Pronks afscheidsbrief is baken in zee

ANALYSE - Hoe verhoudt de afscheidsbrief Jan Pronk van de PvdA zich tot het beleid van minister Ploumen (PvdA), en welke belangrijke waarschuwingen krijgt Ploumen mee van Pronk? Evert Jan Brouwer analyseert.

Zeven maanden had Jan Pronk nodig voor zijn besluit. Op 29 oktober presenteerden Rutte en Samsom hun regeerakkoord Bruggen Slaan, op 28 mei publiceerde Jan Pronk zijn afscheidsbrief van de PvdA. Als je een halve eeuw actief partijlid bent geweest, beslis je dat niet op een namiddag.

Het was een pittige brief. Rutte en Samsom werd heel wat aangewreven: ze zijn hoogmoedig, kortzichtig, arrogant en zelfgenoegzaam. Daarnaast verweet Pronk Samsom beginselverzaking. Hij had het beginsel van solidariteit, ook internationaal, opgeofferd aan een snelle uitruil tussen PvdA en VVD.

Ik ben geen lid van de PvdA en ik voel me niet geroepen de beginselvastheid van oud-minister Pronk of de PvdA te beoordelen. Wel wil ik Pronks afscheidsbrief naast het nieuwe beleid van minister Ploumen leggen. Het gaat hier om kwesties die niet alleen voor PvdA’ers interessant zijn.

Drie bezwaren

Pronk heeft drie bezwaren tegen Ploumens beleid. Het kabinet:

1. Breekt met de fatsoensnorm van 0,7% BNP voor internationale herverdeling van de welvaart;

2. richt zich teveel op landen en bevolkingsgroepen die al een redelijk bestaanspeil hebben bereikt, in plaats van op de allerarmsten;

3. focust teveel op de markt, ten koste van de noodzakelijke aandacht voor maatschappij en overheid.

Pronks bezwaren gaan terug op zijn visie op ontwikkelingssamenwerking: ‘Ontwikkelingssamenwerking dient, naar goed sociaaldemocratisch inzicht, vooral plaats te vinden op basis van solidariteit, en dan met name met landen en bevolkingsgroepen die in het proces van kapitalistische en geopolitieke globalisering buiten de boot vallen of zelfs systematisch worden weggedrukt,’ schrijft hij in z’n brief.

Als ik het goed lees, werken kapitalisme en geopolitieke globalisering per definitie uitsluiting in de hand. Ontwikkelingssamenwerking is daarop een morele correctie: vanuit solidariteit wordt de welvaart herverdeeld en krijgt de uitgesloten “onderklasse” compensatie. Pronk zegt niet wat het ideale eindplaatje is: iets minder ongelijkheid dan nu? Of echt gelijke welvaart voor iedereen op aarde? Of gelijke kansen? Je zou ook anders kunnen redeneren dat ontwikkelingssamenwerking erop gericht moet zijn globalisering en marktwerking zo bij te sturen dat iedereen ervan meeprofiteert.

Taboewoord

Het is gemakkelijk Pronks brief af te doen als een staaltje neomarxistische klassenanalyse. Maar dan maken we ons er te snel vanaf. Pronk onderstreept terecht het motief van solidariteit. Niet onbelangrijk nu dat in politieke debatten bijna een taboewoord is geworden. Het is een veeg teken als de ellende in Mali of Syrië je niet raakt en niet aanzet tot actie. Actie is nodig vanaf het individuele niveau tot aan overheden die hun diplomatieke en financiële middelen aanwenden om de situatie te verbeteren.

Solidariteit is een motief dat ook voorkomt in de nota van Ploumen, maar zij beperkt het tot mensen in extreme armoede. Daarvoor is traditionele hulp nog nodig. Voor alle mensen die zich niet in extreme armoede bevinden – maar ondertussen nog wel heel erg arm kunnen zijn – zijn handel en investeringen het middel om hun situatie te verbeteren. Daar domineert niet het solidariteitsmotief, maar het welbegrepen eigenbelang. Als iedereen uit welbegrepen eigenbelang handelt, worden allen er beter van. Die redenering kon zo weggelopen zijn uit de beroemde ‘Fable of the Bees’ (1705) van de liberale filosoof en econoom Bernard Mandeville: ‘Bare Virtue can’t make Nations live in Splendor’.

