Ik aarzelde drie seconden

COLUMN - © Karin Spaink. Foto Victor Bergen-HenegouwenAfgelopen weekend was het dertien jaar geleden dat mijn rechterborst werd geamputeerd. In de dagen voorafgaand aan de operatie vroeg de behandelend arts me of ik een implantaat wilde: tegenwoordig kon de nepperd er vaak in tijdens dezelfde ingreep als waarbij de echte werd verwijderd.

Ik aarzelde drie seconden, en zei ‘nee’. Weliswaar zag ik er als een huis tegenop om met één borst verder te moeten – wat gelukkig ontzettend meeviel, ik sta er eigenlijk nooit meer bij stil – maar zo’n pronte nepborst naast mijn al wat hangende echte leek me nog veel raarder. En nu dank ik mezelf op mijn blote knietjes voor die beslissing.

Windmolens zorgen voor uitsterven insecten: Een klimaatontkennende klap van de molen

Windmolens, torens van Mordor (of Kankor). Althans, als je een klimaatontkenner bent. Sinds die dingen subsidieloos door het leven zwieren wordt hen de ene na de andere dierlijke holocaust in de wieken geschoven. Een jaar of vijf geleden waren het de vogels die massaal slachtoffer werden van deze moderne guillotines (wat natuurlijk bullshit was), nu zijn het de insecten. Want het gaat slecht met insecten op de wereld. Combineer dat met een studie die zegt dat jaarlijks 1200 ton insecten sterft door windmolens, en klimaatontkenners hebben hun nieuwe gelegenheidsargument: weg met windmolens, want denk aan de insecten. Niet dat het hen ook maar een zak interesseert, maar hey, ze weten dat windmolenknuffelaars vaak ook insectenknuffelaars zijn, en daarmee kan je misschien mooi wat tweespalt aan de andere kant veroorzaken. Geholpen door onder andere De Telegraaf, Het AD en het Dagblad van het Noorden verspreidde het nieuws zich razendsnel.

Amerikaanse toestanden

OPINIE - Raakt Nederland besmet?

De staat moet zich onthouden van bemoeienis met godsdienst, de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, of vreedzame volksvergaderingen. Zo luidt ongeveer het First amendment van de Amerikaanse grondwet, traditioneel het voorbeeld voor alle tegenstanders van censuur. De bescherming van het vrije woord tegen ingrijpen van de overheid laat onverlet dat Amerikaanse burgers elkaar nog steeds kunnen aanspreken op uitingen die in strijd zijn met lokale zeden of het dominante geloof. In de afgelopen jaren hebben we met enige verbazing, juist vanwege dat beeld van vrijheidslievende Amerikanen, kennis kunnen nemen van incidenten op Amerikaanse universiteiten waar een ver doorgevoerd beleid van politiek correct handelen geleid heeft tot een drastische inperking van de vrijheid van meningsuiting. Linkse studenten op Amerikaanse universiteiten plegen censuur op ideeën, taal en sprekers die hun niet bevallen. Volgens critici ondermijnen zij hiermee de universiteit als debatplek bij uitstek. Het opmerkelijkste argument van de studenten om bepaalde sprekers, of ook onderdelen uit de historische of literaire canon, niet te willen horen, is dat die hen stress zou bezorgen, en zo lichamelijke klachten, waartegen zij zich dus ook fysiek mogen weren.

Dat de studenten het vooral hebben begrepen op uitingen vanuit de rechtse, conservatieve hoek, en dan met name uitingen die strijdig zijn met respect voor hun verschillende identiteiten, roept een reactie op met grote risico’s voor de traditionele Amerikaanse free speech. Want wat blijkt? President Trump heeft gehoor gegeven aan klachten uit zijn achterban over de toestand op de ‘linkse’ universiteiten. Hij dreigt academische instellingen nu te gaan korten op hun researchgelden als ze geen free speech voor hun studenten en personeel kunnen garanderen. Het presidentiële decreet  beroept zich op het First amendment maar is natuurlijk als zodanig juist volledig in strijd met de Amerikaanse grondwet die overheidsingrijpen moet voorkomen.

Closing Time | De laatste keer?

Van ‘Oh well’ naar ‘Well this could be the last time’. Ofwel songs met prominente gitaarriffs. Vanavond draagt Brian Jones het hele nummer met een ‘goud-van-oude’ riff. Jawel, het is vreselijk oud, maar je vervangt een klep en hij doet het weer. Wellicht heeft de gedachte hem wel bezig gehouden….

Een wat beter geluid in dit filmpje.

APA bloody APA

Ja, het is enige tijd geleden dat u iets hoorde over de proef die Nijmegen aan het doen is met de bijstand, en waarvan ik de impact onderzoek. De reden dat u niet zo veel hoort is natuurlijk dat ik druk bezig ben met het analyseren van data en het schrijven van artikelen.

