Post-atheïst | Bijbelse musea

ACHTERGROND - Ten zuidoosten van Nijmegen ligt Museumpark Orientalis, dat ooit bekend heeft gestaan als de Heilig Land-stichting en het Bijbels Openluchtmuseum. Het was ooit, een eeuw geleden, bedoeld om mensen die geen reis naar Palestina konden maken, een idee te geven van de wereld waarin Jezus had geleefd. De bedenkers hadden eerst het Ottomaanse Rijk bezocht – twee van hen overleden tijdens de expeditie – en hadden daar alles wat ze zagen zeer zorgvuldig gedocumenteerd, om het vervolgens in het Rijk van Nijmegen voor een tweede keer te bouwen.

Het resultaat kan alleen worden getypeerd als een museaal hoogstandje: in een tijd waarin openluchtmusea nauwelijks bestonden en niemand zelfs maar had gehoord van living history, werd een standaard gezet. Niet zonder reden zijn verschillende gebouwen op de monumentenlijst geplaatst, wat niet wil zeggen dat er sindsdien geen nieuwe reconstructies bij zijn gekomen, die al net zo verantwoord zijn als de oorspronkelijke. Wie het park nu bezoekt, krijgt niet alleen een beeld van de wereld waarin de monotheïstische religies zijn ontstaan, maar ook van een uniek museaal experiment.

Echt druk is het er zelden. Ik vermoed dat het is omdat Nederlanders niet graag meer worden geconfronteerd met religie. Het christendom heeft in de twintigste eeuw zijn hand overspeeld en de islam is geen welkome gast. Dan kan een museum nog zo verantwoord zijn en in een nog zo mooi park liggen, het zal weinig bezoekers trekken, al is er voor de shows van Romeinse re-enactors gelukkig wel publiek. Het lijkt me dat het park meer toekomst heeft als het zich meer presenteert als een historisch, archeologisch park, als een soort oriëntaalse tegenhanger van Archeon.

In Nederland hebben we dus een goed museum dat weinig bezoek trekt. In Washington dreigt het omgekeerde te gaan gebeuren. De schatrijke familie Green heeft besloten dat er in de Amerikaanse hoofdstad een bijbels museum moet komen en heeft een enorm vermogen uitgegeven om een collectie aan te leggen. In 2017 gaan de deuren open en aan de collectie zal het niet liggen: in enkele jaren tijd zijn er niet minder dan 40.000 voorwerpen aangekocht. Gek genoeg is dat niemand echt opgevallen: de collectie was er zomaar ineens.

En dat is het eerste problemen. Dit kan dus helemaal niet. De markt in oudheden is namelijk niet zo heel groot en het is ronduit onmogelijk zomaar ineens 40.000 voorwerpen aan te kopen. Zoiets kan alleen op de zwarte markt, die de laatste jaren is overvoerd met materiaal dat afkomstig is uit de depots van geplunderde musea en opgravingen in Egypte. Van ten minste één voorwerp, een papyrusfragment met een Bijbeltekst, staat vast dat het in handen is geweest van een handelaar in illegale oudheden. Voorzichtig gezegd zit er een luchtje aan deze collectie – u leest er hier meer over.

De verdachte collectie is echter nog maar het minste probleem. Van de eerste directeur, Scott Carroll, bestaat een filmpje waarin hij toont hoe je uit een papier-maché mummiemasker oude papyri kunt losmaken. Vol trots vertelt hij dat hij zo een fragment van het Marcusevangelie heeft gevonden dat dateert van minder dan een kwart eeuw nadat deze tekst is geschreven. Dit is om drie redenen extreem onprofessioneel: in de eerste plaats omdat er in de musea genoeg ongepubliceerde papyri liggen om überhaupt niets te hoeven vernietigen, in de tweede plaats omdat het mogelijk is papyri zó te verwijderen dat je het gipslaagje intact kunt laten waarop het masker is geschilderd, en in de derde plaats omdat er geen mummiemaskers van papier-maché bekend waren uit de late eerste eeuw. Carroll vernietigde dus unieke egyptologische data.

Hij is inmiddels vervangen, maar het illustreert het extreme amateurisme waarmee de familie-Green aan het project is begonnen. Inmiddels is er een nieuwe directeur, David Trobisch, die wél van de wetenschappelijke hoed en rand weet. De officiële missie van het museum is aangepast: het doel is niet langer “het levende Woord van God uit te dragen” en “vertrouwen te geven in het absolute gezag en de betrouwbaarheid van de Bijbel”. Het nieuwe doel is mensen uit te nodigen de Bijbel te verkennen.

Tja. Dan moet je mensen dus tonen hoe je een tekst uitlegt, hoe je een antieke taaluiting zó contextualiseert dat de eigenlijke boodschap wordt losgeweekt uit de antieke vormentaal, en kan worden omgezet in een boodschap voor de mensen van nu. Ik zou niet weten hoe je de hermeneutische methode museaal kunt uitleggen. Het lijkt me verstandiger de wereld te tonen waarin de Bijbel is ontstaan. Zoals gebeurt in Museumpark Orientalis.

  1. 1

    Als local ken ik dit museum vooral van de andere kant: het ligt midden in een prachtig bos en manifesteert zich daar voornamelijk in de vorm van een hek:p Een hek dat ook nog eens de prachtige en zeer interessante http://www.aquaductgroesbeek.nl/ wandelroute onderbreekt. Vroeger, misschien nu ook wel, kon je er ook eten in een Romeins restaurant aan een prachtig meertje midden in het bos. Dat was een absolute aanrader. Met kerstmis is de door de naastgelegen adembenemend mooie Cenakelkerk georganiseerde lampionnenoptocht over het terrein van het museum ook een absolute aanrader, ook als je zoals ik niks met kerken of goden hebt.

    Maargoed, to the point: ietsje verderop ligt het Afrika-museum, ook een verzameling nagebouwde dorpjes gecombineerd met een gewoon museum met relevante prullaria, ook gelegen in de loop van het voormalige Romeinse aquaduct, alwaar men een Afrikaanse paalwoning heeft gebouwd in een waterpartij die deel moet hebben uitgemaakt van het Romeinse aquaduct. Ze zouden die musea gewoon moeten combineren; de religieuze insteek van Orientalis is niet echt een lokkertje terwijl het als antropologisch museum gewoon bestaansrecht heeft.