Peiling, het sprookje van De Hond en de wolf

mauricedehond
Goh, Maurice de Hond onthulde dit weekend: 14 procent van de Nederlanders wil Neelie Kroes of Job Cohen als premier van ons land. Enkele media tikten het bericht vrolijk over. Ik begin steeds nieuwsgieriger te worden naar zowel de onderzoekstechniek van Maurice de Hond als het stemgedrag van de gemiddelde Nederlander. Cohen en Kroes, momenteel allebei op een post buiten de nationale politiek. Opmerkelijk: ze hebben hun nationale politieke sporen verdiend in een tijdperk dat door velen ongetwijfeld als de periode van de ‘oude politiek’ wordt beschouwd.

PvdA en VVD doen het in diezelfde onderzoeken van De Hond elke week beroerder, maar de prijsdieren Kroes en Cohen zijn de nieuwe leiders van dit land. Niet dat ik er iets tegen zou hebben, integendeel. Maar het lijkt me sterk. Althans, als ik Maurice de Honds eerdere peilingen moet geloven. Als Cohen premier moet worden, betekent dat op z’n minst dat de PvdA meer dan 14 zetels moet krijgen bij de verkiezingen in 2011. En de VVD mag dankzij een semi-iron lady van het volk floreren, maar de partij zou nu amper een poot aan de grond krijgen bij de burger. Toch?

Ik heb het vermoeden dat de resultaten en uitslagen van peilingen weer andere peilingen en uiteindelijk zelfs het resultaat sterk beïnvloeden. Het lijkt er misschien vaak op dat mediagevoelige politici dankzij een handjevol rondgepompte ANP-berichten en een borrelprogramma een volk de kast op jagen, Maurice de Honds aandeel moet niet onderschat worden. Prof.dr. Joop van Holsteyn, hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek aan de Universiteit Leiden, schreef eerder dit jaar in NRC: ‘De deelnemers aan zijn onderzoek – vaste leveranciers van meningen met alle extra problemen van dien – kunnen niet worden gezien als een groep kiesgerechtigden op basis van wie verantwoorde uitspraken over de Nederlanders en het electoraat worden gedaan. Dat is jammer, maar het is niet anders. De Hond mag van week op week melden wat de deelnemers van zijn panel denken en vinden, maar trekt een veel te grote broek aan als hij meent daarmee de opvattingen van alle Nederlanders te verwoorden.’

Ze zijn nog niet eens zo lang in zwang, die peilingen. In de jaren twintig van de vorige eeuw was het woord ‘peiling’ vooral verbonden aan metingen in de scheepvaartindustrie en scheikunde. In 1940 werd de Nederlandse Stichting voor Statistiek (NSS) opgericht en vijf jaar later het onderzoeksbureau NIPO. Website Anno schreef al eens een mooi stukje over de mogelijke invloed van De Hond als peiler: ‘Dertig jaar lang bleven Nederlandse politieke peilingen gebonden aan verkiezingstijd. Maar op 9 oktober 1976 veranderde dat. Ruim acht maanden voor de verkiezingen presenteerde de socioloog Maurice de Hond op de VARA-radio een analyse van Nederlands politieke stemming. De volgende dag noemde De Telegraaf hem een 29-jarige ‘profeet,’ die Nederland met zijn ‘voorspelling’ in rep en roer had gebracht. De Hond zei dat de VVD veel meer steun had dan iedereen dacht. Zelf noemde hij zijn onderzoek een ‘momentopname.’ Bij de verkiezingen van mei 1977 waren de Nederlandse kiezers inderdaad van gedachten veranderd: niet de VVD, maar de PvdA was de winnaar.’

Is De Hond, bewust of onbewust, van grotere invloed op kiezers dan politici zelf? Roept hij niet net wat te vaak dat de wolf in aantocht is? Het enige verschil met het sprookje van Peter en de Wolf, is dat de Nederlandse politieke wolf vele gedaantes kan hebben. Een nieuwe premier, de grootste partij, de geschikte partijleider.

Tot zover de mogelijke invloed van politieke peilingen op politieke peilingen, die bij het bureau van Maurice de Hond sinds 2002 met name via internet worden uitgevoerd.

Dan zijn er ook nog de formuleringen van de vragen in enquêtes. Ik zet geen vraagtekens bij de antwoorden van respondenten in het geval van kwantitatief onderzoek; na al die jaren zal het de wetenschap zijn dienst hebben bewezen. Maar bij precaire kwesties, zoals politieke keuzes van ‘de gemiddelde Nederlander’, ben ik altijd op mijn hoede.

Bregje Holleman, als onderzoekster verbonden aan het Instituut voor Linguïstiek van de Universiteit Utrecht, deed onderzoek naar communicatie in opiniepeilingen en enquêtes. Ze vraagt zich af: ‘Hoe komt het dat allerlei kenmerken van vragenlijstvragen onbedoeld de antwoorden beïnvloeden? Wat doen respondenten precies als ze een vragenlijstvraag beantwoorden? […] Uit allerlei methodologisch onderzoek blijkt dat subtiele formuleringskenmerken van vragenlijstvragen leiden tot grote verschillen in de antwoorden die mensen geven.

