Parlementair onderzoek, alsjeblieft

OPINIE - Een parlementair onderzoek naar het functioneren van hoger onderwijsinstellingen zou een eerste stap kunnen zijn in het voeren van een discussie over hoe we de wetenschap (opnieuw) moeten inrichten.

1.
Ik heb al vaker geschreven dat onze universiteiten niet langer voldoen aan de verwachtingen die we er redelijkerwijs van mogen hebben. Dat ik er opnieuw over schrijf, is omdat het opnieuw mis is: de Groningse Rijksuniversiteit heeft de hoogleraar criminologie Patrick van Calster op non-actief gesteld terwijl de universiteit waar hij is gepromoveerd, de Brusselse Vrije Universiteit, hem de doctorstitel ontneemt. Volkskrantjournalist Martijn van Calmthout twitterde gisteren dat er vandaag nóg een Vlaams-Nederlandse fraudezaak zal worden onthuld. Gisteren was Karima Kourtit van de Amsterdamse Vrije Universiteit in het nieuws.

Drie dagen, drie kwesties. En iedereen kent de oudere gevallen: Peter RijpkemaDirk SmeestersDon Poldermans en Diederik Stapel, waarbij we Roos Vonk dan maar het voordeel van de twijfel zullen geven, Ernst Jansen Steur zullen typeren als een medische aangelegenheid en Mart Bax zullen beschouwen als verjaard. De lijst opzichtig falende onderzoekers begint verontrustend lang te worden en het ergste is detrieste voorspelbaarheid van de affaires.

Het imago van de wetenschap wordt inmiddels meer bepaald door fraude- en fraudeachtige zaken dan door wat wél goed gaat. U bent vermoedelijk vergeten hoe de ontdekker van het grafeen heette, hoewel de goede man de Nobelprijs won, maar u weet allemaal wie Diederik Stapel is.

Er wordt al langer vermoed dat het huidige wetenschappelijke systeem kwetsbaar is voor fraude. Er zijn dan ook geleerden die proberen deze indruk te onderbouwen met cijfers. Vaak wordt verwezen naar Daniele Fanelli, die op tafel kreeg dat onderzoekers vaker rommelen met gegevens dan goed is. De kritiek vindt weerklank buiten de universiteiten: Frank van Kolfschooten legde de moeilijkheden voor aan het grote publiek in Ontspoorde wetenschap.

U kent inmiddels het excuus dat onze wetenschappers geven: het komt allemaal door die vermaledijde dwang om te publiceren in wetenschappelijke tijdschriften, waar de redacties vaak onvoldoende gelegenheid hebben om artikelen behoorlijk te controleren. Dat is echter een te gemakkelijke redenering. De diverse wetenschappelijke organisaties kunnen de perverse prikkel immers op elk moment vervangen door een regime waarin fraude wél lastig wordt gemaakt. Ik ben niet op de hoogte van een initiatief om een beter systeem te ontwerpen. Als zo’n initiatief er inderdaad niet is, is dit excuus ongeloofwaardig.

De ongeloofwaardigheid wordt vergroot doordat de bestuurders van de wetenschappelijke instellingen al ruim anderhalf jaar alle moeilijkheden afdoen als uitzonderlijk, atypisch, niet representatief of individueel falen. KNAW-president Robbert Dijkgraaf zette op 9 september 2011 de toon in een interview over de Stapel-affaire. De Groningse rector magnificus Elmer Sterken, VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda en NWO-directeur Jos Engelen: allemaal hebben ze gezegd dat het meeviel. Misschien is dat ook zo – ik kom hierop terug – maar het automatisme waarmee de problemen worden ontkend, suggereert dat men verkeert in een ontkenningsfase.

Hoe langer echter wordt gedaan alsof er niets aan de hand is, hoe meer het imago van de wetenschap eronder lijdt. De burger wordt immers steeds kritischer. Inmiddels heeft bijna een derde van de beroepsbevolking een HBO- of universitaire opleiding, en deze mensen kunnen wetenschappelijk falen herkennen. De wetenschap is echter niet met ze meegegroeid: te vaak wordt het publiek nog onderschat, te vaak is voorlichting slechts “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen” en te vaak worden hoogopgeleiden met een kluitje in het riet gestuurd. Als zij daarna fouten ontdekken, kunnen ze zich keren tegen het wetenschappelijk bedrijf en is wetenschap ‘ook maar een mening.’

