Peilingen bevorderen meeloopgedrag

Nederlandse kiezers laten zich wel degelijk beïnvloeden door peilingen, betogen politicologen Tom van der Meer & Armèn Hakhverdian.

Tien weken voor de Tweede-Kamerverkiezingen worden we weer bestookt met zetelpeilingen. Zoals bij elke verkiezing waarschuwen politicologen opnieuw voor mogelijke perverse effecten van opiniepeilingen. Zo zouden kiezers  bijvoorbeeld de neiging hebben om op partijen te stemmen die het goed doen in de peilingen. Tot nu toe was er geen direct bewijs  voor dit zogenaamde bandwagon effect. Bestaand onderzoek bestond vooral uit experimenten onder studenten met verzonnen peilingen. Maar of feitelijke peilingen daadwerkelijke kiezers ook echt beïnvloeden, bleef onduidelijk. Tot nu.

Experiment

Om vast te stellen of  (Nederlandse) kiezers zich laten beïnvloeden door realistische peilingen hebben we  daarom met medewerking van EenVandaag een experiment uitgevoerd onder het EenVandaag Opiniepanel. Ruim 23.000 deelnemers werden half mei automatisch ingedeeld in willekeurige groepen. De deelnemers kregen een uitgebreide vragenlijst voorgelegd, waarbij slechts één vraag per groep verschilde. We stelden alle groepen bloot aan dezelfde feitelijke uitslag van peil.nl van het voorgaande weekend, maar met verschillende begeleidende teksten over de PvdA. Deze tekst varieerde van  positief over de PvdA (‘groei sinds vertrek Cohen’) via neutraal (‘nagenoeg onveranderd sinds vorige week’) tot negatief (‘verlies sinds 2010’). Eén groep kreeg alleen de droge peilingsuitslag te zien zonder enige tekstuele duiding en een laatste groep kreeg in het geheel geen peilingsuitslag te lezen. Uiteindelijk stelden we in alle groepen dezelfde slotvraag: hun stemintentie.

De uitkomsten van het onderzoek wijzen op een bandwagon effect, maar niet zoals we die ons vaak voorstellen. De droge uitkomst van de peiling beïnvloedt de kiezers geenszins: ongeacht het zien van een peiling steunde 15,2% de PvdA. Een neutrale duiding heeft nauwelijks invloed. Maar  op basis van precies diezelfde peiling met een positieve duiding, kreeg de PvdA liefst 17,1% van de stemmen. Blootstelling aan peilingen an sich heeft geen consequentie voor stemgedrag; het is de interpretatie daaromheen die het verschil maakt. Meelopersgedrag dus.

Dit bandwagon effect is statistisch zwak (nipt significant), maar in maatschappelijk opzicht fors: een enkele peiling leidde al tot drie extra Kamerzetels voor de PvdA. Met die extra zetels zou de PvdA in 2010 het voortouw hebben bij de regeringsformatie, niet de VVD. Ook in 2006 was de PvdA met die drie zetels erbij groter geweest dan het CDA.

We benadrukken dat dit verschil van 3 zetels een zeer conservatieve schatting van het bandwagon effect is. Ten eerste ontvangen kiezers over het algemeen informatie over peilingen over een langere periode en via verschillende kanalen. Het effect dat wij hebben gevonden werkt dus ‘in de echte wereld’ hoogstwaarschijnlijk op cumulatieve wijze. Daarnaast werkt het EenVandaag Opiniepanel met zelf-aanmelding, waardoor de kiezers in dit panel op een aantal cruciale punten (opleiding, politieke interesse, etc.) afwijken van de gemiddelde kiezer. Als we ons experiment hadden uitgevoerd onder een meer representatieve steekproef was het effect hoogstwaarschijnlijk groter aangezien doorsnee kiezers minder resistent zijn voor media-effecten dan die van het panel. Bovendien had de daadwerkelijke peiling (van zondag) al enkele dagen via de media doorgewerkt op de attitudes van de deelnemers van het EenVandaag Opiniepanel. Het effect was dus al deels verdisconteerd.