Stelling 1 – het breken met de fatsoensnorm van 0,7%

Gelet op de frequente neiging eerst aan jezelf te denken, is het niet gek met jezelf een ondergrens af te spreken: wat heb ik minimaal voor mijn medemens over? Dat kun je ook als (internationale) gemeenschap doen. Daarbij gaat het om inzet van kennis, tijd, geld en andere middelen waar je niets voor terug hoeft te hebben. Alleen al vanuit de overweging dat niet alles wat je voor samenleven nodig hebt, in een economische transactie te vatten is. Terwijl Nederland nog in 2012 (!) met andere EU lidstaten de ‘fatsoensbodem van 0,7%’ herbevestigde, is de redenering nu: we geven nog steeds meer dan anderen.

Je kunt van alles over de 0,7%-norm zeggen, maar laten we het nu eens omdraaien: waar komen we als rijke landen straks, als we een paar jaar in de crisis zitten, op uit? Wanneer is de bodem van solidariteit bereikt? Hoe stel je dat trouwens vast als er over die bodem geen overeenstemming meer is? Hoe voorkomen we een internationale ‘race to the bottom’? Ik hoop dat Ploumen, met het hart dat ze voor de armen heeft, zich die vragen ook nog stelt.

Stelling 2 – minder focus op de allerarmsten

De discussie is al oud: of versterking van de middenklasse uiteindelijk de hele samenleving ten goede komt. Twee overwegingen zijn hier van belang. 1. De kloof tussen arm en rijk neemt toe, zowel in middeninkomenslanden als in lage inkomenslanden. 2. Als je er niet heel bewust op stuurt, komt veel ontwikkelingssamenwerking niet ten goede aan de allerarmsten. Ploumen zou, na lezing van Pronks brief, op twee dingen kunnen letten. Ten eerste, zoveel mogelijk waarborgen dat de inzet voor private sectorversterking, en ook de inzet in middeninkomenslanden, vanaf dag één ook de armsten ten goede komt. Ten tweede, voor zover dat niet rechtstreeks mogelijk is, scherp monitoren of het door de VVD veronderstelde ‘trickle down’ effect plaatsvindt.

Stelling 3 – teveel aandacht voor de markt

Deze stelling van Pronk is de meest aanvechtbare, vooral omdat Pronk zich hiermee eigenlijk afzet tegen de markt. Hij maakt bijna een tegenstelling tussen ontwikkelingssamenwerking en internationale handel. Hij had ook kunnen pleiten voor eerlijke handel – solidaire handel zou je kunnen zeggen. Ondertussen bezuinigt Ploumen fors op juist de steun aan overheden, ondanks redelijk positieve IOB-evaluaties. En op de steun aan maatschappelijke organisaties en bewegingen, óók in het Zuiden, ondanks haar erkenning dat zij een fundamentele rol spelen bij het tot stand komen van open, democratische samenlevingen. De terechte vraag die Ploumen eigenlijk van Pronk meekrijgt, is of zij met haar beleid een goed samenspel bevordert tussen maatschappij, markt en overheid. De tijd zal het leren.

Een baken in zee

Watersporters en zeelieden weten het: op het water heb je een kompas nodig, maar ook bakens om niet vast te lopen. Pronks brief is wat mij betreft geen kompas voor het kabinetsbeleid, maar toch minstens een baken in zee.  Een heldere, knalrode boei die roergangster Ploumen wijst waar ze niet naar toe moet. Als ‘ie zo functioneert, heeft de afscheidsbrief toch nog zin gehad.

Evert-Jan Brouwer is politiek adviseur Woord en Daad. Deze analyse verscheen eerder op Vice Versa.

  1. 1

    Als het getij verloopt moet men de bakens verzetten.
    De illusies van Pronk lijken nog niet verplaatst te zijn.
    Het doet er daarbij niet toe of het gaat om CO2 of ontwikkelingshulp.

    Er is zware kritiek nodig op de PVVDA, maar die is van heel andere aard.
    Die heeft te maken met EU en euro.

    Dat Halve Zoolstra achter de EU aanhobbelt, dat ligt in de aard der dingen.
    Van sociaal democraten verwacht je iets.

    Maar de oud SDAP’ers haakten als rond 1970 af, en er is eigenlijk nog niets verbeterd.
    Wanneer elites weer PvdA lid worden, ik vraag het me af.

    Het tijdperk Zwamsom, Spekman, Asscher, Dijsselbloem, Dijksma, komt misschien nog eens al zwarte bladzijde in de partijgeschiedenis.

