Pas op met populisme

ANALYSE - Een halve eeuw nadat een aantal academici het eerste wetenschappelijke boek over populisme schreven, lijkt er nog steeds weinig duidelijkheid te bestaan over wat populisme nu eigenlijk is. Maar onder wetenschappers is een sterkere consensus ontstaan over wat populisme is, schrijft Matthijs Rooduijn op Stuk Rood Vlees.

Precies een halve eeuw geleden was een groep academici druk bezig met het schrijven van het eerste echte wetenschappelijke boek over populisme. De belangrijkste conclusie: er kon geen overeenstemming worden bereikt over wat populisme nu eigenlijk was. Als je vandaag de dag kijkt wat er allemaal over populisme wordt gezegd en geschreven, zou je bijna denken dat er in de afgelopen vijftig jaar nauwelijks iets is verandert: nog steeds lijkt er weinig duidelijkheid te bestaan over wat populisme nu eigenlijk is.

Maar schijn bedriegt. In de afgelopen jaren is er onder wetenschappers een steeds sterkere consensus ontstaan over wat populisme is en hoe we het zouden moeten bestuderen. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen meningsverschillen meer bestaan. Maar het betekent wel dat die meningsverschillen kleiner zijn dan ooit tevoren.

Een “ideationele” definitie van populisme

De meeste onderzoekers zien populisme, kort samengevat, als de boodschap dat het goede volk wordt verraden door een slechte elite die geen flauw idee heeft van wat gewone burgers belangrijk vinden. Sommige wetenschappers omschrijven die boodschap als een “dunne ideologie”, terwijl anderen het over een “discours” of een “stijl” hebben. Maar wat de precieze benaming ook is, deze onderzoekers zijn het met elkaar eens dat het om een inhoudelijke boodschap gaat die het volk tegenover de elite plaatst.

De meeste populistische partijen koppelen deze boodschap aan een “volle” ideologie, zoals bijvoorbeeld het socialisme, het liberalisme of het conservatisme. Populisme kan daarom gezien worden als een soort kameleon die met zo’n beetje iedere mogelijke ideologie gecombineerd kan worden. Een groot voordeel van de gegroeide consensus over hoe populisme te definiëren is dat het steeds eenvoudiger is geworden kennis over populistische partijen te accumuleren en populisten in verschillende landen en met verschillende ideologieën met elkaar te vergelijken.

Verwarring

Maar toch bestaat er nog veel verwarring. Eén van de belangrijkste redenen hiervoor is dat veel mensen populisme associëren met eigenschappen die eigenlijk niets met populisme te maken hebben. De meeste populisten in West-Europa zijn radicaal-rechtse populisten (denk aan bijvoorbeeld Marine Le Pen en Geert Wilders). Deze populisten koppelen hun populistische boodschap aan de exclusionistische boodschap dat hun land bedreigd wordt door “gevaarlijke buitenstaanders” zoals immigranten of mensen met een andere religie, en weten met die formule veel kiezers aan zich te binden. Hierdoor is het onderscheid tussen populisme en exclusionisme steeds meer verwaterd geraakt. Dat is een probleem, omdat populisme, zoals al gezegd, net zo goed kan samengaan met andere ideologieën.

Maar wat een nog groter probleem is: deze verwarring kan zeer ongewenste gevolgen hebben. Laat me een voorbeeld geven. Veel studies laten zien dat mensen die op Europese populistische partijen als de PVV of het Franse Front National (tegenwoordige Rassemblement National) stemmen, gemiddeld lager opgeleid zijn dan mensen die op middenpartijen stemmen. Op het eerste gezicht zou je denken dat je hieruit de conclusie kunt trekken dat er een relatie bestaat tussen opleidingsniveau en populisme. Maar dat klopt niet. Deze studies laten zien dat lager opgeleiden eerder geneigd zijn om op radicaal-rechtse populisten te stemmen (partijen dus die ook exclusionistisch zijn), maar leren ons niets over de correlatie tussen opleiding en stemmen op populisten in het algemeen. Deze bredere categorie van populisten in het algemeen omvat namelijk ook linkse populistische partijen als Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje. Deze partijen zijn niet exclusionistisch en er bestaat ook geen negatief verband tussen opleidingsniveau en het stemmen op deze partijen.

