekt inwisselbare, lege vaten lijken te zijn. Het maakt niet uit waar ze vandaan komen. Wat hun achtergrond is, of ze uit de sector zelf komen of niet, van welke partij ze zijn. Zodra ze er zitten komt er weinig anders uit als stuitende clichés als “met meer geld kun je ook niet alles oplossen” en “je moet niet alles in regels willen vatten”. Nee, regels zijn nooit de oplossing, het is de cultuurverandering die nodig is. Altijd, en immer.

Zou het anders zijn, met (voor het eerst!) een minister van de zelfbenoemde onderwijspartij D66? Oordeel zelf:

Bijvoorbeeld over de zwakke positie van de medezeggenschap:

En nee, de minister bemoeit zich niet met de vergoeding aan leden van medezeggenschapsraden of met hun bijscholingsbudgetten. De roep om landelijke normen is een “te makkelijke reflex”, vindt ze. Alsof het in de echte wereld vanzelf goed komt als je alles maar in de wet vastlegt. “Dat is vaak niet zo.” Ze gaat de medezeggenschapsraden overigens wel steunen, maar op een andere manier. Bij het ministerie komt een soort loket waar de leden met hun vragen terechtkunnen.

Wat een daadkracht. Zou ze net zo adequaat reageren op de problemen die er in het hoger onderwijs zijn op het gebied van werkdruk?

Maar hoe zit het dan met alle verhalen over werkdruk? “Laten we nou niet te makkelijk zeggen dat alles is opgelost als er wat bakken geld uit de hemel vallen”, zegt Van Engelshoven. “Je moet een verhaal hebben. We willen goed onderwijs, maar ook goede zorg en veiligheid. De overheid is geen boom waar eindeloos geld aan groeit.

Maar dan heeft ze vast wel een duidelijke visie en een goed plan voor de uit de klauwen lopende schuldenproblematiek onder (ex)studenten?

“En laten we het probleem van toegankelijkheid niet overdrijven. Studenten kunnen lenen tegen een zeer lage rente. Een paar partijen die tegen het leenstelsel waren, waarschuwen voor leenangst onder studenten, maar daar lijkt geen sprake van.”

Je zou bijna, bijna gaan vermoeden dat er op het ministerie een totaal vastgeroeste berg ambtenaren zit, die niets snapt (en wil snappen) van medezeggenschap; die het lekker makkelijk vind om niets in regels vast te leggen, want dan heeft de overheid ook geen verantwoordelijkheid als ze met voeten getreden worden; en die de sector alles zelf op laat lossen (waarbij ‘de sector’ gelijk is aan ‘de bestuurders uit de sector’ – studenten en docenten ten spijt). Wie de bewindspersoon is blijkt niet boeiend, want de advisering blijft hetzelfde. Geen wonder dat de enige fatsoenlijke verbeteringen uit de Kamer lijken te komen.

Wat een treurnis.

  1. 1

    Het tragische aan bewindslieden op het ministerie van onderwijs is dat ze volstrekt inwisselbare, lege vaten lijken te zijn. Het maakt niet uit waar ze vandaan komen. Wat hun achtergrond is, of ze uit de sector zelf komen of niet, van welke partij ze zijn. Zodra ze er zitten komt er weinig anders uit als stuitende clichés als “met meer geld kun je ook niet alles oplossen” en “je moet niet alles in regels willen vatten”.

    en

    Je zou bijna, bijna gaan vermoeden dat er op het ministerie een totaal vastgeroeste berg ambtenaren zit

    andere verklaring: zodra actievoerders en ideologen beleid moeten maken worden ze opeens “realistisch”.

    die niets snapt (en wil snappen)
    file under: “de hele wereld is gek behalve ik”

  2. 3

    @1 tja, zo mag je het interpreteren als je het wilt. Het is alleen wat vergezocht, en een beetje flauw. Er zijn nooit ‘actievoerders’ of ‘ideologen’ minister of staatssecretaris geweest op onderwijs. Wel mensen met heel uiteenlopende achtergronden, en van heel verschillende politieke partijen. Dan is het toch opmerkelijk dat dat ze op een heel aantal punten tot precies dezelfde (non)’oplossingen’ komen.