2.

De kern van de zaak is echter niet fraude, al is die heel zichtbaar, en niet de tekortschietende uitleg, al verkleint die het draagvlak. De kern is dat er, ondanks een overaanbod van beleidsstukken, discussienota’s en toekomstvisies, geen consistente visie bestaat op de wetenschap. De Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek legt bijvoorbeeld drie taken neer bij de universiteiten (onderzoek, onderwijs en de overdracht van informatie aan de samenleving) maar de genoemde instellingen kunnen alleen geld verdienen met onderzoek en onderwijs. Dit zijn ook de enige taken die worden gecontroleerd. De voorlichting aan de samenleving schiet er dus bij in, wat het maatschappelijk draagvlak niet bepaald ten goede komt.

Dit is slechts één inconsistentie. Maar er zijn er zo veel. Zouden we bedenken dat de samenleving informatie krijgt door die op betaalsites te verbergen? Zouden we bedenken dat alle wetenschappen, moeilijk of makkelijk, in vier of vijf jaar kunnen worden aangeleerd? Zouden we bedenken dat promotieplaatsen werden toegewezen aan de beste afgestudeerden van een bepaalde periode, in plaats van aan de beste afgestudeerden? Zouden we bedenken dat de kwaliteit van de informatie het beste wordt gegarandeerd door het meten van de kwantiteit aan publicaties?

Ik denk dat we, als we opnieuw konden beginnen, het inconsistente stelsel van universiteiten, KNAW en NWO niet opnieuw uitvinden. Het vormt echter het vertrekpunt van iedere beleidsnota. Zolang dit zo is, zullen de problemen voortduren en wordt de wetenschap steeds ongeloofwaardiger.

3.

Mogelijk zie ik het te somber en hadden Dijkgraaf, Sterken, Noorda en Engelen gelijk dat het allemaal meevalt. Alleen, de universiteiten beginnen de schijn steeds meer tegen te krijgen. Het wordt tijd na te denken over een even simpele als ingrijpende vraag: hoe zouden we de wetenschap inrichten als we echt opnieuw konden beginnen?

Die discussie moet breed gevoerd worden, breder dan de universiteiten, KNAW, VSNU, NWO en het ministerie. Een parlementair onderzoek zou een eerste stap kunnen zijn.

  1. 1

    Daar is geen enkel onderzoek voor nodig.
    Ergens in of rond 1963 publiceerde NRC Handelsblad een artikel waarin werd voorgerekend hoeveel de minimum IQ voor een academische studie moest dalen om de aantallen studenten die de politiek wilde, mogelijk te maken.

    Het was pag drie, onderaan, over de hele pagina breedte.
    Het andere ‘hoger’ onderwijs daalde uiteraard navenant.
    Toch staat Nederland in Pisa onderzoeken nog redelijk bovenaan, het kan nog veel erger.

    Opvallend is dat de slechtste landen qua onderwijs die landen zijn die wij nu moeten subsidiëren, volgens Brussel.

    Thilo Sarrazin, ‘Deutschland schafft sich ab, Wie wir unser Land aufs Spiel setzen’, Munchen 2010.

    Bovenaan staan Korea en Vietnam.

  2. 2

    Waarom gebrekkige maatschappelijke voorlichting tot een parlementair onderzoek moet leiden, wordt mij niet duidelijk

    Ook met openbaar onderzoek kan gerommeld worden

  3. 3

    @1: En om het gebrekkige niveau te verhullen worden academische prestatie nu afgemeten aan het aantal citations. Zodat een manager, academisch geschoold in ‘bedrijfskunde’, nu het academische gehalte in een spreadsheet kan verzamelen en beoordelen.

    Dat is dan weer handig voor politice die zo in een oogopslag kunnen zien welke uni’s tot de top behoren en waar dus de meeste middelen naar toe moeten.

