Post-atheïst | Erfzonde

COLUMN - Joden zijn rare mensen: één zevende deel van hun leven verdommen ze het stelselmatig om te werken en de rest van hun tijd spenderen ze het liefst afgezonderd van de wereld. Iemand zou die lieden eens mores moeten leren. Dat is vanzelfsprekend geen oproep tot geweld – zo lossen wij de dingen niet op in Alexandrië. Maar het vormt wel een maatschappelijk knelpunt als groepen mensen onvoldoende participeren in de samenleving. En dat probleem moet worden opgelost.

Het bovenstaande zou zomaar de mening van een weldenkend mens kunnen zijn geweest aan de vooravond van de oudst bekende pogrom, in het jaar Onzes Heren 38. Jodenhaat is dus geen christelijke uitvinding. Dat christendom importeerde reeds bestaande ideeën over Joden dankzij het besluit ook niet-Joden tot de eigen religieuze club toe te laten. Maar christenen konden lastig het bezwaar handhaven dat Joden een zevende deel van hun leven niets uitvoerden. Dat deden ze immers zelf ook. Gelukkig waren er andere argumenten voorhanden: ze hadden de Zoon Gods gekruisigd en daarvoor werd met enige regelmaat wraak genomen op de nazaten van de daders.

Wie de verslagen van die kruisiging echter goed doorleest, komt er al snel achter dat de daders Romeinen waren. In het begin van de dertiende eeuw speelt het verwijt van de godsmoordenaars dan ook lang zo’n grote rol niet meer. In plaats daarvan is de Talmoed gekomen: een boek dat bol stond van de beledigingen aan het adres van Christus, de Moeder Gods en christenen. Aan dergelijke moedwillige pogingen om het geloof van een bevolkingsgroep belachelijk te maken moest nodig wat gedaan worden. De Talmoedverbrandingen van 1242 in Frankrijk waren er een exponent van.

Enkele decennia later hadden christelijke geestelijken wat meer kennis genomen van de inhoud van de Talmoed en bleek dat het met die beledigingen nogal meeviel. Dus werd het perspectief enigszins gewijzigd. Nu gold de Talmoed als een bron die bevestigde dat Christus de Messias was en moesten die halsstarrige Joden er ook maar eens aan geloven. Hoe onzinnig deze bewering ook was: hij schijnt nog enig effect gehad te hebben in de vorm van min of meer vrijwillige bekeringen.

Waar de discussies over de Talmoed vooral voor geleerden waren, bediende het gezonde volksgevoel zich vanaf de twaalfde eeuw van het fabeltje dat joden kinderbloed nodig hadden voor het maken van matses met Pesach. En hoewel dat verhaal tot op de huidige dag nog af en toe kan worden beluisterd, bleek ook dat uiteindelijk onhoudbaar.

Toen werd Jodenhaat het voorwerp van funderingsherstel: ideeën over Joden als ras werden gekoppeld aan nieuwe ideeën zoals Darwins survival of the fittest. Iemand schonk ons de Protocollen van de Wijzen van Zion, waarin een wereldwijde Joodse samenzwering werd verondersteld. De renovatie was zo grondig dat sommigen een onderscheid in Jodenhaat zijn gaan maken tussen religieus geformuleerd anti-judaïsme en raciaal beargumenteerd antisemitisme.

Voor we het wisten waren daar de Nazi’s met hun Endlösung. En nog is Jodenhaat niet verdwenen. Tegenwoordig zijn het de lieden die het gedrag van de staat Israël gelijkstellen aan het karakter van de Jood, die ervoor zorgen dat het fenomeen nog steeds vrolijk voortleeft. Jodenhaat heeft het eeuwige leven, het lijkt te bestaan omdat het wil bestaan. Maar Jodenhaat op zich bestaat niet. Jodenhaat zijn mensen. Mensen wier redenen maar blijven wijzigen, terwijl hun ideeën constant blijven. Mensen die zich generaties lang actief blijven inzetten, niet zozeer om hun vooroordelen in de lucht te houden, als wel om de wereld om hen heen en hun eigen gedachtegoed niet onder ogen te hoeven zien.

Daar is een woord voor: erfzonde. Geen beter bewijs voor het bestaan ervan dan Jodenhaat.

Jona Lendering is op reis. Richard Kroes vervangt hem tijdelijk.

  1. 2

    @1

    Het was raar in de oudheid: sommige maatschappijen hadden geen vastgestelde rustdagen of minder (in Egypte bv. 1 dag per 10 dagen) en dan nog deden de Joden dus echt helemaal niets op hun rustdag, terwijl andere volken nog wel wat huishoudelijke dingen deden.

  2. 3

    Het argument dat de Joden godsmoordenaars waren, kwam door de scene bij Pontius Pilatus, die zijn handen in onschuld waste, terwijl het Joodse volk de dood van Jezus eiste.

    Ik heb nooit begrepen waarom de Joden eerst wegliepen met Jezus (volgens de bijbel was hij razend populair) en vervolgens zomaar ineens massaal zijn dood eisten.

    De reden begreep ik later: dat is ook helemaal niet zo gebeurd. Het pleintje voor het paleis van Pontius Pilatus was klein, er konden hooguit een man of 30 in. En dat waren natuurlijk collaborateurs, die in Jezus een bedreiging voor hun positie zagen.

    Dus de hele idee dat “de Joden” Jezus verraden hadden (op zich al bespottelijk dat je daarvoor generaties later nog mensen verantwoordelijk kan stellen), klopt dus historisch gezien voor geen meter.

  3. 4

    @2: Het rare tussen 1 per 10 dagen of 1 per 7 dagen ontgaat mij.

    Belangrijker is dat godsdienstigen anderen belemmeren in hun mogelijke bezigheden op hun rustdag. Die opdringerigheid als ze de macht (meerderheid) hebben, heeft in christelijke gebieden ook lang stand gehouden en speelt nu nog bij zondagsluiting.
    Voor mij is scheiding van kerk en staat de ander vrijlaten in hun zondagsbesteding.

  4. 6

    2 Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had.
    2 Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.
    3 God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.
    3 En God heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.
    4 Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde. Zo ontstonden ze, zo werden ze geschapen.