Waarschuwing: wees voorzichtig hoe je de term populisme gebruikt

Onderzoekers en ook journalisten moeten daarom zeer voorzichtig zijn met de termen die ze gebruiken bij het omschrijven van partijen. Een illustratie van hoe ingewikkeld dit is zie je in Figuur 1. Hier staat een overzicht van hedendaagse partijen in Griekenland en Italië die als populistisch, uiterst rechts (far right), uiterst links (far left), Eurosceptisch en/of challenger omschreven kunnen worden. Zie voor definities hieronder.

cc Stuk Rood Vlees Matthijs Rooduijn overzicht populistische partijen

Figuur 1: Een aantal hedendaagse populistische, uiterst rechtse, uiterst linkse, Eurosceptische, en challenger partijen in Italië en Griekenland

De figuur laat zien dat:

  1. Een populistische partij niet Eurosceptisch hoeft te zijn (FI, Forza Italia van Berlusconi), niet uiterst links of rechts (FI en M5S, de Vijfsterrenbeweging), en ook geen challenger (SYR [Syriza], ANEL [Onafhankelijke Grieken] en LN [Lega Nord, tegenwoordig Lega]);
  2. Een Eurosceptische partij niet populistisch hoeft te zijn (KKE [de Griekse Communisten] en de Gouden Dageraad), niet uiterst rechts of links (M5S), en geen challenger partij (SYR, ANEL en LN);
  3. Een uiterst linkse of rechtse partij niet populistisch hoeft te zijn (SEL en KKE als het gaat om uiterst links en de Gouden Dageraad als het gaat om uiterst rechts), niet Eurosceptisch (SEL), en geen challenger (SYR, ANEL, LN);
  4. Een challenger partij niet populistisch (SEL, KKE, Groenen en Gouden Dageraad), Eurosceptisch (SEL en Groenen) of uiterst links of rechts (M5S en Groenen) hoeft te zijn.

Om verwarring – en nog veel belangrijker, het trekken van verkeerde conclusies – te voorkomen, moeten onderzoekers en ook journalisten dus altijd heel voorzichtig zijn met de termen die ze gebruiken. Wat minder “populisme” kan denk ik helemaal geen kwaad.

Dit stuk is gebaseerd op een artikel dat binnenkort verschijnt in de European Journal of Political Research.

Definities:
cc Stuk Rood Vlees Matthijs Rooduijn Tabel Six types of parties

  1. 1

    lijkt er nog steeds weinig duidelijkheid te bestaan over wat populisme nu eigenlijk is

    Ga dan niet vaag speculeren. Geef de naam dan gewoon een beestje.

    Populisme: een politieke ideologie die eigen populatie eerst propageert. Synoniemen: onderbuikisme, tribalisme.

    Maar noem het geen wetenschap. Het is geen wetenschap. Net als Pluto uit het pantheon der planeten flikkeren. Dat is ook geen wetenschap.

    https://www.youtube.com/watch?v=KHeNLFGlWLA

  2. 2

    @1: Misschien verder lezen dan de eerste zin?

    Dan zou je zien dat er wetenschappelijke consensus is over de definitie van populisme, en dat is niet de jouwe.

  3. 3

    Als we nu eerst eens onderscheid maken tussen linkspopulisme en rechtspopulisme, dan verduidelijkt dat de boel al enorm. Populisme gedijt bij tegenstellingen. Daarom heeft het linkspopulisme ook ‘neoliberalen’ nodig om zich tegen af te zetten. Of om even te roemeren: Neoliberaal, rechts rotbeleid. Inderdaad @1 eigen populatie eerst: dat zijn de niet-neoliberalen, de goeden.

    Rechtspopulisme gedijt eveneens bij tegenstellingen. Wilders heeft de moslims om tegen af te zetten of anders wel Marokkanen. Hier ook weer het uitmelken van tegenstellingen. Moslims, Marokkanen, vluchtelingen zijn slecht en wederom: eigen populatie eerst.

    Dat is ook het hoefijzer in een notendop en zo vist het linkspopulisme in dezelfde vijver als het rechtspopulisme. Want een deel van het volk is nu eenmaal gevoelig voor uittekening in tegenstellingen. Dat zijn de mensen met een hoge zelf-identiteit. Waarmee ik mensen bedoel die vooral vanuit zichzelf denken en vanuit hun eigen bekrompen wereldje uitgaan.

