Post-atheïst | Wie was er eerst: God of de staat?

COLUMN - Geloof – heb je daar wat aan? Gelovigen zouden iets gelukkiger zijn dan ongelovigen, blijkt uit onderzoek. Maar ja, wie zich uitverkoren waant, is vanzelf blijer dan de atheïst voor wie slechts de wormen wachten. En verder spelen bij dat soort enquêtes zó veel andere factoren een rol dat het resultaat lastig te interpreteren is.

Verlichtingsfilosofen meenden op het ene moment dat het geloof de gelovige disciplineert, en even later dat geloof verleidt tot moord en doodslag. Locke meende dat je atheïsten hard moest aanpakken, want die waren immoreel. Tegelijkertijd werd Pierre Bayle er een beetje moe van gelovigen steeds maar weer te wijzen op hun eigen hoogstaande ethiek, die in de praktijk zo slecht tot zijn recht kwam.

In de negentiende eeuw, onder invloed van idealistische filosofen als Hegel, ontstond het idee dat het geloof in een Grote God de staatsvorming start en versterkt. Een samenleving bestaande uit stammen gelooft in vele goden (ieder zijn eigen godje), maar als daaruit op een goede dag een geloof in één enkele god ontstaat, dan leidt dat inzicht tot morele verheffing (‘God ziet alles!’) en kan er een centrale staat ontstaan met één heerser (die niet alles ziet, maar dat doet God dus wel).

Anders geformuleerd: zodra er in de hemel één god zit die de morele wetten vaststelt, met daaronder een uitgebreid apparaat voor administratie en bestraffing, kan er op aarde, dankzij de disciplinering van de gelovigen, een centrale staat ontstaan waarbij iedereen zich zich min of meer vrijwillig aan de ene heerser onderwerpt. Zo moet het immers zijn. Zo beneden, zo ook boven.

Een dergelijke ‘evolutie’ (eerst de God, dan de Staat) is uiteraard gebaseerd op een simpel vooruitgangsgeloof: ooit moet zelfs de domste mens inzien dat er maar één ‘iets’ bestaat dat alles heeft geschapen. Logisch toch? En wat goed dat westerlingen al zó vroeg zó ver waren!

Dit diepe inzicht werd vervolgens door antropologen ook aangetoond. Zij meenden te kunnen vaststellen dat het ontstaan van monotheïsme vooraf gaat aan het ontstaan van een complexe staat. Recent onderzoek, onder leiding van de Nieuw-Zeelandse antropoloog Joseph Watts zet daar nu een aardig vraagteken bij.

Voor de goede orde, de klassieke drie monotheïstische godsdiensten (jodendom, christendom, islam) zijn in deze onbruikbaar studiemateriaal. Deze godsdiensten dateren uit een tijd waarin al sprake was van complexe samenlevingen. Wat het diepere verleden betreft, tasten we in het duister – al mag iedereen Egypte noemen als voorbeeld van een zeer oude complexe eenheidsstaat die toch nog eeuwenlang een immense poppenkast aan goden en godinnen heeft vereerd. Maar één uitzondering bevestigt slechts de regel.

Watts en zijn collega’s (hun artikel verscheen recent in de Proceedings van de Royal Society) keken niet naar het Midden-Oosten maar naar de eilanden in de Indische Oceaan en de Stille Zuidzee. Daar selecteerden ze 96 lokale culturen, van klein tot redelijk groot, waarvan redelijk veel historie bekend was. Zes daarvan hadden een echte ‘moralizing high God’ (MHG, zoals ze Hem noemen) verzonnen; zevenendertig eilandculturen hadden een vager geloof in bovennatuurlijke krachten (die ook heel vervelend kunnen zijn, uiteraard).

Van de 96 hadden er tweeëntwintig een samenleving die complex mocht heten. En alles plussend en minnend, zag Watts dat het geloof in een wetgevende oppergod, die zogenaamd zou vaststellen wat goed en kwaad is, vaak pas ontstond nadat er op het betreffende eiland een cultuur met een zekere complexiteit was ontstaan. De Grote God kwam, politiek gesproken, als mosterd na de maaltijd. Hij stimuleerde de staatsvorming niet; hij kwam eruit voort. De onderdanen waren al bruikbaar materiaal, waren reeds gedrild voor het leven in een complexe staat. Daar was geen straffende oppergod voor nodig.