  4. 4

    1)het geval Karima Kourtit toont volgens mij juist aan dat ‘het systeem’ ook werkt. Wetenschap hoeft niet foutloos te zijn, maar moet fouten corrigeren en heeft dat in dit geval gedaan (nog voor de verdediging v h proefschrift).
    2) het laatste wat de wetenschap volgens mij nodig heeft is een *gruwel* consistente visie, zeker niet van een een of andere commissie of een ministerie. Wetenschap heeft ook baat bij een scheut heterogeniteit, chaos en anarchie. (Ik denk dat Diederik Stapel eerder door de mand was gevallen als zijn autoriteit een kleinere rol had gespeeld in de beoordeling van zijn werk)
    3)wetenschap speelt zich af in een grotendeels internationale omgeving. Wat een parlementaire onderzoek kan uithalen is me dan ook een raadsel, behalve dat de commissie waarschijnlijk de verkeerde conclusies zal trekken en nog meer controle en procedures gaat aanbevelen.

  5. 5

    Nounounou…

    Hoewel er veel mis gaat op het hoger onderwijs, slaat dit artikel wel een beetje de plank mis. Leuk om mee te beginnen: “Inmiddels heeft bijna een derde van de beroepsbevolking een HBO- of universitaire opleiding, en deze mensen kunnen wetenschappelijk falen herkennen.” Dat eerste is waar, dat tweede volgt daar dus absoluut niet uit. Veel HBO’ers hebben slechts een idee van een hoe een goede wetenschappelijke publicatie eruit ziet, ze zouden het niet zelf kunnen reproduceren. En ook bij veel WO’ers geldt de norm dat ze de cijfers maar voor lief nemen, een academische instelling is voor de meesten niet weggelegd. Een falen kunnen ze -achteraf- herkennen, dat is niet zo moeilijk, maar een wetenschappelijk falen herkennen, ik betwijfel het. De meeste mensen hebben -inderdaad- baat bij een captain Hindsight.

    En dan zou er iets mis zijn, dan moet er nog een parlementair onderzoek naar komen? Bent u mal?! Het laatste wat het onderwijs nodig heeft is nog meer gedoe vanuit de overheid. We kennen de debacles met de Tweede Fase, en de politiek is zover gekomen dat er op studies wordt bezuinigd omdat ze economisch niet rendabel zijn. Altijd met de boekhoudersbril kijken, ondertussen volgen studenten Rechten in Groningen college in de bioscoop, omdat de collegezaal vol zit met (eveneens, van dezelfde studie) Rechten. Kleinere colleges kan niet, want dat is duurder.

    En inderdaad, het beeld wordt steeds meer bepaald door fraude- en fraudeachtige zaken. Nou kan dat, behalve aan de hoeveelheid zaken die nu aan het licht komt, aan veel andere dingen liggen. Mediafocus misschien, of misschien komt het kleine Nederland nou niet echt op de proppen met veel nieuw wetenschappelijk gedoe en moeten we teren op de Rus Andre Geim, die, omwille van zijn emplooi, Nederlander is geworden. Of misschien omdat Nederlanders überhaupt graag zeuren, of misschien omdat wantrouwen heerst onder Nederlanders, onderling, jegens de overheid, jegens alle (on)gevestigde autoriteiten.

    En ja, het ligt dus wel aan het aantal publicaties. Je denkt dat wetenschappers het leuk vinden om elke maand te blijven publiceren? Als ze het niet doen, worden ze ontslagen. Een manier om aan al die publicaties te komen is op het eerste het beste document je naam als ‘mede-onderzoeker’ te plaatsen, waardoor er publicaties met 100+ auteurs zijn en auteurs die elke 3 dagen een artikel ‘publiceren’. En waarom doen ze dat? Follow the money: van de managers van die instellingen die, met elke goede wil, moeten bezuinigen, maar niet mensen lukraak weg kunnen sturen en daarom een objectieve KPI nodig hebben. Hierdoor wordt de kwaliteit van onderzoek bepaald door hoe graag anderen jou willen citeren en hoeveel je zelf publiceert. Dat is niet geheel verkeerd, maar onderzoekers gaan zich daar ook op aanpassen, zie bovenstaand voorbeeld, waardoor je uiteindelijk niet meer duidelijk weet wat je meet. Zeer goed onderzoek wordt pas later duidelijk. Newton was in zijn tijd waarschijnlijk het meest bekend door zijn werken in de Optica. Einstein kreeg zijn Nobelprijs niet voor de relativiteitstheorie, maar voor het foto-elektrisch effect.