    Populisme draait altijd om goed en slecht. Wij zijn goed en “hunnie benne slecht”.

    Overigens is het communisme ook als populistisch te karakteriseren. Wij, dat is in het communisme het proletariaat en “hunnie” dat is de bourgeoisie. Nazisme idem. Wij dat is het Germaanse edelras en “hunnie” dat zijn de joden, bolsjewieken enzovoorts.

    Verder kunnen we niks met deze wetenschap, de mens is nu eenmaal niet wijzer. De communisten streefden naar een egalitaire maatschappij, maar daarvoor moest wel eerst strijd geleverd worden. Duh! Stelletje domkoppen, waar strijd is, is per definitie geen gelijkheid.

  4. 4

    @2

    Deze opinie ‘wetenschap’ noemen is lachwekkend.

    Deze partijen zijn niet exclusionistisch en er bestaat ook geen negatief verband tussen opleidingsniveau en het stemmen op deze partijen.

    Auteur is kennelijk links, want links-populistische partijen zoals Syriza zijn niet exclusionistisch volgens auteur. Prima hoor, maar dat is gewoon een politieke mening. Maar noem het dan geen wetenschap.

  5. 5

    @3: Dan is elke partij populistisch. De PvdA klassiek tegenover de werkgevers, de VVD tegenover burgers (met minder inkomen) , Groenlinks tegenover de vervuilers, D66 tegenover de rechtpopulisten en minder globalen, ga zo maar door.

    Tegenstelling is een eigenschap van politiek. Als je het al eens met elkaar bent ( of gekocht door Shell) hoef je niet meer te vergaderen.

  6. 6

    @5

    In zekere zin is iedere partij populistisch, dat klopt. Het gaat dan ook om de gradatie in de mate van wij/zij tegenstelling. We zien dan ook het laatste jaar dat Dijkhoff PVV corvee heeft. En waar zet hij zich tegen af? Precies, bijstandsgerechtigden en andere sociaal zwakkeren. De tegenstelling is dan wij vs de sociaal zwakkeren. Bij D66 is het wij vs de rechtspopulisten. Maar dat kan je ook opvatten als wij tegen de verdeeldheid die de rechtspopulisten veroorzaken.

    Populisme is dus geen exacte wetenschap. Populisme komt van het Latijnse populus (volk) af. Je hoeft geen kenner van het politieke schouwspel te zijn om te zien dat Wilders steeds pretendeert namens “het volk” te spreken. Net zoals de communisten ooit namens het proletariaat pretendeerde te spreken. Voor dat soort lui moet je uitkijken. En zij die zich in het hoefijzer bevinden (de gepolariseerde kiezers dus) zullen ook steevast dat hoefijzer ontkennen. Gepolariseerde kiezers, dat zijn de boosmensen. En die bevinden zich net zo goed op links als op rechts. Hetzelfde verschijnsel dus, alleen de politieke richting is anders.

    Merk ook op dat om boos te zijn, dat je dan een ander nodig hebt. Die ander, dat is dan de moslim, de neoliberaal enzovoorts. Leer met een neutrale blik naar de politiek kijken en er vallen je dat soort zaken op. Daar herkende ik Varoufakis ook direct aan als zijnde een populist. Afzetten tegen Brussel of Dijsselbloem in persoon. In de kern verschilde Varoufakis niet van Wilders.

  7. 7

    Ik wil niet een eventuele definitie maken of herschijven, maar voor mij betekende populistisch het volgende: Een politieke stelling die goed valt bij een (werkelijk of veronderstelde) meerderheid (vaak ‘het volk’, ‘de mensen’ genoemd) maar die onrealistisch of onmogelijk is uit te voeren. Kan ook een open deur stelling zijn, zoals ‘we moeten zorgen voor de ouderen’ en alles en nog wat te maken met ‘de kinderen’.

    Alle partijen maken zich hier schuldig aan dus. Maar het is maar in welke mate. Ik heb nooit die tegenstelling nodig gevonden, al is dat grote draagvlak wel weer nodig. Zo kun je (zelfs anno nu) nog altijd niet stuk als je iets voorstelt dat fijn is voor automobilisten en die groep zou ik niet echt ‘volk’ willen noemen. Te divers.