Maar nu moet me toch echt even iets van het hart. Ik ben eigenlijk historicus, en voor mijn onderzoek ben ik een beetje verdwaald en terecht gekomen in sociologenland. En daar is het heel prettig hoor: leuke, gedreven mensen die keihard werken, maatschappelijk relevant onderzoek doen, en daar behoorlijk geavanceerde (statistische) methoden voor gebruiken.

Maar die verwijzingen, manmanman, die verwijzingen. In de Social Sciences, waar Sociologie toe behoort, gebruikt men (vaak) het verwijssysteem van de American Psychologists Association. Oftewel: ‘APA’. En dat is een draak van een systeem, zeker als je de mooie, uitgebreide verwijzingssystematiek gewend bent die historici gebruiken. En ja, dit verschil is belangrijk!

Overheid, stop met stigmatiserende rapporten over criminaliteit en etnische herkomst

Stichting Ocan (belangenvereniging voor Caribische Nederlanders), Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders (SMN) en het Inspraakorgaan Turken in Nederland (IOT) roepen de overheid op hun communicatie over criminaliteit en etnische herkomst aan te passen.

De drie belangenverenigingen doen deze oproep omdat zij zien dat al sinds de jaren negentig op een onvolledige en stigmatiserende wijze wordt gerapporteerd over verschillen in criminaliteitscijfers tussen groepen. Onder andere het CBS, het SCP en het WODC publiceren met regelmaat rapporten waarin criminaliteitscijfers worden uitgesplitst naar een selectie van herkomstlanden (waaronder meestal de ‘klassieke’ migratielanden: Marokko, Turkije, Caribisch Nederland). Het gaat om jaarlijkse overzichtsrapporten zoals Criminaliteit en Rechtshandhaving maar ook om andere jaarlijkse publicaties zoals het Jaarrapport Integratie en De sociale Staat van Nederland.

John Leerdam, voorzitter van Stichting Ocan:

“Wat is daarvan de toegevoegde waarde? Dat blijft nog altijd vaag! Overheidsonderzoek over criminaliteit gaat over het blootleggen van achterliggende factoren, zoals economische positie, opleidingsniveau of opvoeding. Dan zijn die uitsplitsingen naar herkomst niet nodig. Het kan bijna niet anders dan dat dit soort communicatie schadelijk is geweest voor Caribische-Nederlanders, bijvoorbeeld voor de positie op de arbeidsmarkt. Het is daarom tijd om ons hierover uit te spreken in een samenleving die inclusie voorstaat. Vooral met het oog op gelijke kansen voor onze opgroeiende jeugd vinden wij dat herkomst er niet telkens moet worden bijgehaald als wordt gepraat over criminaliteit.” (bron: persbericht SMN, IOT en OCAN)

Waarom we (niet) protesteren

COLUMN - Ontevredenheid alleen maakt niet opstandig. Wat zorgt er dan voor dat mensen de straat op gaan?

Ik ben vaak boos. Over de politiek, het milieu, ongelijkheid. Toch heb ik nog nooit gedemonstreerd. Ik blijk niet de enige te zijn: in Nederland heeft maar 5 tot 10 procent van de mensen in de afgelopen 12 maanden meegedaan aan een demonstratie. En dit is niet zo gek, want volgens socioloog prof. dr. Jacquelien van Stekelenburg is het helemaal niet vanzelfsprekend dat frustratie en onvrede leiden tot protest. Hoe ziet protest er tegenwoordig uit? En wat is er eigenlijk nodig voor collectieve actie?

Protest is als de tango

Het aantal mensen dat tegenwoordig meedoet aan demonstraties in Nederland lijkt misschien laag, maar in feite is het een piek. “Het aantal demonstraties wisselt sterk over de tijd heen, er is sprake van een golfbeweging,” stelt Van Stekelenburg. “Op het moment zitten we eigenlijk in een springvloed; er wordt nu net zoveel geprotesteerd als in de roerige jaren 60.”

Goed Volk | De zeemeermin van Fiji – achtergronden bij een broodjeaapverhaal

ACHTERGROND, LONGREAD - De zeemeermin is waarschijnlijk het meest aansprekende zo niet populairste fabelwezen dat er bestaat. Net als de centaur is het een ‘androcefaal’, half mens half dier, maar in tegenstelling tot de mythische centaur (al komt de Fenicische visachtige godin Atargatis als mythisch wezen een eind) vindt de zeemeermin haar oorsprong hoogstwaarschijnlijk in onjuiste waarnemingen van de doejong of Indische zeekoe, één van de zeedieren die vroeger door vissers en zeelieden aangezien werd voor een vreemdsoortig creatuur dat nu eenmaal thuishoorde in de chaos die oceaan heet. Daarnaast bestaat er ook nog de ichtyocentaur (vissencentaur), maar dit terzijde.

Hoewel al in de 16e eeuw anatomisch redelijke correcte afbeeldingen van zeekoeien bestonden – bijvoorbeeld van Guillaume Rondelet in zijn vissenboek van 1558 – bleek het geloof in zeemeerminnen hardnekkig.