    Punt 2: “De kern [van de zaak] is dat er […] geen consistente visie [vanuit de overheid] bestaat op de wetenschap” Dat lijkt me verre van de kern van de zaak, zo’n opmerking is niet ver weg van de bewering: we moeten een Ministerie van Waarheid hebben die het onderwijs controleert. Vanaf hier verdenk ik de auteur ervan een van die goedwillende overheidsinstellingmanagers te zijn. Wat zou er gecontroleerd moeten worden, hoe zou dat gecontroleerd moeten worden? Vroeg of laat ontkom je er niet aan dat je kwaliteiten in cijfers om moet zetten. Dat kan gebeuren door mensen er een cijfer aan te laten geven (Op een schaal van 1 tot 5, hoe … vindt u …), of door de kwaliteit te proberen te benaderen met kwantiteiten die wel bekend zijn (zoals nu bij wetenschappelijke publicaties wordt gedaan). Sommige dingen zijn niet objectief meetbaar, en er zijn genoeg mensen die daar moeite mee hebben. “Hoe goed functioneert de vereniging”, “Hoe eerlijk is het rechtssysteem”. Voor lopendebandwerk kun je makkelijk met KPI’s werken, maar soms is een van de bandmedewerkers gewoon wat afwezig omdat zijn dochter morgen trouwt.

    Punt 3 is onzinnig. Wat als…? Je moet het met bestaande mensen en bestaande structuren doen. Een orgaan (onderwijs) losrukken uit een lichaam(samenleving) en het vervangen met een beter, gezonder exemplaar is moeilijk, maar mogelijk. Desalniettemin, nieren, harten en longen worden vervangen met het lichaam op de operatietafel, terwijl het metaforische lichaam, de samenleving, altijd heen en weer moet rennen, het is continu in beweging.

  6. 6

    Dat er tegenwoordig veel meer fraudezaken aan het licht komen licht voor een groot deel ook gewoon aan IT toepassingen voor controle. Onderzoeken, van wetenschappelijke artikelen, tot doctoral dissertations, tot scripties tot zelfs individuele opdrachten van een eerstejaarsstudent worden tegenwoordig op veel universiteiten door speciale software geramd en wanneer je ook maar een paar haakjes om een citaat vergeet te zetten komt daar een dikke rode highlight met fraude overheen. Evengoed wordt veel data uit publicaties tegenwoordig ook automatisch met statistische formules gecontroleerd en data ècht goed random faken is bijzonder moeilijk.

    Dat er meer gefraudeerd wordt weet ik niet… ze komen er in elk geval niet meer zo goed mee weg.

  7. 8

    @5:

    Ik denk dat je de bedoeling van de auteur verkeerd interpreteert. Het ontwikkelen van een visie is niet hetzelfde als het zoveelste controlemechanisme invoeren. Sterker nog, die visie kan ook inhouden dat je juist controlemechanismen loslaat (bv. het publicatiecriterium).

    Waarom is het onzinnig om eens na te denken over hoe het hoger onderwijs en onderzoek ingericht zou moeten worden ?

  8. 9

    @6

    Het grootste deel van de recente schandalen is niet door IT systemen aan het licht gebracht. Data echt goed faken blijkt juist kinderlijk eenvoudig te zijn; Stapel en Poldermans konden jarenlang hun gang gaan. Volgens mij wordt data van publicaties helemaal niet automatisch gecontroleerd; die data is over het algemeen niet eens beschikbaar, zoals we bv. hebben kunnen zien in de Reinhart/Rogoff affaire.

  9. 10

    @9:
    Waar ik nu zit (Zweden) wordt in elk geval alle tekst door de software heen gehaald.

    Data goed random faken is heel moeilijk als ze er statistische formules op loslaten die controleren hoe groot de kans is dat het echt random is en of de waarden onwaarschijnlijke patronen volgt.