  8. 8

    @7: Een politieke stelling die goed valt bij een (werkelijk of veronderstelde) meerderheid (vaak ‘het volk’, ‘de mensen’ genoemd) maar die onrealistisch of onmogelijk is uit te voeren.

    hmmm.. heeft toch iets van een cirkelredenering in zich. want: wie bepaalt “onrealistisch”. uiteindelijk toch de heersende klasse (want die heeft de autoriteit). voorbeeld: het uitfaseren van de gaswinning is lange tijd onrealistisch genoemd – niet omdat het niet *kan* maar omdat het te veel kost (*wie* kost het te veel?). Nu de financiele baten afnemen (energietransitie) kan het opeens wel.

  9. 9

    Wat de reacties tot dusver bevestigen: iedereen heeft zo zijn eigen ideeën over wat populisme is. Of, zoals #0 het zegt:

    dat veel mensen populisme associëren met eigenschappen die eigenlijk niets met populisme te maken hebben.

    Het lijkt er op dat de meesten hier van plan zijn om aan het eigen idee vast te houden. Dat schiet lekker op.

    Ik had, tot niet zo lang geleden, ongeveer hetzelfde idee over populisme als #7. En die associatie is er nog wel, als ik even niet oplet. Maar woordenboeken zijn het gewoon eens met de definitie van #0.

  10. 10

    @4: De auteur probeert uit te leggen voor mensen als jij dat je voorzichtig moet zijn met de term populistisch en precies in je omschrijvingen.

    Dat is helaas aan jou niet besteed blijkbaar.

    Met de bewering in jouw quote is gewoon een vaststelling van feiten, namelijk dat Syriza en Podemos niet exclusionistisch zijn (zoals rechts-extremistische partijen dat zijn).

    Zo ingewikkeld is het niet.

    En verder wat Hans Custers in #9 zegt.

  11. 11

    Op grond waarvan is die consensus dan bereikt? En als het zo moeilijk was, is er dan niet gewoon maar gekozen voor een definitie in plaats van de definitie? Want nu krijg je weer dat wat een groot deel van de bevolking niet onder “populisme” verstaat plotseling wel zo genoemd wordt in onderzoek dat zich daarmee op nog wat grotere afstand plaatst en zich nog wat minder relevant maakt.

    Voor mij heeft populisme ook niet zo veel met de elite per se te maken. Zeker populisten als Berlusconi zijn gewoon onderdeel van die elite, maar Wilders en Le Pen kunnen waarschijnlijk ook wel zo gecategoriseerd worden met wat goede wil. Het lijkt mij eerder te gaan om het op onverantwoordelijke wijze spelen met onbeantwoorde gevoelens en verlangens die bij een redelijk groot deel van de bevolking leven (en ja, die zijn vaak onbeantwoord omdat de elite die negeert, dat wel). Daarvan is met name sprake als de populist geen ideologie en daaraan gekoppeld beleid heeft om aan die gevoelens en verlangens tegemoet te komen zonder anderen sterk te schaden in hun grondrechten. Een oproep tot afromen van de winst van bedrijven ten bate van milieumaatregelen zou zo dus niet populistisch zijn, “minder, minder” wel.

  12. 13

    @8: Wat je zegt is inderdaad waar, maar wellicht is dat een goede aanvulling. Dat een ‘goede’ populist het niet uitmaakt wat en in welke mate iets onrealistisch is en verder ook ongevoelig voor oppositie. De populist wil slechts scoren. En dat is ook waarom ik geen onderwerpen noem, maar slechts wat voorbeelden.

    Onrealistisch of niet kan altijd nog wetenschappelijk worden benaderd, maar politiek en wetenschap gaan steeds minder goed samen.

  13. 14

    @12: En wat is jouw heel, heel goede reden dan om af te wijken van de consensusdefinitie in #0?

