Perspectieven

COLUMN - De bomen spiegelden zich in het gebroken glas, en de wolken kregen er barsten van. Op een hoek van het Auschwitz-monument zette een meneer met zorgvuldige gebaren een waxinelichtje neer en stak het aan. Ik legde mijn bloemen op een andere hoek en maakte een langzaam rondje om de glazen panelen: drie stappen, minuutje stilstaan; drie stappen, minuutje stilstaan. Tussendoor keek ik hoe het perspectief veranderde: hoe het licht na elke drie stappen anders brak, de spiegelingen veranderden, de lucht lichter of donkerder was geworden. Hoe een kras zich hield in de tijd.

Meer mensen kwamen er gedenken. Geen toespraken, geen taptoe, geen protesten; alleen bloemen, een kaarsje en aandacht. Het was de stilste plek van de stad, die avond. Daarom was ik daar.

Ik dacht aan de homoseksuelen die ooit hun plek moesten veroveren bij Dodenherdenking: ook zij waren massaal opgepakt en zo mogelijk vergast, maar ze waren er niet welkom: hun verzoek om officieel een krans te leggen, werd in 1970 afgewezen. Het argument? Het zou niet juist zijn ‘mensen tegenover elkaar op te jagen over de ruggen van de doden’. Twee jongens, Enno den Daas en Ad van Delden, werden dat jaar bij de nationale herdenking op de Dam gearresteerd toen ze alsnog een krans in de vorm van een roze driehoek poogden te leggen. Die arrestaties leverden zoveel commotie op dat de Federatie Studentenwerkgroepen Homoseksualiteit het jaar erna officieel een krans kon leggen.

Daags na Dodenherdenking zat ik aan bij een Vrijheidsmaaltijd. Ik raakte in gesprek met een dame wier moeder in 1914 op Kattenburg was geboren, net te vroeg om zich het Aardappeloproer te heugen. ‘Was zij als Oranje geboren, dan zou ze een uitstekende koningin zijn geweest,’ zei ze, getuigend van een ongeëvenaard democratische inborst.

Met een andere vrouw – jong, zwart, betrokken – raakte ik in gesprek over verzet. Wanneer doe je dat, in opstand komen? Durf je de enige te zijn? Is het verstandiger eerst anderen om je heen te verzamelen? Als je als enige in het geweer komt, ben je dan geen makkelijk mikpunt? Maar als dat niet lukt, en je alleen niet durft: heb je dan de slachtoffers die na jou worden gemaakt, niet in zekere zin op je conto?

Iemand bracht die avond een toost uit en zei dat vrijheid bovenal een werkwoord is: je kon haar niet op een voetstuk hijsen of in een doosje bewaren. Je kunt vrijheid alleen doen: haar nastreven, beleven, doorgeven, koesteren en bevechten.

Daags erna poseerde ik voor de Zondagsschilders: een kleine twintig mensen, van ervaren tot novice, die zich allemaal toelegden op de portretkunst. Ik zat twee uur doodstil en staarde naar een vlek op de pilaar voor me. Als ik lang keek, loste de vlek zich voor mijn ogen op en moest ik eromheen kijken voor ik hem weer kon ontwaren. Na afloop werden de portretten voor me uitgestald: twintig perspectieven op precies hetzelfde, en elk ervan was radicaal anders.

Deze column van Karin Spaink verscheen eerder in Het Parool.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren