Overheid moet niet pamperen

ANALYSE - Hoe kun je als overheid een gezonde leefstijl voor burgers vanzelfsprekend en plezierig maken? Door ze te pamperen, aan hun lot over te laten of door een wondermiddel in te zetten? Beter is: laat samenleving en individu beiden hun verantwoordelijkheid nemen.

Nudging wordt geregeld als panacee beschouwd om gedrag te beïnvloeden: je hoeft maar een paar dingen in de omgeving van consumenten aan te passen en het komt bijna vanzelf goed. Vooral maatregelen in de trant van gezonde gerechten op de voorkant van de menukaart van het restaurant of gezonde producten op ooghoogte in de schappen van de supermarkt, zouden consumenten er als vanzelf toe verleiden om geen vette, zoete en dikmakende voedingswaren te kopen of te eten.

Maar dat is te simpel. Net als de ideeën die mensen zouden moeten stimuleren om meer te bewegen. Voorstellen om een trap middenin een gebouw te plaatsen en de liften naar de donkere hoeken te verbannen, lijken aardig, maar gaan voorbij aan de vraag wie bepaalt hoe een gebouw wordt ontworpen. In de regel zijn dat geen sociaal wetenschappers of voedingsdeskundigen.

Nudging kan mensen helpen om ze te stimuleren om gezondere keuzes te maken. Maar daarnaast mogen mensen wel op hun eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken. Daarbij moet ook de overheid zelf een gezonde leefstijl bevorderen.

Zo moet het dus niet

Minister Edith Schippers van Volksgezondheid houdt die boot af: het individu bepaalt hoe hij leeft, of dat nu gezond is of niet, en de overheid dient zich daarmee niet te bemoeien. Dus meer dan 10% van de kinderen en ruim 45% van de volwassenen zijn dik omdat ze zelf gekozen hebben voor een leefstijl die tot teveel gewicht leidt. Eigen schuld is hier letterlijk dikke bult: wie kiest voor veel eten en weinig bewegen, wordt dik.

Zeker, mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid, maar overgewicht is meer dan het resultaat van een zelf gekozen leefstijl. Overgewicht, of algemener een ongezonde leefstijl, is altijd het gevolg van een combinatie van factoren: opleiding, inkomen, omgeving, biologische aanleg en individuele keuze. Daaruit volgt logischerwijs dat een beleid dat de openbare gezondheid kan bevorderen ook uit moet gaan van individuele én collectieve factoren.

Het rookbeleid is een goede illustratie. Rond de zestiger jaren van de 20ste eeuw rookte 90% van de mannen, nu is dat aantal gedaald tot iets minder dan 30%. Die daling is het gevolg van een jarenlang actief overheidsbeleid, bestaande uit informatie- en bewustwordingscampagnes, schoolvoorlichting, prijsverhogingen, stoppen-met-roken-programma’s en het verbieden van roken op de werkplek, in openbare gebouwen en vervoer en ten slotte in de horeca. Een stap-voor-stap-beleid waarin het lange-termijnperspectief domineerde.

Of mensen daadwerkelijk stoppen met roken, maken zij zelf uit, maar, zo wijst het beleid van de afgelopen veertig jaar uit, de overheid kan – en moet – daarbij wel een nadrukkelijk stimulerende en ondersteunende rol spelen. Je zou zeggen, gezien de kosten die samenhangen met het behandelen van rookgerelateerde aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en COPD, alle reden voor de overheid om dat beleid voort te zetten. En uit te breiden naar andere terreinen zoals overgewicht.

Convenant roken heeft dramatische gevolgen

Helaas heeft minister Schippers ervoor gekozen om dat niet te doen. Dat zie je vooral in de wijze waarop zij het rookverbod in cafés in feite teniet heeft gedaan. Haar voorstel om het wettelijk verbod om te zetten in een soort convenant – ze zoekt samen met de kroegbazen naar een oplossing – betekent dat de handhaving van het rookverbod in de hele horeca minder stringent is geworden. Dat heeft dramatische gevolgen, want niet alleen wordt er weer lustig op los gepaft in de (kleine) kroeg, maar ook zie je dat nog steeds veel jongeren met roken beginnen.

Daarmee laat de overheid mensen opnieuw en masse hart- en vaatziekten en COPD oplopen. Het liberale verhaal van de minister komt erop neer dat de overheid de zieken (vooralsnog) geen behandeling ontzegt, maar straks wel eigen bijdragen gaat vragen voor doktersbezoek, en ook lijdzaam toeziet hoe mensen überhaupt ziek worden. Wel behandelen voor hart- en vaatziekten, maar geen geld voor het doorzetten van een succesvol ontmoedigingsbeleid voor het roken – het is het paard achter de wagen spannen.

Afvallen is meer dan een koekje minder

Ik ben er niet voor om alles te verbieden of mensen te pamperen, maar de overheid moet zich meer dan nu laten gelden op het gebied van preventie. Dat kan ze doen door wettelijke maatregelen uit te vaardigen en verboden daadwerkelijk te handhaven. Ook zorgverzekeraars dienen hun verantwoordelijkheid te nemen. En ook daar dient de overheid kleur te bekennen door zorgverzekeraars een nadrukkelijke taak in preventie te geven. Om preventiebeleid structureel vorm en inhoud te geven dienen overheid en zorgverzekeraars, geldstromen te ontschotten en met scholen, sportverenigingen en gemeenten samen te werken.