    Het probleem is natuurlijk dat ‘populisme’ al snel een kerstboom wordt van allerhande eigenschappen (toevallig aanwezig in het favoriete voorbeeld), met als gevolg dat jouw particuliere definitie van populisme niet meer bruikbaar is in een andere context (en dus onbruikbaar voor onderzoek en politieke communicatie). Om dat op te lossen hebben wetenschappers de definitie aangescherpt tot één kenmerk, de wereld verdelen in ‘volk’ en ‘elite’, dat onderscheidend is van andere concepten en waar bovendien de partijen die we doorgaans populistisch noemen aan voldoen.

    Wat mij betreft logisch.

  14. 15

    @2

    Dan zou je zien dat er wetenschappelijke consensus is over de definitie van populisme, en dat is niet de jouwe.

    En vervolgens wordt populisme door die totaal niet geciteerde ‘wetenschappers’ uitgelegd als een totaal onnavolgbaar gewauwel van vage beschrijvingen die eigenlijk nog maar op één partijtje van toepassing zijn (natuurlijk kun je er dan ook geen ruzie meer over hebben) met als slotconclusie: gebruik onze definitie en niet je eigen, want anders dreigt er een soort van gevaar.

    Het lijkt verdomme wel religie. Als je daar niet strak van in de leer blijft ga je ook naar de hel.

    (Ben benieuwd naar de definitie van Cultureel Marxisme, trouwens.)

  15. 16

    Deze partijen zijn niet exclusionistisch en er bestaat ook geen negatief verband tussen opleidingsniveau en het stemmen op deze partijen.

    Wat is een negatief verband tussen opleidingsniveau en het stemmen op een partij? Elke stem ongeacht opleiding is democratisch toch evenveel waard? Exclusionistisch is volgens mij overigens niet een bestaand Nederlands woord.

  16. 17

    @15: Politicologen zijn geen wetenschappers volgens jou?

    Jouw definitie van populisme is niet bepaald indrukwekkend, wat jij in#2 neerschrijft slaat op extreem-rechts. En dan wil je de experts op dit punt de maat nemen?

  17. 18

    @10: namelijk dat Syriza en Podemos niet exclusionistisch zijn

    what does that even mean…. “exclusionistisch” is volgens mij niet eens een nederlands woord. bij het googlen kom ik eerst het amerikaanse woord tegen, dan twee keer roodvlees.nl (=bovenstaande auteurs).

  18. 19

    Ik zie een paar aparte reacties hier, waar een weldenkend mens zich van achter de oren krabt.

    #4 “Deze opinie ‘wetenschap’ noemen is lachwekkend.” En later in #3 “Populisme is geen exacte wetenschap”. Huh? Populisme is een fenomeen dat binnen de wetenschappelijke discipline politicologie wordt onderzocht. Wel handig als je het dan een beetje eens bent over wat dat dan is.

    #5 “Dan is elke partij populistisch.” Nou nee, het gaat niet om tegenstellingen tussen verschillende groepen, maar specifiek volk vs. elite.

    De verschillen in opvatting tussen wetenschappers zijn vrij klein, ze geven er min of meer dezelfde kenmerken aan:
    – afkeer van het partijestablishment
    – het volk staat op een voetstuk en aan zijn wil wordt constant gerefereerd
    – charismatisch leiderschap
    – er wordt een beroep gedaan op eenheid, homogeniteit en vaderlandsliefde.

    Die laatste tabel is opgesteld door Cas Mudde, toch een vooraanstaand politiek wetenschapper. Ik snap niet hoe je dit allemaal onwetenschappelijk kunt noemen, en al helemaal niet waarom je als leek denkt “nou en, ik denk er lekker toch het mijne over”. Hoewel dat natuurlijk wel in de tijdgeest past…

    O en nieuwe woorden worden natuurlijk de hele tijd uitgevonden. Exclusionistisch lijkt me een prima woord dat voortborduurt op exclusie. In het geval van inclusie spreken we van inclusief, maar als je in dit verband exclusief gebruikt zou dat best verwarrend over kunnen komen. Evenals het woord uitsluitend. Heel goed dus dat ze daar een nieuwe term voor hebben bedacht.

  19. 20

    @18: Macht = de ander kunnen dwingen om jouw taal te spreken. Het is net zoiets als een nieuw spel verzinnen (‘de regels zijn: ik win’). Definities voor ‘de ander’ (‘populist’!) verzinnen in het politieke speelveld, is net zoiets: een hobby voor mensen die anderszins niets omhanden hebben.

