Overgewicht: praten of minder automaten?

Het pubergesprek zou obesitas bij jongeren voorkomen.  Maar overgewicht is vooral een omgevingsprobleem, stelt pedagoog Mieke van Stigt

Het is een hot topic in het nieuws. ‘Pubers willen een pubergesprek’. Het voorstel is om de serie bezoeken aan de jeugdarts van de GGD (op 6, 9 en 12-jarige leeftijd) uit te breiden met een ‘pubergesprek’ op 16-jarige leeftijd, ondermeer om beter zicht te krijgen op zaken als obesitas, alcohol- en drugsgebruik en om eventueel seksuele voorlichting te kunnen geven. Er is veel voor te zeggen. Het is belangrijk om zicht te houden op hoe kinderen zich ontwikkelen, uit het oogpunt van preventie, om tijdig door te kunnen verwijzen en op die manier grotere problemen te voorkomen. Eén dossier, van consultatiebureau tot schoolarts in het 16e jaar, lijkt dan ook ideaal. Ook collectief, zodat zichtbaar wordt wat er zoal speelt onder de jeugd. Te veel zorg en beleid is versnipperd en ad hoc. Om goed preventief beleid te kunnen voeren is kennis van actuele ontwikkelingen noodzakelijk, zowel individueel als collectief.

Praten of domweg minder automaten?

Je kunt je afvragen of pubers zitten te wachten op nog een gesprek als ze 15 of 16 zijn, maar volgens onderzoek vindt 63 procent van de pubers dit een goed idee en zegt 20 procent zelf behoefte te hebben aan zo’n gesprek. Geen wonder dus dat Éénvandaag (en in navolging daarvan vele anderen) kopte: ‘Scholieren vóór pubergesprek’. Wat pas verderop in het artikel vermeld werd, was dat 79 procent van de scholieren vindt dat het pubergesprek vrijblijvend moet zijn en dat 47 procent van hen niet denkt dat het voornaamste doel – obesitas bestrijden – met het pubergesprek bereikt kan worden.

De beste manier, volgens de ondervraagde jongeren, om obesitas tegen te gaan, is het gezonder maken van het aanbod en het duurder maken van ongezonde producten. Ze willen graag op meer plekken gezonde keuzes kunnen maken. Deze noodkreet wordt echter als een soort bijproduct van het nieuwsbericht gepresenteerd en kreeg nauwelijks aandacht. En dit is niet de enige keer. Een ander recent bericht luidt: ‘Ouders hebben een te rooskleurig beeld over eten en bewegen’. De nadruk wordt gelegd op de tekortschietende ouders. Zij zijn immers verantwoordelijk voor het eetpatroon van hun kinderen?  Pas verderop in het artikel wordt vermeld dat ouders vooral behoefte hebben aan een gezondere omgeving. Kinderen kunnen volgens hen te makkelijk aan ongezonde voeding komen en ouders vinden het vervelend hier geen controle over te hebben. Vooral de frisdrank- en snoepautomaten op school zijn hen een doorn in het oog.

Voor de pubergesprekken (de schoolartsen en –verpleegkundigen) is 26 miljoen euro uitgetrokken. Daarnaast luidt de opdracht dat scholen meer aandacht moeten besteden aan bewegen en het aanbod in de kantines gezonder moet worden. Het is echter nog maar de vraag in hoeverre deze sub-opdrachten uitgevoerd gaan worden. Terwijl de omgeving waarin kinderen opgroeien vergeven is van de verleidingen en de ongezonde producten, stuiten voorstellen om de omgeving gezonder te maken op grote weerstand. Zo ook het voorstel van een Amsterdamse wethouder, om de aanwezigheid van een patatkar pal naast het schoolplein te verbieden.Volgens een Volkskrant-columniste is een dergelijk verbod ‘idioot en betuttelend’.Volgens haar hebben tieners altijd al veel zin in patat en andere vette snacks, en is het aanleren van zelfbeheersing tegen die verleidingen de taak van de ouders. De overheid mag zich niet bemoeien met wat wij in onze mond stoppen.

Verslavende werking van gemaksvoedsel

De rol van de overheid hierin ìs echter al vrij gering. De industrie van ongezond gemaksvoer heeft een reclamebudget dat 3000 keer zo hoog is (!) als dat van de (overheids-) voorlichting voor gezonde voeding. We worden niet zozeer betutteld door de overheid, als wel geïndoctrineerd en verslaafd gemaakt door de gemaksvoedselindustrie. Voedsel met een hoog vet- en suikergehalte blijkt namelijk verslavend te werken en het lijkt dan ook aannemelijk dat fastfoodproducenten en de voedingsindustrie op die verslavingsgevoeligheid inspelen. In vrijwel alle voedingsmiddelen zit tegenwoordig suiker of glucosestroop, zelfs in ham of filet américain. De schappen van de supermarkt zijn voor het overgrote merendeel gevuld met verleidelijke, niet zo gezonde producten, zoals chips, frisdrank, koek, snoep en zoutjes. Degene die daarin nog een gezonde keuze wil maken, wordt misleid door vage gezondheidsclaims. Denk hierbij aan ontbijtkoek, waar met grote letters op staat dat het ‘van nature vetarm’ is, maar dat voor 35 procent uit suikers bestaat. Of aan Liga Fruitkick, waarvan de `fruitvulling’ vooral suikers en slechts 6,7 procent fruit bevat. Loop eens over een winkelcentrum met knagende trek: waar vind je een gezond broodje? Eerder kans dat je bezwijkt voor patat, hema-worst, kaaspizza of andere ongezonde ‘keuzes’. Wat tref je aan in de sportkantine? Patat en kroketten, frisdrank, zakjes chips. In het zwembad? Idem dito.

Hoezo keuzevrijheid?

In deze samenleving is keuzevrijheid het parool. Elke restrictie wordt ervaren als betuttelend, als een inbreuk op het zelfsturende en zelfkiezende individu. Maar in hoeverre zijn wij, en met name kinderen, wel zelfsturend en zelfkiezend? De druk van de groep is groot, zeker onder pubers. De druk van de verleiding is nog veel groter en de weerstand daartegen maar heel beperkt, en dat weten de fabrikanten van gemaksvoer en de leveranciers van de horeca maar al te goed. MacDonalds heeft steeds meer salades in de aanbieding. Daarmee werken ze aan een gezonder imago en komen ze tegelijkertijd tegemoet aan de wensen van de klanten, zie zeggen gezondere producten te willen.  Zeggen, want éénmaal over de drempel, is de aanschaf toch weer ongezond.

Overgewicht is omgevingsprobleem

Overgewicht is vooral een omgevingsprobleem. De omgeving is verziekt, en de genetische aanleg en de sociale klasse van het kind bepalen de mate waarin die omgeving invloed heeft en leidt tot overgewicht. De hoogopgeleide opiniemakers hebben waarschijnlijk zowel geërfde slanke genen als een sociale omgeving die hen steunt.  Zij wijzen op de verantwoordelijkheid van de ouders, maar welke ouder is erbij om zoon- of dochterlief tegen te houden als de patatkraam naast het schoolplein de verleidelijke geuren op de puber loslaat? Je kunt je kind gezond eten meegeven, maar als de kantine naar kroketten of kaassoufflés geurt, is de kans groot dat de meegebrachte boterhammen in (of naast) de prullenbak belanden.  Juist de jongeren die al iets te zwaar zijn en proberen de verleidingen te weerstaan en gezonde keuzes te maken, hebben het moeilijk. Hun slanke leeftijdgenootjes kunnen zonder problemen naar de snackbar, of kopen elke pauze roze koeken of chips. Dat sommige jongeren nog niet dik zijn, komt namelijk vooral door hun gunstige genen en meestal niet door hun verstandiger eetgedrag.

Gezonde keuzes kun je beïnvloeden

Zowel ouders als pubers vragen daarom om een gezondere omgeving. Een omgeving die niet voortdurend verleidt, een omgeving waarin je gezonde keuzes kunt maken en die niet voortdurend een beroep doet op zelfbeheersing. Een gezonde kantine zou de gezondheid en conditie van alle jongeren ten goede komen. Geen frisdrank of vette hap, maar een gezond aanbod. Wie zegt dat pubers geen fruit lusten? Zet maar eens een bord met vers gesneden fruit of rauwkost op tafel. Het is weg voor je met je ogen kunt knipperen. Het is maar hoe je het aanbiedt. Maar de schoolkantines van tegenwoordig moeten ook winst maken en concurreren met de patatkraam op de hoek en de supermarkt verderop. Dus passen zij hun aanbod aan en bieden ze vette en zoete hap. Samenwerken met de supermarkten lijkt een optie, maar vergeet niet dat het belang van de supermarkten en horeca bovenal economisch is. In Australië mag er in de buurt van scholen geen fast-food verkocht worden. In Nederland probeert men via educatieve programma’s de scholen, jongeren en supermarkten te laten samenwerken, opdat jongeren gezondere keuzes maken. Maar uiteindelijk draait het daarbij om de jongeren en hun keuzes, niet om de omgeving. Het argument daarbij lijkt zinnig: als volwassenen zullen ze immers óók zelfstandig gezonde keuzes moeten maken. Maar uit de groei van obesitas onder de bevolking blijkt wel dat dat nog niet zo eenvoudig is. Bovendien ontbreekt het gezonde aanbod vaak helemaal, omdat het niet op kan tegen de verlokkingen van vet of zoet, of omdat er weinig winst op te maken valt.

Kiezen voor economische winst of gezondheidswinst

Laat die 26 miljoen in zijn geheel gaan naar de terugkeer van de diëtiste in het verzekeringspakket en de mogelijkheid van individuele begeleiding voor diegenen die dat nodig hebben. Maar vooral naar het weren van ongezond voedsel en frisdrank uit de directe omgeving van het kind en de puber. Dáár valt in de preventie en bestrijding van obesitas en overgewicht de meeste winst te behalen. Op dit moment echter, lijkt het erop dat de economische winst zwaarder weegt dan de gezondheidswinst.  Ik vrees dan ook dat het pubergesprek er uiteindelijk wel en de gezonde omgeving er niet zal komen. Omdat het uiteindelijk toch makkelijker is overgewicht tot een  individueel beheersingsprobleem te reduceren.

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog en schrijft en spreekt over jeugd, gezin, onderwijs en levensloop. Samenhangen tussen  historische en sociale ontwikkelingen kunnen de weg openen naar nieuwe perspectieven en soms onverwachte oplossingen. Daarbij is het stellen van fundamentele vragen een belangrijk hulpmiddel en het vertrekpunt van de expeditie.

Meer artikelen van Mieke van Stigt zijn te lezen op haar blog. Ze is ook te volgen op Twitter: @miekevanstigt.

Foto flickr cc msmail

  1. 1

    Want er is geen probleem wat niet kan worden opgelost kan worden met belastingheffing en een berg zorgverleners.

    Om Reagan maar te parafraseren; De veertien gevaarlijkste worden in de Nederlandse taal zijn “Hallo, Ik ben van de overheid en ik ben hier om je te helpen”.

  2. 2

    Als ik het plaatje van het obesitasprobleem in Amsterdam zag kenden de buurten Zuid en Centrum het kleinste percentage (gemiddeld hoger zakgeld) en West en Zuid-Oost het hoogste (lager zakgeld).

    De school- en sportkantines lijken dan ook een minder groot probleem dan de direct huiselijke omgeving. Wat wordt er ’s avonds op tafel gezet en valt er thuis te drinken en te snacken.

  3. 3

    Zo ook het voorstel van een Amsterdamse wethouder, om de aanwezigheid van een patatkar pal naast het schoolplein te verbieden.Volgens een Volkskrant-columniste is een dergelijk verbod ‘idioot en betuttelend’.

    Die columniste maakt twee denkfouten die we vaak zien bij columnisten van links-liberale tijdschriften:
    1.: Ze denkt dat het handelen van mensen wordt gedreven door rationele overwegingen. Dit ondanks bergen empirisch bewijs van het tegendeel.
    2.: Ze verwart het hebben van keuzevrijheid met alles op een presenteerblaadje aangereikt willen krijgen. Zeg maar “I want it all and I want it now!”-syndroom. Er is niets om tegen om bepaalde gunstige keuzes te bevorderen en slechte keuzes moeilijker te maken.

  4. 5

    Praten met pubers is sowieso onmogelijk. Die automaten op school zijn maar een klein onderdeel van het probleem. Het probleem ontstaat immers thuis waar al van jongs af aan liters zoete frisdrank wordt geserveerd, veel snoep, snacks en vet koolhydraatrijk eten. Die dikke kinderen doen gewoon hun ouders na. Ze zien je aankomen als je opeens op hun 15e wil praten over gezond eten…

  5. 6

    Even afgezien of dit soort betutteling wenselijk is, is Nederland veel te compact om het uit te voeren. Wil je dit beleid uitvoeren, dan houdt je in steden als Amsterdam geen snackbar meer over en moeten Amsterdammers naar een supermarkt buiten de stad om een zak chips te kopen.

    Ook wordt volgens mij de kracht van de vraag zeer onderschat. Idem voor het aanbod, de supermarkt ligt vol fruit, ruim uitgestald, maar toch kopen de meeste een gevulde koek. Ga je fastfood verbieden, dan krijg je volgens mij gewoon een soort fastfood dealers. Ik zie de shoarma boer met zijn brommertje al staan voor het schoolplein. Of de kiosk die illegaal een doos gevulde koeken onder de toonbank heeft liggen, wie houdt dat tegen?

    De beste manier om dikke kinderen tegen te gaan, is volgens mij het aantal sport uren op school flink uit te bereiden. Met een uur rondrennen bereik je meer dan in dat uur proberen uit te leggen dat ze een appel moeten eten i.p.v. een hamburger. Voor de rest ben je afhankelijk van de opvoeding van de ouders.

  6. 7

    Je kunt het aantal uren sport op school nog zo uitbreiden, als kinderen ’s morgens je klas binnenkomen met een Red Bull en een gevulde koek zet dat weinig zoden aan de dijk. Kinderen hebben nog weinig besef van gezond eten, zeker op het VMBO, en de automaten staan in iedere school. Toen ik dat een jaartje of tien geleden bij mijn toenmalige werkgever aankaartte was het verhaal dat de automaten een dusdanige bijdrage aan het inkomen van de school leverden dat ze niet gemist konden worden.
    Een verbod op snoepautomaten op scholen is m.i. meer voor de hand liggend en minder betuttelend dan een rookverbod in de horeca.

    En over die Shoarmaboer: toen ik ooit wegens mooi weer eens buiten les gaf arriveerde er een pizzakoerier. Gebeld door een overassertieve leerling (15). Ik heb de leerling laten afrekenen, hij mocht de pizza zelfs gewoon opeten..anderhalf uur later, in de pauze :)

  7. 8

    Even afgezien of dit soort betutteling wenselijk is

    Dat is geen betutteling, dat is volksgezondheidbeleid. Dat is wenselijk volgens het schadebeginsel, omdat de samenleving ook de kosten van het te dik zijn op zich neemt, zowel rechtstreeks via de ziektekostenverzekering als indirect via economische effecten.

    Ga je fastfood verbieden

    Dat wil niemand.

    De beste manier om dikke kinderen tegen te gaan, is volgens mij het aantal sport uren op school flink uit te bereiden.

    Hoe wil je dat effectief doen zonder grote dwang? Dus niet dat er alleen veel sport is ingeroosterd, maar dat er ook fanatiek wordt gesport?

  8. 9

    Op datzelfde VMBO in 2002, quote van een collega gym die al dertig jaar meedraaide: ” Dertig jaar geleden had ik bij touwklimmen altijd wel één leerling die niet bovenin kwam. Nu heb ik in iedere klas wel één leerling die wél bovenin komt.”

  9. 10

    Overgewicht is zeker niet een probleem dat alleen te plaatsen is bij de mensen die lijden aan deze welvaartsziekte. Ons systeem vraagt om meer, zo goedkoop mogelijk, en snel ook. En dat moet veranderen.

    Kinderen die de basisschool verlaten moeten weten hoe zij gezond kunnen eten. Hun ouders moeten een verantwoord eetpatroon aannemen en dit overbrengen op hun kinderen. Supermarkten, voedselmerken, de voedselindustrie, boeren en alle andere spelers die zorgen dat de consument elke week boodschappen kan halen moeten de handen ineen slaan en nationaal én internationaal regels doorvoeren die te veel en ongezond eten verbieden. Subsidies voor de landbouw moeten worden afgeschaft en de bio-industrie verboden worden. Mensen moeten simpelweg minder eten, en vooral minder vlees, chips, snoep, en fastfood.

