Paleizen en multifunctionele accommodaties

ACHTERGROND - ‘Waarom moet je nog eens naar Kreta?’ vroeg mijn vriend. Ik zei dat de oude Minoïsche cultuur leerzaam en actueel was. Maar hij begon door te vragen: ‘Geef eens een voorbeeld?’ Ik hield vol, want ik had mijn reis al geboekt. Maar overtuigend klonk ik vast niet.

We zitten in de lokale politiek en houden ons bezig met de problematiek van centrumvoorzieningen in de dorpen, ter versterking van het sociale leven. ‘Kun je iets leren van Kretenzers van 2000 jaar voor Christus, voor de centra in de dorpen van 2000 jaar na Christus?’ schamperde hij.

Nu heb ik een dwarse kop, dus dat type vraag inspireert mij wel. De eerste reisdag op Kreta wilde ik graag naar Festos, de opgraving van een paleis aldaar bekijken. Mijn vrouw vroeg geen toelichting en vond het goed. De rit was lang. Het was heet. De plek was niet goed aangegeven, dus we moesten nog zoeken. Een flesje water is dan weinig.

We strompelden over de stenen, verrukt over de ligging van het paleis, op een heuvel in een licht glooiend gebied. Geleidelijk vormde zich een beeld van de functie, die het gebouw heeft vervuld. Het was het huis van de koning, zeker. Naast die bestuurlijke functie kon er ook aan de goden worden geofferd, was er ruimte voor (religieuze) rituelen en feesten en processies. Er was ook iets als een theater, de culturele functie: het nieuwste stuk van de dichter werd voor de koning opgevoerd. Onderin het gebouw treffen we manshoge “pithoi”, grote voorraadvaten. En waarvoor dienden de “kolouroi” precies? Over deze ronde put-achtige silo-constructies zijn de archeologen onzeker: ook opslag van agrarische producten?

Terwijl we vermoeid het enige schaduwplekje opzoeken, tel ik nog eens op: bestuurscentrum en huis des konings, religieus centrum, culturele en theaterfunctie, maar ook economisch centrum en markt. Zouden we vandaag zo’n gebouw niet een multifunctionele accomodatie noemen? Ooit bouwde architect Van Klingeren zo’n soort gebouw in Dronten en noemde het “Agora”. Bevangen door de hitte drinken we onze laatste slokken water. De cycladen maken een oorverdovend lawaai.

En ineens begint de projector in mijn hoofd en ben ik 4000 jaar terug in de tijd. Ik zie kromme boeren, met hun ezeltjes tegen de helling oplopen, om hun productie naar het paleis te brengen. Ik zie de bezoekers voor de koning wachten op hun beurt. Ik zie een tegenspartelend offerdier. Ik zie het publiek plaatsnemen in het theater. Ik zie de kooplieden scheppen uit de pithoi en onderhandelen met hun klanten. Het gebeurt allemaal, in samenhang en tegelijkertijd.

‘Is er iets?’ vraagt mijn vrouw. Een reis door de tijd van vier millennia, zei ik, maar dat moest ik uitleggen. ‘Je moet wat drinken,’ zei ze. We zochten de uitspanning op en bestelden een groot glas. Ik vertelde wat mijn inwendige projector had vertoond. ‘Maar wat is daar verder spannend aan?’ wilde ze weten.

Ik vertelde over onze politieke discussie over de centra. Wij sluiten onze kerkgebouwen door onvoldoende interesse van de gelovigen en de onttovering van de wereld. Wij voeren discussie over de kosten en de noodzaak van bestuursgebouwen, want we kunnen wel zonder kantoren voor dure ambtenaren. Wij doen niet meer aan (lokale) cultuur, want dat geld is al besteed aan noodlijdende voetbalclubs. Wij sluiten de winkels, want het “economisch draagvlak” wordt te klein. Wij hebben steeds minder lokale economie, want onze economische voortbrenging wordt steeds grootschaliger.

‘Waarom vind je het een inspirerend voorbeeld? Alles is toch anders geworden?’ vroeg mijn vrouw. Dat is natuurlijk zo. Maar de vraag is of er iets mis is aan de basisprincipes van het Minoïsch paleis en waarom.