  20. 21

    @16

    Wat is een negatief verband tussen opleidingsniveau en het stemmen op een partij?

    Excuse me, what the fuck?! Uit de zin daarop wordt al helemaal duidelijk dat je niet begrijpend kan lezen: het gaat niet om stemmen op een partij, maar op deze (linkse, populistische) partijen.

    Een verband wil aangeven dat het gebeuren van een fenomeen A samenhangt met het gebeuren van een fenomeen B. Een positief verband geeft aan dat meer van fenomeen A vaak tegelijkertijd gezien wordt met meer van fenomeen B. Dat verband hoeft niet per se causaal te zijn (omdat er meer van A is, is er meer van B).

    Een negatief verband geeft aan dat meer van fenomeen A vaak gezien wordt met minder van fenomeen B, en/of andersom: minder van fenomeen A wordt vaak gezien met meer van fenomeen B. In dit geval zegt de auteur: “Bij populistische rechtse partijen zien we dat hoe lager opgeleid iemand is, hoe eerder die op zo’n populistische, rechtse partij kiest. Bij populistische linkse partijen zien we dat niet. De auteur is verder niet duidelijk of er dan een positief verband is (meer opleiding = meer stemmen op populistisch links), of dat er geen verband is (opleidingsniveau heeft geen voorspellende waarde of je op een linkse partij stemt).

    @Le Redoutable. Dit is simpel, dit is zoo basaal. Iedereen die iets met statistiek te maken heeft gehad, snapt dit. En of je het nou weet vanuit je opleiding of vanuit argumenteren op het internet met flapdrollen, je (jij!) bent echt niet zo snugger als je dit niet snapt. Nu moet ik ergens blij zijn dat je eindelijk ziet dat je een (behoorlijk belangrijke) tekortkoming hebt, en dat je de moeite lijkt te doen om dat weg te werken… Maar jeetje man, je zit al jaren onjuiste ‘conclusies’ of ‘samenvattingen’ te geven van nieuwsartikelen, waarbij je er keer op keer op gewezen wordt hoezeer je liegt, naast dat je gewoon domme praat uitslaat. En dan laat je ook nog zien dat je van basale redeneringen geen gram kaas hebt gegeten? Niemand.neemt.jou.serieus. Kun je daarom alsjeblieft nooit meer iets van je laten horen?

    Exclusionistisch is volgens mij overigens niet een bestaand Nederlands woord.

    Ik stel me zo voor dat je daar bang van wordt.

    @18

    bij het googlen kom ik eerst het amerikaanse woord tegen, dan twee keer roodvlees.nl

    En daarna? Nou? Het lijkt een soort jargon te zijn, maar de herleiding is simpel: exclusionisme, van exclusie: buitensluiting. De link met ‘exclusie’, buitensluiting, is zo’n beetje het enige wat je moet weten om uit #0 te halen wat ermee bedoeld wordt. #0 geeft zelfs al aan wat hij ermee bedoelt:

    Deze populisten koppelen hun populistische boodschap aan de exclusionistische boodschap dat hun land bedreigd wordt door “gevaarlijke buitenstaanders” zoals immigranten of mensen met een andere religie

    Deze ‘gevaarlijke buitenstaanders’ moeten buitengesloten worden of blijven.

  21. 22

    @14: Om wat ik daarboven schreef: @11

    > Om dat op te lossen hebben wetenschappers de definitie aangescherpt tot één kenmerk, de wereld verdelen in ‘volk’ en ‘elite’, dat onderscheidend is van andere concepten en waar bovendien de partijen die we doorgaans populistisch noemen aan voldoen.

    Dat heet “anti-elitarisme” en je schrijft hier precies wat het probleem is: er was al een begrip populisme waarvan ze de betekenis veranderd hebben en nu zijn plotseling partijen die voorheen niet populistisch waren het volgens deze [weten]schappers wel. En een objectieve reden ontbreekt.

  22. 23

    @19: waar een weldenkend mens zich van achter de oren krabt.

    zat er toevallig een weldenkend mens naast je?

    O en nieuwe woorden worden natuurlijk de hele tijd uitgevonden.

    nee eigenlijk niet. de overgrote meerderheid van de woorden die jij in jouw reactie gebruikt zijn oud. en terecht: communicatie wordt er niet beter op als we “de hele tijd” nieuwe woorden uitvinden en gebruiken (!). dit “exclusionistisch” komt op mij over als interessantdoenerij (ben nog niet zo cynisch als #18).