  10. 11

    @8 Misschien heb ik het verkeerd begrepen, maar de auteur heeft ook niet machtig veel om als lezer (reageerder) aan vast te houden. Een visie is inderdaad niet hetzelfde als een controlemechanisme, verre van natuurlijk. De auteur stelt dat een consistente visie ontbreekt. Visies zijn er op zich wel (zoals genoemd), maar ze zijn niet consistent. Als je het zo stelt, wil ik daar best wel in mee gaan. De auteur gaat echter direct verder op het volgende, daarmee een sterk verband suggererend met het ontbreken van die visie:

    “De Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek legt bijvoorbeeld drie taken neer bij de universiteiten (onderzoek, onderwijs en de overdracht van informatie aan de samenleving) maar de genoemde instellingen kunnen alleen geld verdienen met onderzoek en onderwijs. Dit zijn ook de enige taken die worden gecontroleerd.”

    Dit doet 2 dingen met mij: ten eerste moet er geld verdiend worden (of de auteur dit vindt, of dat hij zegt dat de universiteiten/overheden dit vinden, is mij onduidelijk); ook hier blijkt die boekhoudersbril uit, waar ik zo van gruw.*

    Ten tweede: er wordt dus gesuggereerd door de opeenvolgende zinnen (en niet meer!) dat een consistente visie ook controle behelst.

    Nu geef ik toe dat ik met beide conclusies ernaast kan zitten. Ik zie dat, in dit geval, echter als een fout van de auteur. Als mijn aannames verkeerd zijn, is dat mijn fout, maar als de auteur zo veel ruimte laat dat ik wel aannames moet maken, dan is dat niet mijn fout.

    Je hebt natuurlijk gelijk als je zegt dat we best mogen nadenken over hoe het hoger onderwijs en onderzoek ingericht zou moeten worden, daar ben ik niet op tegen. Ik ben er wel op tegen om dat te doen vanuit de optiek: “Wat als we helemaal opnieuw beginnen?” Dat is ten eerste niet waar. Ten tweede blijkt uit de geschiedenis dat ‘opnieuw beginnen’ alsof we met niks beginnen ongeveer even ernstige problemen creëert, maar daarnaast ook nog veel lijden om naar die begintoestand te komen en vanaf daar weer op te bouwen.

    *Ik ben niet tegen geld, ik ben niet tegen geld verdienen, maar ik krijg tegenwoordig het gevoel dat alles een prijs moet hebben. Er zijn genoeg waardevolle dingen die geen prijs hebben.

  11. 12

    @Aesir

    Het hangt waarschijnlijk ook een beetje van je vakgebied af; maar in een groot deel van de wetenschap is data over het algemeen nauwelijks beschikbaar.

    Ik zou ook niet al te veel verwachten van het soort analyses die jij noemt. Textanalyse is leuk, maar is natuurlijk afhankelijk van de teksten in je database. In het geval van Rijpkema, bijvoorbeeld, ging het over het overschrijven van een eerder leerboek; de teksten van zo’n boek zijn voor zover ik weet niet digitaal beschikbaar.

  12. 13

    @11

    Ik snap wat je bedoelt. Ik volg Jona Lendering al wat langer, dus ik denk dat iets meer inzicht heb in wat hij wil.

    Als het over geld verdienen heeft, dan bedoelt hij geen winst, maar dan bedoelt hij geld om de kosten te betalen. Een universiteit heeft gebouwen, apparatuur en persooneel; dat moet natuurlijk allemaal betaald worden. De overheid geeft de universiteit geld voor de eerste twee kerntaken, het bedrijfsleven soms voor de tweede kerntaak. Voor de derde kerntaak echter, is er geen enkele geldbron. Die taak zal dan ook niet vervuld worden, want er is geen geld om de salarissen te betalen van de mensen die hem zouden moeten vervullen.

    Een voorbeeld: ik ben met een soort project bezig over de eerste Sumerische steden, met een focus op het ontstaan van geld. Nu is er de afgelopen eeuw vrij veel onderzoek naar deze periode gedaan, maar die informatie is niet openbaar beschikbaar. Het is allemaal door diverse overheden uit belastinggeld gefinancierd, maar de enige manier om erbij te komen is dure boeken kopen of dure tijdschrijftabonnementen nemen. Kerntaak 3 wordt hier dus verwaarloosd.

  13. 14

    Als ik de betogen hier zo doorlees vraag ik me af of nog iemand door heeft wat wetenschappelijk is.
    Dat klopt dan helemaal met de afstudeerceremonies waar ik de twijfelachtige eer had bij aanwezig te zijn.
    Eén keer was er een hoogleraar die boos zijn misnoegen over de kwaliteit van het geleverde liet blijken, maar de ingenieurstitel werd toch verleend.