Zijn mensen minder religieus geworden? Misschien wel, maar of dat betekent dat kerken moeten worden afgebroken? Is de economie grootschaliger georganiseerd dan vroeger? Dat is zeker het geval, maar betekent het ook dat er geen lokaal marktproces meer kan bestaan? Met de moderne technologie is het toch mogelijk marktprocessen weer kleinschaliger te organiseren?  Vroeger en nu moeten voorraden worden bewaard, opgeslagen, aan klanten verkocht. Om welke reden is dat uit ons sociale midden weggeorganiseerd?

De paleizen van Kreta zijn bezweken aan overvallen en aardbevingen. Maar net als toen zoeken we ook nu naar een balans tussen de oermenselijke behoeften en de vorm waarin we met elkaar samenleven: door religieuze, politieke, culturele en economische functies vorm te geven in onze sociale omgeving. Daar slagen we niet zo goed in: de diensten in de dorpen verdwijnen, de kerken sluiten, winkels gaan dicht, kantoorruimte is er te veel, dorpen lopen leeg. Maar een beetje nadenken over waarom dat zo is, zou geen kwaad kunnen.

‘Zullen we morgen naar Knossos gaan kijken?’ vroeg ik mijn vrouw.  Ze vond het goed.

 

  1. 1

    Nou hebben ze in Den Haag, waar de koning woont en de regering zetelt, een hedendaagse versie van die Festos. Op wandelafstand heb je paleis, regeringsgebouwen, parlement, theaters, winkels, stadhuis en bibliotheek.
    Er is op wandelafstand zelfs een veldje waar soms duizenden mensen bij elkaar komen om hun gedachten over ‘de politiek’ kenbaar te maken.

    Het enige verschil met de Festos is: het ligt niet op een heuvel. Wat overigens de bereikbaarheid van de regering er niet makkelijker op maakt, maar dat ligt ergens anders aan.

  2. 2

    Op zich niet veel op te zeggen. Maar het centrum van Den Haag lijdt ook niet aan leegloop of gebrek aan vitaliteit. Het Plein zit dag in dag uit vol. Misschien te veel met ambtenaren, die vooral elkaar geweldig vinden.
    Dat leidt tot een onbereikbaar machtssysteem, zeker.
    Ik betoogde iets over een wereld die in de Randstad minder bekend is, de samenhang van voorzieningen in dorpen, de leegloop waarbij de kruidenier, het dorpshuis en het postagentschap het loodje leggen, het verlies aan leefbaarheid.

  3. 3

    Jawel, maar je koppelt dat toch aan de vraag of er iets mis is aan de basisprincipes van het Minoïsch paleis en waarom?

    Hier hebben we natuurlijk ook lang geleden “locaties met een sociale samenhang” gehad in de vorm van kloosters, kastelen en wat paleizen. Ook verdwenen (op sommige gebouwen na).
    Maar ik denk niet dat de buitenrandstedelijke gebieden gerevitaliseerd kunnen worden door er weer paleizen neer te zetten ;)

    Ik ben het met je eens dat er met de voorzieningen in dorpen iets goed mis is gegaan. En plannen voor krimpgebieden zien er in mijn ogen ook niet even denderend uit. Maar zou dat bij de oude Grieken veel anders zijn geweest? Had je ook daar niet een aantal levendige centra en moesten bewoners van landeljke gehuchten niet op pad om dat alleen daar voorzieningen waren die er bij hen in de buurt niet waren?

    Voorzieningen zouden rond de mensen moeten worden gebouwd en niet in/rond een paar (machts)centra. Festos is dus een verkeerd voorbeeld?

  4. 5

    Ik zie kromme boeren, met hun ezeltjes tegen de helling oplopen, om hun productie naar het paleis te brengen. Ik zie de bezoekers voor de koning wachten op hun beurt. Ik zie een tegenspartelend offerdier. Ik zie het publiek plaatsnemen in het theater. Ik zie de kooplieden scheppen uit de pithoi en onderhandelen met hun klanten

    Andere interpretatie:

    Ik zie kromme boeren, gebukt onder de last van werk en plichten aan de feodale koning naar het paleis lopen om hun jaarlijkse schatting te betalen. Daar aangekomen worden ze onder druk gezet om ook nog te offeren aan de religieuzen die samenspannen met de koning om het gepeupel er onder te houden. Het verschil tussen slaven en vrijen is niet zo groot: slaven komen van elders, vrijen zijn lokaal geboren. Maar werken tot ze doodvallen zullen ze. De enige ontspanning – naast het gebeden prevelen – vormen de kunstenaars/acteurs die hun creaties rondtrekkend tonen tijdens de dorpsfeesten om de druk van de ketel te halen en revolutie te voorkomen : brood en spelen. Het jaarlijkse stierenvechten vormt het hoogtepunt en de beste kwaliteit van de theateropvoering mag zich tonen in het paleis tijdens de jaarlijkse landdagen. Om kort te gaan : de centra waar de koning woonde of kwam waren bedoeld om de mensen tevreden te houden tijdens het uitoefenen van hun belangrijkste plicht : de gift aan de koning.

    Cultuur is een stukje zoethout waar we allemaal op mogen kauwen tot de smaak er af is. Daarna gaat de koning dood, leve de koning en zijn nieuwe cultuur : Marco Borsato. Iedereen tevreden, geen revolutie. Een aardbeving kan.

    Oh en offerdieren spartelen altijd tegen.
    Dat is cultuur-onafhankelijk.

  5. 7

    Ik heb waardering voor de geestigheid, waarmee ik word gelezen. Maar ik pleitte niet voor paleizen.
    Ik pleit voor een intieme combinatie van functies, die meerwaarde en leefbaarheid oplevert.
    Kan die combinatie in de huidige tijd nog bestaan? Neen, zeggen de grootschaligheidsdenkers, dus accepteer de leegloop in de dorpen. Tegen hen zeg ik: wat de oude Grieken deden met hun boeren, de ezeltjes en hun dichters, zou misschien in moderne verhoudingen ook weer kunnen. Een lokale Marktplaats kun je zonder veel investeringen toch digitaal vormgeven? Zou het niet aardig zijn als lokale producenten lokaal hun klanten zouden vinden en het goedkoper zouden doen dan Albert Heyn?
    Dat er feodale en anti-egalitaire trekken te over waren in de Minoische en Griekse democratie weet ik ook wel. Maar het ging me er om een paar gedachten los te maken over de dingen die we al te gemakkelijk als onvermijdelijk en onomkeerbaar zien.

  6. 8

    Ja, ik begreep het wel en het kan zijn dat multifunctionele centra een kleinschaligheid ten goede komen. Maar ik zie dat wel als tegentijds en dan denk ik aan kaalslagacties als Hoog Catharijne en de Stopera. En er zijn meer van die acties (zonder direct naar Albert Speer te gaan wijzen).

    Het kan zijn dat multifunctionele centra kleinschaligheid (tegenover grootschaligheidsdenkers) ten goede komen. Maar eigenlijk denk ik dat de bevolkingsgroei – of de overbevolking zo je wilt – de overhand heeft genomen en dat kleinschaligheid niet meer van deze tijd is. Of er zouden gewoon heel veel van dat soort centra moeten komen.

    En dat laatste zou een decentralisatie van de macht betekenen. Gebrek aan controle als resultaat. En gebrek aan controle is dodelijk voor de macht en dus voor haar inkomen en invloed. Hetgeen me weer terugbrengt bij mijn #5.

    Ik ben blij dat je vindt, dat ik je humoristisch lees (en becommentarieer). Maar echt humoristisch was het niet bedoeld. Wel cynisch. Ik denk nl dat kleinschaligheid niet meer kan. We zijn wat stappen te ver.

    Vluchten kan niet meer.
    Betalen aan de baas wel.

  7. 10

    @8: tegen jou had ik het dus. Tegentijds ja, tegen centrale macht ja, maar ik probeer wat argumenten te geven, waarom ik denk dat dit kan. Ik kom net van een Grieks eiland waar men de euro lokaal heeft ingewisseld voor nieuw geld.
    Dat vind ik leuk. Ik denk dat kleinschaligheid wel kan, jij denkt dat het niet meer kan. Maar veel argumenten om mij van dat geloof te bevrijden geef je niet.

  8. 11

    @10: Ach, argumenten in een zo complex iets als de discussie over kleinschaligheid versus grootschaligheid is onbegonnen werk.

    Ik heb bosbouw gestudeerd en heb me daar in bezig gehouden met kleinschaligheid. Die discussie in de jaren 70/80 op dat vakgebied was werkelijk gekmakend. En ik laat me niet gek maken dus daar ben ik mee gestopt.

    Als jij werkelijk met argumenten wil discussiëren over de mogelijkheid van kleinschaligheid in deze wereld dan moet je dat doen. Ik denk dan : gewoon doen die kleinschaligheid, dan zie je wel of en hoe het werkt. Discussie slaat het dood.