    Verder is er ook weinig actievoerderigs, of ideologisch, aan afdwingen wat in de wet staat. De medezeggenschap heeft wettelijke taken. Als in de praktijk blijkt dat onderwijsinstellingen zo weinig uren en ondersteuning geven, dat ze die wettelijke taak niet kunnen uitvoeren, zou het logisch zijn als daar op gehandeld wordt. “Handhaven”, heet dat in andere sectoren. Maar in het onderwijs heeft men daar blijkbaar geen zin in, of vind men het toch niet belangrijk genoeg.

    “De hele wereld is gek”, eh… tja. Het is niet alsof ik de enige persoon op de wereld ben die dit soort dingen opvalt. Lees eens een keer wat hogeronderwijsnieuws, zou ik zo zeggen. Ik kan bijvoorbeeld DUB, van de universiteit utrecht, van harte aanbevelen.

  3. 4

    @2 Wellicht, maar ik ben niet met elk ministerie bekend, dus zo’n generalisatie durf ik niet te maken. Hogeronderwijsbeleid volg ik inmiddels al zo’n 10 – 15 jaar, dus hier durf ik het wel aan.

  4. 5

    Ik moet bij dit soort stukjes altijd denken aan die grap van Louis CK over hoe iemand bij een stoplicht *nu* vier banen over wil steken in het verkeer, in plaats van door te rijden naar de volgende kruising.

    ‘Deze maatschappij, die in zowat alle lijstjes bij de top-10 zit, vervult voor wat betreft mijn specifieke hobby-onderwerp maar 99% van mijn eisen en dat is onaanvaardbaar!’

  5. 6

    @3: Een Bussemaker – begonnen bij het wetenschappelijk bureau van GroenLinks nota bene – zou ik wel omschrijven als ideoloog (voordat ze bestuurder werd). Als de draai die jij bekritiseert zo vaak voorkomt, ongeacht partij en achtergrond, misschien is die draai dan logisch? Het alternatief is dat er een samenzwering van ambtenaren bestaat die iedere nieuwe minister het verkeerde pad op duwt — dat lijkt mij wat verder gezocht. Maar als je bewijzen hiervoor hebt hoor ik deze graag.

  6. 7

    @5 Eh, wut?

    @6 Een Bussemaker was lid van het college van bestuur van de HvA voordat ze minister was. Volledig ingevoerd in de bestuurscultuur / het bestuursperspectief. En als collegelid stond ze ook al niet bekend om haar enorme toeschietelijkheid richting de medezeggenschap. Wat dat betreft is haar gedrag het minst verrassend van alle bewindspersonen de afgelopen decennia. Haar presenteren als ideoloog, laat staan ‘links ideoloog’, is onjuist. Ze was een beroepsbestuurder/-politica, van wie nota bene de eigen partijvoorzitter haar in de media affakkelde omdat ze VVD-beleid maakte en uitvoerde.

    En vanuit een bepaald perspectief is het logisch, het beleid dat gevoerd wordt. Dat is een ambtelijk/bestuurlijk perspectief, waarin verantwoordelijkheid zo veel mogelijk wordt afgeschoven op ‘de instellingen’, ook qua financiering door een lumpsumsystematiek. Dat is voor een ministerie heel aantrekkelijk, dat snap ik best. En ook voor instellingsbestuurders, die nauwelijks meer verantwoording schuldig zijn aan aan wie dan ook: ministerie stuurt niet, raad van toezicht staat op grote afstand, medezeggenschap is grotendeels tandeloos. Alleen zijn er inhoudelijk goede redenen tegen die manier van besturen.

    En dat heeft niets te maken met een ‘complot’, maar met advisering die heel ver weg staat van de praktijk en de inhoud. Het bewijs zit ‘em volgens mij in het gevoerde beleid, maar als je dat niet aan wil nemen, tja. Ik heb zelf 7 jaar in het hoger onderwijs gezeten, 2 jaar intensief contact gehad met OCW, en ik heb gewoon een aantal ambtenaren die zo denken meegemaakt.

    Het probleem zit ‘em (aanname) voor een deel in het feit dat er nauwelijks (beleids)ambtenaren uit de sector zelf komen. Laat staan iemand die zelf ooit voor de klas heeft gestaan. Voor zover mensen van buiten komen, komen ze vaak uit hetzelfde circuit, zoals de koepelorganisaties voor universiteiten of hogescholen. Daar heerst eenzelfde soort opvattingen over bestuur.