  2. 2

    De PVDA heeft geen toekomst als bijzit van de VVD,dit zou wel eens het begin van het definitieve einde van de voormalig sociaal democraten kunnen zijn.Ze hebben totaal geen eigen smoel meer.
    Ze verdienen niet beter dat stelletje verkwanselaars.

  3. 3

    Het is een veeg teken als de ellende in Mali of Syrië je niet raakt en niet aanzet tot actie.

    EJ Brouwer roept op tot de jihad? Of over welke ellende heeft hij het? Met ontwikkelingssamenwerking of Pronk heeft het niets van doen, tot wat dient dit voorbeeld?

    Het gaat over een invasie van nomaden uit een buurland en over een opportunistische burgeroorlog. Het is nieuwswaardig, maar waarom zou dat ons moeten raken anders dan andere oorlogen? En welke actie verwacht hij nou eigenlijk, demonstraties, petities? Of moeten we helpen, maar wie dan wel? Waarom bijvoorbeeld wel de regering van Mali maar niet de regering van Syrië?

  4. 4

    Pronk is een relikwie met denkbeelden uit de jaren 70 van de vorige eeuw, voornamelijk erg goed in het weggeven van andermans geld.

  5. 5

    Stelling drie: handel is nooit eerlijk omdat niemand de prijs van iets weet. Dat gedoe over de ‘markt’ begint mij ook aardig de keel uit te hangen, Pronk heeft boter op zijn hoofd, de PVDA is een opportunistische verraderspartij en ik ga nu aan het bier (buiten, in de zon met mijn lief en mijn kat, ja mijn kat drinkt ook bier).

  6. 8

    @5:
    Om 20.42 zul je geen zonnesteek meer krijgen ;-)

    Verder:
    Het enige dat ik pronk verwijt is, dat hij de partij niet eerder heeft verlaten en de waarheid over haar socialistisch falen heeft verweten.

  7. 10

    @4: Een beetje primitief wel, om niet te zeggen slaande waanzin, deze opmerking.
    Moet een minister, van welk ministerie dan ook, soms zijn eigen geld uitgeven?
    En zijn de uitgaven van een minister, welke minister dan ook, niet gewoon een gevolg van regeringsbeleid of denk je serieus dat een minister, wat voor minister dan ook, helemaal zelf besluit eens even een partij geld uit te geven?
    Foeifoei, wat een nonsens.

  8. 11

    @1: Dat tijdperk IS al een zwarte bladzijde in de geschiedenis, maar minstens even zwart is de rij weerzinwekkende neoliberalen die nu het masker van de beschaving( was ook flinterdun, natuurlijk) hebben laten vallen.
    Teeven, Zijlstra, Opstelten,Kamp enzoverder………….

  9. 12

    @11 Welk masker? Zijlstra’s achtergrond ken ik niet, maar Teeven, Opstelten en Kamp hebben nooit een blad voor hun mond genomen. Daarnaast was hun vakgebied niet sociaaleconomisch, wat toch het kerngebied is van het neoliberalisme.

  10. 14

    Weer zo’n minister die achteraf tot inkeer komt.
    Het afglijden van de PvdA speelde ook onder Kok, toen Pronk maar al te gretig minister wilde zijn, al was het van Vrom.

    Onder Kok werden de inkomsten verschillen vergroot, sloeg het graaien toen, moest de overheid vermarkt worden, raakte 1% ontwikkelingshulp buiten beeld …
    Pronk zat erbij en liet de beginselen verkwanselen

  11. 15

    Wat ik in deze berichtgeving over Pronk mis.
    Jaren geleden heeft de man beweerd dat LPG slecht was voor het milieu. Daar heb ik toentertijd nooit enige reactie op gezien/gehoord. Deze man kon dat gewoon maar beweren. Zijn geloofwaardigheid is daarmee op een heel minimaal pitje gekomen. Een lachwekkende ziel die zo graag iets wil melden. In Zwitserland (ja,ja) zouden ze hem vierkant hebben uitgelachen. Waarschijnlijk nemen zij hun tegenwoordig ingezetene niet eens serieus.

  12. 18

    @17: Blijkbaar is een inkeer tijdens het ministerschap uitgesloten. Waarom wilde Pronk zonodig VROM minister worden, lonkte de macht zo onweerstaanbaar?

  13. 19

    Aan het aantal minnetjes te zien zijn er nog steeds mensen die vertrouwen hebben in de voormalige partij voor arbeiders.Echte hardcore aanhangers die niets geven om de beginselen van die partij.
    Minnen is te gemakkelijk ,reageer !