Opiniepeilingen creëren de werkelijkheid die ze willen rapporteren

Nederlandse kiezers vertonen dus kuddegedrag: ze stemmen graag op een winnaar. Dit is op zich niet erg. Het is volstrekt legitiem als kiezers hun stem bepalen op basis van trends in opiniepeilingen. Althans, dat is niet beter of slechter dan stemmen op basis van traditie, verkiezingsprogramma’s, Stemwijzers of het kontje van de lijsttrekker. Maar dan moet de berichtgeving over opiniepeilingen wel kloppen.

En daar gaat het consequent fout.

Wekelijks halen opiniepeilers het nieuws door de laatste verschuivingen in hun onderzoek te rapporteren. Bijna al die (twee-)wekelijkse verschuivingen zijn echter betekenisloos en niet-significant. Ze zijn het resultaat van meetonzuiverheid, niet van daadwerkelijke verschuivingen onder het Nederlandse electoraat. Desondanks lezen we in de media over grote winsten en historische dieptepunten van politieke partijen. Want, zo stellen peilers regelmatig, ze beschrijven de uiteindelijke langere trend toch goed? Als het de peilers daadwerkelijk gaat om ontwikkelingen op de langere termijn lijkt het ons volkomen overbodig om wekelijks in persberichten verslag te doen van minimale verschuivinkjes. Presenteer dan alleen (maandelijkse) verschuivingen die ook daadwerkelijk onder de Nederlandse bevolking voorkomen, niet verschuivingen die van week tot week het resultaat zijn van statistische ruis.

Een groter probleem is dat peilers en media die trends deels zelf creëren. Burgers gaan zich ernaar gedragen, waarmee zetelpeilingen  een self-fulfilling prophecy worden.

Lui en ontoelaatbaar

Zo beschouwd hebben de wekelijkse zetelpeilingen inderdaad perverse effecten. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt keihard bij de media. Immers, kiezers worden niet beïnvloed door de peilingen zelf, maar door de vaak onjuiste rapportage daarover. Ook Peter Kanne (TNS-Nipo) en Reinier Heutink (Ipsos Synovate) beklaagden zich daar recent over. En terecht. Zo lazen we deze week van persbureau Novum: ‘De partij van Jolande Sap daalt van vijf naar vier zetels in de peiling van TNS Nipo.’ En het ANP bracht: ‘De VVD heeft twee zetels verloren in de wekelijkse politieke peiling van Maurice de Hond en staat nu op 26 Kamerzetels.’ Die uitspraken zijn boterzacht, maar beïnvloeden kiezers wel degelijk.

Het kan ook anders. In de aanloop naar de Franse presidentsverkiezingen verscheen de ene na de andere peiling over de populariteit van Nicolas Sarkozy en François Hollande. Volgens een peiling van Ifop/Fiducial van 13 maart 2012 kon Sarkozy rekenen op 28.5% tegenover 27% van Hollande; een verschil dat ruim binnen de gangbare foutmarge van 3% valt. Met andere woorden, de steun voor beide heren onder de Franse bevolking is hoogstwaarschijnlijk gelijk. De New York Times berichtte  geheel correct over deze peiling in termen van een ‘virtual dead heat’, ‘neck and neck’, en een ‘horse race’ en repte met geen woord over een voorsprong voor Sarkozy. Drie maal raden waar de Nederlandse media mee op hun websites kwamen aanzetten. Juist, ‘Sarkozy leidt voor het eerst in peiling verkiezingen’.

Media misbruiken de opiniepeilingen. Doordat zij de berichtgeving over zetelpeilingen klakkeloos overnemen, beïnvloeden zij kiezers met misinformatie. Dit moet stoppen. De New York Times heeft ethische richtlijnen rondom het rapporteren van peilingen waarin geopend wordt met: ‘Reporting on polls is no different from reporting on any other information we give readers […] If we get it wrong, we’ve not only misled our readers, but also damaged our credibility.’ Het wordt de hoogste tijd dat Nederlandse journalisten deze richtlijnen gaan toepassen in hun eigen berichtgeving over zetelpeilingen. Goede overzichten van die richtlijnen zijn er te over, zie hier en hier.