    Ons huidige consumptiesysteem is niet vol te houden. Mensen zakken door hun benen vanwege de onnoemlijke hoeveelheid vet in hun lijf; binnenkort zal ook de aarde door de knieën gaan. Dat moeten we niet willen. En voorkomen. De ziekmakende corporaties en de liegende politiek moeten keihard worden aangepakt.

  10. 11

    Laat ik nu het idee hebben dat vette kinderen, behalve als dit het gevolg van ziekte is, niet sporende ouders/opvoeders hebben.
    Dit soort ouders/opvoeders moet worden aangepakt.
    Is het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks.

  11. 16

    In het artikel wordt een Amsterdamse wethouder aangehaald die patat karren naast de school wil verbieden, en verder staat er een voorbeeld uit Australie.

    Je hoeft verder ook niet heel fanatiek te sporten om gezonder te worden, maar kinderen van 12 -16 redden het niet met 2 ingeroosterde uurtjes per week. Dat werkt ook niet voor iedereen, maar het is in ieder geval een goed begin.

  12. 17

    Volgens mij weten de meeste kinderen verdomd goed wat gezond is en wat niet. Dat je geen snoepautomaten op school zet of geen friet in de kantine verkoopt oke, die hebben een voorbeeldfunctie. Maar de snoepwinkel zit bij de meeste scholen om de hoek, dus veel meer dan symbool politiek is het niet.

  13. 19

    Stel je eens voor wat er zou gebeuren als reclame voor crystal meth en cocaïne gemeengoed zou worden? Of de FDA coke toestond als toevoeging in je voedsel?

  14. 20

    De almachtige overheid…. de gewetenloze markt bedoel je heeft de maatschappij in haar macht. Gezondheid alleen in financiële cijfers, terecht angstaanjagend. En trouwens marktwerking, met een almachtige CoCa en Mac?

  15. 21

    Typerend voor de huidige vmbo, de zogenaamde economisch onrendabelen. Ze leren niet eens een normaal vak, bijv. technisch, maar moeten weet ik uit ervaring wel teksten van Jacob Cats lezen.

  16. 22

    Geen enkele opvoeder kan op tegen de peperdure gesofistikeerde reclametechnieken en de uitgekiende chemische toevoegingen van de ontaarde voedselindustrie die het maken van winst als enige oogmerk hebben. Allereerst dienen dit soort psychopathische corporaties met wortel en tak te worden uitgeroeid.

  17. 29

    Je kunt wel op pubers gaan inpraten maar dat heeft sowieso niet veel zin want het zijn pubers en bovendien kunnen ze er zelf ook weer niet zo heel veel aan doen.
    De huidige generatie is opgevoed tussen een overdaad aanongezonde calorierijke meuk die ze ten onrechte aan zien voor voedsel.
    Bovendien zijn ze volgens idioten-logica door hun ouders steeds naar school en sportclub gereden omdat het verkeer zo onveilig is.

  18. 30

    1) Fox en Reagan hebben niets met elkaar te maken.
    2) Het idee van maakbare samenleving is levensgevaarlijk, zie geschiedenis.
    3)Een overheid die dicteert wat gezond is wordt een walhalla voor de grote voedsel industrie die in no-time de modellen naar haar hand zal weten te zetten.
    4) Wat gezond en ongezond gevonden wordt is voor veel voedsel uiterst discutabel.

  19. 33

    Zou het geld wat die “suikerindustrie” mist niet ergens anders aan besteed woerden??
    Er wordt daardoor echt niet meer gespaard.
    Een economische oerwet:
    “De één z’n dood is een ander z’n brood” ;-)

  20. 34

    Natuurlijk, Kalief, (dikke) kinderen moeten gepest mogen worden. Dan hebben die kinderen meteen een aanleiding en een excuus om in een hoekje hun ellende weg te gaan zitten vreten. Héél goed idee. Twee problemen in een keer opgelost.

  21. 35

    Die correlatie is er inderdaad, maar precies andersom. Pesten leidt tot overgewicht en vervolgens leidt overgewicht tot méér pesten en méér overgewicht, niet alleen door troosteten, maar ook door stress en sociale buitensluiting- waardoor kinderen minder sporten en buitenspelen. Onder de aanpak van overgewicht moet de aanpak van pesten en buitensluiting zeker een plaats krijgen.