Eén van de bekendste, en misschien wel meest extreme, voorbeelden is de verbieden/toelaten asymmetrie. Zo blijkt dat de vraag “Vindt u dat de overheid abortus moet verbieden?” tot heel andere antwoorden leidt dan de vraag “Vindt u dat de overheid abortus moet toelaten?”. Omdat de woorden ‘verbieden’ en ‘toelaten’ elkaars logische tegengestelde zijn, is het verrassend dat respondenten de vragen niet tegengesteld beantwoorden: bij de verbieden-vraag wordt meer ‘nee’ geantwoord, dan er ‘ja’ op de toelaten-vraag wordt gezegd.’

Als de volkse Tante Corry morgen hoort dat de op tv altijd zo heldere Wilders volgens De Hond een half land achter zich heeft, kan Tante Corry denken: dan doe ik ook maar mee. Nu wij weten dat Job Cohen en Neelie Kroes onze gedoodverfde premiers zijn volgens De Hond, beïnvloedt dat Tante Corry net zo hard. Heel mooi, maar Nederland heeft nu eenmaal geen stelsel waarbij je op een premier stemt. En zolang volgens dezelfde peilingen van De Hond zowel het CDA als de PVV de twee grote Nederlandse partijen zijn bij de volgende landelijke verkiezingen, is deze uitslag over Nederlandse premiers nogal ironisch. En eigenlijk gewoon zinloos.

  1. 1

    Het is nostalgie. Na de moord op Pim hebben alle gevestigde partijen hun oude kader bij het vuil gezet en sindsdien is het iedere dag ruzie in Den Haag.

  2. 2

    Helemaal zinloos is het niet. Het onderzoek van De Hond geeft ook aan dat veel SP’ers en vooral ook veel GroenLinksers Job Cohen heel graag als premier zien. Dat lijkt me een voor de PvdA toch wel interessant gegeven. In een gepolariseerde verkiezing (en dat worden de eerstvolgende verkiezingen meer dan ooit) kan dat een reden zijn voor Groenlinks- en SP-stemmers om toch maar voor de PvdA te gaan, om premier Wilders te voorkomen. Bovendien is Cohen iemand die in het gepolariseerde Wilders-geweld juist uitstekend de rustige middenpositie kan innemen.

  3. 3

    Hte is toch niet zo raar? Mensen stemmen op iemand die ze vertrouwen en die een soort gezag uitstraalt. Dat zijn twee eigenschappen die nog niet zo gek zijn voor een premier. Door de enorme media-aandacht voor bijvoorbeeld de amerikaanse presidentverkiezingen zijn mensen ook meer gewend te denken in een persoon als winnaar van een debat, van een verkiezing, meer dan een partij met zetels. Dat effect was er voor Pim Fortuyn ook al. Probleem is dat we in Nederland een beetje dubbel doen. je stemt formeel op personen die zonder last of ruggespraak in de kamer belanden, materieel stem je op partijen. Het is vast ondenkbaar, maar een gekozen premier zou de democratische vernieuwing bij uitstek zijn. En situaties met een PvdA’er of VVD’ster als premier met een kamer waarin hun partijen maar klein zijn is dan volkomen normaal, omdat we nu eenmaal geen twee of drie-partijenstelsel hebben, maar een tien of meer partijen.

  4. 4

    @3 als een premier een eigen mandaat van de kiezer krijgt is hij of zij gelijkwaardig aan de kamer in plaats van zoals nu ondergeschikt. Dat heeft nogal wat staatkundige consequenties. Wat gebeurt er als de kamer een premier die met een overweldigende meerderheid is gekozen naar huis wenst te sturen? Kan dat nog?
    @2 Als ik de peilingen zo zie is het niet de PvdA maar D66 die de anti wilders stem gaat trekken. Er zijn nu drie grote partijen, CDA, PVV en D66 en vier kleintjes, PvdA, VVD, SP en GL.

  5. 6

    @4: ongetwijfeld zijn er consequenties. Het ligt eraan of je vertrouwen hebt in democratie. Als de kamer een premier weg wil sturen, maar de kiezer steunt die premier nog, dan is er wellicht iets mis met die kamer (daar zitten dan bijvoorbeeld te veel baantjesjagers in die de eigen plek willen veiligstellen of clientelisten die hun deelbelangetje willen dienen).
    Maar je hebt een punt, het zal in de praktijk moeilijk werkbaar zijn.

  6. 7

    @4:”Als ik de peilingen zo zie is het niet de PvdA maar D66 die de anti wilders stem gaat trekken.” Ja, nu ja. Daarom zal de PvdA ook wel zoeken naar een manier om dat tij te keren. Daarom zal de PvdA er dus best geinteresseerd in zijn als GroenLinksers en SP’ers zeggen: wij willen Cohen als premier. Als ze verstandig is, nemen ze die gegevens mee. En als ze ze meenemen, dan is het onderzoek dus niet zinloos.

  7. 8

    In de enquette wordt de vraag gesteld wie van de kandidaten zou u het liefst als premier willen zien. En dan een lijstje. Als De Hond Kroes er niet tussen had gezet, dan had je een compleet ander resultaat gehad. De enquette zegt dus niets.