In aanvulling op dat breed gedragen preventiebeleid zouden overheid en zorgverzekeraars er onder meer voor moeten zorgen dat ‘stopmedicatie’ en nicotinevervangers in het basispakket blijven om mensen te ondersteunen bij het stoppen met roken. Ook de professionele ondersteuning bij afvallen moet blijven.

De uitspraak van de minister dat afvallen simpel een kwestie is van een ‘koekje minder eten’ gaat voorbij aan het feit dat afvallen en op gewicht blijven een kwestie is van duurzame leefstijlverandering, en dat is niet eenvoudig. Of een leefstijl gezond is, wordt meestal afgemeten aan de BRAVO-factoren: voldoende bewegen, niet roken, matig alcoholgebruik, gezonde voeding, voldoende ontspanning.

Eerst de overheid, dan mensen aanspreken

Bij mensen met duidelijk leefstijlgerelateerde klachten en die daarvoor medicijnen of behandeling krijgen, moet dit bij voorkeur samengaan met een aanpak om hun leefstijl te veranderen – bijvoorbeeld stoppen met roken, meer bewegen en gezonder eten. Daar moet dan ook hulp en begeleiding bij mogelijk zijn. Passen mensen hun leefstijl niet aan gedurende zo’n behandeltraject, dan mag je als samenleving een nadrukkelijker beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid.. Maar de crux blijft steeds: de overheid (nationaal en lokaal) heeft nadrukkelijk de taak om te zorgen voor een gezonde leefomgeving, pas dan mag je burgers op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreken.

Concluderend: een samenleving van gezonde burgers vergt collectieve en individuele inspanning op tal van terreinen. En helaas, wondermiddelen bestaan niet.

Ien van de Goor is senior onderzoeker en bijzonder hoogleraar Effectiviteit Individuele Preventie bij het wetenschappelijk centrum voor Zorg en Welzijn Tranzo, onderdeel van de Universiteit van Tilburg.

  1. 1

    Een kleine curriculumwijziging in het basis- en/of middelbaar onderwijs? Maatschappijleer vervangen door voedingsleer? De meeste ouders hebben geen flauwe notie van gezonde voeding. De meesten denken nog steeds dat Blue Band goed is voor kinderen, zonder te beseffen dat die vol slechte trans-vetzuren zitten die de adertjes al op jonge leeftijd doen dichtslibben.

  2. 2

    Ach de een verdomt het om gezond voedsel te koken, de ander rookt en/of drinkt, sommige mensen vinden een half uur lopen al veel.
    Er is geen beginnen aan om al die mensen bij de les te houden, het heeft te maken met opvoeding en intelligentie en dan nog men heeft er vaak geen zin in om gezond te leven, het is vechten tegen de bierkaai. Maar als gezondheidszorg zou ik zeggen, geen behandeling voor allerlei klachten als u uw levenswijze niet verbetert.

  3. 3

    ” En ook daar dient de overheid kleur te bekennen door zorgverzekeraars een nadrukkelijke taak in preventie te geven.” uhhhh laten we dat vooral nu es niet doen. Het is al angstig genoeg hoeveel de zorgverzekeraars nu al te melden/te zeggen hebben in de zorgsector. Wellicht moeten zorgverzekeraars gewoon weer es doen wat ze horen te doen: geld schuiven als iemand kosten maakt als ie ziek is. punt. Het idee dat zorgverzekeraars het beste met ons voor hebben lijkt me redelijk ridicule. Iedere kosten besparing kan op deze wijze gegoten worden in de argumentatie van “preventie”.

  4. 4

    geld schuiven als iemand kosten maakt als ie ziek is.

    En waar halen ze dat geld vandaan? Bij jou en mij. Als het ze niet kan schelen hoeveel geld ze schuiven, dan blijven ze daar mee doorgaan tot je je hele salaris opmaakt aan zorgkosten. Want je wilt toch niet dat er mensen zijn die moeten LIJDEN omdat jij niet wilt betalen?

  5. 5

    Als het hen wel kan schelen hoeveel geld ze schuiven, is dat a priori omdat er winst gemaakt moet worden.
    Het geld dat overigens gewoon bij de staat vandaan komt middels ons mooi belastingstelsel.
    Inderdaad mag een verzekeraar imho slechts bemiddelen tussen de ontvanger en uitvoerder van zorg. Besluitvorming ligt wat mij betreft bij de uitvoerders > arts/instelling/patient en daarachter de regering en burgers…Uiteindelijk bepalen wij hoeveel we willen uitgeven aan de zorg. Verzekeraars ? Laat hen in vredesnaam niet teveel macht krijgen. Hun belang is slechts zoveel mogelijk oppotten..

  6. 6

    De overheid mag best helpen met het krijgen van gezondere voeding, het is nu eenmaal erg ingewikkeld om bewust gezond te eten. Als ik bijvoorbeeld al zie dat een standaard diepvriespizza zo ongeveer de adh voor zout bevat, dan kan de overheid best helpen om daar grenzen aan te stellen. Vergelijk het met het maximeren van debetrente of het beperken van omgevingslawaai. Het is in deze samenleving erg complex om overal vanop de hoogte te zijn. Een beetje hulp is dan best welkom.