    @21: En daarna? Nou? Het lijkt een soort jargon te zijn,

    Woorden die alleen een enkeling gebruikt kunnen geen “jargon” zijn (jargon is per definitie breed gedeeld in een vakgebied). Vaktaal dient om communicatie te vergemakkelijken, dit lijkt het tegenovergestelde te bereiken.

  23. 24

    @22: Noem eens een voorbeeld van een partij die eerst niet populistisch was en nu wel?

    Het is juist andersom, deze definitie is gekozen om zoveel mogelijk partijen die in de volksmond ‘populistisch’ genoemd worden, daaronder te laten vallen.

    Waar je de mist in gaat is door te denken dat het hier gaat om de politici, in plaats in de politieke denkbeelden. Berlusconi (of Trump) zijn uiteraard zelf onderdeel van de elite, maar in hun politieke boodschap komen ze op voor ‘het volk’ tegen het bestaande politieke establishment.

  24. 25

    @19

    Ben je al klaar met krabben inmiddels? Populisme als wetenschap definiëren is een klein beetje dom en zeker geen exacte wetenschap. Dat is wat ik schrijf. Dat het binnen politicologie wordt onderzocht weet ik ook nog wel. Het probleem is echter dat vrijwel iedereen in zekere mate slachtoffer is van populisme.
    Dat het volk vs elite is dat weet iedereen wel. Dat schreef ik zelf ook al. Het probleem met populisten is echter dat de begrippen volk en elite rekbaar zijn. Maar dat heb ik ook al geschreven.

  25. 26

    Exclusionistisch is verder wel een typisch woord. Exclusivisme (uitsluiten van anderen) lijkt me toepasselijker. Het is in het populisme altijd ‘wij’ die ‘hun’ uitsluiten. Ik zie het woord vooral toegepast in artikelen over populisme. Dat lijkt er op dat degenen die zich hier mee bezig houden een eigen taaltje ontwikkelen. Waarmee ze de buitenwereld uitsluiten en dat is dan weer exclusivisme.

    Exclusionistisch populisme wordt vooral gebruikt om rechts populisme mee aan de duiden, maar de SP sluit de elite net zo goed uit als de PVV. Dit woordgebruik lijkt er dus vooral voor bedoeld om de populisten ook weer in goede en slechte populisten te verdelen. Maar dan ben je natuurlijk al lang al niet meer wetenschappelijk bezig, maar ben je bezig om het begrip populisme te verengen tot rechtspopulisme.

  26. 27

    @24: Noem eens een voorbeeld van een partij die eerst niet populistisch was en nu wel?

    volgens het schematje van de wetenschappers: de SP.

  27. 28

    @27: Zelfs de SGP zou op grond van de definitie populistisch genoemd kunnen worden: zij plaatsen zichzelf en hun kiezers ook tegenover de huidige elite. In feite wordt elke partij die geen mainstream-overtuigingen koestert “populistisch”.

  28. 29

    @27: Waar dan? Niet in dit artikel.

    Overigens is de SP populistischer dan GroenLinks, gemiddeld genomen.

    @28: De SGP zal nooit een populistische partij zijn, want de soevereiniteit ligt volgens de SGP niet bij het volk, maar bij God.

  29. 30

    Democratie: als het volk in meerderheid iets wil of kiest waar media, politiek en intellectuelen het mee eens zijn. Denk aan homohuwelijk, euthanasie, etc.

    Populisme: als het volk in meerderheid iets wil of kiest waar media, politiek en intellectuelen het mee oneens zijn. Denk aan vluchtelingenopvang, Oekraïnereferendum, minder EU

  30. 31

    @29: Waar dan? Niet in dit artikel.

    Nee he he Einstein niet letterlijk de SP, maar als je de nieuwe definitie van het populisme volgt valt de SP (net als de Griekse nazi’s en communisten, die wel letterlijk worden genoemd) buiten die definitie. Terwijl jij nu weer beweert dat de SP wel populistisch is. Hoe nuttig is het als “wetenschappers” politieke definities willen afdwingen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren