Pastafari

OPINIE - Gedoe bij de Technische Universiteit Delft. Geohydroloog Michael Afanasyev wil zijn proefschrift verdedigen in een piratenpak omdat dit zo hoort volgens zijn religie, de Kerk van het Vliegende Spaghettimonster. De Volkskrant legt het u in detail uit. Afanasyev meent dat als andere gelovigen zich mogen bedienen van de symbolen van hun religie, dat ook geldt voor pastafari’s als hij. De Volkskrant legt uit dat voor pastafari’s piraten

… goddelijke wezens zijn, waarbij ‘het opwarmen van de aarde, aardbevingen, orkanen en andere natuurrampen allemaal directe gevolgen zijn van het afnemende aantal piraten sinds 1800.’ Volgens de aanhangers is dat verhaal niet vreemder dan dat van een man die water in wijn veranderde of een god die de zee in tweeën spleet.

Los van de in Delft actuele vraag of religieuze symbolen gewenst zijn bij een promotieplechtigheid: de geciteerde vergelijking van twee verhalen is vreemd.

De crux is dat communicatie meer is dan alleen de eigenlijke boodschap. Als u begrijpt wat ik hier schrijf, is het omdat u en ik ons bedienen van een verzameling woorden en grammaticale regels die we “Nederlandse taal” plegen te noemen. Daarnaast delen we een culturele context. In het citaat hierboven behoefde niet te worden uitgelegd dat de verandering van water in wijn en de splijting van de zee staan vermeld in de Bijbel.

Wie een verhaal uit de oude wereld wil begrijpen, moet de culturele context kennen. Gelukkig beschikken oudheidkundigen niet alleen over meer teksten dan het te interpreteren verhaal maar ook over het rijke archeologische bodemarchief. Bovendien is, de menselijke natuur zijnde zoals ze is, het aantal interpretatiemogelijkheden eindig. Daarom benutten oudheidkundigen ook parallellen uit andere samenlevingen.

Het oude wereldbeeld stamt uit een tijd waarin het onderscheid tussen “in overeenstemming met de natuurwetten” en “in tegenspraak met de natuurwetten” nog niet bestond. We lezen in de antieke bronnen dus over opvallend precieze orakels en voortekens die al even nauwkeurig zijn. We lezen in Julius Caesars Gallische Oorlog over fabeldieren als de eenhoorn. We lezen over een keizer Vespasianus die de lammen liet lopen en de blinden deed zien en we lezen over de regenmaker van keizer Marcus Aurelius. We lezen over filosofen met het vermogen tot bilocatie. Ik zou bijna de laatantieke anekdote vergeten dat Archimedes met brandspiegels Romeinse schepen in brand stak.

Al die verhalen kunnen volgens ons niet waar zijn maar behoren tot de culturele context van wat antieke schrijvers willen melden. Als de auteur van Exodus wil benadrukken dat het Opperwezen zich in hoogst eigen persoon heeft bemoeid met de ontsnapping van de Hebreeën aan de Egyptische slavernij, en dat de mensen dus vrij waren, dan grijpt hij terug op het soort verhalen dat in zijn tijd werd verteld. Niet omdat die waar waren in onze betekenis van dat woord, maar omdat je in die tijd nu eenmaal zo sprak. Trouwens, het gebruik van mythologische verhalen om onbewijsbare stellingen (“de mens is vrij”) te onderbouwen is ook heel normaal in de Oudheid. Men leze een Plato om te zien hoe deze, wanneer hij zijn aannames moet bediscussiëren, overschakelt op mythologie.

Wat ik maar zeggen wil: elke boodschap veronderstelt een culturele context en die was destijds anders dan tegenwoordig. Hieruit volgt dat je een modern verhaal over de neergang van de piraterij ter verklaring van de aardopwarming niet zomaar mag vergelijken met een verhaal van de oude Babyloniërs, Egyptenaren, Grieken, Romeinen of Joden. De hercontextualisering van de boodschap is één mogelijke definitie van de wetenschappelijke methode die bekendstaat als hermeneuse, die je ook zou kunnen definiëren als de kunst om elkaar goed te begrijpen.

Ik kan uit De Volkskrant niet afleiden of Afanasyev de vergelijking tussen hedendaagse en antieke mythen onderschrijft. Ik hoop van niet, want van een wetenschapper mag je verwachten dat hij herkent dat de twee verhalen niet zomaar vergelijkbaar zijn. Het oude verhaal drukt met de middelen van die tijd iets uit over menselijke vrijheid, het moderne verhaal brengt met de middelen van onze tijd een absurditeit tot uitdrukking. Er mag debat zijn over religieuze symbolen in wetenschappelijke plechtigheden, graag zelfs, maar de vergelijking van appels en peren is te onwetenschappelijk om in die discussie een argument zijn.

  1. 1

    Dan zou je van leer moeten trekken tegen religies waarin die teksten nog met die woorden gebruikt worden zonder de context erbij te vermelden.

    Je zou van wetenschappers trouwens ook verwachten dat ze weten dat er geen opperwezen is.

  2. 2

    Dat Vliegend Spaghettimonster begint als grap inmiddels echt zn langste tijd gehad te hebben, maar als die wetenschapper er blij van wordt een piratenpak te dragen tijdens zn promotie laat m. Niet al te veel aandacht aan besten zou ik zeggen, want daarmee krijgt hij juist wat hij waarschijnlijk wil.

  3. 3

    @2: het is dan ook niet exact als grap bedoeld, maar als luchtig commentaar op de wijze waarop velen omgaan met religie. Elke keer laat het perfect de hypocriete houding van velen zien. De grap heeft z’n langste tijd niet gehad, het is nog steeds erg relevant, wat dit voorbeeld op de TUDelft maar weer eens goed laat zien.

  4. 4

    @1: Niet noodzakelijkerwijs. Einstein was gelovig, Jordan B. Peterson heeft het over Telos, Logos, als clinisch psycholoog. Iets dat voor ons onkenbaar is, is niet per se ondetecteerbaar in het universum.

  5. 5

    @3: Je kunt je afvragen of een promotie daar de aangewezen plaats voor is. Het college heeft aangegeven dat een hoofddoek, een keppeltje en dus ook het dragen van een vergiet wel bespreekbaar is.

  6. 6

    @3: Persoonlijk vind ik het niet heel erg als iemand met een hoofddoek op een pasfoto staat.
    Ernstiger is het als scholen niet de evolutietheorie mogen onderwijzen (dit gebeurt om sommmige plaatsen in de VS) of “intelligent design” moeten presenteren als wetenschappelijk alternatief.

    Of als ambtenaren mogen weigeren om een bepaalde administratieve handeling uit te voeren voor bepaalde inwoners, zoals in Nederland het geval is.

  7. 7

    @4

    Dat Einstein gelovig was (in de klassieke zin) valt ernstig te betwijfelen. In zijn ontdekkingen ‘zag’ hij een aanwijzing voor ‘God’. Maar dan niet de christelijke, joodse of de islamitische God.

    @1 maakt dan ook de fout om van wetenschappers te verwachten dat ze weten dat er geen opperwezen is. De stelling zou moeten zijn: “wetenschappelijk is God niet aan te tonen”.

    En met die stelling kan je ook weer terug naar de bijbelse mythen die Jona Lendering aan haalt. Wetenschappelijk kan je niets met iemand die over water loopt, zeeën die zich open splijten enzovoorts. Je kan met een gerust hart stellen dat de bijbel vol met onzin staat. Daarom noemen we het ook mythen. Feitelijk wil een mythe zeggen; geloof dit niet letterlijk! Hercontextualisering van mythes mag eigenlijk niet aan de orde zijn en indien men het toch doet kan dan mag het niet meer dan een schot voor de boeg zijn. Jona Lendering gaat al te ver door het in een culturele context te willen plaatsen. Daarmee geeft hij ook zijn persoonlijke wijze van ‘kijken’ aan. (wetenschappelijke blik)

    In feite is een mythe een verhaal waarmee de bedenker iets wil aan geven wat de lezer persoonlijk zich dient eigen te maken. Wat Michael Afanasyev allemaal voor heeft met zijn verkleedpartij en ‘mythes’ weet alleen hij zelf. De nuchtere Hollander in mij roept direct ‘onzin’. Als parodie op religie heeft het niet zo veel zin en is het oudbakken. Maar dat is de ‘wetenschappelijke’ manier van ‘kijken’. En daar kom ik terug op Einstein. Volgens hem was er ook een andere manier van ‘kijken’ dan louter wetenschappelijk. Alleen dient de persoon in kwestie dat wel te ‘zien’.

  8. 8

    Ik wist niet dat vrijheid van godsdienstuiting (en de strijd die men hiervoor meent te moeten leveren) nog zo’n hekel punt was in dit land. Heb ik iets gemist? Moet ik mij religieus onderdrukt voelen?

  9. 9

    @7: “@1 maakt dan ook de fout om van wetenschappers te verwachten dat ze weten dat er geen opperwezen is.”

    Het was dan ironisch.

    Ik parafraseer “van een wetenschapper mag je verwachten dat hij herkent dat de twee verhalen niet zomaar vergelijkbaar zijn” uit het stukje, een opmerking die volgens mij volstrekt onhoudbaar is, op het ridicule af. Net zoals je niet van “een” wetenschapper mag verwachten dat hij/zij snapt wat een signaalpad is, wat een BOLD-response en een Gaussiaanse kernel met elkaar te maken hebben, hoe de pomp-stelling bewijst dat een taal niet regulier is, hoe turbulentie in laminaire stromingen optreedt, of wat een zadelpunt is, kun je niet verwachten dat elke wetenschapper de geschiedenis rond religieuze teksten bestudeerd heeft.

    Daarnaast kun je, uitgerekend van religieuze mensen, en dus ook wetenschappers, niet verwachten dat ze een relativerend praatje met halfzachte aanwijzingen gestoeld op een onnoemelijk aantal onbewezen aannames hun religieuze overtuiging in de weg laten zitten. Er zijn, precies zoals je zegt, gelovige wetenschappers en een deel daarvan neemt aan dat Yahweh daadwerkelijk de Joden bij de vlucht uit Egypte geholpen heeft of dat Jezus over water liep.

    Daarmee vervalt Lenderings grond onder de bedekte aanval op Afanasyevs actie, hoe kinderachtig die verder ook is.