  9. 13

    @10: Ik zag vorige week een interessante aflevering van Tegenlicht. Ging over alternatieven die de Grieken vinden in antwoord op de crisis. Met o.a. coöperaties, lokale initiatieven, waardoor de tussenhandel weg kon blijven en producten toch betaalbaar op de markt gebracht kunnen worden.

    Daarin ook de Tsjechische econoom Tomás Sedláček, die stelde dat de oude Grieken ver voor lagen op de rest van Europa en nu nog steeds ver voor lopen: ze zijn eerder failliet dan de andere landen.

    Wij, Nederland, moeten dus eerst volledig te gronde gaan voor we tot veranderingen komen?
    De vraag is waarom er in krimpgebieden niet soortgelijke initiatieven vanuit de burgers komen als in Griekenland. Misschien omdat dat wordt tegen gehouden door bestuurders die een heel andere opstelling hebben dan bijv. de Griekse burgemeester in Thessaloniki, die regelgeving (o.a. vergunningenbeleid) en facilitering (o.a. infrastructuur) wil wijzigen ten gunste van die nieuwe initiatieven?

  10. 14

    @7, toch he, wat je zegt te betogen, betoogde je feitelijk niet. Je verwacht dat wij dingen lezen in een tekst die jij er niet in hebt gestopt. Uit het artikel wordt gewoon niet echt duidelijk hoe je het zou vertalen naar de huidige tijd, dus je kunt niet echt zeggen dat je pleitte voor dit of dat betoogde. Hooguit dat je dat had willen doen.

    Je stelt vragen, maar beantwoordt die niet. Dat kan, dat mag, maar dan is het natuurlijk wel vrij logisch dat lezers niet weten wat jij ervan vindt.

    Maar die vragen zijn verder wel interessant. Waarom het zo gelopen is? Vermoedelijk omdat de meeste kernen voortkomen uit specialisatie. Nederland is niet, is volgens mij nooit, lokaal georganiseerd geweest, het is altijd een handelsplaats geweest. Strategisch gelegen voor het achterland – maar qua land nauwelijks in staat om op lokaal niveau te voorzien in de diverse basisbehoeften: het is altijd al noodzakelijk geweest om meer infrastructuur en handel te hebben dan noodzakelijk is op een grieks eiland.

    Bijna alle dorpen zijn dan ook monoculturen, ze hangen op een bepaalde landbouwsoort of een bepaalde industrie, en daar omheen ontstaat dan een gemeenschap(je). Maar nu veel van die zaken slechts werk bieden aan een handjevol mensen, trekt de rest door economische noodzaak naar de stad, en slaat de delokalisatie genadeloos toe. Zelfs al blijven ze op hun plek wonen, het feit dat ze vele uren gedwongen in de stad en uit het dorp zijn maakt dat de lokale gemeenschap daaronder leidt.

    De belangrijkste oplossing lijkt me dan ook dat je mogelijkheden moet vinden om mensen weer uit de stad op het land te krijgen, voornamelijk met werk. Het gaat niet om het creeren van cultuur ofzo – die volgt wel zodra je de mensen op een bepaalde plek hebt waar mensen moeten komen.

    Maar hoe je dat voor elkaar krijgt? Ik zou het niet weten.

  11. 15

    @13: precies, daarom gaat en ging het. Overigens zitten de krimpgebieden vol met boeiende vormen van zelfbeheer, sociale netwerken, vrijwilligers en alternatieve geldcircuits. Misschien goed om eens wat meer aandacht aan te besteden.
    De geur van dwazen en geitenwollen sokken is niet altijd een terechte vorm van afschrikking.
    @14: je bent een trouw lezer van me, dus ik hoef toch niet altijd alles te herhalen? Ik heb hier vaker geschreven over een lokale marktplaatsfunctie, gehost op de computer van de gemeente of de woningcorporatie. Nu de decentralisatie van het sociaal domein en de zorg gaande is, zijn dat actuelere gedachten dan ooit.
    Goed dat je de vragen wel interessant acht, blij ook dat ik ze mag stellen. Natuurlijk, door het water zijn we een logistiek volkje, we slepen meer met spullen dan we maken. Maar als verklaring is het niet voldoende; landbouw doen we toch wel, veeteelt ook.
    Je denken over cultuur stelt me teleur: ik heb wel eens geloofd in een hierarchie van economie, sociaal, cultureel. Maar ik denk dat de cultuur misschien wel voorop hoort. Maar ik geef toe dat ik niet weet wat honger is.