  14. 15

    @13 Ik begrijp het. Nuance van mijn kant is dus zeker nodig. Ik heb wel vaker gehoord van het probleem van de betaalsites voor onderzoeken. Het probleem steekt moeilijk (en toch ook weer makkelijk) in elkaar; er zijn een 3tal uitgevers die 70% (of zoiets) van de wetenschappelijke tijdschriften in handen hebben en 100% van de toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften. Elke wetenschapper en instituut wil daar in komen en de uitgevers zien daar een verdienmodel in. Anderzijds wil ook iedereen up-to-date blijven, daar zit de andere kant van het verdienmodel van de uitgevers. De uitgevers vragen geld om iets mogelijk te publiceren (zonder de garantie dat het daadwerkelijk gepubliceerd hoeft te worden), ze vragen de copyrights en anderzijds vragen ze -voor een tijdschrift- astronomische bedragen aan abonnementsgelden. De uitgevers zijn private partijen. De publicaties worden echter wel onder openbaar toegankelijk geschaard, maar vanwege de hoge kosten voelt het zeker niet zo.

    Ook hier geldt weer dat niet alles wat waardevol een prijs heeft. Hier zou die het niet moeten hebben, maar heeft het wel. Maar goed, dit is vermarkting. Het werkt (in dit geval) om een paar redenen: de oligarchie van de uitgevers en de wens van wetenschappers en instituten om exclusief te zijn. (Ze willen het , omdat iedereen het wil; zij zouden toch niet de sukkeltjes zijn die achterblijven en niet meedoen?) De oplossing van dit probleem is echter niet om alles overhoop te gooien en opnieuw te beginnen (wat ik in #0 lees), maar je op het probleem te richten. Ik ben voor een holistische visie op het onderwijs, maar dit lijkt erop dat het probleem groter wordt gemaakt dan het daadwerkelijk is.

    Probleemstelling: Wetenschappelijke publicaties laagdrempelig openbaar maken, met behoud van waarborging van kwaliteit.

    Een oplossing kan zijn dat (grote groepen) wetenschappers zich verenigen in een online peer-reviewed redactie. Wetenschappers mogen alleen stukken inzenden als ze daadwerkelijk andere stukken recenseren. Wetenschappers die slecht of niet recenseren (troll-wetenschappers) worden geweerd van inzendingen. Publicaties (en hun recensies!) zijn vrij toegankelijk (ook voor burgers) voor een klein bedrag voor 0,10 tot 1,00 Euro. Hoofdzakelijk ter dekking van het systeem. Voor een kleine competitiewerking (en motivatie om goed werk te leveren) kan er ook een maandelijkse/jaarlijkse prijs uitgeloofd worden voor de auteur(s) van de beste 10 artikelen en de beste 10 recensies. Helaas zou zoiets alleen werken als je genoeg mensen/instituten meekrijgt. Daarnaast bestaat het risico dat de uitgevers ‘oneerlijke markt’ schreeuwen omdat de onderzoekers, en dus het onderzoek, en dus het initiatief gesubsidieerd wordt door de overheid en dus oneigenlijke staatsinmenging in de markt is. Een ander risico is dat je dit krijgt.

  15. 16

    @Folkward

    Die probleemstelling is veel te beperkt. Dit artikel gaat niet alleen om beschikbaarheid van publicaties.

    Volgens mij constateert Lendering een aantal problemen:
    – Beschikbaarheid van publicaties (laat ik er maar mee beginnen)
    – Fraude
    – Studieduur wordt bepaald door tijd, niet door inhoud
    – Wetenschappers worden afgerekend op hoeveelheid publicaties
    – Universitaire medewerkers houden zich niet bezig met kennisoverdacht naar het publiek (en dan gaat het dus om andere dingen dan wetenschappelijke publicaties, die de meeste mensen toch niet kunnen lezen)
    – Onzin in de media over wetenschap wordt niet tegengesproken
    – Hoger opgeleid publiek keert zich tegen de wetenschap

    Natuurlijk kan je per probleem een oplossing zoeken. Maar als er zoveel problemen tegelijkertijd zijn, dan zou je ook eens kunnen gaan nadenken of we het allemaal niet op een hele andere manier moeten organiseren. Ik denk, dat dat een veel betere aanpak zou zijn; veel van deze problemen komen namelijk door de manier waarop we het nu georganiseerd hebben.