Veel inhoudelijke peilingen bieden een waardevolle bijdrage aan de politieke besluitvorming. Zo is  het  kwalitatieve onderzoek interessant naar de motievenwaarom Nederlanders van partij veranderen.  En ook is het nuttig om de stemming in Nederland rondom vraagstukken over Europese integratie, immigratie, pensioenen, volksgezondheid etc. in kaart te brengen. We zijn het dan ook eens met Maurice de Hond dat dergelijke inhoudelijke peilingen een positieve impact op de legitimiteit van politieke besluitvorming kunnen hebben.

Maar het misbruik van zetelpeilingen is een reëel en serieus probleem. Het is gemakzuchtig en ontoelaatbaar. Journalisten kennen de kritiek, maar negeren het massaal. Alleen de NOS geeft met de Peilingwijzer van politicoloog Tom Louwerse het goede voorbeeld. Ook EenVandaag komt binnenkort met een genuanceerde zetelpeiling. Wie volgt?

  1. 3

    En wat gebeurde er met de groep die het negatieve verhaaltje kreeg? Vast geen significant hypothesebevestigend effect, anders was het wel vernoemd.

  2. 4

    @3. Goed punt.
    De groep die een verhaal kreeg dat de PvdA in diezelfde peiling gedaald is (van 30 zetels in de Tweede Kamer naar 20 zetels ‘nu’) week niet significant af van de groepen die geen peiling of slechts een droge peiling had gehad. Dat verschil was zelfs niet substantieel.
    Maar de theorie van de bandwagon effecten gaat daar ook niet over. Die benadrukt dat kiezers eerder stemmen op succesvolle partijen (die het goed doen in de peilingen).
    De andere groepen hebben we juist gemaakt om precies vast te stellen wat de mogelijke invloeden van opiniepeilingen zijn. In principe kan je namelijk directe effecten verwachten van droge opiniepeilingen (als strategisch stemmen), bandwagon effecten (de vermeende groei van een partij in diezelfde peilingen) en media-effecten die theoretisch wat losser staan van de peiling zelf (het positieve of negatieve verhaal over een partij in die peilingen). Zonder die andere (niet-significant verschillende!) groepen hadden we niet kunnen concluderen dat er inderdaad een bandwagon effect is. Juist doordat alleen deze groep significant afwijkt, kunnen we stellen dat kiezers zich laten leiden door succes, nog afgezien van verdere framing door media.

  3. 6

    De term “Stapel-onderzoek” wordt echt veel te makkelijk gebruikt (niet alleen door jou trouwens). Het is nog wel even wat anders als je methodologie en/of je conclusies niet helemaal valide zijn dan dat je je resultaten verzint.

  4. 9

    Als we ons experiment hadden uitgevoerd onder een meer representatieve steekproef was het effect hoogstwaarschijnlijk groter aangezien doorsnee kiezers minder resistent zijn voor media-effecten dan die van het panel.

    Lijkt me op het eerste gezicht niet onaannemelijk, maar is dit ook werkelijk zo? Verantwoording?

  5. 10

    Al sinds ik de Hond hoorde in de Roode Haan op zaterdagmiddag, lang geleden (voorafgaand aan de Veronica top veertig of zoiets) heb ik mijn twijfels. Voor mijn gevoel is de man bezig met manipuleren van zijn voorspellingen om de PvdA aan een of meer extra zeteltjes te helpen.
    Gevoel zei ik.
    Heeft er wel eens iemand statistisch onderzoek gedaan naar zijn voorspellingen vs. de feitelijke uitkomst van verkiezingen?

  6. 11

    Nog nooit heb ik me laten beïnvloeden door peilingen, de criteria voor de verkiezingen zijn: het moet een partij zijn die voor jouw belangen opkomt en de lijsttrekker moet een goed verhaal hebben. Peilingen zijn als reclame op tv, die moet je zo snel mogelijk wegzappen.