Polderuitspraak gebrekkig maar gepast

Ayaan Hirsi Ali is in het gelijk gesteld in de rechtszaak die enkele moslims hadden aangespannen vanwege de in hun ogen kwetsende uitlatingen van de politica. Op het eerste gezicht lijkt het een prachtige polderuitspraak. Hirsi Ali mocht haar uitspraken over de islam doen en wordt niet verboden een vervolg op Submission te maken. Maar tegelijkertijd waarschuwt de rechter dat Hirsi Ali met het gebruik van de woorden “pedofiel” en “pervers” in verband met het verhaal van het huwelijk tussen de profeet Mohammed en het negenjarige meisje Aisha de grenzen van het toelaatbare heeft opgezocht. Als zij deze woorden vaker zal gebruiken, is het volgens de rechter nog maar de vraag of binnen deze grenzen wordt gebleven.

Ten grondslag aan deze tik op de vingers van het VVD-kamerlid ligt de volgende overweging:

“De term “pedofiel” is ongelukkig gekozen nu dit minst genomen een patroon vereist, terwijl het in het verhaal gaat om een eenmalige gebeurtenis. Bovendien wordt door gebruik van dit woord met zijn huidige connotatie een situatie van eeuwen geleden beoordeeld.”

Deze redenering komt mij nogal gebrekkig over omdat Hirsi Ali zelf al expliciet heeft aangegeven dat zij de profeet naar Westerse maatstaven heeft beoordeeld. Zij brengt deze nuance dus al op voorhand aan. Daarbij vraag ik me af of de rechter er verstandig aan doet pedofielologische deskundigheid te etaleren over een “patroon” dat vereist zou zijn. Als iemand zich één keer aan een minderjarig meisje vergrijpt, dan ligt de benaming “pedofiel” voor de hand. Daarmee zeg ik overigens niet dat er niets kan worden aangemerkt op het gebruik van dit predikaat voor de profeet Mohammed. Maar steekhoudender zou een rechterlijke redenering zijn die dieper ingaat op de zeer negatieve lading van het begrip en daarom tot een grotere terughoudendheid bij historische vergelijkingen zou moeten leiden. Of een uiteenzetting dat het misbruik dat pedofilie impliceert heel wat anders is dan een sprookjeshuwelijk in de woestijn.

Nog discutabeler dan deze gebrekkige beoordeling is de juridische meetlat waarlangs de rechter vervolgens eventueel toekomstig herhaald gebruik van de krachttermen legt: “Hoewel gedaagde heeft aangevoerd dat het gebruik van deze termen precies illustreert dat de Koran géén praktische handleiding is voor het dagelijkse leven, wordt geoordeeld dat zij deze zienswijze ook op andere (doeltreffender) wijze en met betere bewoordingen kan illustreren.” Het wordt wel een erg zware last op de vrijheid van meningsuiting als telkens achteraf kan worden bekenen of het toch niet wat anders en subtieler gezegd had kunnen worden. Deze opvatting lijkt mij ook nogal op gespannen voet te staan met de algemeen aanvaarde opvatting dat de vrijheid van meningsuiting er ook is voor opvattingen die ‘shock, offend and disturb’. Daarbij komt nog dat volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een mening die beoogt bij te dragen aan het publieke debat extra bescherming verdient. Hirsi Ali moet binnen die kaders dus ook kunnen handelen naar haar overtuiging dat de modernisering van de islam niet door nuance gerealiseerd zal worden. Ik denk dan ook dat de advocaat van de moslims, Robbert Moskowicz (het zwarte schaap van de familie), niet veel kans zal maken in het hoger beroep dat hij schijnbaar gaat aantekenen. Het Gerechtshof zal vast het oordeel op dit vlak wat verbeteren en zou wat mij betreft daarmee de tik op de vingers moeten afzwakken.

Alle kritiek ten spijt, overweegt bij mij toch een positief gevoel over de uitspraak. Sowieso al omdat de gang naar de rechter de wijze is waarop hoogoplopende geschillen op een rechtstatelijke wijze worden beslecht. Maar inhoudelijk komt het vonnis, of in elk geval de gedachte daarachter, mij toch wel verstandig voor. De moslims krijgen weliswaar ongelijk, maar tevens wordt expliciet aangegeven dat Hirsi Ali wel degelijk bepaalde grenzen in acht moet nemen bij haar bejegening van moslims. Het siert de rechter eigenlijk wel dat hij daarbij geen Westerse verlichtingsveeg uit de pan geeft, maar voorzichtig opmerkt dat de meningsuiting ook ruimte biedt aan meningen die “hinderlijk” zijn voor bepaalde groepen in de samenleving. Zolang het wat fermere principe niet verlaten wordt, kan het geen kwaad dat deze overwinning van vrije woord tevens doet realiseren dat het kiezen van kwalificaties in het maatschappelijk debat niet zonder verantwoordelijkheid is.

  1. 1

    Het is inderdaad verstandig dat de rechter de klagende moslims -hoe verleidelijk ook- geen verlichtingsveeg heeft gegeven.
    “De zaak bij elkaar houden”: een rode draad in de geschiedenis van vooruitgang, voorspoed en vrede.

  2. 2

    Dus als ik het goed begrijp is het trouwen met een 9-jarige hier de eenmalige gebeurtenis waar de rechter naar verwijst. Wat er na de huwelijksvoltrekking is gebeurd geldt niet als pedofilie?
    Maar goed, ik moet volgens onze grote roerganger wat minder zuur naar het leven kijken: wat fijn dat er ook moslims zijn die naar de rechter stappen!
    :-)

  3. 5

    @JJ: scherp. Maar ik weet eigenlijk niet zeker wat er gebeurd is na het huwelijk. Daarvoor ken ik de Koran niet goed genoeg (nl. niet. Als er overigens al iets daarover in zou staan. Maar twijfelen aan het libido van de profeet is misschien ook weer enigzins beledigend…).

  4. 6

    Hoewel op zich geen uitsluitend slechte uitspraak, is het toch alarmerend te zien hoe een rechter meent zich op het semantisch vlak te moeten begeven. Een eenvoudige domeinnaam (vandale.nl) volstaat al om de gangbare betekenis van een woord te kunnen achterhalen.

    —-
    pe

  5. 7

    @ JJ&Mark. Koran zegt niets over Mohammeds priveleven, daar zijn (gelukkig) wel andere boeken van (Sira, Hadith-verzameling e.a). Daaruit komt volgende beeld naar voren: M trouwde met Aisja toen ze negen was, maar wachtte daarna (keurig) tot ze volwassen (12) was.