    Sowieso, wat voor oplossing je ook bedenkt, je moet altijd even nadenken over wat je doel precies is. Neem nu jouw betaalmuur verhaal. Dat kan heel goed juist een doel zijn; Reed Elsevier, een van de grootste wetenschappelijke uitgevers, is een deels Nederlands bedrijf. Op zich zou het goed voor Nederland zijn, als die extra omzet maken. Meer winstbelasting, meer werkgelegenheid, je kent het verhaal wel. Als dat inderdaad het doel is van het overheidsbeleid, dan moet je juist helemaal niets willen veranderen. Het kan dus zeker geen kwaad, om even na te denken over de rol van de wetenschap in de maatschappij, voordat je meteen oplossingen voor deelproblemen gaat implementeren.

  16. 17

    @12:
    ” In het geval van Rijpkema, bijvoorbeeld, ging het over het overschrijven van een eerder leerboek; de teksten van zo’n boek zijn voor zover ik weet niet digitaal beschikbaar”

    Jawel dus, die software zoekt volledige databases van artikelen, bibliotheken en zoekmachines op internet door. E-books zullen er veelal tussen zitten en anders vist ie wellicht wel citaten via Google op.

  17. 18

    @Aesir

    Het begint wel te veranderen, maar veel leerboeken zijn nog steeds alleen maar print. Daar zijn niet zomaar digitale versies van beschikbaar. De uitgevers hebben dat natuurlijk wel, maar die zullen dat niet zomaar beschikbaar maken. Maar misschien gebeurt dat juist wel, ik weet het eigenlijk niet.

  18. 19

    @16 Inderdaad is er het probleem van suboptimalisatie: oplossingen voor deelproblemen zoeken, die uiteindelijk een suboptimale oplossing voor het hele probleem geven. Inderdaad kun je je afvragen: “Wat is het doel” van het overheidsbeleid: bijvoorbeeld meer geld binnenbrengen door in dit specifieke geval de betaalmuur van Reed Elsevier overeind te houden (bijvoorbeeld he), of juist de publiekmaking van kennis te verbeteren? En dan loont het inderdaad zeker om één consistente overheidsvisie te hebben.

    Ten tweede wil ik dus wel een meningsverschil met jou definieren: Volgens mij is het huidige onderwijssysteem gegroeid, men kan dan volgens mij ook niet echt spreken van ‘hoe wij het georganiseerd hebben’, omdat dat veel meer bewust, lange-termijn-visie impliceert dan er naar mijn idee daadwerkelijk was. Daar ben je het misschien nog mee eens, maar de crux is dan of je zo’n gegroeid systeem, ‘organisme’ (of niet, als je het er niet mee eens bent) in één keer aan de kant kunt zetten en vanuit niets weer opnieuw beginnen. Ik vind van niet en ik krijg het idee dat je jij dit wel vindt.

    Wel moet je inderdaad het totaalplaatje in de gaten houden, niet lukraak oplossingen voor deelproblemen invoeren in de hoop dat het dan beter komt(alsjeblieft niet!). Maar als je merkt dat iets niet klopt, moet je op een gegeven moment toch wel beginnen met iets doen (blijven denken mag sowieso ). Dat betekent oplossingen implementeren voor deelproblemen, dan wel het systeem (elders) anders inrichten, zodat het systeem als geheel beter werkt, dan wel het beginnen met ontmanteling van systeem om er iets nieuws voor in de plaats te doen, dan wel het actief negeren van/berusten in het probleem.

  19. 20

    @Folkward

    Ik ben het er inderdaad mee eens dat er niet veel lange termijn visie ten grondslag ligt aan het hoger onderwijsbeleid ;-)

    Ik denk ook niet dat je het in 1 keer kunt veranderen. Maar als je dingen wilt veranderen, dan moet je wel een idee hebben waar je heen wilt. Dat bedoelde ik met mijn voorbeeld. Als je geen visie hebt, dan zou je bijvoorbeeld kunnen besluiten dat die betaalmuren prima zijn, omdat Nederland eraan verdiend.

    Maar we zijn het meer eens dan je denkt, volgens mij.