Pleidooi voor het aardse rechtvaardigheidsdenken

OPINIE - In de academische filosofie geldt: hoe abstracter en theoretischer de analyse, hoe hoger het aanzien van de filosoof. Hoogleraar Ingrid Robeyns pleit voor een meer aardse filosofie. Om te beginnen: het huidige bevallingsverlof is onrechtvaardig naar vaders en paternalistisch naar moeders.

Rechtvaardigheid is zonder meer één van de kernwaarden van elke democratische samenleving. In de ethiek en politieke filosofie heeft het rechtvaardigheidsdenken een grote vlucht genomen nadat in 1971 John Rawls zijn boek A Theory of Justice publiceerde. Maar een van de grote discussiepunten is de vraag in hoeverre deze filosofie in staat is bij te dragen aan het analyseren van concrete onrechtvaardigheden in onze wereld.

Er zijn verschillende redenen die aan die zorg ten gronde liggen. PTen eerste ontwikkelt de Rawlsiaanse rechtvaardigheidsfilosofie meestal analyses van de perfect rechtvaardige samenleving – een utopie dus.

Ten tweede worden in de rechtvaardigheidsfilosofie veelvuldig gebruik gemaakt van gedachtenexperimenten, hypothetische situaties, en wat dies meer zij. Dat roept de vraag op of die methodes en denkconstructen ons echt inzicht geven in de bestaande wereld.

En ten slotte worden vaak vereenvoudigende aannames gemaakt om het analytisch kader beheersbaar te houden – het equivalent van modellen in de sociale wetenschappen. Bijvoorbeeld: in rechtvaardigheidsmodellen wordt verondersteld dat mensen niet bevooroordeeld zijn (bijvoorbeeld racistisch of seksistisch), en hun preferenties ‘authentiek’ zijn (niet beïnvloed door hun sociale klasse). Dat is natuurlijk een naïeve en onrealistische aanname, die vragen oproept over hoe zo’n model vertaald kan worden naar de praktijk.

Wetgeving rond bevallingsverlof is onrechtvaardig

Een groeiende groep filosofen werkt daarom aan een ander paradigma, wat we (bij gebrek aan een beter woord) het ‘aardse rechtvaardigheidsdenken’ zouden kunnen noemen. Deze manier van denken heeft primair tot doel concrete problemen van onrechtvaardigheid te analyseren en daartoe oplossingen aan te dragen, ook al kan dat soms impliceren dat methodologisch onderzoek of meer abstract analyses nodig zijn als onderbouwing. Bovendien is de methode van het aardse rechtvaardigheidsdenken anders.

Het is weliswaar nog steeds een academische en analytische discipline – dus abstract, diepgaand en gedetailleerd waar nodig. Maar het geeft vooral prioriteit aan concrete vraagstukken met betrekking tot rechtvaardigheid, in plaats van filosofische analyses die voornamelijk filosofen interesseren en bezig houden. Geen l’art pour l’art  dus. Deze tak van de filosofie is niet helemaal nieuw (en het leunt ook dicht aan tegen de toegepaste ethiek), maar heeft wel recent een impuls gekregen. Een belangrijke invloed is Amartya Sen die zich met zijn boek The Idea of Justice sterk heeft gekeerd tegen de modelmatige, geïdealiseerde zoektocht naar de rechtvaardige utopie.

Hoe ziet zo’n aardse rechtvaardigheidsdenken er in de praktijk uit? Een voorbeeld van eigen bodem is de analyse van de Nederlandse praktijk rond verlof na de geboorte van een kind. Een uitgebreide analyse valt buiten de ruimte van dit artikel, maar de essentie kan in een paar zinnen worden samengevat. Vrouwen hebben recht op zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof, waarvan er naar keuze vier tot zes weken voor de uitgerekende datum zijn op te nemen, en de overige na de bevalling. Vaders en meemoeders krijgen in Nederland twee dagen betaald verlof. De zestien weken die momenteel aan vrouwen toegekend worden, bestaan voor vier  tot zes weken uit zwangerschapsverlof. Dus blijven er nog tien tot twaalf weken over na de geboorte. Een vrouw echter heeft gemiddeld zes tot acht weken nodig heeft om fysiek te herstellen van de bevalling. Stel dat een vrouw vier weken voor de bevalling neemt, en acht weken nodig heeft voor fysiek herstel na de bevalling. Dat is samen twaalf weken. Onder deze (realistische) aannames zijn er vier weken bevallingsverlof die niet kunnen worden toegeschreven aan de medische noodzaak voor de vrouw om te herstellen na de bevalling: dat is geen bevallingsverlof maar  geboorteverlof dat exclusief aan moeders wordt toegekend. Omdat vaders en meemoeders maar twee dagen geboorteverlof krijgen, is de huidige wetgeving onrechtvaardig naar hen toe: zij zouden ook vier weken moeten krijgen.

Maar er is nog een tweede onrechtvaardigheid, die minder zichtbaar is. Moeders krijgen dit betaald verlof als een gunst, maar tevens als een paternalistische verplichting; zij (en niet de vader) moeten zorgen voor de baby. Er is niemand die hen bijvoorbeeld vraagt of ze de vier weken geboorteverlof met hun partner willen delen. De impliciete standaardpositie is dat moeders nog minstens vier weken fulltime zorgen nadat ze zelf hersteld zijn van de bevalling. Rechtvaardigheid vereist daarom dat dit geboorteverlof tussen mannen en vrouwen gelijk wordt getrokken (onderscheiden van het zwangerschaps- en bevallingsverlof). Een rechtvaardig overheidsbeleid dat onze allerzwakste medeburgers – baby’s die niet voor zichzelf kunnen opkomen – beschermt, zou bovendien dat verlof uitbreiden, voor beide ouders.