    Dit zeer grof generaliserend, uiteraard. Ik ken ook inhoudelijk heel goede mensen die ambtenaar zijn geweest bij ocw.

  7. 9

    @8 je hebt gelijk dat een dichtgetimmerd regeerakkoord er voor zorgt dat ook deze minister niet opeens een zak geld open kan trekken voor het tegengaan van de werkdruk.

    Maar: des te raarder is het dat ze ook niet wenst te handelen op iets wat voor haar gratis is (garanderen dat de medezeggenschap haar wettelijke taak uit kan oefenen). Dubbel omdat het een minister van D66 is, die toch iets zouden moeten hebben met ‘democratisering’ (en op dat punt nog iets goed te maken hebben).

  8. 10

    @9.

    Daar zullen redenen voor zijn, ook vanuit het onderwijs zelf, dat dat niet gebeurd. Kan me wel iets bij voorstellen. Want komen zij met allemaal leuke dingen die weer geld kosten. Plus regeldruk, werkdruk omhoog, etc.

  9. 11

    @10 Dat valt in het niet bij wat het op had geleverd, de afgelopen decennia, als er een fatsoenlijke tegenmacht was geweest tegenover het bestuur in het hoger onderwijs. In willekeurige volgorde: topsalarissen, mismanagement, heilloze veranderingen van naampjes en logo’s, uit de kluiten gegroeide communicatie- en stafafdelingen, schandalen waarbij de onderwijskwaliteit werd verlaagd met een financieel doel (diploma’s weggeven voor de diplomabonus), fusies om het groter worden (zonder verder doel), centraal afgedwongen onderwijsconcepten zonder dat daar draagvlak voor was bij personeel of studenten, etc. etc.

    Fatsoenlijke medezeggenschap kan daar een bescherming tegen bieden.

    “Daar zullen redenen voor zijn”. Ja, die zijn er ook. Die heb ik genoemd. Lekker makkelijk, voor het Rijk / het ministerie, zoals het nu geregeld is. En voor de instellingsbestuurders. En ambtenaren (die vaak niet goed in de inhoud zitten) varen bij het verzamelen van informatie in grote mate op… die koepels van bestuurders in het hoger onderwijs. En zo is de cirkel rond.

  10. 12

    Privatisering. Volgens de toenmalige minister waren het kinderziektes. Want ze zouden bestraft worden door de gesel van de markt. Hetzelfde zien we in de gezondheidszorg.

    Gelukkig gaat het om incidenten die in de media voorbijkomen. ;-)

  11. 13

    de zwakke positie van de medezeggenschap

    Ja, logisch: die medezeggenschap heeft de portemonnee niet. Reken maar dat medezeggenschap bij de bakker en de slager een stuk beter werkt.

  12. 14

    @13 Volgens mij heb jij het niet over medezeggenschap maar over “stemmen met de voeten”.

    Grappig, precies dat heeft Rutte proberen te introduceren als staatssecretaris van onderwijs. Door de geldstromen naar onderwijsinstellingen nog veel meer afhankelijk te maken van de student, via een soort voucherbekostiging (‘leerrechten’). Dat zou studenten veel meer macht moeten geven, waarmee de zwakke positie van bijv medezeggenschap gecompenseerd zou worden.

    Als de student zou vertrekken, ging de financiering mee. Het is hem uiteindelijk niet gelukt. Als idee / ideologie is het een leuk idee, maar in de praktijk werkt het gewoon niet zo. Een nieuwe bakker of slager is zo gevonden als je niet tevreden bent. Maar de plek waar je studeert daar heb je vaak een kamer, een sociaal leven, en wisselen van studie levert onvermijdelijk studievertraging op. Op veel plekken zijn geen of weinig kamers voorhanden (als je al wil verkassen), én sommige opleidingen worden slechts op 1 of enkele plekken gegeven.

    Een vorm van marktwerking dus, die op de markt wel werkt, maar in de publieke sector (die geen markt is) niet. Maar eerlijk is eerlijk: Rutte is zo’n beetje de enige geweest de afgelopen 2 decennia die nog geprobeerd heeft iets grootschalig te veranderen, vanuit een visie (waar hij tegenwoordig helaas niet zo veel meer van moet hebben).