Waarom komt hij dan toch later om de hoek kijken? Wie cynisch is, mag concluderen dat die MHG’s verzonnen worden door machthebbers om de massa nog wat extra te intimideren. Wie romantisch is ingesteld, gelooft dat zelfs de domste mens op een gegeven moment inziet dat er ‘iets’ moet zijn. En je wordt er misschien een beetje gelukkiger van, onder een dictator.

  1. 1

    Waarom vind ik met 1 google search “mesopotamia religion’ alleen maar resultaten die spreken over Polytheïsme? Als ik andere ‘early states’ google zal het niet veel anders zijn?

    maw Polytheïsme in early states is toch de algemeen geldende kennis?

  2. 2

    Rome was toch ook een polytheïstisch wereldrijk? Of was daar het concept oppergod al ver doorgedrongen? Ik las pas ergens dat de belangrijkheid van de verschillende goden nogal varieerde door het rijk heen.

  3. 4

    @2: De Romeinen hadden (naar Grieks voorbeeld, maar die hadden dat zelf vast ook weer afgekeken) wel een soort oppergod. Niet dat die in totale controle was, maar er was wel een zekere hiërarchie. Verder lieten de Romeinen vaak de plaatselijke religies in stand en/of incorporeerden ze de plaatselijke goden in de verering. Tot ze die nare monotheïsten tegenkwamen in het Midden-Oosten (die beweerden dat er maar één god was en dus alle anderen afgoden waren), waren ze vrij tolerant (inclusief hun goden, die blijkbaar inschoven voor “veroverde” goden).

    @0: Er kan ook sprake zijn geweest van een parallelle ontwikkeling met wisselwerking, waarbij een zekere logica te bespeuren is in het ontstaan van monarchieën, gepaard gaande met de ontwikkeling van monotheïsme (of op zijn minst een pantheon met daarbinnen ook een koning der goden). De acceptatie van het ene concept vergemakkelijkt de acceptatie van het andere. Het is daarbij niet zo makkelijk om oorzaak en gevolg van elkaar te scheiden, al ligt het in bijna elke situatie voor de hand dat monarch(ist)en een ontwikkeling richting monotheïsme zullen hebben gestimuleerd, ter zelflegitimatie.

  4. 5

    Hoe kan iemand onder de titel post-atheïst – goden zijn geschiedenis – zo geobsedeerd bezig zijn met de wisselwerking tussen god en staat.

    Er bestaan geen post-atheïsten.

  5. 6

    Ik behoor tot de “sekte van gelukkig ongelovigen”, niet gestoord door verhaaltjes van van mensen in toga’s of andere religiejurken e.d., die proberen mijn welzijn te bederven, met rare riten enzovoort. ;-)

  6. 7

    @0: “Maar één uitzondering bevestigt slechts de regel.”
    Neen, een uitzonder ontkracht een regel; per definitie en glashelder. De uitspraak is taalkundig correct, maar blijft voor de logisch denker feitelijk gelul dat door mensen wordt aangegrepen om uitzonderingen niet hoeven te weerleggen.

    @4: Zoiets al de ‘omarming’ van het christendom door keizer Constantinus. Een poging om het rijk bijeen te houden.

    @6: Hou jij ook zo lekker veel vrije tijd over?

  7. 9

    Het is uit mijn #4 misschien niet duidelijk naar voren gekomen, maar het nuanceverschil met #0 zit hem in monarchie. Een staat en/of complexe samenleving is weliswaar noodzakelijk voor het bestaan van een monarchie, maar zowel de Romeinen als de Grieken hebben al vroeg aangetoond dat ze ook hele complexe samenlevingen en staten konden ontwikkelen onder een oligarchie. Misschien is het een toevallige samenhang, maar in beide gevallen ging dat samen met polytheïsme, waar zoals #7 aangeeft in het Romeinse rijk niet helemaal toevallig een overgang plaats had naar één staatsgodsdienst en wel een monotheïsme, nádat het rijk veranderd was in een monarchie.