Filosofische en politieke heroriëntatie gewenst 

Dit soort rechtvaardigheidsanalyses zouden op heel veel zichtbare en minder zichtbare sociale praktijken en instituties kunnen toegepast worden. Maar ondanks dat het mij evident lijkt dat dit zowel intellectueel uitdagend en interessant is als maatschappelijk zeer relevant, is er een aantal belangrijke hindernissen – zowel in de academische wereld als ook in de (beleids)praktijk.

In de academische filosofie geldt dat hoe abstracter, theoretischer en algemener, hoe belangrijker of ‘filosofischer’ de analyse, hoe belangwekkender het onderzoek en hoe hoger het aanzien van de filosoof. Vele filosofen zijn sterk aangetrokken tot abstracte filosofische discussies. Bovendien vergt aards rechtvaardigheidsdenken ook vaardigheden in empirische wetenschappen, die niet alle filosofen bezitten. Interdisciplinariteit zou een uitkomst kunnen bieden, maar is in de praktijk nog moeilijk te organiseren.

In de praktijk zien we dat veel onrechtvaardigheden jarenlang gewoon blijven bestaan. Daarvoor zijn een aantal mogelijke redenen te geven. Zo blijkt pad-afhankelijkheid een grote invloed te hebben op welke veranderingen er mogelijk zijn. Ook al is het evident dat een bepaalde praktijk onrechtvaardig is, dan nog is de kans groot dat er niets verandert, omdat elk veranderingsproces stroperig en traag is. Bovendien weten we uit de Public Choice-literatuur dat politici en beleidsmakers vaak helemaal niet door waarden of idealen gedreven worden, maar door eigenbelang of de belangen van hun achterban. Een derde probleem is dat er weinig aan expliciete waarde-analyse wordt gedaan: de normativiteit van bestaand beleid en instituties wordt vaak niet  doorzien en erkend. Bovendien gaan beleidsmakers ervan uit dat ze voor het doorgronden van de normatieve dimensies van beleid getrainde waarden-analysten nodig hebben (de bio-ethiek is een interessante uitzondering).

Mijn stelling is dan ook dat er heel erg veel winst te halen valt voor beide partijen. Filosofen zouden er goed aan doen om hun energie te heroriënteren naar dit soort analyses, en moeten zich meer inspannen om aan een breder publiek (inclusief beleidsmakers) helder te maken hoe hun analyse een verschil kan maken.

Beleidsmakers zouden op hun beurt deze analyses serieus moeten nemen, en samen met politici meer moeten opkomen voor publieke waarden. Indien we een cynische analyse van de drijfveren van de overheid onderschrijven is dat misschien geen realistische verwachting, maar dan verschuift de taak naar de groepen uit het maatschappelijke middenveld die ijveren voor meer rechtvaardigheid in de samenleving. In alle gevallen is er voor alle partijen genoeg werk aan de winkel.

  1. 1

    Wat een enorm lange inleiding (en dito “outtro”) voor een eenvoudig pleidooi, namelijk toepassing van het gelijkheidsbeginsel.

  2. 2

    Het spijt mij, en ik heb het geprobeerd, maar bij het lezen van het verhaal van ‘Pleidooi’ enz. kon ik de gedachte aan Andersens ‘De nieuwe kleren van de keizer’ maar niet uit mijn hoofd bannen.

  3. 3

    tsja.. de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen levert vaak eindeloze discussies op..

    ten eerste: ik denk dat het begrip ” justice” van rawls beter te vertalen is met “gerechtigheid”

    Mijn mening: de gelijkheid, maar ook de vrijheid van deelnemers is noodzakelijk om tot bevredigende uitkomsten te komen.

    Dat is in het gegeven voorbeeld niet het geval: de man stort zijn zaad en is vrij om te gaan en staan waar hij wil. De vrouw is op het moment van bevruchting haar vrijheid kwijt..

    Elke poging om dit soort vraagstukken onder 1 noemer te brengen en te vereenvoudigen tot een nominale rekensom is volgens mij dan ook gedoemd te mislukken..

  4. 6

    Als iemand aantoont dat het rechtvaardigheidsdenken in het westen nauwelijks bestaat, is dat Edward W. Said.

    Edward W. Said, ‘Orientalism, Western conceptions of the Orient’, 1978, 1991, London

    Edward W. Said, ‘Culture and imperialism’, 1993, London

  5. 7

    Laten we ook vooral niet de beleidsomgeving/ het wettelijk kader met ‘de praktijk’ verwarren. De praktijk is hoe het echt gaat, lijkt me. Dat is iets anders dat de afspraken die we vooraf maken. De praktijk is ook sterk afhankelijk van de flexibiliteit en medemenselijkheid van de werkgever.

    en dan: acht weken voor fysiek herstel……hahaha. I mean reaaaally. Denk eerder in termen van acht maanden.
    Los daarvan is twee dagen verlof voor een vader natuurlijk vreselijk weinig. een dag voord e geboorte en een dag beschuitjes smeren.

    Dan dit: en brandt me af als dat nodig is. Als er nou een vlak is waarop het overduidelijk is dat mannen en vrouwen totaal niet gelijk zijn, is dat wel zwangerschap en geboorte.